Bachs grote passie

Bach_De KeyzerBachs grote passie : een spiritueel-liturgische benadering van de Matthäus-Passion van Johann Sebastian Bach / Ad de Keyzer. – Baarn: Adveniat, 2015. – 475 pagina’s ; 23 cm. – Met literatuuropgave. ISBN 978-94-9209-305-9

De centrale vraag in dit boek is: wat kan een luisteraar en uitvoerder ervaren bij Bachs Matthäus Passion, vanuit een liturgisch-spiritueel perspectief? Deze studie bestaat uit twee delen: 1. De achtergronden van de Passie en 2. Een expositio (uiteenlegging) ervan. Hierin presenteert de auteur, theoloog en wetenschappelijk medewerker aan het Titus Brandsma Instituut te Nijmegen, nieuwe inzichten. Zijn doel is te komen tot een mystagogisch besef: het zich bewust worden van wat is gelezen en gehoord. Elk hoofdstuk van het tweede deel wordt vooraf gegaan door een motto van Thomas à Kempis. Stof die van de lezer wel doorzettingsvermogen vraagt vanwege het gebruik van veel theologische en muziekvaktermen. De doelgroep is dan ook lezers met een diepgaande interesse voor beide terreinen en die niet wars zijn van de meditatieve beschouwingen die elk hoofdstuk in het tweede deel afsluiten. Met verklarende woordenlijst en leeslint.

Copyright NBD Biblion. Mag zonder schriftelijke toestemming niet worden overgenomen.

De Descartes van René Gude

rene_gude_-_photo_sarah_wong_-_rightsfreeFilosofie Magazine kwam met wat zij noemen een ‘extra dik bewaarexemplaar’ (mei 2015): René Gude in Memoriam. Het artikel van Daan Roovers opent met de zin: ‘Ik kan leven met onzekerheid. Dat heb ik van Descartes geleerd.’ Dit brengt mij in gedachten terug bij een college over Descartes, dat René Gude (zie foto) in 2010 gaf voor de Open Universiteit.
Mijn aantekeningen werk ik hieronder uit. Ter nagedachtenis aan een fijne leermeester, ‘de man die de filosofie een gezicht gaf.’

Gude begint te zeggen dat hij bij zijn denken de ‘autobiografische methode’ gebruikt, net als Descartes zelf. Gebaseerd op het thema van de OU-cursus: vrijheid. Het gaat er dus om hoe zij tot het concept ‘vrijheid’ zijn gekomen.

Tijdens zijn studie sociale geografie stelde Gude zich twee vragen:

1. hoe verhoudt deze wetenschap zich ten opzichte van andere vormen van wetenschap
2. wat is mijn statuur als deskundige.

Hij kwam erachter, dat hij gewoon filosofie aan het bedrijven was, want:

1. wat is wetenschappelijke kennis?
2. hoe deel je de wetenschappen in?

Descartes heeft rechten gestudeerd, maar geneeskunde was zijn fascinatie. Die wetenschap was toen nog niet zo ver ontwikkeld als moderne wetenschap. Dat wilde hij verbeteren. Door een opleiding voor artsen te starten die door een betere wetenschap de mensheid beter kan dienen. Pragmatisch dus. En dan pas artsenij in praktijk te brengen.

Descartes kwam naar Nederland, waar de verdeeldheid was georganiseerd, eerder dan dat je kan spreken van tolerantie. De ene na de andere universiteit schoot uit de grond.
Hier dacht Descartes zijn nieuwe methode van wetenschap veiliger en eerder te kunnen slijten dan aan de Sorbonne. Om die reden ging hij later door naar ‘het land van de beren’: Zweden.

Wat houdt vrijheid nu bij hem in? In de eerste plaats zelf denken, een eigen fundament vinden, niet alleen de traditie volgen. Hij wilde een inventieve methode ontwikkelen, die niet alleen van lezen uitging, maar ook het oog op de wereld richtte.
De kern is dan: aansluiten bij de twijfel die je hebt, bij alledaagse vragen die je tot de bodem uit wil zoeken. Dat heet filosofie. Er staan je twee dingen te doen:

1. vallen en opstaan
2. metafysische meditatie loslaten op kennis.

Descartes koos voor de tweede methode. En begon te twijfelen, door in het te onderzoeken probleem te stappen en zich af te vragen: Wat zou betrouwbare kennis kunnen zijn?
Dit is methodisch een enorme breuk in de constatering dat je kennis hebt opgedaan, zonder deze methode of structuur. De vraag is vervolgens: Wat is daarbinnen dan waar en wat niet? Je kunt weer twee dingen doen:

1. doorgaan met positief benoemen wat goed is, omdat …
2. of je afvragen of er inzichten bestaan die 100% betrouwbaar zijn.

