De emanciperende kracht van waarheid

In Filosofie Magazine (nr. 10/2023) staat een interessant interview van Alexandra van Ditmars met Rob Wijnberg, filosoof en hoofdredacteur van De Correspondent (p. 8-12). Al lezend intervenieerde het bij mij met ‘De gelijkenis van de arbeiders in de wijngaard’ (Mattheüs 20: 1-16). Deze blog verschijnt n.a.v. de plaatsing van het boek van Wijnberg op de longlist van de Socratesbeker 2024 in het kader van de Maand van de Filosofie.

‘Waarheid is een weefsel’
Eerst het interview onder de titel ‘Waarheid is een weefsel’. Het werd afgenomen naar aanleiding van Wijnbergs boek Voor ieder wat waars (uitg. De Correspondent, 2023). De auteur van het interview stelt dat ‘waarheid de bril is, waardoor de samenleving naar de wereld kijkt’. Waarheid hangt nauw samen met tijdgeest. Waarheid is volgens Wijnberg een verhaal.

Hij schetst de geschiedenis van hoe tegen waarheid wordt aangekeken. Vanaf de premoderne en moderne naar de postmoderne tijd. Hij voegt daar nog de consumptietijd aan toe.
In de eerste periode zou de mens hopen op een hiernamaals waarin alles beter wordt, in de laatste zouden we worden verlost van onder andere kerkelijke onderdrukking. In de huidige consumptietijd, de tijd van het neoliberalisme en de markteconomie, gaat ‘de emanciperende kracht van waarheid verloren’. Waarheid is iets individueels geworden en verloor haar verbindende, sociale kracht. Maar dat levert mythes op, die niet kloppen, aldus Wijnberg.

Het autonome individu heeft zijn/haar succes niet louter aan zichzelf te danken. Daarmee blijft het feit dat mensen afhankelijk van elkaar zijn buiten beeld. Waarheid is volgens Wijnberg dan ook een weefsel. De mens is ‘in zijn meest basale zijn een extreem sociaal, empathisch wezen’. We hebben gemeenschapszin nodig, willen we bijvoorbeeld de klimaatcrisis te boven komen. Dat betekent kiezen voor de waarheid.

De gelijkenis van de arbeiders in de wijngaard
Dan de gelijkenis. Een heer des huizes stuurt zijn arbeiders de wijngaard, de wereld in. Ook degenen die hij later nog werkloos op de markt ziet staan. Zoals in de schitterende film Revoir Paris illegale werknemers zich bij een telefooncel aanbieden voor werk, onder andere voor het restaurant L’étoille d’or, waar in 2015 een aanslag wordt gepleegd. In het Bijbelverhaal zoekt de heer tot drie keer toe naar mensen, tot de werkers van het elfde uur ook aan de slag zijn. Tegen de avond betaalt de opzichter alle arbeiders uit. Iedereen hetzelfde bedrag. Dat valt niet in goede aarde, maar de boodschap van de gelijkenis is: ‘Alzo zullen de laatsten de eersten en de eersten de laatsten zijn’ (vs. 16).

Ik volg de loop van het interview. Waarheid is volgens Wijnberg een verhaal; een gelijkenis zou ik in dit verband geneigd zijn te zeggen. Verhalen in de Bijbel zijn waar, stelt Karel Deurloo (Waar gebeurd, uitg. Ten Have, 1981).
Ze schetsen een wereld waarin alles is omgekeerd, waarin de eerste de laatste wordt en de laatste de eerste. Waarin iemand die niet mee kan komen, om wat voor reden dan ook (lichamelijk, verstandelijk, financieel, tekort gedaan) rechtop wordt gezet: ‘Je kunt het!’ Niet in het hiernamaals, maar hier, in het Koninkrijk Gods waarvan zo wat zichtbaar wordt. Dát is de emanciperende kracht van waarheid.

