Een instrument

Tijdens een cursus over Spinoza, gaf Spinozakenner Miriam van Reijen eens een mooi voorbeeld van diens denken. Het ging erover, dat je lang om iets heen kunt draaien, en maar niet tot iets kunt komen, maar dan – opeens, is het moment daar om tot actie over te gaan.
Het doet me denken aan de manier waarop ik onlangs iemand die ik interviewde en die ik een beetje via social media volg, een tekst uit Galaten 4:4 (‘Maar toen de tijd gekomen was’) hoorde uitleggen: het is de volheid van de tijd om iets te veranderen.

Eenzelfde soort ervaring kwam boven op het eind van een avond over de roman Vaders en zonen van Toergenjev. Een leesclub via Zoom onder leiding van Thijs Kleinpaste, auteur van onder meer Tegenover Dostojevski. De vraag toen was, of in het boek van Toergenjev de weg der geleidelijkheid wordt bewandeld, of de revolutie wordt gepredikt. De meningen verschilden: de brave hervormers in het boek spelen niets klaar, – je mag best het bloed onder iemands nagels vandaan halen. Uiteindelijk luidde de conclusie, dat hervormingen in het boek gradueel verlopen. ‘Nieuwe wilden’ (nihilisten), zoals Jevgeni Bazarov, hebben we volgens Kleinpaste niet nodig.

Ik heb de weg der geleidelijkheid op deze blog wel eens eerder beschreven. Bijvoorbeeld naar aanleiding van het denken van Jacob Burckhardt (‘Breuk of doorgaande lijn?’). Toch gaat het nu, na die leesclub, opeens knagen. Hoe móet het dan, nu het vijf voor twaalf is? Met het klimaat, de ecologie, en alle andere crises? Is de tijd niet vol, om écht iets te gaan veranderen in ons gedrag?

Ik hoor aan de ene kant mijn-oud geschiedenisdocent op het Hervormd Lyceum, J. de Rek zeggen, dat het goed komt. Hij had vertrouwen in de wetenschap, zoals Pjotr in Vaders en zonen. En ik zie aan de andere kant Greta Thunberg, die in schoolstaking gaat. In de documentaire over haar, I am Greta, zien we haar (nog alleen) voor het parlementsgebouw in Stockholm zitten, terwijl een mevrouw langsloopt en haar erop aanspreekt dat ze niet op school zit. Want, zegt ze, je moet leren en later studeren om wat voor elkaar te kunnen krijgen. Greta kiest voor een andere weg: politici wakker schudden. We zijn nog niet te laat, zegt  Greta.
We zien hoe velen – vooral mannen – haar bejegenen: lacherig en overtuigd van het feit dat ze toch al zoveel doen, zoals Jean-Claude Juncker, die het heeft over het binnen de Europese Unie harmoniseren van het doorspoelen van toiletten, wat dat dan ook mag zijn.
Het lijkt op het steeds botter wordende gedrag van Bazarov in Vaders en zonen, die ook politieke punten wil maken. Ook hem wordt overigens weer de les gelezen, door Arkadi, die als personage groeit en de eigenlijke hoofdfiguur van het boek is.

Thunberg kan dingen benoemen, maar er zijn anderen die moeten luisteren (politici), het werk doen: de wetenschappers van De Rek, het bedrijfsleven, agrariërs en niet in de laatste plaats wij. Het begint misschien met respectvol luisteren en als dat niet werkt, eisen aan subsidies stellen, zoals aan vervuilers als de KLM en regering die zich niet aan afspraken houdt terugfluiten, zoals Urgenda deed. In geleidelijkheid, maar niet met de traagheid die ons land – ook wat het vaccineren tegen Covid-19 betreft – zo kenmerkt. Dat kunnen we ons niet (meer) veroorloven.

Greta Thunberg spreekt in de documentaire de hoop uit, dat in iedereen iets van haar Asperger zit. Een vaker gehoorde (en ook wat bedenkelijke) opmerking die sinds Neurodiversity. The Birth of an Idea (1998) van Judy Singer wel wordt geuit. ‘Selectief mutisme’ noemt haar vader het. Ondanks dat, of dank zij dat, is zijn dochter, om enkele regels uit een gedicht (‘Katalysator (voor vrouwen’)) van Sonja Prins aan te halen

… een katalysator
die met het stichten van onrust
dienst doet

Een katalysator. ‘Maak mij een instrument’, zei Franciscus van Assisi al. Nu, meteen. Dat wel.