Descartes zelf gaat nog harder twijfelen. En wel expres. Hij doet een twijfelexperiment. Het risico bestaat, dat er geen echte wetenschappelijke kennis mogelijk blijkt, neemt hij daarbij voor lief. Een andere mogelijkheid is, dat je ‘iets’ vindt dat je niet onderuit kunt halen.

Descartes presenteert niet zijn bevindingen, maar hoe hij daartoe is gekomen. Dus door van het begin bij de conclusie te geraken, en door van de conclusie weer terug te keren naar het begin. Je kunt de weg (voie) volgen van de

1. orde synthetique (bewijzen)
2. analytique (aantonen).

Je moet alle stappen zelf mee kunnen maken. Of niet …
Descartes wil je mee zien te krijgen: ‘Dat heb ik nu ook.’ Hij biedt tenslotte een methode in zijn Meditationes. Hij twijfelt alles weg: alles dat via de zintuigen is waargenomen, is het meest waarschijnlijk (voorstelling in ons denken), maar tegelijk verdacht:

1. droomexperiment voldoet niet aan criterium van 100% zekere kennis
2. kwaadwillende geest – zelfs wiskunde voldoet niet meer.

Dan ligt de conclusie voor de hand dat alles betwijfelbaar en hoogst onzeker is. Maar één ding staat vast: niet de inhoud is weg, want je weet dat je er moet zijn om überhaupt te kunnen twijfelen (Ik denk dus ik ben). Telkens wanneer je dit zegt, is het waar.

Waarheid is wanneer wat je zegt samenvalt met wat je ermee bedoelt; de voorstelling past op datgene wat je bedoelt (adequate kennis). Er zijn dan twee categorieën:

1. dat wat niet samenvalt met een zaak
2. deel dat wél samenvalt.

Je wilt die delen groter maken. Dat betekent óók dat het niet meer onzinnig is om naar wetenschap te zoeken, naar betrouwbare kennis.
Er is een principe, een vast punt van waaruit je vertrekt: kennis van

1. het denken. Is beperkt, maar maakt deel uit van een deel dat méér belooft. Kom je door eigen inspanning.
2. kennis van lichamelijkheid. Deze geef je aan in termen van uitgebreidheid en gestalte. Het blijft waar als je materiële eigenschappen wegdenkt (lengte, breedte, diepte als berekening van de voorstelling van een lichaam).

Hier begint het dualisme van Descartes zich te ontwikkelen. Met mentale processen (denken) en somatische processen (lichamelijkheid) komt Descartes zo bij de geneeskunde uit. Respectievelijk psychologie en somatiek. De arts onderscheidt deze: heeft iemand mentale problemen of lichamelijke? Eigenlijk was Descartes volgens Gude dus psychiater vanuit de huidige stand van zaken geredeneerd.

Wat is dan uiteindelijk vrijheid? Er is sprake van keuzevrijheid, denkvrijheid en beslissingsvrijheid. Maar: de vrijheid is beperkt. Vanuit jouw perspectief, jouw startpunt, kun je vaststellen of iets betrouwbaar is of niet. Dát is de vrijheid die je hebt. En dat mag je leven noemen.

Dat heeft René Gude ons voorgeleefd. Zijn nagedachtenis zij tot zegen.

De stem van de stilte

Zwaenepoel_Stem van de stilteDe stem van de stilte / samengesteld door Tom Zwaenepoel. -Tielt : Lannoo, [2014]. – 203 p ; 19 cm. – Met register. ISBN 978-94-01-41552-1

Aan de hand van 52 alfabetisch geordende thema’s zijn korte tot zeer korte gedachten opgenomen over stilte. De thema’s variëren van dood en leven tot God en wereld. De gedachten zijn van uiteenlopende mensen, zoals paus Benedictus (zeven keer) en Kahlil Gibran (zes keer) tot de Maleisische zakenman en schrijver Vijay Eswaran (zeven keer).
De bloemlezing werd samengesteld door de doctor in de Germaanse talen, docent aan de abdijschool van Zevenkerken, de Universiteit van Gent en Bayreuth en specialist op het terrein van Vaticaan en pausdom. Mooi boekje om in te bladeren en van te proeven. Voor meditatie en om de waarde van stilte tussen woorden en mensen te ontdekken. Onder anderen voor liefhebbers van het werk van Anselm Grün. Gebonden uitgave in pocketformaat; normale druk. Met register.

Copyright NBD Biblion. Mag zonder schriftelijke toestemming niet worden overgenomen. Geplaatst in week 19 (2014).