Kerkelijke onderdrukking, seksueel en ander machtsmisbruik wordt aan de kaak gesteld. Geheel volgens de geest van de tijd. Je kunt ervoor kiezen om onrecht te verdoezelen, onjuiste informatie te geven of je ogen te sluiten voor alle onrecht om ons heen, of om voor de waarheid te kiezen. Niet alleen, maar samen. Zoals deelnemers aan bijvoorbeeld broodfondsen en solidariteitskassen doen. Samen sterk.

https://www.maandvandefilosofie.nl/socratesbeker

Jaarthema 2023 – Emoties (I)

Zo tegen het eind van het jaar is het weer tijd voor oudejaarslijstjes. Bij mij zijn dat jaarthema’s; een thema waar ik me een jaar lang extra in heb verdiept. In 2018 waren dat de oude Grieken, in 2019 was dat de negentiende-eeuwse Nederlandse literatuur, in 2020 waren dat de middeleeuwen, in 2021 was het Indonesië en in 2022 kunst en klimaat. Dit jaar is het thema emoties. Samengevoegd tot een drieluik. Vandaag deel 1; losse mozaïekstukjes die op het eind in elkaar vallen.

1. Anna Clyne
Het begon ermee dat ik een artikel uit Het Parool van 4 januari opstuurde naar een oud-collega. Het betrof een artikel over de Britse componiste Anna Clyne (1980, zie foto hierboven). Als reactie kreeg ik een artikel van haar in de NRC. Joep Stapel schreef daarin aan het eind dat Clyne ‘altijd een directe emotionaliteit zoekt in haar werk en ook het hart heeft het in onze wereld zwaar te verduren, van corona-eenzaamheid tot klimaatstress. Het slotdeel van het werk [Weathered, Verweerd, EvS], gewijd aan de aarde, eindigt [lees: begint, EvS] met “fanfares” aldus Clyne. Kunnen we het interpreteren als een optimistische noot? Clyne kijkt alsof ze iets heel vreemds heeft gehoord: “Ehm, well, no”.’

Een conclusie die mij terugvoerde naar een artikel in Filosofie Magazine (nr. 1/2023) dat ik ’s ochtends las. Een interview van Th. Velvis met de filosoof en theoloog Ralf Baudelier (1961). Eerst kende Baudelier ‘niet anders dan een onbegrensd optimisme’, maar in zijn recente boek Lang leve de mens (Gompel & Svacina) maakte hij ‘een scheiding tussen een romantisch hart en een verlicht hoofd’. De auteur is niet optimistisch meer, maar gaat ook niet uit van een alarmerend verhaal over klimaat, mijn vorige jaarthema. In blog 3 zal ik dit mild optimistisch of mild pessimistisch noemen. Eigenlijk denkt hij net als Jane Goodall die op de maandagavond ervoor in een tv-interview met Janine Abbring (VPRO Wintergasten, 2 januari) zei dat het haar ‘missie is om de mensen hoop te geven zodat ze actie ondernemen’.
Misschien wil die fanfare van Clyne ook net als Goodall oproepen om in actie te komen.

2. Herinneringen
Herinneringen zijn affectief en emotioneel, aldus Luc Rasson (zie foto) tijdens een interview met Herman Simissen, de examinator van mijn MA-scriptie. Rasson is de auteur van het boek Donker toerisme. Reizen naar plaatsen met een donker verleden: dood, vernietiging. ‘Donkere toeristen’ zijn intellectuelen die zich niet beperken tot boekenwijsheid. Ze zoeken de historische sensatie, een gevoel van onmiddellijk contact met het verleden, een sfeer waarin je wordt geprojecteerd.
Ik heb dat zelf ervaren tijdens reizen naar de Normandische stranden en het voormalige concentratiekamp Majdanek. Ervaringen die je altijd bijblijven. En ook een oproep zijn om in actie te komen op elk moment dat bijvoorbeeld antisemitisme zijn donkere kop opsteekt, in welke vorm dan ook.

