Fabien van der Ham – Een goudvis in de zee

Een goudvis in de zee : 10 filosofische verhalen voor kleine en grote denkers / door Fabien van der Ham ; met illustraties van Natalie Kuypers ; redactie: Lianne Tijhaar. – [Groningen] : Uitgeverij Filosovaardig, [2021]. – 74
pagina’s : gekleurde illustraties ; 22 cm. – Met literatuuropgave. ISBN 978-90-819717-8-2

Zou je liever een jongen of meisje zijn? Wat duurt eeuwig? In dit vierkante boek komen vragen aan de orde, die aanzetten tot een filosofisch gesprek én ook vragen die geschikt zijn om nog dieper over na te denken. De hoofdstukken omvatten het verhaal van het jongetje Baroe, weetjes over bekende en minder bekende filosofen vanaf Aristoteles, Montaigne tot Judith Butler. De weetjes kunnen voor kleuters, de kleine denkers, worden weggelaten, maar kunnen voor zelfs leerlingen in de eerste klassen van de middelbare school, de grote denkers, nog interessant zijn. In die zin is dit boek een groeidiamant. De auteur is door opleiding, zelfstudie en werkervaring gespecialiseerd in het filosoferen met kinderen. Zij beheert de website www.filosovaardig.nl en ontving voor Praatprikkels (50 kaartjes om over te filosoferen) de Berrie Heesen Prijs (2012). Sterk boek met tien strak opgebouwde
denkverhalen in een op kinderen afgestemd taalgebruik. De fleurige kleurenillustraties
en rake portretten zijn méér dan plaatjes bij de tekst: ze vragen erom om benoemd te
worden en/of geven aanleiding tot gedachte-experimenten. Dit boek valt in positieve
zin op binnen het aanbod aan filosofieboeken voor jonge kinderen. Geschikt om voor te
lezen, in de klas of thuis aan kinderen van 4 t/m 8 jaar.

Cop. NBD Biblion. Mag zonder schriftelijke toestemming niet worden overgenomen.

Gregory Bassham – Het filosofieboek

Het filosofieboek : van de Veda’s tot de nieuwe atheïsten, 250 mijlpalen uit de geschiedenis van de wijsbegeerte / Gregory Bassham ; vertaling [uit het Engels]: Cornelis van Ginneken. – Kerkdriel : Librero, [2020]. – 528 pagina’s : illustraties ; 22 cm. – Vertaling van: The philosophy book. – New York : Sterling Publishing Co., Inc., 2016. – Oorspronkelijke Nederlandse uitgave: 2018. – Met literatuur-opgave, register. ISBN 978-94-635-9521-6

Dit boek gaat over 250 mijlpalen uit de filosofie, vanaf ca. 1500 voor Christus tot nu. De
mijlpalen zijn op jaar ingedeeld, zodat het kan gebeuren dat sommige filosofen meerdere keren terugkomen. Hoofdstukjes met steeds links één pagina tekst en rechts
een paginagrote afbeelding, veelal in kleur. Het begrip filosofie wordt ruim opgevat,
zodat ook de Bijbelfiguur Job, Jezus van Nazareth en Boeddha eronder worden
begrepen. Gregory Bassham is hoogleraar filosofie aan King’s College in Wilkes-Barre
(VS) en publiceert over onder meer filosofie, Harry Potter en basketbal. Met deze
uitgave wil hij zowel inzicht en verrijking bieden als stof tot nadenken geven over grote levensvragen; filosofie roept immers meer vragen op dan dat ze antwoorden geeft. Het kan niet anders dan dat een omvangrijk boek als dit zijn tekortkomingen heeft (met name waar het Europese filosofie betreft) en schoonheidsfoutjes kent, maar het biedt ook accenten waar soortgelijke overzichten het soms laten afweten, bijvoorbeeld over Oosterse filosofie en (spaarzaam) vrouwelijke filosofen. Toegankelijk, chronologisch opgezet boek voor iedereen die meer over filosofie in de ruimste zin van het woord te weten wil komen. Met Engelstalige literatuursuggesties en een register. Herdruk, met gewijzigd omslag.

Cop. NBD Biblion. Mag zonder schriftelijke toestemming niet worden overgenomen.

