Interacteren

De tentoonstelling Shelter in het Utrechtse Museum Catharijne Convent (t/m 9 september a.s.) stelt eigenlijk drie vragen:

  1. Wat zijn de overeenkomsten tussen de door Bart Rutten (artistiek directeur Centraal Museum in Utrecht en gastconservator) gekozen internationale hedendaagse kunststukken en de vaste collectie van het Catharijne Convent?
  2. Wat zijn de verschillen tussen de oude en hedendaagse kunst over thema’s als rust, troost, hoop en bescherming?
  3. Wat ervaar je zelf, wat doet het je? Vragen die de tekstbordjes en audiotour soms uitlokken.

1.
In de Catharinazaal in het souterrain valt een klein werk van Daan Golding op: Sleeping Buddha, Singapore. De afbeelding van de boeddha is met steentjes versierd als de band van het Ansfriduscodex (St. Gallen, 11e-13de eeuw) dat in de Schatkamer, links na de Catharinazaal valt te zien. Niet dat die link bewust wordt gelegd, maar het is een van de velen die zelf kunt ontdekken en dat geeft mede een toegevoegde waarde aan deze fraaie ‘pionierstentoonstelling’ zoals het in het fraaie Museummagazine wordt genoemd, aan deze samenwerking tussen beide musea.

2.
In de Utrechtzalen op de begane grond staat in een nis een fraai beeld van Pieter d’Hont: Het gesprek. Beide geestelijken zijn gedurende hun gesprek duidelijk op elkaar betrokken. Heel anders dan de in zichzelf gekeerde, apart afgebeelde Men in the Cities. Gretchen and Eric van Robert Longo. Zijn ze nu in extase of juist gestold in hun beweging? Beide suggesties biedt de audiotour aan, beide zijn mogelijk. Een meerduidig kunstwerk dus.

3.
Hetzelfde, meerduidigheid, geldt ook voor de verschillende kunstwerken van Sarah van Sonsbeeck die op de eerste verdieping worden getoond. In de kloostergang, die uitkijkt op de tuin, is haar Anti drone tent te zien (zie foto). Een serie anti drone tentjes van hetzelfde materiaal (Mylar dekens met een gouden en een zilveren kant) waarvan zij ook haar installatie We all may have come on different ships, but we’re in the same bote now in de Amsterdamse Oude Kerk (2017) optrok. Het staat voor Van Sonsbeeck niet alleen voor de bescherming tegen drones, maar ook symbolisch voor de eigen binnenwereld, zo aan de binnentuin van het voormalige klooster.
In de noordgang staat een eveneens goudkleurige Hear TH FI TO IN PH Around This Chair And it Knocks You Down van James Lee Byars: een goudkleurige stoel (de kleur van het g/Goddelijke) die leeg is. Je kunt er als bezoeker in gedachten je eigen invulling aan geven: God, boeddha of wie dan ook.

Het is de audiotour en het zijn de tekstbordjes die dat soort vragen oproepen: ervaar je Het Scheppingsverhaal van Peter Vos, of de zwarte Christus op de Piëta van Nola Hatterman als schokkend? Nee, eigenlijk niet. Maar wat wel opvalt, is dat de een van de sprekers op de audiotour bij The Jewish girl van Marlene Dumas zich afvraagt waaruit het joodse van het meisje nu blijkt en vervolgens met allerlei sjablonen komt. Dat rijmt niet op elkaar: ‘Waarom verwachten we eigenlijk dat Christus er als een witte man met donkerblond haar uitziet?’ en waarom verwachten we eigenlijk dat het joodse meisje donker haar heeft enz.?
Laten we het maar zo zien: ook die twee opvattingen ‘interacteren met elkaar en geven elkaar nieuwe betekenis’ zoals het Museummagazine zegt. Om te concluderen: ‘En dat is precies de bedoeling’. Daarin is deze mooie tentoonstelling goed in geslaagd.