3. Eric Whitacre
Na het NTR ZaterdagMatinee op 25 februari, waarin de Nederlandse première werd gebracht van The Sacred Veil van Eric Whitacre (zie foto), overkwam me iets raars. Ik ging blij het Amsterdamse Concertgebouw uit, terwijl het stuk toch ging over de dood van de vrouw van een van Whitacre’s vrienden, Julie Silvestri, en ik aan de compositie zelf dubbele gevoelens had overgehouden, die ik verwoordde in een recensie op de website van 8WEEKLY.[1]

Een mevrouw naast mij pinkte een traantje weg. Om de tekst, om de muziek, om allebei? Misschien ligt het antwoord in de gelukzaligheid van ‘een simpele ziel’ (Marguerite Porete) tot wie het doordringt hoe mooi het is dat je mag leven, samen met anderen kunt genieten van een concert in een van de mooiste zalen ter wereld. In dankbaarheid dat het leven na de dood doorgaat. In die zin dat de geest van Julie voortleeft in de gedichten van haar man, Charles Anthony, in de muziek van Whitacre en in de oren van de mij onbekende buurvrouw die tot tranen was geroerd en in die van mij die er anders mee omging.
Het is zoals Shakespeare dichtte:

Jij leeft nog voort, door wat mijn pen vermacht;
waar adem is, troon jij op iedere ademtocht.
(Sonnet 81).

4. Handen bij Rembrandt
Op 22 maart nam ik deel aan een excursie van Helikon naar de Légertentoonstelling in het Kröller-Müller museum in Otterlo. Als gids was Hans van der Gaarden mee. Hij verzorgde op de heenweg in de minibus, tijdens de lunch, even voor en nadat we de expositie hadden bezocht ‘blokjes’ inleiding.
Op de terugweg vertelde hij iets over wat – gezien de passie waarmee hij het deed en zijn eigen blog – wel een stokpaardje van hem moet zijn: de emoties die de handen op het werk van Rembrandt uitdrukken.

Op zijn blog (www.manvantaal.com) staat de volledige registratie van een lezing die hij hier eens over hield. Daarom ontleen ik het volgende in relatie tot een tekening die verleden jaar Pasen in de Nieuwendammerkerk in Amsterdam was te zien en waarop je een derde hand ontwaarde.

Op de ets Het ledikant zie je de liefdesdaad (links). De vrouw heeft drie handen en is daardoor volgens Van der Gaarden buitengewoon actief. Op De Nachtwacht zien we Banning Cocq wiens hand zegt: Vooruit, mannen! Er is een slagschaduw te zien, een soort extra hand die een verhaal vertelt en het wapen van Amsterdam als het ware omkranst; ze beschermen de stad, die handen. Handen die beschermen én actie ondernemen; een mooie tweeslag als vervolg op wat Goodall zei.

En zoals dat gaat: nu zie ik opeens meer schilderijen met drie handen. Zoals On them van Sanya Kantarovsky (1982, foto rechts) op de tentoonstelling ‘Brave New World’ in de Fundatie te Zwolle.

5. Luister van Sacha Bronwasser
De schitterende roman Luister van Sacha Bronwasser (uitg. Ambo|Athos, 2023) gaat onder meer over een bepaalde emotie: angst. De hoofdpersoon, Philippe Lambert, lijdt eraan. Vóór zijn huwelijk met Laurence en, wederom, ná de geboorte van hun zoontje Nicolas en bij de aanblik van een van de au pairs, Eloïse Schiller.
Dit alles tegen de achtergrond van de aanslagen die Parijs in de jaren tachtig teisterden. Niet dat Philippe daar, in tegenstelling tot Laurence, bang voor is. Nee, dat is hij als gezegd voor Eloïse. ‘Hij moet luisteren, er is geen andere optie, hij moet luisteren (…) om erger te voorkomen’. Dit spiegelt zich in Marie die ook moet luisteren, zoals er veel spiegelingen in de roman zitten. De auteur wilde Marie naar eigen zeggen een schop onder de kont gevel. ‘Maar ze luisterde niet’. In het laatste hoofdstuk staat een zin die veel verklaart en ook weer niet: ‘Hij wist het gewoon allemaal’. Elders zegt hij: ‘Er zijn dingen die ik zie’. En voorvoel, zoals een aanslag die nog plaats moet vinden. ‘Een vloek’, meent hij. ‘Het is gezien, het is verteld, en nu bestaat het’.