Late gedichten als een echoput


De gedichten in Dromen. Late gedichten van Wessel ten Boom lezen als waren ze een echoput. In de positieve én de breedste zin van het woord. Een echoput van woorden, beelden, klanken, geuren en sensualiteit. Van een aarde die ritselt en fluistert, van het beven en trillen als mens, gelijk de ruisende bomen, van kijken, maar ook als echo’s van gedichten van andere dichters, als echo’s van de dichter die bij een ander tot weerklank komen, die de ‘jij’ (een verloren geliefde) ‘in rijpe stilte enkel kunt beamen’.

Reizen
Echo’s die reizen door met name België en Frankrijk in de dichter oproepen en hem ontroeren. Een vaak voorkomend woord, net als huilen (‘ik wist niet, dat ik ben geboren voor verdriet’). Een mooi voorbeeld is het gedicht ‘Dodengang’ over de frontlinie van de Grote, de Eerste Wereldoorlog in Frankrijk. Het gaat over de jongens die er verminkt raakten, stierven of gek werden. Ze worden bij name genoemd: Paul, Jean en Peter (Paulus, Johannes en Petrus?) en staan in schril contrast tot de altijd bloeiende klaproos, die ook terugkomt in het gelijknamige gedicht, dat als volgt eindigt:

God, wat hebt Gij met ons gedaan?

Want dezen hier beneden
klappen open als een roos, als bloedend rood
ontelbaar zijn hun wonden.

God, die als in de Psalmen Zijn gezicht verborg en wellicht zweeg, zoals de profeten in een ander gedicht uit deze bundel. Het zijn de tien profeten van de Münster in Freiburg, die in een museum staan. Ik moest daarbij ook even denken aan Heidegger, de filosoof die daar les gaf en aan wiens voeten zoveel studenten zaten. De man die altijd heeft gezwegen over zijn oorlogsverleden, wat hem nog het meest is kwalijk genomen.

Andere gedichten en dichters
Het zijn ook echo’s van andere gedichten en dichters die treffen. Bijvoorbeeld een omkering van het bekende adagium van Lucebert, dat bij Ten Boom werd: ‘Alles was weerloos, / is nu van waarde’, of van Van Ostaijen (‘Marc groet de dingen van de dag’). Hans Andreus’ ‘Vertel het aan de bomen’ werd; ‘Ik vraag het de bomen, ze antwoordden niet’ en een reminiscentie aan Paul Celans zwarte melk (‘grijze as’), en tenslotte aan Willem Barnard (Gezang 737 uit het Liedboek):

Bach loopt met een bokkenpruik op zoek naar negen zonen.
Petrus en Paulus improviseren het liefste jazz, blijkt nu.

Woorden
Wat al deze gedichten, verdeeld over vier afdelingen bij elkaar houdt, is een motto uit 2 Korinthe 3:6: ‘… want de letter doodt, maar de Geest maakt levend’. Ruim gesteld, zijn het w/Woorden die de rode draad vormen, wat je van een dominee-dichter kunt verwachten. De dichter is zich er zelf van bewust, dat die woorden zowel positief als negatief kunnen uitwerken. Hij kan er aan de ene kant in vluchten, maar ze aan de andere kant ook breken. Door het goede woord te vinden, kun je iemand laten opstaan uit de doden. Het omgekeerde kan echter ook het geval zijn. Teveel woorden:

Mevrouw, ik wou u zo graag kussen!
maar mijn woord zit er weer tussen

Er zijn ook woorden, die je niet meer kunt vinden, maar die een ander hervindt en uitspreekt, proeft met haar lippen. Waar zwijgen meer is dan spreken:

Ik hoefde niets met woorden te benoemen
de dingen kwamen zomaar vrij

Het laatste gedicht eindigt aldus:

Ik kan mij niet uitspreken

en ook jullie maken mij niet af
niemand dicht zijn eigen graf

Vergeef!
Ik had het moeten zeggen
wat ik niet heb kunnen vinden
nu al jaren bijna weet
en mijn leven languit leef

Het is wat hij zijn vrienden, ernstig ziek zijnde, mee wil geven:

Vergeef, gedenk, bewaar, heb lief

En zijn lezers, – want het zijn gedichten om te lezen, te herlezen, hardop te lezen en in je hart te bewaren. Een prachtbundel!

https://wesseltenboom.wordpress.com/
De bundel wordt de lezer om niet geschonken en tegen verzendkosten toegestuurd.