Minste en meester

Ten gevolge van de maatregelen van de regering met betrekking tot het coronavirus, zijn musea en kerken gesloten. Dat geldt ook voor de Amsterdamse Thomaskerk. Daar zou tot en met 8 april a.s. op dinsdag- en woensdagmiddagen, en rondom de diensten, de expositie Minste en meester te zien zijn geweest (zie foto). Dat wil zeggen de veertien kruiswegstaties zoals Henk van Loenen ze weergaf. Veertien close ups van het gezicht van Jezus, uitgaande van de vraag wie Hij was en wat Hij de mens van vandaag te zeggen heeft.

Gelukkig valt de tweede serie kruiswegstatie in zijn geheel op de website van Van Loenen te vinden: http://www.henkvanloenen.nl/page/beeldKruisweg.html Anders had deze blog niet geschreven kunnen worden, want ik had de eerste serie in de Thomaskerk nog niet gezien. Omdat ook de drie lezingen van Ruud Bartlema over hedendaagse kruiswegstaties (HOVO Amsterdam) ten gevolge van de coronacrisis waarschijnlijk deels of geheel vervallen (maar hopelijk op een andere manier worden aangeboden), heb ik die van Henk van Loenen maar goed op me in laten werken.

De beelden die deze kruiswegstatie II bij mij oproepen, vallen soms samen met die in een IDFA-film, Hidden wounds (link onderaan deze blog). Een korte documentaire van Tomas Kaan en Arnold van Bruggen over Belgische veteranen, met muziek van dEUS. Zoals in de film de figuren soms een schaduw krijgen die dan weer uit beeld verdwijnt. Zo was ook Jezus een man met een schaduw, gelijk van sommige personages in de Leedvermaak trilogie van Judith Herzberg wordt gezegd.

Wat Hij vandaag te zeggen heeft? Misschien dat Hij met ze is, met de mannen (en niet getoonde vrouwen) die gezien hebben (03’10”, 05’24”, 6’22”) zoals Jezus de dood om zich heen zag. Met dezelfde soort naar binnen gekeerde ogen als op de eerste statie (‘Ketter of broeder’).
Wat heeft Jezus vandaag te zeggen? Dat het verdriet van Zijn moeder, Maria (vierde statie), universeel en hetzelfde is van de vrouwen in de documentaire. Zelfs hun oogopslag is universeel (03’16”, 04’11”).

Er zijn natuurlijk ook verschillen tussen de kruiswegstatie van Van Loenen en de film van Kaan en Van Bruggen. Naast de naar binnen gekeerde blik, worden de wonden van Jezus in de film expliciet getoond. Die van de veteranen worden niet in beeld gebracht. In plaats daarvan worden tattoos ervan getoond. Symbolen van machisme. Van Loenen zou er een titel aan hebben gegeven. We mogen zelf bedenken welke, maar dat niet alleen. Ook of dat zou kloppen.

De foto bij deze blog is ontleend aan het Maandbericht Maart 2020 van de Thomaskerk.

https://www.idfa.nl/nl/film/35986703-5e3f-4280-abbe-6ce02d9675b0/hidden-wounds

tekst: https://www.google.com/search?client=firefox-b-d&q=tekst+hidden+wounds+deus

 

Camino van Martin de Vries

Over de documentaire Camino van Martin de Vries kun je twee recensies schrijven: een negatieve en een positieve, afhankelijk van je invalshoek en gemoedsstemming. Eerst maar de negatieve, dan hebben we dat gehad.