 

[1] Zie: https://8weekly.nl/recensie/ntr-zaterdagmatinee-eric-whitacre-toek-numan/

Stine Jensen – Voor elke dag een filosofische vraag

Voor elke dag een filosofische vraag / samengesteld en ingeleid door Stine Jensen. – Alkmaar : Pepper Books, [2022]. – 368 ongenummerde pagina’s ; 19 cm ISBN 978-90-206-0818-2

De filosoof, schrijver, programmamaker en bijzonder hoogleraar Publieksfilosofie Stine Jensen schreef eerder onder meer De beste 50 van Stine Jensen. Nu is er Voor elke dag een filosofische vraag. Vragen zijn volgens haar de kern van de filosofie. De bedoeling is elke dag van het jaar met een korte vraag, een meditatie of zelfs een quiz-achtige vraag te onderbreken. Alleen of samen met een ander/anderen. Bijvoorbeeld een ouder/ opvoeder met wat oudere, nog thuiswonende adolescenten. Het zijn persoonlijke vragen, die vaak gaan over onderwerpen als troost, vergeving, vrijheid en geluk, maar ook kennisvragen (‘Kun jij vijf vrouwelijke filosofen noemen?’). Op deze manier zijn de vragen niet alleen een seculiere versie van een Bijbels dagboek, maar geven ze ook een alternatieve invulling van nadenken en doorvragen, of van mediteren over levenskunst.

 

Cop. NBD Biblion. Mag zonder schriftelijke toestemming niet worden overgenomen.

Jan de Bas – Desiderius Erasmus

Desiderius Erasmus / samengesteld door Jan de Bas. – Utrecht : KokBoekencentrum Uitgevers, [2022]. – 158 pagina’s ; 23 cm ISBN 978-90-435-3827-5

In deze citatenbundel van Desiderius Erasmus (1469?-1536) staat eerst een korte
biografische schets. Hierna volgen thematisch gerangschikte citaten in een grote letter, en ter afsluiting een essay over diens levensfilosofie. De thema’s zijn onder meer: Natuur en gezondheid, Taal en educatie, Christendom en kerk. De samensteller
van dit deel is cultuurhistoricus, docent en dichter Jan de Bas van de Filosofiegroep Rotterdam, waar ook wordt geoefend in het schrijven van aforismen, mini-betogen en gedichten. Goede (eerste) kennismaking met het denken van de Rotterdamse filosoof, waarin de actualiteit ervan wordt benadrukt. Verschijnt in de serie ‘Levenswijsheden’, waarin ook een deel over Ignatius van Loyola is verschenen.

Cop. NBD Biblion. Mag zonder schriftelijke toestemming niet worden overgenomen.

 

Een prachtuitgave

Wat een omslag ontwierp Martien Frijns voor Zeven omhelzingen van Friederike Mayröcker (1924-2021) in een vertaling van Ton Naaijkens! Om zomaar te nomineren voor het beste boekontwerp van (de eerste helft van) dit jaar.

De titel van de zeven gedichten, die afkomstig zijn uit de bundel von den Umarmungen (2012) van de Oostenrijkse dichteres, is opgeknipt in vier woorden, die elk op zich de inhoud van de gedichten raken. Met name ‘hel’ en ‘zingen’. Een hel is het, na de dood van haar levensgezel, de dichter Ernst Jandl (in 2000). Om over te zingen, want praten kan haast niet. Ze deed het eerder indirect, via de levens van de componisten Brahms, Clara en Robert Schumann (in: vom Umhalsen der Sperlingswand, 2011). Of was het ook hier Jandl, al werd diens naam niet genoemd?

