Florentijn van Rootselaar – Filosofisch veldwerk

Filosofisch veldwerk : grote filosofen van nu over leven in barre tijden / Florentijn van Rootselaar ; met een
voorwoord van Stine Jensen. – Utrecht : Klement, [2018]. -127 pagina’s ; 22 cm. – Interviews eerder
verschenen in gewijzigde vorm in Trouw en Filosofie Magazine. ISBN 978-90-868723-2-9

De titel van deze vijftien gebundelde interviews, die eerder in Filosofie Magazine en dagblad Trouw verschenen, is raak gekozen. Het betreft namelijk niet alleen veldwerk van de auteur, eindredacteur van Filosofie Magazine en jurylid van de Socrates Wisselbeker, maar ook van de geïnterviewde filosofen, die stuk voor stuk komen met een nieuw perspectief of opvatting over de klimaat- en andere problemen van onze Aarde en onze tijd, zoals fake news. Dat geeft de interviews een gemene deler, hoe uiteenlopend de denkers, dertien mannen en slechts twee vrouwen, ook zijn. Onder hen Zygmunt Bauman en Martha Nussbaum (onder de noemer ‘Vloeibare
wereld’), Bruno Latour en Peter Sloterdijk (‘Wereldcrisis’), Roger Scruton en Michael
Puett (‘Betoverde wereld’). Voor een lezerspubliek dat ook inziet dat we er – opvallend
uit de mond van filosofen – met louter rationeel denken niet komen; we hebben ook
verbeelding en verhalen nodig. Aan dit boek is een website gelinkt: www.filosofie.nl/veldwerk. Een belangwekkend boek voor iedereen die het beste voor
heeft met de alleszins bedreigde Aarde en de problemen die daarmee samenhangen.

Cop. NBD Biblion. Mag zonder schriftelijke toestemming niet worden overgenomen.

Weissenbruch en Gescinska

alicja-gescinska_allmenschjan-weissenbruch_gezicht-op-de-grote-markt-haarlem

Twee recenseer klussen die met elkaar interfereren: de tentoonstelling met werk van Jan Weissenbruch (in het Teylers Museum, Haarlem) voor de website 8weekly.nl, en het boekje Allmensch van Alicja Gescinska dat ik lees voor NBD Biblion (afb. links).

En daar kwam dan op dezelfde dag dat ik de tentoonstelling in ‘het Teylers’ bezocht, ook nog een artikeltje in Nieuwe Bavo in de steigers bij, dat een vriendin van mij toespeelde nadat we de ramen van Jan Dibbets in de kerk hadden bekeken.

Eigenlijk schildert Weissenbruch allemaal Allmenschen op zijn stadsgezichten: gewone mensen, zoals op de afbeelding rechts bij deze blog (Gezicht op de Grote Markt, Haarlem) die in potentie in staat zijn zichzelf te overstijgen, te ontplooien en de wereld te verbeteren. De wereld van deze Jan Weissenbruch is er bij wijze van spreken heel wat zonniger op geworden in vergelijking tot welke zijn neef Jan Hendrik schilderde. Hierbij moet ik bijvoorbeeld denken aan Regenweer (1890) dat ik onlangs in Museum de Fundatie in Zwolle zag.

Jan Weissenbruch behoort als ik de recensies mag geloven ook tot de mensen die tot – zoals Gescinska het omschrijft – meer in staat is dan je voor mogelijk houdt. Hij schijnt aan pleinvrees te hebben geleden, maar schilderde bij uitstek grote, open pleinen met kinderkopjes waarop het licht speelt of lange schaduwen vallen.
De mensen die erop figureren hebben vaak een wit accent: een kapje op het hoofd of wat dan ook – het licht spat van deze Allmenschen af.

Maar er bestaat ook een verschil tussen het realisme van Weissenbruch en de Allmensch uit het echte leven: bij de schilder zijn ze allemaal wel héél erg statisch en perfect. Soms zelfs, gaandeweg zijn carrière, op het té perfecte af. Bij Gescinska gaat het er toch meer om dat je dynamisch moet groeien. Of, zoals ze met de titel van een boek van Peter Sloterdijk dat ze citeert zegt: Du musst dein Leben änderen.

Het is een mooie tentoonstelling, daar in het Teylers Museum in Haarlem, en het is een mooi boekje van nog geen veertig pagina’s, het eerste in de serie Karakters. Een actieradius die bij wijze van spreken al even klein is als die van Weissenbruch na ca. 1870 moet zijn geweest. Maar pas op: beiden hebben veel te zeggen! Kijk en lees.

Bijvoorbeeld ook het artikel over de nieuwe Bavo in Haarlem dat Bernadette van Hellenberg Hubar schreef in de 5de editie (september 2016) van Nieuwe Bavo in de steigers. Nieuws over de restauratie van de kathedrale basiliek St. Bavo in Haarlem. Daarin heeft zij het onder meer over De Unvollendete: ‘onvoltooide elementen, misbaksels en halffabricaten’ die in een nieuw boek over de Bavo (De nieuwe Bavo in Haarlem) worden behandeld. ‘In dit geval gaat het om een denkbeeld van Thomas van Aquino die hierbij weer steunde op Aristoteles. Kort door de bocht kun je stellen dat alles wat bestaat één grote bulk potentie is (…). De potentie om na het wordingsproces tot een bepaald stadium doorlopen te hebben, iets anders te worden. En dat iets anders maakt deel uit van een eindeloos scala aan mogelijkheden. Al die mogelijkheden zitten in ons, net zoals in de steen direct uit de groeve een eindeloze hoeveelheid beelden zit besloten.’

