Tweespraak of trialoog?

Dat ik dol ben op tentoonstellingen waarin kunstwerken op welke manier dan ook met elkaar in gesprek gaan, zal de regelmatige lezer van deze blog al wel duidelijk zijn. Sinds 2006, toen Rembrandt tezamen met Caravaggio werd getoond, komt het Rijksmuseum in Amsterdam weer met zo’n tweespraak: Rembrandt en Velázquez.
Alleen de affiche al – de tentoonstelling zelf wil ik nog bezoeken – zegt veel: links De heilige Serapion van De Zurbarán (Wadsworth Atheneum Museum of Art, Hartford), rechts De bedreigde zwaan van Jan Asselijn (Rijksmuseum Amsterdam).

Serapion (1179-1240) was een monnik die in 1240 door de sultan van Algiers aan het kruis werd geslagen. Zo werd hij martelaar van de Mercedariërs, waartoe hij behoorde. De Zurbarán schilderde hem in 1628, haast levensgroot vanaf de knieën, met de armen in touwen boven het hoofd, dat ertussen rust, genegen op de rechterschouder.
Het schilderij van Asselijn uit 1650 is qua afmetingen bijna even groot als dat van De Zurbáran. Hij schilderde de zwaan in eenzelfde soort houding als de monnik: de vleugels hoog geheven, de hals naar voren en de kop ertussen.
Wat in beide schilderijen verder opvalt, is dat de bron (een hond) of het effect van het geweld volledig afwezig is. Zowel de monnikspij als de vleugels van de zwaan zijn smetteloos wit.

Het rare is, dat ik bij het zien van deze affiche eerst een totaal andere associatie had: de met het Bijbelse beeld van wat ds. Sytze de Vries eens in een preek ‘leven onder Zijn vleugels en voor Zijn aangezicht noemde’. Het is een geliefd beeld van hem, dat vaker in zijn preken terugkomt. Ik noem er een paar: ‘Op zoek naar de aarde, waar leven is onder Gods vleugels’ en – in dezelfde preek – ‘schuilen onder de vleugels van Israëls God’. En, in nog weer een andere preek: ‘Onder Zijn vleugels overnachten’ en ‘veilig onder Gods vleugels’.

Een derde en laatste voorbeeld gaat echter meer de kant op van het geweld dat de monnik trof en de zwaan dreig te treffen: ‘Wij hebben dat thuis-zijn onder Gods vleugels zelf verwaarloosd en er een puinhoop van gemaakt’. Dat verwijst, als ik beide schilderijen oproep, niet alleen naar het geweld buiten ons (van de hond), maar vooral naar dat van onszelf: het vermoorden van mensen wiens ideeën ons niet welgevallig zijn. Zoals de sultan van Algiers, Selin Benimarin, die boos was dat het losgeld om de gevangen genomen Serapion vrij te kopen uit bleef en hem maar ophing en zijn lichaam na diens dood in stukken liet hakken.

Het schilderij van De Zurbarán laat zien hoeveel belang hij (daarvoor mag je zowel Serapion als de naam van de schilder invullen) hechtte aan het rooms-katholieke geloof; het ordeteken van de Mercedariërs is pontificaal afgebeeld, zodat het niet kan missen. De Mercedariërs hadden niets op met de Islam. Ze zagen het als hun taak om rooms-katholieke slaven te bevrijden uit handen van moslims. Dat gebeurde in Ierland (waar Serapion vandaan kwam) en aan de Middellandse Zee.

Je zou het zó, in een andere vorm, naar onze tijd kunnen vertalen met de haat tegen alles wat anders is. Zelfs tijdens een studiemiddag die ik onlangs bijwoonde, en waarin een rooms-katholiek en een protestants theoloog het niet konden laten in hun respectievelijke inleidingen steken onder water naar elkaar uit te delen. Oude tijden, met de haat tussen het rooms-katholiek Spanje van Vélazquez en Zurbáran en het protestantse Holland van Asselijn herleefden even.

Daarom: dank aan het Rijksmuseum dat weer eens met een dialoogtentoonstelling komt, dank aan Sytze de Vries voor zijn altijd inspirerende en tot verder nadenken aansporende preken. Het is ook een aansporing om de dialoog tussen Christendom en Islam (of, liever nog: een trialoog tussen de drie Abrahamitische godsdiensten, Jodendom-Christendom-Islam) voort te zetten. Het is broodnodig.

