Joden en het huis van Oranje

Joden en het Huis van Oranje : vier eeuwen geschiedenis, kunst en cultuur / onder redactie van Julie-Marthe Cohen en Bart Wallet ; auteurs Vivian B. Mann, Wim Klooster, Tirsah Levie Bernfeld, Adri Offenberg, Paulien Post
; vertaling Caroline Godfried ; fotografie Peter Lange. – Zutphen : WalburgPers, [2018]. – 208 pagina’s : illustraties ; 29 cm. – Uitgave ter gelegenheid van de tentoonstelling ‘Joden en het Huis van Oranje : 400 bewogen jaren’ in het Joods Historisch Museum van 18 april tot en met 30 september 2018.

Terecht luidt de titel van deze catalogus bij een tentoonstelling in het Joods Historisch
Museum (JHM) in Amsterdam niet ‘De joden en het Huis van Oranje’, want ‘de’ joden
bestaan niet. Joden vormen een diverse groep in de Nederlandse samenleving. De
Oranjes hebben zich meer dan vierhonderd jaar ingezet om de relatie met de joodse
gemeenschap zo goed mogelijk te laten zijn. Onder redactie van Julie-Marthe Cohen,
conservator bij het JHM en Bart Wallet, historicus, laten verschillende auteurs zien dat
dit soms lukte en soms niet. Kantelpunten waren in negatieve zin de houding van
koningin Wilhelmina tijdens de Tweede Wereldoorlog, die haar in joodse kring nog
steeds kwalijk wordt genomen, en van Prins Claus in positieve zin. Van het eerste
getuigt ook het recente boek Wilhelmina van Gerard Aalders. Naast de essays is veel
plaats ingeruimd voor ruim driehonderd afbeeldingen van uitingen in kunst en cultuur,
met toelichtingen onder de titel ‘Inkijkjes’. Met tijdlijn, verklarende woordenlijst,
aanbevolen literatuur en oranje leeslint.

Cop. NBD Biblion. Mag zonder schriftelijke toestemming niet worden overgenomen.

Heleen Torringa – Uitspraken beweren niets

Uitspraken beweren niets / Heleen Torringa. – Amsterdam : Uitgeverij SWP, [2018]. – 68 pagina’s :
illustraties ; 22 cm ISBN 978-90-885081-7-2

In deze ruim twintig columns toont de schrijfster dat ze is geïnspireerd door het denken van de filosofe Hannah Arendt. Het overkoepelende thema is oordeelsvorming, dat wil zeggen kritisch denken en filosofische reflectie, hetgeen verder gaat dan denkfoutenanalyse. De auteur, docente van de Avans Hogeschool in Noord-Brabant, promoveerde op dit thema. Zij beschouwt goed redeneren als een instrument om het resultaat van kritisch denken, een beargumenteerd standpunt, te kunnen beoordelen. Zij doet dit aan de hand van verschillende boeken van zowel filosofen als schrijvers, zodat telkens een ander accent op het thema valt. Bijvoorbeeld op vooroordelen, intuïties, dankbaarheid, vergeving, generositeit en tolerantie. Logisch denken, zoals zij het omschrijft, kan volgens Torringa levens verwoesten, en ze verwijst daarbij naar de rechtsgang rond Lucia de Berk. Maar logisch denken kan ook – kan hieraan worden toegevoegd – rehabiliteren, zoals blijkt uit de boeken over gerechtelijke dwalingen van Ton Derksen.

Cop. NBD Biblion. Mag zonder schriftelijke toestemming niet worden overgenomen.

Onszelf voorbij

Onszelf voorbij : kijken naar wat we liever niet zien / Lisa Doeland, Naomi Jacobs en Elize de Mul. – Amsterdam : Uitgeverij De Arbeiderspers, [2018]. – 203 pagina’s ; 20 cm. – Met literatuuropgave. ISBN 978-90-295-0677-9

Drie jonge vrouwelijke promovendi filosofie ‘onderzoeken of het mogelijk is om een
intiemere relatie op te bouwen met de ambiguïteit, monsterlijkheid en chaos in de wereld – en in onszelf.’ De eerste, Naomi Jacobs, zoekt het in het toelaten van
onzekerheid die ruimte laat voor zowel hoop als handelen, voor het onbekende als alternatief voor de schijnzekerheden van optimisme en pessimisme. De tweede auteur, Elize de Mul, gaat na wat de effecten zijn van bijvoorbeeld selfies op sociale media. Zijn die een uiting van narcisme of toch van iets anders? Bijvoorbeeld van het tegenovergestelde van de onzekerheid die Jacobs bepleit: ‘een vorm van troost en zekerheid dat we onszelf zullen overleven.’ De derde en laatste schrijfster, Lisa Doeland, vestigt de aandacht op tragedies die nu plaatsvinden, zoals de vervuiling van de Aarde en de oceanen en – ook hier – onze ‘steeds hardnekkiger zoektocht naar […] zekerheid’, die paradoxale vormen aanneemt. Voor lezers die inzicht en een perspectief willen krijgen op hedendaagse problematiek. Drie helder geschreven,
relevante essays over hedendaagse problematiek die een welkome aanvulling vormen
op meer historisch georiënteerde literatuur.