Het was eigenlijk, vertelde editor De Vries in een Q&A na afloop van de vertoning in Rialto Filmclub, helemaal niet zijn bedoeling om de beelden die hij met zijn i-phone en een mini-camera op de pelgrimsroute had geschoten, als publieksfilm uit te brengen; ze waren voor hemzelf en zijn familie bedoeld. Want het is, zo zei hij, nogal wat om een paar maanden je vrouw zomaar achter te laten. Zomaar, want eigenlijk wist hij niet wat de vraag was waarmee hij aan de tocht begon. En dan denk je als kijker stiekem: had het dan daarbij gelaten én je beter voorbereid als je besluit ze toch met een groter publiek te gaan delen. Wat moeten wij met enerzijds het gezever over een ingegroeide teennagel, een pijnlijke knie, poepen en anderzijds het jezelf op de borst slaan dat het allemaal maar is gelukt, zonder nauwelijks fysieke voorbereiding, op het inlopen van de schoenen na. Om nog maar te zwijgen van het dansende beeld waar je, zeker in het begin, af en toe zeeziek van wordt. En met een afwezige vraagstelling en gevloek, dat op een pelgrimstocht ongepast is. Ook de muziek lijkt me niet helemaal bij het beeld te passen en kan zelfs misschien worden gemist.

Dit gezegd hebbend, kun je ook met andere ogen naar kijken. Blijkbaar, want de documentaire stond op de vijfde plaats in de ranglijst van de acht films die in dit achtste filmclubseizoen werden getoond. Nog voor het door mij op deze blog lovend besproken Lazzaro felice (zesde plaats).
Je kunt er dan begrip voor opbrengen, dat een creatief iemand als De Vries, die fysiek en mentaal nauwelijks voorbereid aan de tocht begon, thuisgekomen besluit toch iets méér met zijn beelden te gaan doen dan ze alleen aan de familie te laten zien. Kleine beelden van kleine dingen op een grote en misschien zelfs beladen tocht, al heeft hij hem ‘maar’ vanuit Frankrijk gelopen en via de ‘makkelijker’ Noordelijke route. Experimentele beelden misschien zelfs wel, geschoten met zijn i-phone en mini-camera. Misschien doen grote vragen er niet altijd helemaal zo toe en gaat het vaak om kleine problemen (en dingen!) in het leven. In deze film van buiten (kleine problemen als een ingegroeide teennagel, een pijnlijke knie en stoelgang) naar binnen (kleine vragen over het waarom van deze tocht) benaderd.

Ga zelf vanaf 6 juni a.s. naar de bioscoop en oordeel of de Periscoop-kaart in het kaartenrekje gelijk heeft: ‘Een heerlijke zomerse, stiekem ontroerende en wonderbaarlijk meeslepende film over de beroemde wandeltocht naar Santiago de Compostella’. Of ligt de waarheid toch ergens in het midden van mijn negatieve en positieve recensie en heeft de documentaire van Martin de Vries van allebei wat? Net als het leven zelf eigenlijk.

‘Een echte Thomas Verbogt’

Thomas Verbogt kan sneller schrijven dan ik kan lezen. Of liever: in de week dat zijn nieuwste roman verschijnt, Hoe alles moest beginnen, kom ik er eindelijk toe zijn vorige roman, Als de winter voorbij is te lezen. Als liefhebber van zijn werk, had ik enkele recensies van beide boeken bewaard. En van de inhoud schrok ik nogal. Maar niet getreurd: op de een of andere manier lijkt het alsof Verbogt zelf in zijn vorige boek zijn critici al voor was! Lees maar.

Op 17 september 2015 verscheen in De Groene Amsterdammer een recensie van Verbogts Als de winter voorbij is door Kees ‘t Hart. ‘Bij Verbogt weet je wat je krijgt’, schrijft hij. Verderop heet het: ‘precieze en ingehouden stijl’ die ‘iets gekunstelds heeft.’ Verbogt weet, lijkt het, zelf ook dat dit zo is: ‘Ze is tot het einde toe helder gebleven. Ze heeft zelf de dood laten komen’ wordt bij wijze van spreken van commentaar voorzien: ‘Zo heb ik het nog nooit gehoord: de dood laten komen (…). Het zijn alleen maar woorden.’