Schijf van vijf

De inmiddels overleden hoogleraar Ido Abram ontwikkelde, naar analogie van de bekende ‘schijf van vijf’ voor gezond eten, een soortgelijke schijf van vijf om de joodse identiteit te benoemen. Zoiets geldt natuurlijk voor ieder mens, die immers altijd méér is dan dat ene kenmerk dat iemand anders als wezenlijk aanmerkt. Een verademing in tijden van doorgeschoten hokjesdenken en etikettering, waarin iemand wordt vastgepind op zijn etnische achtergrond, nationaliteit, religie of sekse. Zei Maxim Februari tijdens de prachtige uitzending van Zomergasten onlangs niet, een Afrikaans gezegde parafraserend, dat een mens niet zomaar een verhaal is, zelfs niet zomaar een boek, maar een hele bibliotheek?

Ik moest eraan denken toen ik onlangs in Museum Kranenburgh in Bergen op de tentoonstelling Onder vrienden (nog te zien t/m 10 november a.s.) werk van Leo Gestel (1881-1941) zag. Het leek wel een beetje op de schijf van vijf, want vanuit zoveel achtergronden en in zoveel stijlen heeft hij geschilderd.
Hetzelfde geldt ook voor Jan Toorop (1858-1928, foto hierboven), waar ik hier verder nu op inga.

Jan Toorop
Op de één of andere manier blijft er echter een overheersend beeld van zijn kunst hangen, dat nodig weer moet worden rechtgezet c.q. aangevuld. Of het nu door de reclame-uitingen van 2016 kwam, maar ik heb de tentoonstelling Jan Toorop in het Gemeentemuseum Den Haag toen aan mij voorbij laten gaan. In mijn geheugen heeft, al dan niet, het beeld postgevat van Toorops slaoliestijl (reclameaffiche voor Delftsche Slaolie, 1894, Rijksmuseum Amsterdam, afb. links) en van diens rooms-katholieke achtergrond (De Pelgrim, 1921 uit Museum Catharijneconvent te Utrecht, afb. rechts), maar het zijn maar twee schijven van de zeg maar vijf.

Voor een Special voor de website 8weekly.nl heb ik Museum Kranenburgh in eerste instantie bezocht voor een andere tentoonstelling die nog t/m 10 november a.s. valt te zien: met werk van Toorops kleinzoon Jan Fernhout (Licht in kleur), straks gevolgd door de tentoonstelling in het Stedelijk Museum in Alkmaar: De Toorop Dynastie (28 september t/m 26 januari 2020).
Ondertussen kijk ik bij museumbezoek tussendoor telkens of er in het onderhavige museum ook werk van Jan Toorop valt te zien. En dat leidt tot verrassingen. Laten we eens kijken.

In het Rijksmuseum Amsterdam hangt een prachtig doek: De zee bij Katwijk (1887, zie hiernaast) dat, verdomd als het niet waar is, in een rechte lijn doorloopt naar atmosferische zeegezichten van Fernhout in Bergen. Daarover straks meer in mijn Special voor 8weekly. Toch kun je Toorop niet, zoals Victorine Hefting, oud-directeur van het Gemeentemuseum in Den Haag deed, puur als een typische Haagse Schoolschilder zien; dat is maar één partje van de schijf van vijf. Het palet uit die tijd doet evenzeer aan dat van Breitner denken.

Dat bleek ook weer toen ik in de Fundatie in Zwolle stond voor een klein maar fijn pointillistisch schilderij: De sluizen bij Katwijk (1898, zie afb. links). Zo rond de eeuwwisseling pakte Toorop deze Franse stijl op die je blij maakt. Een stijl die hij al snel verwisselde voor het impressionisme van Monet, maar de blijheid blijft ervan af stralen.

 

Deze ‘schijf’ wordt gevolgd door een realistische, symbolistische en rooms-katholieke periode waarin onder meer werken ontstonden die zich in het Kröller-Müllermuseum te Otterlo bevinden, zoals de hierboven weergegeven krijttekeningen: Meditatie (1896, links) en Orgelklanken (1891, rechts)
En nog is de schijf van vijf niet vol – want als etser was hij ook vernieuwend bezig. Hij noemde ze ‘hiëroglyfen van de innerlijke stilte’. Kleine portretjes van mooie koppen. De revolutionair Toorop was de schilder van kunst als ‘voertuig voor de revolutie naar rust’ geworden. De schijf is vol(tooid), het beeld compleet.

De andere helft van het verhaal

Er bestaat zoiets als ongelijktijdige gelijktijdigheid: iets dat gelijktijdig gebeurt en toch vanuit een totaal ander perspectief wordt bekeken. Bijvoorbeeld aan het andere eind van de wereld.
Neem de houding ten opzichte van het teruggeven van koloniale roofkunst en tegenover actrice Selma Blair, die op het Oscarfeest 2019 liep met een stok (zie foto links). Het is allebei nog nooit vertoond en het riep verschillende reacties op. En toch is er een overeenkomst waarnaar ik op zoek ga.

