Jump into the Future

Waar het precies was in Zwitserland weet ik niet meer: Bazel? St. Gallen? In ieder geval ging het om een negentiende eeuwse muurschildering waarop het leven op het land werd uitgebeeld. Het was niet de verf die ervan af droop, maar het nationalisme. Ik kan me nog mijn verbazing herinneren: dat is toch iets van het voormalige Oostblok, zo’n sociaal-realistische schildering? En irritatie: Zwitserland heeft toch ontegenzeggelijk nare kantjes.

Nu hoeft van mij niet meteen als een beeldenstorm de witkwast uit de kast te worden gehaald om die muurschildering(en) over te schilderen. Je zou er ook iets anders mee kunnen doen. Ik kom erop omdat ik afgelopen week een indrukwekkende muurschildering zag op de tentoonstelling Jump into the Future in het Stedelijk Museum Amsterdam, en na een telefoongesprek met iemand gisteravond, die met vakantie was geweest in Zuid-Afrika. Eerst die tentoonstelling.

Het gaat mij primair om Lucy McKenzie’s  If it Moves Kiss It II (2002, zie foto Gert Jan van Rooij), een acrylschildering op de muur. Het werk is gebaseerd op Schotse muurschilderingen, maar roepen ook die uit het voormalig Oostblok voor de geest. Wat McKenzie heeft gedaan, is eigenlijk wat degene die ik gisteravond sprak als kenmerkend voor het huidige denken (ubuntu) en de hedendaagse kunst in Zuid-Afrika benoemde: het ten goede keren van donkere kanten uit het verleden.

Ik ben blij dat ik in Berlijn het communistische Palast der Republik nog heb gezien, dat nu is vervangen door een replica van een koninklijk paleis. Blij, omdat het een beetje de geest ademde van de makers ervan en de mensen die erin hebben rondgelopen. Daarmee wil ik níet zeggen dat je iets van vroeger per definitie in de tijd van ontstaan moet plaatsen; er zijn dingen gebeurt die nooit hadden mogen gebeuren, toen niet en nu niet. Je kunt ze niet vergeten – en daarom moeten bijvoorbeeld schilderingen worden omgebogen zoals blijkbaar in Zuid-Afrika met het verleden wordt omgegaan.
Daarom ben ik benieuwd naar de aanstaande tentoonstelling in Kunsthal KAdE in Amersfoort: Tell Freedom, 15 Zuid-Afrikaanse kunstenaars (27 januari-6 mei 2018).

Dat biedt inzicht en laat zien waar die ideeën vandaan komen. De witkwast hanteren laat zien waar we naartoe dreigen te gaan: een samenleving waarvan de kinderen straks  geen weet meer heeft van het ook donkere verleden. Omdat er niets meer van valt te zien.
McKenzie heeft een voorbeeld gegeven, lijkt me, dat navolging verdient. Ze laat de mensen op haar schildering praten. Laten wij een bordje naast zo’n muurschildering, naast een Palast der Republik of wat ook hangen met een verklaring. Dat is nog best een klus, om dat genuanceerd te doen, want aan ongenuanceerdheid heeft niemand wat.

Blood on the dance floor

Macbeth_Sanne PeperShakespeares Macbeth in de bewerking van Liesbeth Coltof bij jeugdtheatergezelschap De Toneelmakerij & ICKAmsterdam is teruggekomen uit een oorlog en heeft de smaak van doden te pakken. Volgens Anton Wessels, vanmorgen tijdens een leerhuisochtend van LATE in Amsterdam, zou zelfs Obama eens gezegd hebben dat hij door het inzetten van drones een zeker gevoel in die richting zou hebben gekregen. Dus het is inherent aan macht, zou je zeggen. Het bloed kleeft aan Macbeths handen, in de regie van Liesbeth Colthof druipt het zelfs van zijn handen, en van die van Lady Macbeth en de kamerschermen af.

Maar stemmetjes in Macbeths hoofd zeggen, dat het niet goed is wat hij doet. De geesten van de vermoorde kinderen dansen om hem heen. ‘Een beetje raar dansen ze wel’, zei één van de vele jongeren in de zaal gisteravond (Theater Bellevue, Amsterdam) over de schitterende choreografie van Emio Greco|Pieter C. Scholten en Jesús de Vega. De ene keer dansen de leden van ICKAmsterdam als een Grieks koor, een commentaar op de tekst. De andere keer gaan ze verder waar de gesproken tekst afbreekt. Maar ráár blijft het natuurlijk, wanneer kinderen worden gedood. En dat een jongen zo reageert, geeft alleen maar aan dat hij nog niet zoveel weg weet met de expressieve dans. Zoals een volwassene kan gaan lachen, wanneer iets dat vreemd is en toch veel indruk maakt hem/haar overvalt.

Het is tijdloos wat er gebeurt. Al herken je in Macbeth (Majd Mardo) een Schotse koning met kilt, of door zijn baardje om het even een IS-strijder (zie foto Sanne Peper), alles gaat uit boven landsgrenzen en afbakeningen in tijd. Duncan (Roel Adam) zit op een gegeven moment met een zwarte muts op zijn hoofd, die herinnert aan gruwelijkheden in Irak. Inclusief zwaarden. Eventjes doet de enscenering, met een lange tafel in het midden, denken aan Koningin Lear van Toneelgroep Amsterdam. En zelfs als dit onbewust is gedaan, geeft het een intertekstualiteit aan die op de toeschouwer weloverwogen overkomt; de Lady (Tine Cartuyvels) heeft ook bij Macbeth veel in de melk te brokkelen.

De muziekkeuze van Pieter C. Scholten zegt ook veel: een stukje Goldbergvariaties van Bach, die doorgaan als muziek om een door nare ideeën gekwelde keurvorst in slaap te sussen, doen hun werk. Net als – begreep ik van een meisje op de rij voor mij – een stukje Beyoncé en niet te vergeten een Schotse vreugdedans op de tafel. Zo leerde ik als oudere jongere wat over de muzikale tijdgeest van het stuk. En ik hoop dat de jongen die de dans (nog) niet zo kon waarderen, dat over een poosje wel doet. Want dan komt De Toneelmakerij al dan niet samen met ICKAmsterdam vast met een nieuwe Shakespeare; dit was na de The Tempest (2011) de tweede die ik van ze zag. Het is te hopen, want het smaakt naar meer.

Herhaling vanavond in Theater Bellevue, Amsterdam, 20.30 uur.

http://www.toneelmakerij.nl/index.php?cat=16&subcat=17&show=87