Foto: Ati de Zeeuw-Kroesbergen

Zie mijn recensie van de installatie van Sarah van Sonsbeeck in de Amsterdamse Oude Kerk: https://8weekly.nl/recensie/gelaagde-mylar-dekens-havenkerk/

 

Drieluik op zondag

1.
Zoals regelmatig, ging ik vanmorgen via de hoofdvestiging van de Openbare Bibliotheek Amsterdam naar de Oude Kerk. Om wat recente nummers van verschillende tijdschriften te lezen. Mijn ogen bleken haken op een artikel van Henk Manschot, emeritus-hoogleraar filosofie van de Utrechtse Universiteit voor Humanistiek in het tijdschrift Ophef (nr. 2/2017), waarin al eerder een recensie had gestaan over zijn boek Blijf de aarde trouw (zie afb.). Het artikel luisterde naar de naam ‘Nietzsches zoektocht naar de aarde en naar een “aardse” levensstijl.’
Hierin had de Franciscaan Manschot het om te beginnen over de wetenschap die een mooi overzicht kan bieden van het denken van deze en gene filosoof en ik moest meteen denken aan een prachtige zondagmorgenlezing die Katja Rodenburg in 2008 voor de Vrije Gemeente in Amsterdam hield onder de titel De geboorte van het kunstwerk. Over Nietzsche, zoals zij tussen twee haakjes binnenkort een HOVO-zomercursus in Amsterdam zal geven over onder meer deze denker (ik heb geen aandelen – maar wel van harte aanbevolen!).
Manschot vervolgt met de door mij gedeelde opvatting dat hij, hoe fraai ook, uiteindelijk toch meer opheeft met het in dialoog gaan met het denken van een filosoof, in dit geval ook Nietzsche. Hij reisde – zoals ik ook wel boeken van Henk Vreekamp heb nagereisd – de Alpen over, wat Nietzsche ook graag deed, met diens belangrijkste boeken (zoals Also sprach Zarathustra, dat hij leest als een mystiek boek) in zijn bagage.

2.
Met dit mooie artikel nog in mijn achterhoofd, stap ik een uurtje later de Oude Kerk binnen waar ds. Paula de Jong voor zal gaan en Matthias Havinga en Christiaan Winter de kerkmuziek zullen verzorgen.
In het intochtslied (uit Liefste lied van Overzee) zingen we over stilte, ruimte en hoop, ogen om te zien en vrede. Stilte die ruimte schept in ons denken, ons moed geeft en het geloven doel en zin. Waarin we open staan voor elkaars verdriet, waarin er ruimte is voor zorgvuldigheid. Ik had het er net over gehad met een weduwe diens man vandaag veertien jaar geleden was gestorven, en begraven door ds. Adriaan Soeting, de predikant die zo zorgvuldig was in het kiezen van zijn woorden en in zijn omgang met mensen.
De Evangelielezing van deze morgen kwam uit Mattheus 11: 25-30. De voorlezer van de morgen had het al gezegd: ik heb mooie teksten te lezen. Hierin is sprake van de dingen die voor wijzen en verstandigen verborgen zijn gehouden, maar aan eenvoudige mensen hebt onthuld. ‘Neem mijn juk op je en leer van mij, want ik ben zachtmoedig en nederig van hart. Dan zullen jullie werkelijk rust vinden.’
In de uitleg en verkondiging hoorden wij wat ds. Paula de Jong onder dat juk verstaat. Eigenlijk dat waarover wij in het intochtslied hadden gezongen (stilte en ruimte bieden voor de ander, naar hem/haar horen en hem/haar zien, het begin van vrede) en waarover Christiaan Winter zong (Psalm 4 van Maurice Pirenne), met begeleiding van Matthias Havinga op het destijds uit de nalatenschap van Brecht Folstar gefinancierde kistorgel:

Gij die mij ruimte geeft als ik benauwd ben,
wees mij genadig, door mijn gebed.
Geef mij toch antwoord als ik U aanroep, God.
Gij zijt mijn waarheid,
Gij die mij ruimte geeft als ik benauwd ben,
wees mij genadig, hoor mijn gebed.