Het Nationaal Museum van Wereldculturen was de eerste die aankondigde dat landen of instanties die menen aanspreek te kunnen maken op koloniale roofkunst, die kunst op kunnen eisen. In de slipstream hiervan gaf Taco Dibbets, directeur van het Amsterdamse Rijksmuseum, iets soortgelijks aan. Iets soortgelijks – want er is een wezenlijk verschil: een afdelingshoofd van het museum gaat in gesprek met musea in onder meer Sri Lanka en Indonesië.

Een wezenlijk verschil en, denk ik, meer van deze tijd, gevoeliger als we gelukkig zijn geworden voor machtsrelaties. Of dit nu gaat over roofkunst of over #MeToo; het is een perspectiefwisseling, waarbij de aandacht is gekanteld van object naar subject.

Dat geldt ook voor Selma Blair (Legally Blonde, Cruel Intentions, The Sweetest Thing). In de pers werd de stok waarmee zij op het Oscarfeest ten tonele verscheen, beschreven als ‘gewoon’ een onderdeel van haar – als altijd – opvallende, schitterende outfit van dit keer Ralph and Russo. Dat klopt, als je naar de foto kijkt. Maar ze had die stok wél nodig, want ze heeft MS.

Wat is nu de overeenkomst tussen beide verhalen, dat over de houding van de directie van het Rijksmuseum en Selma Blair? Dat zij de andere helft van een verhaal vertellen, de helft die lang níet werd verteld: bij roofkunst hoort óók gevoeligheid voor de ex-koloniën, niet alleen een formele houding, bij een stok hoort óók gevoeligheid voor de handicap van een actrice. Het zijn niet alleen statements, maar we laten de partijen zélf aan het woord en praten niet vanuit een zekere, onterechte machtspositie over hun hoofden heen. Ik wil als niet-westers museum zélf gehoord worden, mijn land en kunst mogen er zijn, ík mag er zijn, mét stok. Vanzelfsprekend.

Het is een eerste stap. Maar toch.

Het Woord verbeeld

Ter gelegenheid van 2018 Jaar van het Cultureel Erfgoed kwam het Nederlands Bijbelgenootschap met een handzaam gidsje onder de titel Het Woord verbeeld. Ik kwam het nu pas op het spoor, en pas kort daarna las ik een eerste bespreking ervan in Kerk in Mokum.

De kop boven het voorwoord van de directeur van het Nederlands Bijbelgenootschap luidt: ‘De Bijbel als inspiratiebron’. Preciezer gesteld: Bijbelverhalen als inspiratiebron – inclusief de apocriefe. Want laten we wel zijn, en daar is op zich als eerste aanzet niets mis mee, het gaat om twaalf kunstwerken, van ca. 1470 tot en met 1991, waar primair draait om Bijbelverhalen. Allemaal te zien (en niet altijd even te makkelijk te vinden) in het Amsterdamse Rijksmuseum – waarbij aangetekend, dat die van Rembrandt tot 10 juni a.s. onderdeel uitmaken van de expositie Alle Rembrandts en dus niet in bijvoorbeeld zaal 2.8 hangen.

De teksten in het gidsje, allemaal afgedrukt na een kleurenfoto van het kunstwerk dat het uitgangspunt ervoor vormt, zijn onderverdeeld in drie blokjes: informatie van het Rijksmuseum, een link naar het Bijbelgedeelte en een vraag voor de beschouwer. De teksten over het Bijbelgedeelte zijn van de hand van Peter Siebe, persvoorlichter en eindredacteur van de Nieuwe Bijbelvertaling, die ook tot uitgangspunt is genomen.

Het is een spannende onderverdeling, omdat de teksten van het Rijksmuseum vooral gericht zijn op formele kenmerken van de kunstwerken, met omschrijvingen als ‘Door (…). de verf met een spatel te bewerken, bracht hij [Rembrandt, EvS] een plastisch, glanzend reliëf aan’ (over: Het joodse bruidje, zie afb. rechts). Of: ‘Het effect is rijk, maar de kwaliteit van uitvoering is niet bijzonder hoog’ (over een Antwerps kabinet, zaal 2.23).

