Rothko & ik in Schiedam

In de tentoonstellingscatalogus van de grote tentoonstelling met werk van Mark Rothko in het Haags Gemeentemuseum (2014-2015), onder redactie van Franz Kaiser, staat een uitspraak van de schilder die hij deed tegen Clay Spohn, een veelzijdig Amerikaans kunstenaar en kunstkenner. Rothko zei dat ‘wanneer schilderkunst is gebaseerd op de uiting van gedachten in plaats van vooral visuele reacties of sensaties, dit tegelijkertijd een filosofische gedachte is en tevens de bron vormt van filosofische besluiten en dus een filosofische expressie is.’

Van Rothko is bekend dat hij een kenner was van het werk van Friedrich Nietzsche. En daarnaast ook van de Griekse tragedie, Plato, Shakespeare en later ook Kierkegaard. Met name Nietzsches De geboorte van de tragedie vormde een grote inspiratiebron voor Rothko’s vroege werk, waarin nogal wat elementen uit de Griekse tragedie voor komen.

Tegen een andere Amerikaan, de schrijver en dichter Seldon Rodman, heeft Rothko gezegd dat het tragische één van de meest basale menselijke emoties is, naast extase en verdoemenis. Daarmee komt zijn bewondering voor Nietzsche in een ander daglicht te staan. Wat gezien zijn opdracht voor de Rothko Chapel (1964) in Houston niet zo vreemd is, waarbij wel moet worden bedacht dat dit een oecumenische ruimte is: ‘Wanneer bezoekers een sacrale ervaring willen ondergaan, dan vinden ze die hier. Wanneer ze een profane wensen, dan vinden ze die er ook.’ Dit is Rothko’s kijk op de wereld, en dat zou je filosofie kunnen noemen.

Ook in zijn latere werk, wanneer hij wat meer afscheid van Nietzsche heeft genomen, maar zijn aandacht voor mythen blijft. Edo Dijksterhuis schreef daarover in Museumtijdschrift (september/oktober 2014, p. 24): ‘In een wereld waar concentratiekampen bestaan en God afwezig (….) is, kunnen mythen de spirituele leegte opvullen.’ De intentie blijft gelijk: ‘Hij wil de kijker recht in zijn ziel raken en hem een glimp gunnen van de oerkracht achter de zichtbare werkelijkheid’.

In een persbericht van het Stedelijk Museum Schiedam, waar van 16 maart t/m 5 januari 2020 de tentoonstelling Rothko & ik te zien zal zijn, staat zelfs te lezen dat mensen die huilen bij het zien van zijn werk ‘dezelfde religieuze ervaring hebben als ik [Rothko, EvS] toen ik het maakte.’
Je kunt eventueel straks ongezien huilen in het museum, gezeten voor het schilderij Grey, Orange on Maroon, No. 8 (1960, foto Aad Hoogendoorn).
Toch is het niet zo dat het alleen maar om de kleuren gaat. Want, stelde de schilder Nietzscheaans, ‘Ik ben alleen geïnteresseerd in het uiten van fundamentele menselijke emoties: tragedie, extase, ondergang, etc.’

Rothko’s Grijs, Oranje op Kastanjebruin is één van de belangrijkste werken van Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam en komt vanwege de renovatie tijdelijk in het Stedelijk Museum Schiedam te hangen. Met dank aan de Stichting Droom en Daad, initiatiefnemer en financier van het project ‘Boijmans bij de Buren.’
Spannend is dat je meditatie-achtige kijktips meekrijgt en/of een koptelefoon met muziek. Een foto maken is toegestaan. Wanneer er veel mensen staan te wachten, mag je maximaal tien minuten alleen zijn met het schilderij – dat is altijd nog vele malen langer dan het gemiddelde van drie seconde waarop mensen naar een kunstwerk schijnen te kijken.
Er is ook een randprogramma. Inderdaad: onder meer met filosofen. Waarmee we weer terug zijn bij het begin: Rothko als filosofisch schilder.

Rafelranden

Bij een bioscoop vond ik in een rekje met kaarten een gedicht van ‘ada’. Het is geschreven naar aanleiding van Wonen aan de Amstel en kan worden gevonden op hun website (zie link hieronder). Een strofe trok in het bijzonder mijn aandacht:

Met de expat en de migrant
De rasamsterdammer en de yup
Neem ik mijn plaats in op de oude rafelrand
En word ik onderdeel van een club

De rafelrand – dat doet mij denken aan een boek van David Hamers, Niemandsland die het heeft over de rafelranden van de stad, tussen stad en platteland, legaal en illegaal, formeel en informeel. The place to be eigenlijk. En dat vindt ada dus ook.