Iets soortgelijks gebeurt met ‘t Harts opvatting dat Verbogt toegaf ‘aan bespiegelingen die het niveau van vage praatjes en kitsch-achtige sententies niet weten te overstijgen.’ Zelf heeft de auteur het op een gegeven moment over ‘dronken pathetiek.’
Blijft – concludeert ‘t Hart gelukkig – ‘een echte Thomas Verbogt, vol van de dromerigheid en ingekeerdheid die kenmerkend is voor zijn werk.’

Daarom was de recensie van zijn nieuweling, door Sebastiaan Kort (in NRC Handelsblad, 8 september 2017) dan weer even schrikken. Maar gelukkig kan hetzelfde procédé worden toegepast: Verbogt geeft als het ware commentaar of antwoorden op ook deze recensent (‘recensist’ hoorde ik afgelopen week een vrijwilliger in een museum zeggen).

Verbogt schrijft aldus Kort ‘lege, weekmakende levenslessen’ waarin ‘zijig wordt gerefereerd aan zaken als “het leven”, “geluk” of “momenten van”.’ Verbogt lijkt ermee te spelen, wanneer hij schrift: ‘”Zullen we iets drinken”, stelde ik voor. “Hier in je oude buurt of de nieuwe?” Die keuze! “In de nieuwe”, zeg ik. En ik wil eraan toevoegen: “in de nieuwe tijd”, maar Aimee vindt dat soort uitspraken meestal “van die uitspraken”.’

‘Je krijgt met deze Verbogt’ schrijft Kort à la ‘t Hart ‘de vertrouwde Verbogt-elementen: het gaat over tijd, over glibberigheid van geluk, en natuurlijk over de liefde (…). Als schrijven te maken heeft met het scheppen van een atmosfeer (…), dan zit je bij Verbogt geramd.’ Of zoals hij zelf schrijft: ‘Zij wil het licht houden. Ik ook.’

Gelukkig is er ook nog een andere recensie van Hoe alles moest beginnen, van Rob Schouten (in Trouw, 9 september 2017). Enkele citaten hieruit: ‘Thomas Verbogt is de meester van herinneringen en weemoed (…). Het zijn warme, liefdevolle teksten (…). Niets in Verbogts verhaal (…) is spectaculair, bedoeld om aandacht te trekken (…). Met zijn eenvoudige, oprechte stijl zonder versieringen en relativeringen, richt hij zich direct tot het hart van de lezer (…). Geen sublimering, geen hoge woorden, maar mensentaal voor mensengevoelens (…). Het is een gevoelige wereld die hij schetst, die van de pure aanvechtingen: je kunt er makkelijk cynisch over doen, het wegzetten als sentimentalistische kitsch maar de waarheid is dat Verbogt je met zijn zoektocht naar de kern van gevoelens werkelijk weet te ontroeren (…). Met zo nu en dan een golf van pure extase.’

Ik ben weer thuis. En zie een documentaire over Verbogt in Het uur van de wolf (21 september 2017). Of eigenlijk: een poëtisch filmportret, waarin de schrijver de voice over is en slechts een enkele keer zelf in beeld komt. ‘Het is niet om aan te zien, het is potsierlijk’ meent hij op een gegeven moment. ‘Al dat gedroom, zo is het leven niet. Zo is het leven wél, ik leef toch.’

De Zesdaagse Oorlog zoveel jaar later bekeken

Zesdaagse oorlogAfgelopen week zond de VPRO op Koningsdag de Israëlische documentaire Censored voices uit. Wat nog het meeste zei, was de gezichtsuitdrukking van de soldaten die in 1967 vochten, zo’n tien dagen na de Zesdaagse Oorlog hun verhaal deden dat werd opgenomen en nu, zoveel jaar later, daar weer naar luisterden en er soms ook commentaar op gaven.

Ik heb tijdens die Zesdaagse Oorlog een Multomap volgeplakt met knipsels uit alle mogelijke dagbladen, tijdschriften, de radiobode en wat al niet meer. Achteraf snap ik niet waarom; ik was pas veertien jaar. Maar nu is het interessant die map door te bladeren en te kijken wat er in de Nederlandse pers toen over deze oorlog werd geschreven.