In de tekstblokjes van Siebe wordt veelal een verbinding gelegd tussen Oude- en Nieuwe Testament, en dat is mooi. Bijvoorbeeld – in het geval van bovengenoemd kabinet – tussen Numeri 21:9 en Johannes 3:14. Een enkele keer echter wordt er een sprong gemaakt die niet in de tekst staat, zoals bij de Beuningkamer (zaal 1.6), waarin het gaat over Handelingen 8:26-39. Volgens de tekst(schrijver) zou Filippus de kamerling, dat wil zeggen een Ethiopiër, wijs maken dat ‘de passage uit Jesaja’ die hij zat te lezen’ over Jezus ging, maar dát staat er niet: ‘Daarop begon Filippus met hem [de Ethiopiër, EvS] te spreken over het evangelie van Jezus, waarbij hij deze schrifttekst tot uitgangspunt nam’ (vers 35) – je zou zeggen: een Talmoedische wijze van tekstuitleg van een passage uit Tenach, zoals je ze zoveel tegenkomt in het Nieuwe Testament.

De vragen zijn van het soort zoals je ze ook wel in Bijbelse dagkalenders of wat behoudende tijdschriften over de Bijbel tegenkomt. Van bijvoorbeeld ‘Heeft u weleens een bovennatuurlijke gebeurtenis meegemaakt?’ (bij De ontmoeting van Joachim en Anna, zie afb. links), ‘Voor wie bent u deze week barmhartig geweest?’ (bij De zeven werken van barmhartigheid) tot ‘Wat vindt u van kunst in de kerk?’ (bij Dirck van Delens Beeldenstorm in een kerk) en ‘Heeft u een voorbeeld in huis dat een Bijbelverhaal uitbeeldt?’ (bij het Antwerps kabinet).

Het is het soort uitgaven dat roept om een vervolg. Daarbij valt dan niet alleen te denken aan meer metaforische in plaats van letterlijke verbeeldingen van het Woord of aan andere musea. In het eerste geval denk ik dan bijvoorbeeld aal het Stilleven met boeken van Jan Lievens (ca. 1627-’28) waarop je niet alleen boeken (waaronder de Bijbel?) ziet, maar dat ook een wijnkan en een homp brood (Avondmaalsattributen). In het tweede geval zou een boekje als Een soort bijbel. Vincent van Gogh als evangelist van Anton Wessels de aanleiding kunnen zijn voor een gidsje voor het Van Goghmuseum.

Overigens: Peter Idenburg mag in zijn recensie in Kerk in Mokum dan wel opmerken dat de ‘brochure gratis beschikbaar is bij het Nederlands Bijbelgenootschap, [maar] helaas niet bij de balie van het Rijksmuseum’ – het museum heeft in de winkel wel een fraaie reeks boekjes met verdiepende teksten over onder meer Het Joodse bruidje en De zeven werken van barmhartigheid. In het eerste staan interessante gegevens over modernere interpretaties over het afgebeelde tafereel, dat in het gidsje van het Nederlands Bijbelgenootschap wordt beperkt tot de gangbare: Isaak en Rebekka. Waarvan akte.

www.bijbelgenootschap.nl/bijbelroute

https://www.protestantsamsterdam.nl/loop-de-bijbelroute-langs-twaalf-meesterwerken-in-het-rijksmuseum/

https://www.rijksmuseumshop.nl/nl/boeken-en-dvd-s/rijksmuseum-reeks

 

Top-10 tentoonstellingen 2017

De hoofdredacteur Kunst van de website 8weekly.nl vraagt de kunstredacteuren elk jaar om hun Top-10. Onderstaand mijn bijdrage – 8 tentoonstellingen, aangevuld met nummer 9 en 10 die niet door 8weekly zijn gerecenseerd, maar die ik wel bezocht.

(Links: afbeelding van Matthijs Maris (Doopgang in Lausanne, 1862), waarover ik hier eerder een blog schreef).

WeerZien
De Pont heeft met Sky Mirror van Anish Kapoor voor de deur een mooi ‘cadeau’ gekregen en geeft het publiek op zijn/haar beurt met de tentoonstelling WeerZien ook een geweldig, origineel cadeau. In 25 jaar is De Pont in Tilburg immers vanuit het niets uitgegroeid tot een museum met een collectie en tijdelijke tentoonstellingen die je als liefhebber van hedendaagse kunst niet mag missen.
Lees hier de recensie: http://8weekly.nl/recensie/kunst/weerzien/

Béla Tarr
Béla Tarr, Till the End of the World was een tentoonstelling in EYE Filmmuseum Amsterdam over het indrukwekkende oeuvre van Hongarije ‘s grootste filmmaker Béla Tarr (1955). Een bijzondere tentoonstelling die geraffineerde installaties van fragmenten uit zijn films toonde en de bezoeker confronteerde met de schaduwzijde van de mens.
Lees de recensie van Marlise van der Jagt: http://8weekly.nl/recensie/een-troosteloze-confrontatie-met-onszelf/