In deze bundel heet hij voornamelijk eenvoudigweg HEM en ZIJN ‘smartvolle glimlach’ en ‘hand’. Het lyrisch ik wuift HEM na, in de lege (!) karos met brandende lantaarns aan weerszijden ervan. Het rijtuig voor de Sophiensäle, een concertzaal in Wenen, de stad waar ze woonden. De poort ervan komt vaker in de gedichten voor. Net als muziek, zoals in het laatste gedicht dat ze ‘uit eenzaamheid’ componeerde, ‘om ½ 5 des ochtends’.
Hier zijn het geen twee lantaarns, maar twee perenbomen die aandacht vragen. Bomen die vrucht dragen, zoals de gedichten van Jandl ons bijblijven.

Het gaat hier niet over zingen, maar over innig pianospel. Het lied komt (uiteraard, zou ik zeggen; zie het omslagontwerp) al in het eerste gedicht voor: ‘O Silvia’, waarmee wordt verwezen naar het gelijknamige lied van Franz Schubert. Het spookte in haar rond terwijl ze huilt en de winter tegen het raam tikt als een klok. De winter mede als symbool voor de ziel die in contact staat met de dode.
Het getik doet ook denken aan de witte handschoenen van de ruiter die in een ander gedicht tegen de ruit van de koets tikt, terwijl de vrienden wederom in de sneeuw staan en wuiven. Het lyrisch ik zoekt zichzelf, maar vindt het niet. Het is een stukje mee doodgegaan.

Een keer noemt de dichteres de initialen van Ernst Jandl, EJ, wanneer het over diens graf gaat: ucelli ucellini, een heel klein vogeltje dat uit z’n nest is gevallen. Het nest in een wit bloeiende appelboom.
Een andere kleur die veel opduikt, is groen. 1) Het groene aardewerk bord (‘den / grünen Steingutteller’), een groen laurierboompje, groene sneeuw, waterputgroen, groen water. Daarom zijn de groene foto’s van plant- en boomfragmenten van de natuurfotografe Ruth van Crevel (1926-2022) die in deze bundel zijn opgenomen zo treffend gekozen.

Een prachtuitgave ter gelegenheid van de Martinus Nijhoff Vertaalprijs 2023 aan Ton Naaijkens. Later dit jaar wordt de volledige bundel van Mayröcker bij de Stichting M10boeken uitgegeven.

———

1) Zou hier ook nog ten diepste worden gerefereerd aan liederen van de Oostenrijkse componist Franz Schubert? De filosofe Susanne Langer wijst in haar Over de betekenis van muziek (uitg. LETTERWERK, Borgerhout, 2023) op diens lied ‘In Grün will ich mich kleiden’ en schrijft dan: ‘waar de woorden Mein Schatz hat’s Grün so gern’ (…) op een heldere en hoge frase gezet zijn, om onmiddellijk te worden herhaald in een lage en vlakke frase, die als een sombere ondertoon volgt’ (p. 144). Over zingen gesproken …

Friederike Mayröcker: Zeven omhelzingen
Vert.: Ton Naaijkens
Met nawoord
Foto’s: Ruth van Crevel
Uitg.:Stichting M10boeken
Pagina’s: 40
ISBN 978 94 93332 03 4
Prijs: € 15,–

Ignaas Devisch – Zijn er nog vragen?

Zijn er nog vragen? / Ignaas Devisch ; met illustraties van: Davien Dierickx ; eindredactie: Sofie Renier. – Derde
druk. – Gent : Borgerhoff & Lamberigts, november 2020. – 94 pagina’s : illustraties ; 19 x 24 cm. – 1e druk: september 2020. ISBN 978-94-639-3308-7