Het doet me ook denken aan de schilderijen van Günther Förg (1952-2013) die van 26 mei t/m 14 oktober te zien zijn in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Edo Dijksterhuis schreef erover in Museumtijdschrift (mei/juni 2018) onder de kop ‘Rafelige schilderijen’. Dat gaat zo: ‘Zijn schilderijen hebben altijd iets rafeligs, alsof ze niet helemaal af zijn. De hand van de maker is opzettelijk zichtbaar.’ Zie de afbeelding van Untitled (1973) bij deze blog (Speck Collection, Keulen).
Dijksterhuis citeert Rudi Fuchs uit een tekst bij diens tentoonstelling ‘Couplet 4’: ‘Günther Förg is geen abstracte schilder, hij is een romantisch-expressionist, de vormentaal laconiek geleend, de kleuren zwaar zingend als een bronzen klok.’ Het is, concludeert Dijksterhuis, ‘toeëigening om de vorm.’ Relatief, ‘zonder morele of politieke lading. De typering “decoratief” wordt dan vaak gebruikt om zijn werk te omschrijven (…). Als er al een inhoudelijke boodschap is, dan wordt die overstemd door Förgs formalistische acrobatiek.’

Het rare is wat ik niet weet wat ik van de inhoud van ada’s gedicht moet denken. Het gaat om iets rafeligs, oké. Is het iets romantisch, zwaar zingend als een bronzen klok met zinsneden als

Nee, geef mij maar het groene Amstelkwartier
Op de heilige grond van de Blooker fabriek.

Heeft het nu wel een morele of politieke lading, of is het louter decoratief? Ik weet het niet. Eerst zien, dan geloven – in dit verband zou het zomaar op kunnen gaan.

Dat geldt ook voor wat ik in de Daklozenkrant (nr. 6/2018) las onder de kop ‘Stieftram’. Anne Salomons schrijft over het feit dat ‘bij het Haarlemmermeerstation woningen gebouwd worden [waardoor] het hele terrein’ waarop de museumtrams staan gestald en waarvandaan elke zondag lijn 30 vertrekt, door het Amsterdamse Bos naar Bovenkerk. ‘Een van de laatste schitterende rafelranden van de stad wordt dan opgepoetst en duur verkocht.’ Het geeft te denken, net als dat gedichtje van ada.

 

https://ada-amstel.nl/locatie/

Troostkunst op de KunstRAI

Van Herwaarden_DaglichtStoop_Aardappelzak

 

 

 

 

Het leek wel een kaartspel dat ik speelde na thuiskomst van de KunstRAI, waarvoor ik van Museumtijdschrift twee vrijkaarten had gewonnen. Na wikken en wegen bleven er twee namen hangen: die van Françoise Stoop en van Caren van Herwaarden. En hun werk heeft wat gemeenschappelijks ook, zodat ik ze in één blog samen kan voegen.

Van Herwaarden werkt met oude lakens, stijfsel, hout en tape (zie foto rechts), Stoop met katoen, linnen, hardboard en jute. Maar Van Herwaarden maakt ook prachtige, verstild werk in aquarel en potlood, zoals Daglicht (zie foto links) dat op de KunstRAI in de stand hing van de Stichting Archaeopteryx Lithographica (Amsterdam) en waar mijn aandacht meteen door werd getrokken. Twee figuren op een ezel, alle drie doorzichtig. Een man houdt een vrouw vast – Jozef en Maria op weg naar Bethlehem? Maar het hoeft niet, dat maakt ze zo veelzeggend.

Van Stoop waren op de KunstRAI in de stand van Galerie de Roos van Tudor (Leeuwarden) bewerkte juten zakken te zien, die ze geïnspireerd door het Hollandse landschap in verfijnde kleuren heeft beschilderd. Oud materiaal, eigentijds vormgegeven zoals de kommen met glazuur die ze ook maakt. Van een eenvoud die meteen trekt. De kunstenares noemt het ‘troostkunst’ – kunst die het leven niet alleen mooier maakt, maar ook verdiept. Zodat je raakt aan de zin ervan. Dat alleen al maakt een bezoek aan de KunstRAI tot een ware belevenis, in alle betekenislagen die het woord rijk is.

http://www.fstoop.nl/

http://www.cvanherwaarden.nl/

Beursinfo