Werner Tübke
Het is geen gemakkelijke kunst die in de Fundatie in Zwolle werd getoond. Niet in de ogen van de cultuurfunctionarissen van het communistische regime in de DDR, maar ook niet voor de bezoeker van de tentoonstelling anno 2017. Je moest de voorstellingen aandachtig lezen, waarbij je ook zeker moest letten op het enorme vakmanschap met de dun opgebrachte verf.
Lees hier de recensie: http://8weekly.nl/recensie/schilderijen-lezen/

Edward Krasiński
Pas wanneer je kunst als kunst en kunst binnen de context van de politieke constellatie in Polen in het Stedelijk Museum in Amsterdam op het werk van Krasiński losliet, en ook nog eens in staat was deze te nuanceren en te glimlachen bij de zowel dadaïstische als anti-Stalin humor die erin zit, kwam een totaalbeeld van diens werk naar voren waarmee je hem recht doet. Een pluim kortom voor het Stedelijk Museum dat, in samenwerking met Tate Liverpool, met deze expositie komt van een in Nederland nog niet bekende kunstenaar.
Lees hier de recensie: http://8weekly.nl/recensie/een-doorgaande-lijn/

Hans Arp
Wat tijdens de overzichtstentoonstelling in het Kröller Müller Museum in Otterlo opviel aan de hele expositie is de prachtige achtergrondkleur, een grijstint, waartegen alle werken optimaal tot hun recht kwamen. Een prachtige overzichtsexpositie in het jaar van De Stijl dat een ander aspect belichtte.
Lees hier de recensie: http://8weekly.nl/recensie/ingetogen-hans-arp/

Herman Gordijn
De tijd was rijp om verder te kijken dan naar wat lang voornamelijk als schokkende en provocerende kunst werd beschouwd. De grote overzichtstentoonstelling op de bovenste verdieping van Museum MORE in Gorssel, die na Gordijns overlijden plotseling ook een eerbetoon werd, bood die uitgelezen kans.
Lees hier de recensie: http://8weekly.nl/recensie/herman-gordijn/

Ed van der Elsken
Het Stedelijk Museum in Amsterdam maakte indruk met de uitgebreide overzichtstentoonstelling van het fotografisch en filmisch werk van Ed van der Elsken (1925 – 1990). De tentoonstelling toonde de geestdrift van de fotograaf en zijn werk uit verschillende decennia komt dan ook uitbundig aan bod.
Lees de recensie van Dorien Imming: http://8weekly.nl/recensie/ode-aan-ed/

In het hart van de renaissance
De tentoonstelling met vijfenveertig schilderijen, voornamelijk uit de Pinacoteca Tosio Martinengo (Brescia) in Rijksmuseum Twenthe te Enschede, begon met een prachtig Portret van een jonge man met fluit van Giovanni Giralomo Savoldo. Een schilderij dat een krachtige uitdrukking toont van het nieuwe mensbeeld dat zich in de vijftiende en zestiende eeuw ontwikkelde: dat van een zelfbewust individu en dat in de tentoonstelling centraal stond.
Lees hier de recensie: http://8weekly.nl/recensie/nieuwe-lente-nieuw-geluid/

Hercules Segers
‘Zijn wonderbaarlijke berglandschappen en eindeloze vergezichten getuigen van een grenzeloze verbeeldingskracht. Als prentmaker was Segers een ware pionier. Voor zijn kleurige etsen ontwikkelde hij geheel eigen technieken. Hercules Segers heeft door de eeuwen heen vele kunstenaars en dichters gefascineerd en geïnspireerd. Rembrandt bezat maar liefst acht schilderijen van zijn hand. Van 7 oktober tot en met 8 januari 2017 waren in totaal 18 schilderijen en 110 afdrukken van 54 prenten te zien in het Rijksmuseum te Amsterdam.’ Een genot.

Matthijs Maris
Als middelste van de kunstenaarsbroers Maris werkte Matthijs grotendeels in Parijs en Londen. Zijn excentrieke levensstijl en zijn eigenzinnige schilderijen vormden een grote inspiratie voor jonge kunstenaars, onder wie Vincent van Gogh. Hoewel zijn werk internationaal geliefd was en zijn schilderijen zelfs een recordbedrag opbrachten in de handel, leidde hij uiteindelijk een kluizenaarsleven in zijn atelier. De tentoonstelling Matthijs Maris omvat 75 schilderijen, tekeningen en etsen. Omdat The Burrell Collection in Glasgow bij hoge uitzondering een belangrijke selectie werken van Maris uitleent, kan voor het eerst een compleet beeld van zijn oeuvre worden getoond.’ Wat fijn om daar kennis mee gemaakt te hebben!