Zijn er nog vragen, – de Vlaamse schrijver en hoogleraar filosofie en ethiek Ignaas Devisch hoopt van wel. Hij schreef een verhaal over zes vrienden, die politiek correct via mooie kunstzinnige illustraties (in enkele kleuren) ten tonele worden gevoerd: meisjes, jongens, zwart, wit, met een handicap. Een verhaal over filosofische levensvragen als het ontstaan van de wereld, wat de zin van het leven is, mensen die elkaar pijn doen enz. Omdat hun ouders het ook niet weten, of juist heel zeker weten, denken ze dat zij iets voor hen achterhouden en gaan op zoek. Ze surfen en doorzoeken tevergeefs dozen in de bibliotheek. Tot een gastspreker op school zijn levensverhaal vertelt en ze een filosoof aan de rand van het dorp raadplegen. Hij leert ze meningen te onderscheiden van feiten en een redenatie op te bouwen. De kinderen halen veel over hoop, de auteur ook. Alles wordt in algemene zin besproken. Het op de kinderen zelf betrekken, laat hij in dit unieke boek aan de lezers over: leerlingen en leerkrachten van de bovenbouw, van groep 5-8. Een rijke aanvulling in verhaalvorm over filosofische levensvragen voor kinderen van ca. 9 t/m 12 jaar.

Cop. NBD Biblion. Mag zonder schriftelijke toestemming niet worden overgenomen.

Ludo Abicht – Desalniettemin

Desalniettemin : over Joodse wijsheid en humor / Ludo Abicht. – Antwerpen ; Amsterdam : Houtekiet, [2020]. – 243 pagina’s ; 21 cm. – Met literatuuropgave. ISBN 978-90-892485-7-2

De auteur behandelt om te beginnen in chronologische volgorde uitgebreid de joodse
wijsheid, van Tora (de vijf boeken van Mozes), Talmoed en Kabbala tot Chassidisme. Daarna beschrijft hij korter ‘de vrolijke wijsheid’ ervan, om ten slotte de politieke dimensie van beide, joodse wijsheid en humor, te bespreken. Dat wil zeggen in zijn anarchistische vorm, want dat is volgens hem de hoogste vorm. Elk onderdeel wordt gelardeerd met sprekende voorbeelden. Ludo Abicht is een Vlaamse filosoof, ex-Jezuïet, humanist en germanist die een aantal boeken over onder meer het jodendom schreef. ‘Desalniettemin’ slaat op een kritische houding, interpretatie en herinterpretatie binnen de joodse wijsheid en filosofie. Hij springt helaas wat van de hak op de tak, zodat niet alles even goed uit de verf komt. Met bibliografie van voornamelijk niet-Nederlandstalige literatuur.
De insteek van dit boek is origineel, maar wie primair meer over joodse wijsheid wil weten, kan beter terecht bij de boeken van bijvoorbeeld Sjef Laenen.

Cop. NBD Biblion. Mag zonder schriftelijke toestemming niet worden overgenomen.

‘Niet normaal’

Jannah Loontjens schrijft in het maartnummer 2021 van Filosofie Magazine een mooie bijdrage onder bovengenoemde titel. Het gaat over de film One Flew over the Cuckoo’s Nest die haar aan het denken heeft gezet. Het gaat over ‘gekken’ die veroordeeld worden, krankzinnigheid die ‘vrijwel altijd als een bedreiging [wordt] ervaren. Afwijkend gedrag valt buiten de structuur van het normale; het is onvoorspelbaar en dus eng’. In mijn gedachten zag ik weer de beelden voor me bij het Amsterdamse Centraal Station en in de stadsbus. Ik schreef er een column over voor Literair Nederland (11 oktober 2017), die ik hier n.a.v. het artikel van Jannah Loontjes zowel deels als aangevuld herneem.

Op het immens drukke plein voor het Amsterdamse Centraal Station loopt een lange heer met de klep van zijn pet over zijn ogen getrokken. Als extra bescherming tegen de zon en wat al niet meer doet hij ook nog eens zijn hand voor de zijkant van zijn gezicht. Een fractie later haalt hij met de vuist van zijn andere hand uit naar mensen om hem heen. Daarbij maakt hij passen als stond hij in een boksring. Iedereen wijkt verschrikt uit en de man vervolgt zijn weg. Ik heb niet meer gekeken op wat voor manier.