Cop. NBD Biblion. Mag zonder schriftelijke toestemming niet worden overgenomen.

Florentijn van Rootselaar – FIlosofisch veldwerk

Filosofisch veldwerk : grote filosofen van nu over leven in barre tijden / Florentijn van Rootselaar ; met een
voorwoord van Stine Jensen. – Utrecht : Klement, [2018]. -127 pagina’s ; 22 cm. – Interviews eerder
verschenen in gewijzigde vorm in Trouw en Filosofie Magazine. ISBN 978-90-868723-2-9

De titel van deze vijftien gebundelde interviews, die eerder in Filosofie Magazine en dagblad Trouw verschenen, is raak gekozen. Het betreft namelijk niet alleen veldwerk van de auteur, eindredacteur van Filosofie Magazine en jurylid van de Socrates Wisselbeker, maar ook van de geïnterviewde filosofen, die stuk voor stuk komen met een nieuw perspectief of opvatting over de klimaat- en andere problemen van onze Aarde en onze tijd, zoals fake news. Dat geeft de interviews een gemene deler, hoe uiteenlopend de denkers, dertien mannen en slechts twee vrouwen, ook zijn. Onder hen Zygmunt Bauman en Martha Nussbaum (onder de noemer ‘Vloeibare
wereld’), Bruno Latour en Peter Sloterdijk (‘Wereldcrisis’), Roger Scruton en Michael
Puett (‘Betoverde wereld’). Voor een lezerspubliek dat ook inziet dat we er – opvallend
uit de mond van filosofen – met louter rationeel denken niet komen; we hebben ook
verbeelding en verhalen nodig. Aan dit boek is een website gelinkt: www.filosofie.nl/veldwerk. Een belangwekkend boek voor iedereen die het beste voor
heeft met de alleszins bedreigde Aarde en de problemen die daarmee samenhangen.

Cop. NBD Biblion. Mag zonder schriftelijke toestemming niet worden overgenomen.

Veerle Janssens – Vrouw aan de piano

Vrouw aan de piano : een jaar met Fanny Mendelssohn, Clara Schumann en andere vergeten componistes / Veerle Janssens. – Antwerpen : Uitgeverij Vrijdag, [2018]. – 366 pagina’s ; 23 cm
ISBN 978-94-600-
1643-1

De Vlaamse redactrice, docente journalistiek en amateurpianiste Veerle Janssens besluit op haar vijftigste verjaardag zich een jaar lang louter aan vrouwelijke componisten te wijden. Ze schrijft erover in algemene zin (over mannelijk en vrouwelijk) en in specifieke zin, over componistes die zij tijdens haar zoektocht tegenkwam: Fanny Mendelssohn, Clara Schumann, Cécile Chaminade, Annelies Van
Parys en vele anderen. Met kleine uitstapjes naar bijvoorbeeld de gevierde dirigente Marin Alsop. Janssens verweeft deze wederwaardigheden met het persoonlijke verhaal van een burn-out, al zouden beide meer op elkaar betrokken hebben kunnen worden. Gezien het feit dat dit boek door een pianiste is geschreven, ontbreekt oude(re) muziek voor andere toetsinstrumenten. Aan een Nederlandse componiste als Henriette Bosmans is zij gedurende haar jaar durende zoektocht helaas niet meer toegekomen. Begeleidende website, met luistervoorbeelden, literatuuroverzicht en achtergrondinformatie.

Cop. NBD Biblion. Mag zonder schriftelijke toestemming niet worden overgenomen.