Matthijs Maris’ Doopgang in Lausanne

Op z’n tijd gaan een of twee boeken die ik al dan niet naast of na elkaar lees, met elkaar in gesprek. Een enkele keer is dat ook een boek en een of meer schilderijen die ik op hetzelfde moment ‘tot mij neem.’ Dat is nu het geval met het boek De moeder aller vragen van Rebecca Solnit (Uitgeverij Podium) dat ik zeer recent las voor Literair Nederland en enkele schilderijen die ik zag op de tentoonstelling Matthijs Maris in het Amsterdamse Rijksmuseum. Dat zit zo.

De moeder aller vragen is de vraag: ‘Heb je eigenlijk ook kinderen?’ Solnit schrijft dat ze deze vraag zelf meermalen moest beantwoorden en in een andere vorm ook kreeg tijdens een lezing over Virginia Woolf: Waarom had Woolf geen kinderen? Een vraag die meestal aan vrouwen wordt gesteld en niet of nauwelijks aan mannen. Wat niet wegneemt dat het me al een paar keer op bordjes bij tentoonstellingen is opgevallen, dat er wordt meegedeeld dat de kunstenaar ongehuwd was.
Ik zou niet zover willen gaan als de docenten van de ISVW-cursus ‘Een andere kijk op Shakespeare’  afgelopen jaar, die stelden dat dit een element van het zondebokmechanisme volgens René Girard is, maar het geeft wel te denken.

Ook de bijschriften vielen op bij genoemde, prachtige expositie over Matthijs Maris (1839-1917), een van de kunstenaarsbroers Jacob, Willem en Matthijs die grotendeels in Parijs en Londen werkte. In de flyer staat bovendien dat hij er een ‘excentrieke levensstijl’ op nahield, dat zijn schilderijen ‘eigenzinnig’ zijn en dat hij er ‘uiteindelijk een kluizenaarsleven in zijn atelier’ op nahield. Ook het woord ‘bohemien’ valt. Maar zijn we daarmee op de hoogte van het innerlijke leven van Maris, dat wat hij juist bij uitstek op het doek zette?

Ik lees nog meer bijschriften. Eerst dat bij Doopgang in Lausanne (ca. 1862, Gemeentemuseum Den Haag, zie afb.), een schilderij van een jonge familie op de trappen van de kathedraal in Lausanne. Moeder draagt de dopeling, de vader loopt er met een klein jongetje naast, en ze worden voorafgegaan door een iets groter meisje dat een dik boek onder de arm heeft, wellicht een bijbel. Dat meisje heeft haar hoofd afgewend, staat er.
Dat laatste is ook het geval bij De spinster (zelfde tijd, zelfde museumcollectie). Hier drukt het weg gedraaide hoofd volgens het bijschrift op twijfel, zoals het op Keukenmeisje (1872, zie afb. rechts) duidt op het in gedachten wegdromen naar een andere wereld.

Alles bij elkaar leg ik er samenvattend iets meer in  – en dat, lees ik op een ander bijschrift, is volgens de kunstenaar toegestaan.  Het zou namelijk net zo goed een combinatie van de genoemde aandachtspunten op die bijschriften kunnen zijn: het meisje met, neem ik voor het gemak aan, de bijbel heeft haar hoofd afgewend omdat ze en/of twijfelt aan haar geloof (die leeftijd heeft ze wel) en/of weg droomt naar een andere wereld. Misschien doet ze het een en laat ze het ander niet na. Of Maris een gelovig iemand was, dat kom je op deze tentoonstelling niet te weten, maar het zou zomaar kunnen dat hij zijn eigen gevoelens ook hier, zoals in alle ‘concepties’ aan het doek toevertrouwde: twijfelend én zijn heil zoekend in een andere dimensie, allebei tezamen.
Het wil er bij mij meer in dan dat hij vooral ‘excentriek’ was, ‘eigenzinnig’, ‘kluizenaar’ en ‘bohemien.’ Maar misschien zegt het ook meer over mij dan over Maris. Dat zou ook zomaar kunnen.

Stromend water

Mijn hart sprong afgelopen week een paar keer op. De eerste keer toen ik las dat beeldend kunstenaar Mark Manders (1968) voor het vernieuwde Rokin in Amsterdam een prachtige fontein had gemaakt (zie afb.). En ook als het water niet stroomt, is het prachtig: twee hoofden die aan elkaar verbonden zijn maar elk een andere kant op kijken. De een richting Centraal Station de ander naar de Munt. Het water stroomt tussen de twee hoofden door. .
De tweede keer was toen ik in de Amsterdamse Oude Kerk, op een steenworp afstand van het beeld van Manders, een preek hoorde die al evenzeer tot mijn verbeelding sprak. Sterker nog: beide sprongetjes verenigden zich op enig moment, als de twee helften van het hart die samen kloppen.
De verbindende schakel tussen beide keren vormt water.