Terug zat ik in de bus achter een mijnheer die de stang voor zich angstvallig omklemde, een aktetas op schoot stevig vasthield en heen en weer wiegde. Opeens viel het kwartje of kwam ik althans op het idee van wat het zou kúnnen betekenen, de boksende en wiegende man, mij ingegeven door een interview met de filosoof en psychiater Paul Moyaert.
Moyaert zou de boksbewegingen van de lange heer ongetwijfeld beschrijven als een omgang met zijn waanzin, als het op zijn manier meedansen met het leven.

Op de grond van een gebeurtenis die Arthur Japin beschrijft in zijn roman Vaslav denk ik verder. Kyra, de hoofdpersoon van dit boek, komt op een gegeven moment in contact met een jongen van een jaar of achttien die aan luchtdirigeren doet; ze bestaan tussen twee haakjes echt, luchtdirigenten – ik heb er eens een ontmoet, een serieuze man die dit beoefende in bejaardenhuizen e.d.. En dat niet alleen – terug naar Japin – de jongen bracht zelf ook muziek voort, ‘inventief en eigenaardig, uit alle hoeken en gaten van zijn eigen lichaam.’ Hij zoemde en piepte, fluite, trommelde en knarste ‘voor een publiek van zotten dat er niet van op- of omkeek.’

Muziek speelt ook in de film die Loonjens beschrijft een rol. Elke dag wordt op de mannenafdeling van een inrichting dezelfde grammofoonplaat van een wals gedraaid. ‘Het vriendelijke, maar toch dwingende ritme van de wals symboliseert de kalme structuur die hoofdzuster Ratched voor ogen staat.’ Het tegenovergestelde was echter het gevolg: ‘angst, lethargie en zelfdestructie’.

‘Die neuriënde, waggelende, wiebelende mensen proberen in hun ritme te komen. Dat is wat het is’ aldus Moyaert. Ze doen het zelf, en hoeven daarbij niet – door zuster Ratched of door ons – worden geholpen. We moeten het ritme ook niet verstoren. Uitwijken mag, maar dan om ze de ruimte te geven.

Nathanaël Masselot – Doe en denk als Nietzsche

Doe en denk als Nietzsche : vier het leven, wees ambitieus en word een groots mens / Nathanaël Masselot ; vertaling [uit het Frans]: inAkSie, Ingrid Buthod. – Utrecht : Kosmos Uitgevers, [2020]. – 256 pagina’s : zwart-wit illustraties ; 21 cm. – Vertaling van: Agir et penser comme Nietzsche. – Éditions l’Opportun, © 2020. – Met literatuuropgave. ISBN 978-90-215-7717-3

Dit boek valt binnen de trend om levenslessen te trekken uit het werk van een bekende filosoof. In dit geval Friedrich Nietzsche (1844-1900). In tegenstelling tot wat de titel suggereert, biedt de auteur eerder wat hij noemt een ‘genealogische benadering’. Dat wil zeggen: kansen om onszelf beter te begrijpen aan de hand van 34 thema’s uit het werk van Nietzsche: Nietzsche als filosoof, arts, vrije geest, radicaal en mens. Masselot is een filosofietherapeut, onderzoeker en docent die zich intensief met Nietzsche bezighoudt. Elk hoofdstukje wordt voorafgegaan door een zogenoemd gepersonaliseerd pad, waarin de keuze wordt geboden voor verschillende opties. Zo kan de lezer zijn eigen route bepalen, onderweg op een leuke manier kennismaken met Nietzsche, en zijn denken vertalen naar het eigen leven. Een origineel boek met leuke tekeningen en eindnoten. Voor iedereen die is geïnteresseerd in levenslessen en -filosofie aan de hand van het denken van Friedrich Nietzsche.

Cop. NBD Biblion. Mag zonder schriftelijke toestemming niet worden overgenomen.