Veel mooie woorden

Veel mooie woorden : Etty Hillesum en haar boekje Levenskunst / onder redactie van Ria van den Brandt ; Peter Nissen. – Hilversum : Verloren, 2017. – 312 pagina’s : foto’s ; 25 cm. – Met literatuuropgave, register. ISBN 978-90-870467-1-2

Leven en werk van Etty Hillesum (1914-1943) staan nog steeds volop in de belangstelling. Regelmatig verschijnen boeken die een nieuw licht op haar dagboek en brieven werpen, zoals nu op een klein citatenboekje, Levenskunst, dat in de openbaarheid wordt gebracht door deze mooie uitgave. Etty Hillesum schreef per week, samen met haar vrome vriendin en rivale in de liefde Henny Tideman (1907-
1989), een citaat bij een weekthema (liefde, geloof enzovoort) van A.J.C. van Seters. Het eerste deel van dit boek bestaat uit een facsimile, transcriptie en notenapparaat van dit citatenboekje. Het tweede deel omvat 22 hoofdstukken over de achtergronden en bronnen waaruit met name Hillesum putte, zoals Rainer Maria Rilke, de Zweedse Ebba Pauli en Dostojevski. De redactie van deze bundel is in handen van Ria van der Brandt, onderzoekster spiritualiteitsstudies aan de Radboud Universiteit Nijmegen, en Peter Nissen, hoogleraar in Nijmegen en remonstrants predikant te Oosterbeek. De bijdragen munten allemaal uit in helderheid. Gedrukt op zwaar, glanzend papier. Met register.

Cop. NBD Biblion. Mag zonder schriftelijke toestemming niet worden overgenomen.

Mystery guest

Catalogiseren en Collectioneren zijn binnen het bibliotheekwerk Heilige Bezigheden. Juist dáárover kan ik me vanaf de bibliotheekopleiding af aan discussies herinneren. Als vakgenoot (in spe). En die discussies gaan nog steeds door, met dit verschil dat bibliothecarissen nu meer als mystery guests in de schoenen van hun klanten proberen te gaan staan, wat een hele verbetering is.

Dat blijkt uit een artikel van Bert Breed, bibliothecaris te Katwijk in Bibliotheekblad, waar Marc van Oostendorp, hoogleraar Nederlands en Academische Communicatie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, vandaag in een tweet op wees. Op de website van Bibliotheekblad vind je ook alle commentaren daarop. Een ervan luidt: ‘Zie hier de achterhoede spreekt (…). De analoge tijd is afgelopen, tijden veranderen.’ Dat kan ik me aantrekken, want ik heb (nog?) geen E-reader – dus hieronder spreekt ook iemand uit de achterhoede.

En om mijn verhaal meteen nog wat ingewikkelder te maken: ik heb binnen mijn bibliotheeknetwerk in Amsterdam een reservering staan voor De Bijbel van Doré, een roman van Torgny Lindgren. Ik had er een recensie over bewaard die in De Groene Amsterdammer (3 februari 2011) was verschenen en wilde dat boek graag gaan lezen.
Op internet wilde ik even checken of het ook als e-book verkrijgbaar is. Dat is niet het geval. Sterker nog: het is helemáál niet meer te verkrijgen, alleen via een site als boekwinkeltjes.nl (stand vandaag: zes exemplaren). Leve de bibliotheek die het niet heeft afgeschreven omdat het te weinig werd uitgeleend bijvoorbeeld, zodat ik het via een reservering kan aanvragen. Of ‘mijn’ filiaal het ooit heeft gehad, weet ik niet, maar voor
€ 0,50 kan ik het komende dagen daar wel ophalen.

Zo hoort het ook en zo heb ik een heel stapeltje recensies bewaard van boeken die ‘mijn’ filiaal niet heeft, maar die wel wonderbaarlijk genoeg allemaal bij een en hetzelfde, ander filiaal in de collectie aanwezig zijn. Je kunt je overigens wel afvragen, hoe het collectiebeleid van de Openbare Bibliotheek Amsterdam (OBA) in dezen is: wordt er centraal aangeschaft en staat ’mijn’ filiaal als minder literair te boek dan dat op – in dit geval – het Javaplein?

Gelukkig gaat mijn literaire voorkeur niet zover, dat ik buiten wat in de OBA aanwezig is, zou willen lezen. Dat gold enige tijd geleden wel voor vakliteratuur die ik in het kader van mijn Masterscriptie moest lezen. Ik had op Worldcat gezien in welke bibliotheken het aanwezig was, en een medewerkster van – alweer – ‘mijn’ filiaal controleerde dat even in de catalogus, daarbij verwoed de naam van de auteur als titel intypend, of omgekeerd, dat weet ik niet meer. Haar advies luidde: ‘Dat moet u zelf aanvragen’. Uh? Of zou ik lid moeten worden van Adamnet? Die mogelijkheid vermeldde ze er niet bij, en zelf kwam ik daar pas later op. Het is overigens goed gekomen met die wetenschappelijke literatuur; ik heb ze via mijn universiteit aan kunnen vragen voor toen nog iets van zes euro (nu € 7,50).

