De Nieuwe Canon van Nederland

Op YouTube staat een uitvoering van Schuberts Fantasie in f kl.t. voor piano 4-handen, gespeeld door Maria João Pires en Ricardo Castro. De achtergrond, die aldoor in beeld is, wordt gevormd door De rode boom van Mondriaan (1908-1910, zie afb.). Een beeld dat wat mij betreft niet beter gekozen had kunnen worden: een treurwilg die prachtig samenvalt met de melancholieke sfeer van de Fantasie.
Een schilderij uit het Kunstmuseum Den Haag waarin Mondriaan op weg is naar abstractie én evenwicht. Dat laatste wordt wel eens vergeten, maar het is juist dáárin dat het zo mooi samenvalt met de muziek van een classicistisch romanticus als Schubert. Mondriaan schildert de horizontale takken van de boom met als tegenwicht verticale strepen die nauwelijks opvallen, en Schubert laat zijn gevoelens beteugelen door de ratio. Ik herken het, want ik zit zelf geloof en hoop ik ook zo in elkaar.

Mondriaan op weg naar abstractie én evenwichtig, zoals Léon Hanssen de periode na het ontstaan van deze boom beschrijft in zijn biografie van de schilder die verscheen onder de titel De schepping van een aards paradijs. ‘Hij droomde’, zei Hanssen eens in een interview, ‘van een nieuwe fase van harmonie en conflictloosheid in de twintigste eeuw (…). In zijn kunst zocht hij naar een nieuwe beeldtaal om uiting te geven aan dat ideaal.’

Het is, zo beschouwd, niet zo vreemd dat in de Nieuwe Canon van Nederland, die op 22 juni jl. werd gepresenteerd, de evenwichtskunst van De Stijl is vervangen door de verwrongen kunst van Jeroen Bosch; het is de keuze, en de uiting van een tijdsbeeld waarin het evenwicht zoek lijkt, waarin niet wordt gekozen voor een stijl maar voor een individuele stem, waarin een internationaal uitwerkende stroming (Mondriaan werd immers Mondrian) wordt vervangen door een meer regionale, waarbij je je kunt afvragen wie het meest hebben bijgedragen aan onze identiteit en geschiedenis. 1)

Het is met andere woorden voer voor cultuurhistorici. Interessant, maar over tien jaar is er wel weer iemand anders waarvoor Jeroen Bosch op zijn beurt moet wijken. Tijden veranderen en de kijk op de (kunst)geschiedenis ook.

1) Interessant, terecht, en al even tekenend voor de situatie van dit moment, lijkt mij de toevoeging van de naam van Anton de Kom aan de Nieuwe Canon van Nederland, haast op hetzelfde moment dat zijn boek over slavernij, Wij slaven van Suriname, weer opnieuw werd uitgegeven. Als Rainbowpocket, dus voor iedereen betaalbaar. Lezen dus!

 

Begin van deze blog is gebaseerd op een column voor Literair Nederland (11 december 2017).

Vooruitkijken en terugblikken

Vooruitkijken met mooie herinneringen in het achterhoofd. Dat geeft mij een recente bijdrage op de onvolprezen website allofbach.nl: het Italiaans concert BWV 971 van Joh. Seb. Bach door Christine Schornsheim (foto rechts) op klavecimbel. Opgenomen in het Bartolotti huis in Amsterdam, waar tot zijn dood Gustav Leonhardt en zijn vrouw Marie Leonhardt in het achterhuis woonden.

Bach imiteert hier, op twee klavieren, een imaginair orkeststuk. Fantasievol in een tijd als de onze, waarin orkesten niet spelen, maar je in je eentje wel zo’n werk als dit kunt spelen (in 1735 gepubliceerd in het tweede deel van de Klavierübung). Bach heeft goed geluisterd naar de muziek van Vivaldi, hoewel het eerste thema is ontleend aan een Sinfonia van Georg Muffat (uit Florilegium primum, 1695).

Christine Schornsheim (1959) is voor mij een ware ontdekking, want ik had nog nooit van haar gehoord, terwijl ze toch een hele staat van dienst heeft en diverse prijzen in de wacht sleepte. Zij volgde masterclasses bij onder anderen – jawel – Leonhardt en Ton Koopman. Op de een of andere manier neemt ze elementen uit Leonhardts historisch geïnformeerde uitvoeringspraktijk in haar opvatting mee, maar toch ook weer anders, zoals een goede leerling betaamt. Wat vrijer en minder streng misschien. In ieder geval vlugger; Leonhardt deed in de opname die op YouTube valt terug te vinden 13’41” over het concert, zij 13’08”.

Dat vrije zit in haar wat meer retorische opvatting. En dat voert mij naar het thema van het Festival Oude Muziek 2020 – waar ik hoopvol naar uit kijk (28 augustus t/m 6 september). Johann Joachim Quantz zei volgens de website van het festival in 1752 het volgende over de Ars rhetorica: ‘De spreker en de musicus hebben, in principe, hetzelfde doel […] namelijk om zichzelf meester te maken van het hart van hun toehoorders, om hun passies aan te wakkeren of juist te kalmeren, en om hen nu eens naar dit gevoel, en dan weer naar het andere te leiden’.

Christine Schornsheim maakte, net als Gustav Leonhardt eertijds, zichzelf meester van mijn hart. Een hart dat soms gekalmeerd moet worden. Iets wat de meeste mensen in deze tijd zullen herkennen. Daarom is deze uitvoering van dat prachtige werk van Bach heel welkom. Al luisterend denk ik aan Italië en wandel in gedachten door Venetië, waar ik verleden jaar met een vriendin de Biënnale bezocht. En denk aan Venetië zoals het nu ten tijde van de coronacrisis is, in een zwaar daardoor getroffen deel van Europa.
Dank aan de Nederlandse Bachvereniging. Wellicht nemen ze meer op met Christine Schornsheim. Dat zou fijn zijn.

 

Opname Christine Schornsheim: https://www.bachvereniging.nl/en/bwv/bwv-971/

Opname Gustav Leonhardt: https://www.youtube.com/watch?v=8QOcsTDmnzI

Website Christine Schornsheim: https://www.christine-schornsheim.de/

Website Festival Oude Muziek 2020: https://oudemuziek.nl/festival/