Grappig en gruwelijk tegelijk

Tijdens een HOVO-cursus over ‘Samuel Beckett – de laatste modernist’ (najaar 2020) kwam docent Ron Hoffman er – zoals hij zelf zei – niet onderuit Becketts beroemdste toneelstuk Waiting for Godot te behandelen. Het is een stuk dat langs veel schurkt: absurditeit, existentie, de Tweede Wereldoorlog. En niet in de laatste plaats humoristisch is.

Relatief lang bleven we stilstaan bij de beroemde monoloog van Lucky. Daar verschilden de meningen over. Een van de cursisten, een psychiater, beschouwde het als een uiting van een taalverwerkingsstoornis. De docent zag het eerst en vooral als een parodie op academische prietpraat, met zijn ‘quaquaquaqua’ en ‘acacademy’.
De monoloog schurkt ook langs de uitzichtloosheid in en direct na de Tweede Wereldoorlog. Nee: het gáát niet óver de oorlog, maar het speelt wel een rol. De monoloog is grappig en gruwelijk tegelijk, aldus Hoffman.

Het zaadje was gezaaid. Op het moment dat ik Waiting for Godot las, las ik de lezing ‘Aan de grenzen van de geest’ van Jean Améry in het door Arnon Grunberg samengestelde en ingeleide boek Bij ons in Auschwitz (Em. Querido’s Uitgeverij, 2020). Améry’s stuk begon ook langs het stuk van Beckett schurken.
Beckett heeft de tekst niet gekend, want deze is na Waiting for Godot geschreven. Het is dan ook alsóf ze door de thematiek met elkaar in gesprek gingen, als ware het dat er een bepaalde geestesgesteldheid in naar voren komt die dezelfde is. Die door de Tweede Wereldoorlog is gevoed.

Améry begint zijn lezing ‘Aan de grenzen van de geest’ met een opmerking die een vriend uitsprak, toen hij vertelde dat hij het over de intellectueel in Auschwitz wilde hebben: heb het zo min mogelijk over Auschwitz en zoveel mogelijk over ‘de intellectuele kwestie’. Maar hij kan niet om ‘de gruwel’ heen.
Om te beginnen geeft Améry een definitie van een intellectueel: ‘Een mens die binnen een zo ruim mogelijk geestelijk referentiekader leeft’. Hij plaatst zo’n intellectueel ‘in een omgeving waar het er voor hem op aankomt de werkelijkheid en de werkingskracht van zijn geest te harden of nietig te verklaren’.

Aan het eind van de monoloog bij Beckett trekt Vladimir, de intellectueel in het stuk, de hoed van het hoofd van Lucky, de werker. Lucky zwijgt en valt. In Auschwitz waren veel intellectuelen volgens Améry niet in staat te werken. Zelfs ‘Mutsen af!’ kregen ze met moeite voor elkaar, omdat ze niet gewend waren onderdanig te zijn zoals Lucky.

Aan zijn intellectuele bagage had de gevangene in Auschwitz in sociale zin niet veel, en zelfs de transcendente ervaring ervan viel weg. Dat ervoer Améry toen hij bij het zien van een vlag, die bij hem een strofe van Hölderlin opriep; ‘het gedicht transcendeerde de werkelijkheid niet meer’. Dat had misschien alleen gekund, als hij een kameraad had gehad, zoals Vladimir Estragon. En dan nog: toen Améry een filosoof van de Sorbonne ontmoette, gaf deze alleen ‘eenlettergrepige, mechanische antwoorden en verstomde tenslotte helemaal (…). Hij geloofde gewoonweg niet meer in de werkelijkheid van de geestelijke wereld en weigerde het intellectuele spel te spelen’.

In Auschwitz ontdeed de intellectueel zich ‘van het traditionele filosofische idealisme’. En Améry citeert in dit verband Karl Kraus: ‘Het woord ontsliep toen die wereld ontwaakte’. Dat is het wat Lucky ons mijns inziens óók laat zien en horen.

 

Link naar de monoloog van Lucky, gespeeld door Billy Crudup: https://www.youtube.com/watch?v=eGQToJ9RR-4