Stop Filming Us

Omdat ik dacht iets op het spoor te zijn, dook ik in mijn archiefje met knipsels over de Afrikaanse filosofie en sociologie en begon ze te herlezen. Een recensie over het boek Socrates en Òrúnmìlà van Sophie Bósèdé Olúwolé, een interview met de Nigeriaanse socioloog Oyèrónké Oyewùmí.
Oléwolé ontzenuwt het idee dat er voor het koloniale tijdperk geen Afrikaanse filosofie zou hebben bestaan (dat idee is een overblijfsel van een koloniale ideologie) en plaatst het complementair-dualistisch denken (en-of) tegenover het Westerse dualisme (of-of), ervan uitgaande dat alles zowel uit materie als ideeën bestaat.
Oyewùmí stelt zich teweer tegen het idee dat haar cultuur door het Westen geciviliseerd zou moeten worden. In sommige opzichten, bijvoorbeeld ten aanzien van genderissues, is het Afrikaanse denken volgens haar juist verder dan het Westerse denken. Niet voor niets luidt de ondertitel van Oléwolé’s boek Wat we van Afrikaanse filosofie kunnen leren.

Hoe moeizaam dat leren gaat, bleek mij later op de dag toen ik op Picl Jan Postema’s film Stop Filming Us bekeek. Hierbij nam ik mee, wat ik ’s ochtends in de knipsels over Afrikaanse filosofie en sociologie had gelezen en eruit had opgestoken. Knipsels die niet hadden geleid tot een antwoord op de vraag waar ik naar op zoek was, maar die zo wel in een ander kader van nut bleken te zijn.

Een schokkende scène is  bijvoorbeeld die waarin filmer Bernadette Vivuya in het kantoor zit van het Institute Français in Goma. Op een gegeven moment vraagt de employé van het instituut of ze een computer heeft. Vivuya blijft beleefd, maar als kijker bevangt je plaatsvervangende schaamte.

Nog een schokkende scène. Een zwarte filmster filmt in opdracht de ellende (ebola, onlusten) van Congo. Op haar vraag waarom ze dit doet, antwoordt ze, dat ze dat dit gewoon haar opdracht is, maar dat ze het niet met een eenzijdige Westerse blik doet. Ze zal nooit een hongerig, naakt kind in beeld brengen. ‘Ik laat dingen en mensen in hun waarde’, zegt ze. Het blijft haken, dat woordje ‘dingen’ en in mijn gedachten komt het idee van Olúwolé op, dat er zowel materie als ideeën bestaan die allebei hun waarde hebben.

En een beeld tot slot, van Postema zelf. Hij hangt uit een autoraam en geeft wat kinderen die om de auto hangen een koekje. Zijn geluidsman spreekt hem erop aan: ‘Heb je ook aan de kinderen gevraagd of ze dit wel lusten?’ Postema antwoordt eenvoudig: ‘Nee’, zonder door te hebben waar het eigenlijk om draait.

Postema lijkt niet in staat echt diep te graven en zichzelf te bevragen, maar ondanks dat stelt deze film door zijn ogen, zijn verbijstering soms, en ook door de opmerkingen en de kijk van de mensen die hij filmt al genoeg vragen aan ons, kijkers. In die zin is het een film die lang nawerkt, net als de boeken van Olúwolé en Oyewùmí, en oproept tot zelfreflectie.

Iris van der Graaf – Is nergens ergens?

Is nergens ergens? : verhalen over filosofen en hun ideeën / Iris van der Graaf. – Amsterdam : Uitgeverij
Nieuwezijds, [2017]. – 135 pagina’s : gekleurde illustraties ; 18 cm ISBN 978-90-5712-466-2

Waar komt alles vandaan? Wat is echte vriendschap? Dit soort vragen komt aan bod, hoewel niet helemaal chronologisch, via het oude Griekenland, met de natuurfilosofen, en voorts via Descartes, Kant, Nietzsche, Kierkegaard, Wittgenstein, Arendt, Sartre en De Beauvoir tot Martha Nussbaum. Elk van de eenendertig hoofdstukken wordt afgesloten met een vraag om over door te denken, iets over op te schrijven of thuis of op school over te praten. Onderwerpen die aan bod komen zijn bijvoorbeeld: de zintuiglijke wereld, oneindigheid, schoonheid, verlangen, kunst, liefde, de dood, gender, geloven en niet geloven, taal en emoties. Iris van der Graaf is filosoof, beeldend kunstenaar en illustrator. Haar doel is kinderen te leren nadenken. Via dit handzame boek kunnen volwassenen/leraren met kinderen in gesprek gaan. Helder en toegankelijk geschreven, zonder dat de auteur op de knieën gaat zitten. Vrij aantrekkelijke lay-out met leuke, eenvoudige kleurenillustraties van de schrijver zelf,
en een uitklapkaart met een overzicht van de genoemde filosofen. Breder van insteek,
en zonder dat de auteur een mening ventileert, dan Mag je zeggen wat je vindt? van
Aby en Sander Hartog, dat meer op normen en waarden is gericht. Voor kinderen vanaf
ca. 9 t/m 12 jaar.