3.
Na afloop van de dienst wandelde ik in de zomerzon naar het Amsterdam Museum, waar nog net een tentoonstelling met foto’s van Maurice Boyer viel te zien. Een raakte mij in het bijzonder: Malan en Futoun uit Damascus. Een man en een vrouw, gezeten op twee stoelen met een tafeltje met een plant erop tussen ze in. En een zeegezicht boven ze (zie vergelijkbare afb). Over zorgvuldigheid gesproken: hoe kom je erop om uitgerekend bij Syrische vluchtelingen, die waarschijnlijk de overtocht van die zee in een klein bootje hebben overleefd, zo’n zeegezicht op te hangen. Wat raak dat Boyer juist deze scene uitkoos om op de foto te zetten; zo vult het zien datgene wat ik vanmorgen las (in Ophef) en hoorde (in de Oude Kerk) op voorbeeldige wijze aan. Zoiets vermag kunst te doen.
Ik hoop dat het waar is waar Boyer in de begeleidende audiotour over sprak: dat deze vluchtelingen met liefde worden opgevangen en een thuis geboden krijgen waarin ruimte is voor stilte en hoop, waar mensen voor ze open staan zodat ze hun verdriet kunnen delen. In de hoop dat zij werkelijk rust zullen vinden.

http://www.hovo.vu.nl/nl/cursusaanbod/cursusaanbod-zomer/kunstgeschiedenis-en-architectuur/cursus-filosofie-moderne-kunstenaar/index.aspx

https://oudekerk.amsterdam/agenda/kerkdienst-56/

https://www.amsterdammuseum.nl/tentoonstellingen/mauriceboyer

 

Verhaal in het verhaal

Redon_Prince of Dreams

Odilon Redon: Prince of Dreams | Escape into Life

‘Je hebt twee soorten boeken’, schrijft Heere Heeresma in zijn verhaal Schrijver: ‘boeken en goede boeken. Boeken bevatten een verhaal en goede boeken tevens het verhaal in het verhaal’. Hij bedoelt dat van de taal. Maar er is wellicht nog een derde verhaal: dat van de intertekstualiteit, de verwijzing naar een ander verhaal, een extra laag. En soms ook naar een beeld dat eenzelfde verhaal vertelt.

Het verhaal van Heeresma is opgenomen in A.L. Snijders’ keuze Korte verhalen (Stichting CPNB, 2015). Het goede verhaal dat ik bedoel ook: Waterlelies en sterren van Gied Jaspars (1939-1996).

 

De ik-figuur vaart in zijn roeibootje op het Gein. Het bootje heet Nescio (= ik weet niet). Hij roeit richting een oude kastanjeboom, langs de knotwilgen, witte waterlelies en een pikzwart kuikentje van een waterhoentje.
Hij denkt terug aan de tijd toen hij een jongetje van negen was. Stiekem stapt hij uit bed en pakt een boek uit de kast op de overloop: een dichtbundel, waarin De waterlelie van Frederik van Eeden staat. Hij barst in huilen uit.

Terwijl hij onder een kastanjeboom in zijn bootje zit, doet het wateroppervlak met de geelgouden harten van de waterlelies hem denken aan stralende sterren. Boven hem is het donker, en beneden hem ook. De witte waterlelie wijst de weg naar het einde van de rivier, als was het een donkere tunnel. En hij weet dat, als hij aan het eind is aangekomen, hij daar rust zal vinden en niets meer te wensen heeft.

Het zijn de beelden, het is de taal die doet denken aan de ‘Sehnsucht, melancholie en doodsverlangen’ (om de ondertitel van een culturele manifestatie uit 2009 aan te halen) van Shakespeares Ophelia, de tragische geliefde van Hamlet. Het ultieme canonische aan haar is, dat je zelf invulling aan haar levensverhaal kunt geven, net als aan het verhaal van Jaspars.
Volgens dichteres Maria Barnas is het in het water vallen van Ophelia een geboorte (gedicht De baadster). Een wilg (Willows, willows …) komt er, zoals bij Jaspars of op het schilderij van Redon (zie afb.), niet in voor. Volgens Eve Hopkins, ook tijdens de manifestatie in 2009 in Arnhem, is Ophelia niet hysterisch, maar intelligent. Haar gezang komt niet uit waanzin voort, maar is als het ware als ‘zingen tegen het donker’ (Sytze de Vries). Het donker van de tunnel.