Ik ben al een tijdje een bewonderaar van het werk van Manders, van zijn Etruskisch aandoende koppen in twee helften met een houten plaat ertussen, of van een kop met aan weerszijden een houten plaat. Een bekend werk van hem is natuurlijk Unfired Clay Figure (2005-2006). Ook in het Stedelijk Museum is werk van hem opgenomen, maar dat is van een geheel andere aard.
Zijn fontein staat in de traditie van zijn bekendste werken, maar er is een groot verschil: de houten plaat is vervangen door iets meer fluïde: stromend water. Het geeft de fontein per definitie iets minder statisch, ook als het water niet stroomt. De leegte tussen de twee helften mag je bij wijze van spreken invullen met je eigen gedachtes, dromen en zorgen. De natuurstenen bankjes rond de fontein vragen erom om te gaan zitten en reflecteren of met anderen in gesprek te gaan.

Water speelt ook een grote rol in de lezing uit Jona (1:11-2:2) afgelopen zondag in de Amsterdamse Oude Kerk. Jona zit op een boot op roerige zee. De medevaarders ‘roeiden uit alle macht om weer aan land te komen; dat lukte hun echter niet.’ Jona wordt overboord gegooid, in de hoop dat de zee zal bedaren. Dat gebeurt. Wat dan volgt is natuurlijk bekend: Jona wordt opgeslokt door een grote vis.
Je mag het verhaal natuurlijk niet 1:1 vergelijken met het beroemde (beruchte, mag je ook zeggen) Zielenvisserij van Adriaen Pietersz. van de Venne (1614, zaal 2.5 Rijksmuseum Amsterdam), waarop mensen uit de zee worden gevist naar het woord uit Mattheus 4:19, maar je mag het wel contrapuntisch met elkaar lezen. En met wat de fontein mij vertelt.

Om te beginnen gaat Jona de andere kant op dan waar hij eigenlijk heen moet: Ninevé, zoals het ene hoofd de ene kant op kijkt en het andere de andere kant op. De ene richting de Oude Kerk en de ander naar de stad als levendige ontmoetingsplaats van mensen, het Rokin af naar de Munt.
Zo begreep ik ook de uitleg van Eddy Reefhuis afgelopen zondag. Aan de ene kant: stap uit de (boot van de) kerk, de wereld in en aan de andere kant: stap uit de wereld de kerk in om daar op scherp te worden gesteld. Breng dat wat van de wereld is (andere muziek, andere woorden) de kerk in opdat die levend blijft en mensen aanspreekt. De andere beweging is iets anders dan: stap de wereld in om het Evangelie te verkondigen. De kerk als hoofd dat twee kanten op kijkt, dat is het voor mij.
Ik dacht meteen aan een vioolconcert van Bach, waarvan het begin is gebaseerd op het koraal Wachet auf. Dat zou nog eens wat wezen als Communiemuziek, en zo zijn er veel meer (ook hedendaagse) voorbeelden te bedenken. Een City kerk is immers als het goed is niet alleen een open kerk voor iedereen die op zondag of door de week een kaarsje wil branden, tot rust wil komen om daarna weer verder te kunnen gaan, aan land te komen – maar ook een open kerk voor alles, zoals kunst en cultuur, dat zich daarbuiten de kerkmuren bevindt. Er hangen al drie scheepjes in het koor van de kerk. Moge die daarvoor tot symbool zijn.

https://oudekerk.amsterdam/files/2017/08/20193429/preek-Reefhuis-13-aug-2017.pdf

De eeuw van de Bourgondiërs

Het Rijksmuseum eert van 6 oktober 2017 – 7 januari 2018 de eeuw van de Bourgondiërs met een tentoonstelling over Johan Maelwael, schilder aan het Bourgondische hof rond 1400. Naar aanleiding van deze tentoonstelling,. en een lezingenreeks hierover door Paul Bröcker (http://www.kunstgeschiedenis-helikon.nl), neem ik hier enkele gedeeltes over uit mijn boekje Ogen van mijn moederHierin is sprake van een eerder tentoonstelling over kunst aan het Bourgondische hof in hetzelfde Rijksmuseum.