Allemaal oplossingen voor wat in bovengenoemd artikel deels aan de orde wordt gesteld. Blijft natuurlijk dat er hier en daar van alles kan haperen: in de collectie zelf, in de kennis van de bibliothecaris. Maar daar schijnen bibliotheekleden zonder bibliotheekopleiding zelf toch minder zwaar aan te tillen, blijkens de uitkomsten van het BiebPanel, waar ik ook jarenlang lid van ben geweest tot ik werd ‘afgeschreven’ omdat men wel eens een andere stem wilde horen.
‘Collectie en informatiefunctie’ is enige tijd geleden een item geweest dat het panel onder hun leden onderzocht. 45% van de ondervraagden vond literaire romans een belangrijk onderdeel van de bibliotheekcollectie; ik zal daar zeker deel van hebben uitgemaakt. En over de actualiteit daarvan is 68% tevreden. Of ik toen ook tot die categorie behoorde, weet ik niet meer.
(Wel dat ik niet heb meegedaan aan dat vreemde onderzoek over Medewerkers. Kom zeg).

Ik weet wel dat ik afgelopen week een exemplaar van de roman Alles is verlicht van Jonathan Safran Foer uit de dozen met afgeschreven boeken in ‘mijn’ filiaal viste. Volgens de catalogus is het boek momenteel uitgeleend (?), maar al zou dit een foutje zijn (ik kan me niet voorstellen dat ze twee exemplaren in de collectie hebben of hadden) – er zijn genoeg filialen die het boek ook hebben, zodat ook hier aanvragen tot de mogelijkheid had behoord.

Conclusie: als oud-bibliothecaris zonder E-reader die nu, als frequent lener en gebruiker van de diensten van de bibliotheek aan de andere kant van de streep staat, tel ik mijn zegeningen. Verbeteren valt er natuurlijk altijd wel iets. Ik zal de laatste zijn om dit te ontkennen. Daarin ben ik het met alle schrijvers in Bibliotheekblad eens.

Verschillende getuigenissen

Het zal misschien een zekere bevreemding wekken, dat ik in deze blog de filosofische studie Wat er overblijft na Auschwitz van Giorgio Agamben leg naast de roman Wittgenstein op de luchthaven van de Duitse schrijfster Husch Josten, een boek waarin een van de twee hoofdpersonen op een vliegveld een boek van Wittgenstein zit te lezen en zo aan zijn bijnaam komt.
Toch zijn er verschillende redenen waarom dit heel goed mogelijk is. In de eerste plaats omdat ik in beide gevallen uitga van de tekst en de interpretatie daarvan, voorts omdat een poging onderneem om te kijken of en in hoeverre een literair werk een aanvulling kan bieden op de filosofische studie. Immers: beide boeken gaan over de verwerking van het kwaad, respectievelijk dat van de Tweede Wereldoorlog (Agamben) en dat na de aanslagen in Parijs (Josten). Ik lees met andere woorden het boek van Josten alsof het in gesprek gaat met de studie van Agamben. Allebei, het boek van Agamben en dat van Josten, hebben een gemeenschappelijk thema, hetgeen de confrontatie mogelijk maakt.

Agamben
De achterflap van het boek van Agamben vermeldt het volgende: ‘In Wat er overblijft van Auschwitz beschrijft Giogrio Agamben hoe een mens getuige kan zijn van het onmenselijke. De overlevenden van Auschwitz hebben iets meegemaakt wat moeilijk in woorden te vatten is. Agamben werpt een nieuw licht op de getuigenissen en geeft een antwoord op de vragen die daaruit voortkomen. Hoe moeten we omgaan met de getuigenissen? Welke positie nemen de overlevenden in als enige getuigen? En welke plek moet Auschwitz innemen in het huidige gedachtegoed over de Holocaust? Zijn doel is het denken over Auschwitz te ontdoen van ethische en politieke doctrines en een nieuw kader op te zetten waarmee we een poging kunnen doen om het onvoorstelbare te begrijpen. Als we ervan uit zouden gaan dat Auschwitz onbegrijpelijk is, blokkeren we onbewust de vraag naar hoe Auschwitz ooit mogelijk is geworden. En zolang we niet de logica van het “onuitsprekelijke” van de kampen doorgronden, lopen we het risico dat het nog eens zal gebeuren.’