Je leest met terugwerkende kracht dat H.A. Lunshof er in zijn conclusie in Elseviers Weekblad (3 juni 1967) naast zat: ‘De Israëli’s zijn een dapper volk en Johnson [de toenmalige president van Amerika, EvS] is een man van de daad. Wanneer zij elkaar vinden en hard optreden, kan er vrede heersen in het Nabije Oosten.’ Hoe wij trouwens aan Elsevier kwamen, kan ik me niet meer herinneren.

Wel aan het Algemeen Handelsblad, want daar werkte mijn vader. Deze krant schreef op 5 juni 1967 ‘dat zich in het Nabije Oosten een reëel belangenconflict voordoet, waarin beide partijen gerechtvaardigde argumenten aandragen.’ Niet iedereen zal het daar op dat moment mee eens zijn geweest, maar dat een vrede een schijnvrede zou worden dat vond ook ds. J.J. Buskes (in: Hervormd Nederland, 10 juni 1967): ‘Wij kunnen en mogen slechts één ding doen. Tot ons zelf en elkaar en tot de hele wereld zeggen: geen tweede München, waarbij een klein volk – en wat voor een volk – ter wille van een schijnvrede voor de wolven wordt gegooid.’

Het ‘Dagelijks Commentaar’ (14 juni 1967) in hetzelfde Handelsblad had een vooruitziende blik: ‘Pogingen om samen met lokale autoriteiten en eventueel zelfs met de Jordaanse machthebbers de bezette gebieden te besturen zullen waarschijnlijk op langere termijn door deze haat onmogelijk worden gemaakt.’ Jordanië was het enige land dat, in tegenstelling tot de overige Arabische landen, voldeed aan de eis van de Veiligheidsraad om het vuren te staken.

In De Groene Amsterdammer (waar ik zelf inmiddels een abonnement op heb), stond op 17 juni het volgende te lezen: ‘Het ergste wat er in het Midden-Oosten kan gebeuren is dat Israël de gebiedsuitbreiding die het in zijn korte oorlog van de vorige week heeft gekregen, handhaaft en als onderhandelingsobject gaat gebruiken. De tegenstellingen zullen daardoor zeker zo worden verscherpt, dat een vreedzame samenleving totaal onmogelijk wordt. De Arabische landen zullen een harde lijn niet anders kunnen zien dan als een poging hen door vernedering mores te leren. Dat moet funeste gevolgen hebben.’

Wouter Gortzak las voor diezelfde Groene Amsterdammer (5 augustus 1967) ook gezichten van Israëlische militairen: ‘Op hun gezichten weerspiegelen zich opluchting en afschuw, leedvermaak en mededogen en bovenal een bijna gretige nieuwsgierigheid.’ Ik las in de gezichten van de documentaire die de VPRO toonde iets anders: dit had nog mogen gebeuren, van beide kanten niet.

‘De academische vraag, wie de meeste schuld aan het ontstaan van het vluchtelingenvraagstuk droeg, Israël of de Arabieren, kan met het meest gefundeerd beantwoorden door te stellen dat de oorlog de hoofdschuldige was’, schreef René B. Eijbersen in de VPRO Gids. Ook daar heb ik een abonnement op. Het is immers het blad van de omroep die komt met een indringende documentaire als Censored voices.

A shtetl in the Caribbean

shtetl-in-the-caribbeanA shtetl in the Caribbean / a film by Sherman De Jesus. – [Utrecht] : Memphis Film & Television, [2014]. -1 dvd-video (99 min.) : kleur, geluid, breedbeeld ; 12 cm. – Nederlands gesproken, Nederlands of Engels ondertiteld. – Videoversie van het televisieprogramma voor Joodse Omroep: Nederland : Memphis Film &Television, © 2014.