En dan doemen Socrates en Michelangelo in mij op: je moet ze geboren laten worden, uithakken wat eigenlijk al in de steen verstopt zit.

http://www.teylersmuseum.nl/nl/bezoek-het-museum/wat-is-er-te-zien-en-te-doen/jan-weissenbruch

http://theateraanzee.be/nl/

Amor mundi – Peter Venmans

Amor Mundi_VenmansAmor mundi : hoe komen we tot een betekenisvolle relatie met de ander? / Peter Venmans. – Amsterdam en Antwerpen, Atlas Contact, 2016. – 240 pagina’s ; 20,5 cm ISBN 9789045030364

De titel van deze uitgave is ontleend aan het concept dat Hannah Arendt in een boek had willen uitwerken, maar dat nooit is verschenen. De filosoof Peter Venmans stelt dat dit thema, liefde voor de wereld, niets aan actualiteit heeft ingeboet. Het boek bestaat uit tien essays: het ontbreken van amor mundi vanaf de christelijke middeleeuwen tot aan het neoliberalisme, het zoeken naar individueel geluk tot wat amor mundi ons vandaag, via het denken van mensen als Camus en Sloterdijk, kan bieden. Venmans heeft drie eerdere publicaties op zijn naam staan, waarvan één over Hannah Arendt: De ontdekking van de wereld (2005). Het politieke element uit Arendts denken komt in dit boek echter niet of nauwelijks aan bod. Amor mundi is voor Venmans allereerst oordelen: je houding bepalen tegenover de wereld. Maar niet hoe je vandaar tot handelen komt. Dat kan als een gemis worden ervaren; het blijft zo bij de verkenning van het thema. Niet meer en niet minder.

Cop. NBD Biblion. Mag zonder schriftelijke toestemming niet worden overgenomen.

Drieluik uit Leusden (II)

Redon_Art céleste1. Redon en Von Eichendorff
Er is een mooie litho van Odilon Redon: L’art céleste (1894, zie afb.), waarvan een afbeelding lang bij mij in de gang heeft gehangen. Links zeilt een engel met een vedel en een middeleeuwse banderol door de lucht. Rechts luistert een groot, haast transparant hoofd – zonder oren! – toe. Alles samen ademt ‘de glans van het transcendente’ (Peter Sloterdijk) en doet denken aan een gedicht van Joseph von Eichensdorff:

Es war, als hätt’ der Himmel
die Erde still geküsst.

2. De idioot
Op één of andere manier doen de litho en het gedicht mij denken aan De idioot van Dostojevsky, op de manier zoals dat boek de afgelopen week door Leon Heuts werd behandeld tijdens een studieweek bij de Internationale School voor Wijsbegeerte (ISVW) in Leusden. De idioot is volgens dezelfde Peter Sloterdijk weliswaar een engel, maar dan zonder de glans van het transcendente. Het is ‘een groot kind, dat nooit geleerd heeft oog te hebben voor zijn eigen voordeel.’ Hij wil de hemel op aarde brengen, maar de wereld kan het niet accepteren.

Het grote kind heeft moeite om uit zijn woorden te komen. Het kan niet de juiste woorden vinden voor een zonsondergang, een grassprietje, ogen die je aankijken. Als hij, volgens Heuts, de woorden er wél voor zou hebben gehad, dan was hij een schuldig kind, zoals de hoofdpersoon in Die Blechtrommel van Günter Grass, die is opgehouden te spreken en alleen nog maar trommelt.

3. Wolfgang Rihm
Op de in de vorige ‘Drieluik’ genoemde cd met Lieder van de Duitse componist Wolfgang Rihm, staan twee composities die dit ‘literaire inzicht’ lijken te verklanken: Zwei Stücke für Gesang (stumm) und Klavier (2007) onder de titel ‘Wortlos’, en het ad libitum waarmee de componist zijn Wölfli-Liederbuch (1980-’81) afsluit: een duet voor twee grote trommen.

Wortlos is geen Lieder ohne Worte, maar bestaat uit twee aan Rihms vriend Peter Sloterdijk opgedragen korte stukken waarin de zanger zich een tekst van de filosoof te binnen moet zingen, moet internaliseren. Zoals Michael Kohlhaas in het gelijknamige boek van Von Kleist, dat Leon Heuts ook behandelde, op het eind een amulet inslikt. Of – om dichter bij huis te blijven – zoals de leden van het strijkkwartet in Luigi Nono’s Fragmente-Stille, an Diotima (1979-1980) een in de partituur opgenomen tekst van Hölderlin innerlijk moeten zingen. Welke tekst, is bij Rihm echter niet aangegeven. Maar ik kan me zomaar voorstellen, dat het de tekst over Dostojevsky uit Du mußt dein Leben ändern is.

Wölffi is, zoals bekend, een Zwitserse ‘idioot’ (1864-1930), die fascinerende tekeningen en teksten maakte. Maar op het eind van Rihms Wölffi-Liederbuch is hij, net als Dostojevsky’s idioot en de kop op de litho van Redon, sprakeloos. Over in-zicht gesproken …

http://www.youtube.com/watch?v=VxgBZy9naLg