Josten
Op de achterflap van het boek van Josten staat te lezen: ‘Direct na de aanslagen van Parijs wil de journaliste Caren voor een reportage van Londen naar de Franse hoofdstad, maar de vlucht wordt wegens een acute terreurdreiging geannuleerd. Informatie blijft uit en het wachten begint (…). Afleiding biedt een oudere man, die te midden van het lawaai in terminal 2 een boek van Wittgenstein zit te lezen. Caren raakt met hem in gesprek. Hij blijkt een scepticus die de journalistiek niet bijzonder hoog heeft zitten. “Waar haalt u al die verhalen vandaan?” vraagt hij, “Alles is toch al vele malen verteld?” Die intelligente journaliste spint Wittgensteins draad verder: “Maar er zijn ook altijd verhalen die wij niet in ons leven willen toelaten”.’

Confrontatie
Het is Agambens bedoeling met dit boek ‘een paar begrippen te corrigeren waarmee de allesbepalende les van de twintigste eeuw is opgetekend; een paar woorden geschrapt en andere anders geïnterpreteerd te krijgen’. Het is volgens hem misschien wel de enig mogelijke manier ‘om te luisteren naar wat niet gezegd is’. Deze bedoeling raakt meteen aan twee uitspraken aan het begin van de roman van Josten. Is het bij Agamben het woordje ‘tussen’ dat het hem doet (tussen dood en overleven), dan is het bij Josten het woordje ‘over’ (overlevende): ‘Het omlaagkomende plafond leek een beschermend donzen dekbed, dat haar en het feit dat ze over was behaaglijk toedekte. Want Caren was over. Schuldig. Onschuldig. Wie zal het zeggen? In ieder geval over. Haar familie, haar vrienden, eigenlijk had iedereen van geluk en beschermengelen gesproken, alles gezegd wat je in zulke gevallen nu eenmaal zegt.’

Maar dat laatste valt te betwijfelen: ‘Haar verhaal was bizar, een versie van de werkelijkheid waardoor ze moest zwijgen, omdat ze nooit recht zou kunnen doen aan wat de anderen was overkomen en aan wat er feitelijk was gebeurd. Zij was alleen maar over.’ Als kind al had ze gezwegen, als de hoofdpersoon in Die Blechtrommel van Günter Grass.. Ze wilde wel praten – maar dan alleen om ‘andere verhalen te vertellen, echt andere’. Zo werd ze journaliste om zo misschien – zoals Agamben meent – ‘het fundament te leggen voor de mogelijkheid tot een gedicht’.

Agamben twijfelt er niet over. Voor hem geeft een woord als ‘onzegbaar’ voor Auschwitz ‘deze vernietiging het aanzien van iets mystieks’. Een mystiek die Caren als een ‘onoverbrugbare afstand’ ziet die ze ‘graag zou hebben overwonnen om zich er een voorstelling van te maken, zich er zélf een voorstelling van te maken en het te begrijpen’.

Over dit laatste zijn beiden, Agamben en Josten het eens. Dat begrijpen zijn we, zegt Caren ergens, ‘de dode verschuldigd’. En dat zes miljoen maal.
Uiteindelijk bestaat wat overblijft van Auschwitz volgens Agamben ‘niet uit doden noch uit overlevenden, niet uit de verdronkenen noch uit de geredden, maar uit wat er daartussenin overblijft’.

Conclusies

  1. In het filosofisch denken van Agamben is de terminologie helder, terwijl de taal van een literair werk als van Josten gelaagd en meerduidig is, waardoor woorden steeds verschillende betekenissen in zich bergen. Hierdoor ontstaat een andere kijk op het kwaad.
  2. Filosofen houden bij het analyseren van het kwaad schone handen. In het dagelijks leven is echter niemand ofwel helemaal ‘goed’ ofwel helemaal ‘slecht’. Dit werkt door in een romanpersonage als Caren. Zij is ook een combinatie van goede en slechte karaktereigenschappen, zoals zij ook ergens duidelijk zelf zegt.

In een literair werk kan met andere woorden het kwaad dat mensen elkaar aandoen op een dusdanige wijze worden beschreven, dat er op enigerlei wijze uitzicht is op hoop dat het niet weer zal gebeuren. Op een andere manier dan Agamben louter verstandelijk doet.

 

Giorgio Agamben: Wat er overblijft van Auschwitz. De getuige en het archief (Homo sacer III). Hilversum, Uitgeverij Verbum, 2018. ISBN 9789074274913. € 17,95

Husch Josten: Wittgenstein op de luchthaven. Roman. Amsterdam, Cossee, 2018. ISBN 9789059367791. € 19,99