Prachtopera in prachtuitvoering

Wanneer je leest ‘naar’ of ‘gebaseerd op’, moet je oppassen. Maar bij Caliban, de nieuwe kameropera van Moritz Eggert op een libretto van Peter te Nuyl gaat de toevoeging ‘gebaseerd op Shakespeare’s The Tempest’ dieper dan je op het eerste gezicht zou vermoeden. Je mag wat mij betreft in ‘gebaseerd op’ ook lezen dat de tekst de bedoelingen die Shakespeare met zijn personage had ten diepste blootleggen. En – voeg ik daar meteen aan toe – dat geldt ook voor de muziek.

De kameropera, die op 29 maart jl. in het kader van het Opera Forward Festival in het Amsterdamse Compagnietheater in première ging en daarna nog drie keer werd gespeeld (ik bezocht de op één na laatste opvoering op 30 maart), begint met door overmatige secunden in de instrumentale begeleiding door ASKO|Schönberg o.l.v. Steven Sloane oosters aandoende klanken. Als een ouverture werd je op het spoor gezet van het feit dat Caliban een ‘inheemse’ figuur is, grandioos gezongen en ten tonele gevoerd door de Nederlandse bariton Michael Wilmering, die is genomineerd voor de Grachtenfestivalprijs 2017. Hij zingt in zijn eigen register, maar moet af en toe ook falset zingen, wat hem overigens opvallend goed afgaat.

Hij moet om te beginnen van Prospero, hertog van Milaan, een prachtige en krachtige spreekrol van de Schot Alexander Oliver (minder aardig dan in het origineel van Shakespeare overigens), begrippen leren die aan de basis van elke geciviliseerde maatschappij liggen: ‘nutmeg’, ‘oil’, ‘democracy.’ Dat gaat natuurlijk fout, want de nadruk in het laatste woord legt Caliban bijvoorbeeld op crazy.
In het concept en de regie van Lotte de Beer is de Caliban van Shakespeare een personage wiens eiland wordt afgepakt, wordt onderdrukt en tot slaaf gemaakt. Hij gaat gekleed in een overall, het tenue (van Clement & Sanôu) van een werkslaaf. Het blijft allemaal dicht bij Shakespeare, die in het personage van Caliban het kolonialisme van zijn tijd aan de kaak stelde. Het begin van de moderne tijd, waarin boekenwijsheid opkwam; Prospero zit op een gegeven moment verveeld enkele dikke boeken die op een grote stapel op het toneel liggen door te bladeren.

De tekst is ook actueel, al is het er niet nadrukkelijk ingelegd. Caliban wordt door Prospero verweten dat hij een verkrachter is, uit op zijn dochter Miranda, een al even sterk bezette rol door de Australische Alexandra Flood. Wat zeg ik: een dubbelrol, want ze zingt tevens die van Trinculo, zoals de Amerikaanse tenor Timothy Fallon zowel Stephano als Ferdinand zingt. Caliban schrikt van de aantijging en zingt: ‘I only want to feel her ear. Now Caliban angry. Now Caliban want fuck.’

Nature en nurture – dat is ook een laag die in de tekst wordt aangebracht, en die zo uit het origineel lijkt te zijn weggelopen. En dan zijn er de extra lagen die de muziek, een sterke partituur van Eggert, worden aangebracht. Ik noemde al de oosters aandoende klanken aan het begin, en ook aan het eind. Voorts lijkt Purcell voorbij te komen, in citaten of stijlcitaten, en een evenzeer tegen oosterse muziek aanleunende klavecimbelsonate van Scarlatti, nu gespeeld op accordeon. De contrabasfluit legt een vloertje van haast bizar overkomende klanken, zoals een vogelfluitje bespeeld door een slagwerker natuurlijke elementen toevoegt. Een prachtpartituur. Een prachtopera. In een prachtuitvoering.

Drieluik uit Leusden (I)

Els ter Horst1. Els ter Horst
In het hoofdgebouw van de Internationale School voor Wijsbegeerte (ISVW) te Leusden, hangt en ligt werk van de kunstenares Els ter Horst (tot juli 2015): tekeningen, snijwerken, boeken, collages en schilderijen. Mijn aandacht werd onder meer getrokken door het olieverfschilderij Zonder titel (2012, zie afb.): een tentoonstellingszaal waarin het licht, zoals op mystieke schilderijen van oude Vlaamse meesters, van links komt en een ruitpatroon op de vloer ‘legt.’ Vijf toeschouwers lopen er rond of kijken naar een Picasso-achtig werk aan de muur. Van twee mannen, en ook nog een onzichtbaar iets (een beeld?) is de schaduw op de grond te zien.

2. Het literaire inzicht
Tijdens een cursus over literatuur en filosofie die Leon Heuts afgelopen week in datzelfde Leusden gaf, werd de eerste dag het kader daarvan gegeven:
* van vanzelfsprekende orde (oude filosofie) naar contingentie (moderne filosofie)
* de positie van de vreemdeling krijgt extra aandacht, de op zichzelf teruggeworpene
* wat zich niet laat uitdrukken is het meest belangrijke. Of – vrij vertaald – wat zich bij Ter Horst niet laat zien, wat tussen de regels zit.

Voorbeelden van het laatste aandachtspunt (dat wat zich niet laat uitdrukken) is de katharsis in het Griekse toneel, opgevat als mystieke reiniging: buiten jezelf treden en medegevoel hebben, verbinding met de medemens ervaren. Bijvoorbeeld in een theaterzaal en – minder – een bioscoop.
Opeens kreeg ik het idee dat de Aristotelische opbouw vanuit een plan (de ruitvorm op de grond) en de Platoonse grot (de schaduwen) reiken naar de neoplatoonse metafoor (de lichtval). Alles komt in één keer binnen, valt op één moment samen.

3. Wolfgang Rihm
Ik heb een cd mee naar Leusden genomen, om voor het slapen gaan te draaien. Het is de wonderschone cd met Lieder van Wolfgang Rihm door bariton Holger Falk en pianist Steffen Schleiermacher (MDG 613 1848-2). De eerste avond draai ik het begin: de Lenz-Fragmente (1980). De tekst van het derde lied luidt:

Fühl alle Lust, fühl alle Pein
Zu lieben und geliebt zu sein.
So kannst du hier auf Erden
Schon ewig selig werden.

‘Selig werden’ klinkt als de schaduwen in de grot van Plato, ziet eruit als de schaduwen op het schilderij van Ter Horst: als een echo. Een schaduw, een echo van de overkant, buiten de grot en het schilderij. Een moment van eeuwigheid.

http://www.elsterhorst.nl
http://www.adkactuelekunst.nl/kunstenaars/elsterhorst.php
http://www.isvw.nl/activiteit/2014-314/
http://www.filosofie.nl/Artikelen/de-kracht-van-literatuur.html