In een rustig tempo gaan twee oudere vrienden op stap. Als kinderen van Oost-Europese Joden gaan ze op zoek naar hun voorouders. Per auto doorkruisen ze onder meer Curaçao, Oekraïne, de Verenigde Staten en Israël. Wat er rest, zijn graven en verkrotte huizen. Het kost de mannen moeite hun fantasie te gebruiken. Het doel van filmmaker Sherman De Jesus (geb. 1947, Willemstad), die sinds 1970 in Nederland woont en vanaf 1988 documentaires maakt voor de Nederlandse televisie, is de geschiedenis tastbaar te maken voor het nageslacht. De kijker krijgt soms zonder toelichting allerlei gebruiken te zien die wellicht onbekend zijn, maar wel indruk maken. Dat geldt ook voor enkele ontmoetingen in met name het voormalige Oostblok. Sommige overstijgen echter het particuliere karakter niet. Een iets strakkere opzet zou een kortere documentaire hebben opgeleverd die een grotere indruk had kunnen achterlaten. En die in de buurt had gekomen van een film als Everything is illuminated van Liev Schreiber (2005). Een ‘road-movie’ over een actueel thema.

Cop. NBD Biblion. Mag zonder schriftelijke toestemming niet worden overgenomen.

De klop op de deur

Alan ArkinEen leeg toneel. Twee mannen wachten op materialen om een niet nader omschreven klus op te knappen. De één, De Recha, vraagt de ander, Lefty, zich te identificeren. Dat kan hij niet. Hij heeft geen papieren. Het wachten gaat verder. De baas stelt voor de tijd goed te besteden door vast droog te oefenen met uitpakken. Lefty is daar niet zo voor, want hij moet structuur hebben in zijn werk. Maar ze beginnen toch: Lefty pakt uit, De Recha streept op een paklijst aan en wordt ongedurig als iets niet klopt. Hij is immers een man van de regels. Er komt van alles uit de kratten: fleece dekens, revolvers … En dingen die Lefty niet eens kan benoemen. Uiteindelijk belanden beide mannen in hun fantasie op een ijskap en worden doodsvijanden. Tot er op de deur wordt geklopt …

Dit is in het kort de inhoud van het toneelstuk Virtual Reality van Alan Arkin (zie foto), dat InPlayers afgelopen week in Amsterdam voor volle, kleine zalen speelden en later in mei nog in Hamburg zullen opvoeren.1)  Twee acteurs die aan elkaar zijn gewaagd, een oudere en een jongere: Brian Andre (De Recha) en Eli Thorne (Lefty). Die razendsnel van sfeer en mimiek kunnen veranderen. Het gaf het Pinter-achtige, absurdistische stuk een grote snelheid en zorgde dat je als toeschouwer ademloos ‘bij de les’ bleef.

Een toneelstuk van nog geen uur waarom ook veel te lachen valt, maar dat in één adem door actuele, diepere lagen aanboort. Het is uiteindelijk de verbeelding die een grote rol speelt. Hardhandig onderbroken door een klop op de deur. De werkelijkheid klopt aan.

CitizenfourDat doet hij ook in de film Citizenfour die 28 mei a.s. in première gaat, maar die ik dank zij Rialto Filmclub al heb kunnen zien. Een film die verder gaat op punten die Virtual Reality aanstipt. Een verre van geestige, maar op z’n minst even absurdistische documentaire over wereldwijde afluisterpraktijken die Edward Snowden (zie afb.) wereldkundig maakte. Prachtig, detaillistisch gefilmde zenuwtrekken van een onderzoeksjournalist die de beklemmende sfeer voelbaar maken. Al even ritmisch in beeld gebracht als Arkin zijn stuk opbouwde. In de film door haast een mantra die Snowden alsmaar herhaalt: zijn angst dat de deur elk moment kan worden ingetrapt.

De volle omvang van de Virtual Reality en van de onthullingen van Snowden zijn nog niet duidelijk. Of zoals Snowden zelf zegt: ‘Ik wil niet in een wereld leven waarin alles wat ik zeg, alles wat ik doe (…) wordt opgetekend.’ Even leek het erop of De Recha zijn potlood zou breken. Maar hij deed het niet …

Virtual Reality – gezien op 15 mei in het Badhuistheater, Amsterdam
Citizenfour – gezien op 8 mei in Rialto, Amsterdam


1) Hier sleepte deze productie tijdens het FEATS Festival (Festival of European Anglophone Theatrical Societies) van twaalf voorstellingen eerste prijzen in de wacht voor de beste mannelijke acteur; licht en geluid; en ook nog eens als geheel.