Cop. NBD Biblion. Mag zonder schriftelijke toestemming niet worden overgenomen.

Opnieuw uit-gevonden muziek

Vanessa Lann_CDIn de Gemäldegalerie in Berlijn hangt een onbekend schilderij van Rembrandt dat veel mensen echter toch zullen kennen. Op de voorgrond zit een oude man met in zijn ene hand een munt en in zijn andere een kaars. Het licht valt niet alleen op zijn gezicht, maar ook op een stapel boeken en papier op de achtergrond. We herkennen de man met knijpbrilletje uit schilderijen van Caravaggio, Honthorst en Ter Brugghen. Terwijl we de stapels boeken op schilderijen die Rembrandt in dezelfde tijd als De woekeraar (1627) maakte opnieuw tegenkomen – zo citeerde Rembrandt anderen én zichzelf.

Wat we hier zien, is wat we beluisteren in de muziek van componiste/pianiste Vanessa Lann, van wie recent een cd is uitgekomen (zie afb.). Het is muziek met een duidelijke voorgrond, met citaten uit eigen en andermans werk. En met op het eerste gehoor een minder prominente achtergrond, vol statische akkoorden of eenvoudige motieven. Waarbij niet in de laatste plaats een grote ruimte voor theatrale aspecten is weggelegd.

Voorgrond
Op de voorgrond hoor je in haar orkestwerken solotrekjes die als in de gloed van een kaars oplichten. Het duet tussen fluit en althobo in het middendeel van Resurrecting Persephone (1999) voor fluit en orkest, dat op de onlangs uitgebrachte cd staat, doet bijvoorbeeld denken aan het langzame deel uit Ravels Pianoconcert in G.
Ook de soli in The Flames of Quietude (2006), een concert voor orkest zullen de luisteraars die al eerder werk van Vanessa Lann hebben gehoord, bekend voor komen: het zijn haar eigen solostukken voor viool, cello en piano die ze heeft ‘hergebruikt’, opnieuw heeft uit-gevonden en in een andere context geplaatst. Net als fragmenten uit bekende werken van onder anderen Bach en Beethoven.

Achtergrond
Op de achtergrond van The Flames of Quietude klinken zachte pianissimo akkoorden, zoals in Illuminating Aleph (2005) voor chazan (voorzanger), koor en instrumentaal ensemble een herhaald, eenvoudig patroon in de pianopartij klinkt. Telkens weer, als een mantra, tot je denkt het wel gehoord te hebben. Maar dan valt opeens licht erop; het motiefje is hetzelfde gebleven, maar de luisteraar is Ver-licht. De achtergrond is als de zang van de kosmos en de voorgrond een ‘aards’ gegeven, herkenbaar maar toch telkens anders.
Zo blijkt op het eind van een stuk wat op de achtergrond speelde belangrijker te zijn dan wat zich op de voorgrond drong. Maar om dát te ervaren, moet je eerst door het hele stuk heen zijn gegaan, als een gang door de tijd, als een tot het eind toe beleefde droom.
In die zin doet haar werkwijze denken aan het schilderij De schreeuw van Edvard Munch: het is immers niet de man op de voorgrond die schreeuwt (hij is verstomd) maar de natuur op de achtergrond die het uitschreeuwt. Net als Munch speelt Vanessa Lann een in haar geval haast ritueel en vaak humoristisch spel met het verwachtingspatroon van de luisteraar.

Theatrale aspecten
Omdat haar werk erg is gericht op beleving in de concertzaal, spelen ook visuele en theatrale aspecten daarbij een groter rol. Het licht dat in Towards the Center of Indigo (1996) voor saxofoonkwartet wordt gebruikt, ís indigo. In In the Moment (1998) voor vier renaissance blokfluiten lopen de musici van de voor- naar de achtergrond van het podium. En in The Flames of Quietude tenslotte staat een orkestgroep als in een big band opeens op.
Maar ook dát blijkt aan het eind niet het belangrijkste te zijn. Het belangrijkste zijn de vragen die de componiste oproept, als de schrijvers van de boeken op de achtergrond van Rembrandts schilderij. Het antwoord laat ze aan de luisteraar over. Ieder voor zich.

http://www.attaccaproductions.com