Er stond één boek in de kast van mijn ouders dat ik lang niet heb kunnen plaatsen. Het is de catalogus bij een tentoonstelling in het Amsterdamse Rijksmuseum: Bourgondische pracht (28 juli -1 oktober 1951). Natuurlijk, de periode was duidelijk genoeg: die van hun ondertrouw (13 augustus) en trouwen (31 augustus). Maar wat hadden ze met de Vlaamse primitieven ten tijde van Philips de Stoute tot Philips de Schone? En hoe kwamen ze erop zo’n dure catalogus te kopen, terwijl ze het toen niet breed hadden? Niet alleen maar een herinnering aan een samen in een mooie tijd van hun leven bezochte tentoonstelling, dunkt mij, want de kunst moet ze ook iets wezenlijks hebben gezegd.

Het kwartje viel pas toen ik onlangs iemand in een televisie-interview hoorde spreken over een zendertje dat zij had om te zien of het wel goed met haar moeder ging. Een vrouw die, net als moeder, de ellende van de Tweede Wereldoorlog als een schaduw met zich meedroeg. Het omgekeerde was bij mij het geval; toen moeder op haar sterfbed lag, en ik in de eetkamer een lezing zat voor te bereiden, riep zij om de paar minuten over de gang, met een wonderbaarlijk krachtige stem, of het wel goed met míj ging.

Ze was bewogen, op dat moment met mij. Ten diepste, zoals op de schilderijen van de Vlaamse primitieven. En er zijn meer overeenkomsten.Je kunt naar de kunst van de Bourgondiërs kijken met de ogen van moeder en zoeken naar de overeenkomsten tussen haar manier van kijken en die van deze kunstenaars. Dan weer verstild, dan weer extatisch en soms ook wreed als het werk van Dieric Bouts (cat. nr. 36, zie afb. hierboven: Marteling van de H. Erasmus).

Het is zoals ds. Barthold van Ginkel zichzelf omschreef ‘als een mandoline met drie snaren: een bevindelijke, een midden-orthodoxe en een vrijzinnige.’ Van Ginkel was de predikant die voorging in jeugddiensten in de toen nog relatief nieuwe, inmiddels voormalige, Prinsessekerk in Amterdam.Bovendien waren in de ogen van Van Ginkel ‘de Veluwnaar met zijn psalmen, de neger met zijn spiritual, de Quaker met zijn stilte en de vrijzinnige met zijn innerlijk Licht’ allemaal op weg naar het Koninkrijk Gods. En daartussenin liep moeder, thuis op diezelfde Veluwe, bewonderaarster van Martin Luther King pur sang, lezeres van de boeken van quaker Jan de Hartog – de zoon van prof. A.H. de Hartog, ook zo’n kanselredenaar die ze graag mocht horen – en met het innerlijk licht van de vrijzinnige. En van de schilders van de Bourgondische pracht.

Dreamtime

Afgelopen jaar heb ik twee keer in een recensie aandacht besteed aan muziek die een geïntegreerd onderdeel uitmaakt(e) van een expositie. De eerste keer was bij de tentoonstelling met werk van Marinus Boezem in de Amsterdamse Oude Kerk (http://8weekly.nl/recensie/kathedraal-van-de-verbeelding/), de tweede keer naar aanleiding van de expositie van Craigie Horsfield in het Centraal Museum Utrecht (http://8weekly.nl/recensie/kunst-als-grenservaring/).

Er waren ook twee tentoonstellingen waarbij muziek mij is opgevallen; ik heb ze ‘gewoon’ bezocht en niet gerecenseerd, maar schenk hier in deze blog aandacht aan.
De eerste expositie was die over de Amsterdamse School in het Amsterdamse Stedelijk Museum. Daarin klonk als achterrond (wat heet) muziek die buitengewoon goed paste bij de tentoongestelde werken. Navraag (met dank aan Monica Soeting) leerde dat dit ging om muziek van Wouter van Bemmel. Een hedendaagse componist dus, die zich goed bleek te kunnen inleven in de sfeer en de stijl van de Amsterdamse School.
De tweede tentoonstelling was de overzichtstentoonstelling met werk van Hercules Segers, op een steenworp afstand van het Stedelijk: in het Rijksmuseum. Hier wil ik wat dieper op ingaan.

Bij binnenkomst kom je als bezoeker in een zaaltje waarin ter introductie een korte film (3’39”) wordt getoond. Een film van Christian Borstlap, met muziek Dream 3 (in the midst of my life) van Max Richter (1966, zie foto rechtsboven), een Duits-Engelse post-minimalist die bekend werd als componist van filmmuziek en door Vivaldi’s De vier jaargetijden te ‘hercomponeren.’
Op de één of andere manier sluit Dream 3 over de eeuwen heen net zo goed bij het werk van Segers aan, als dat van Van Bemmel dat deed bij stukken uit de Amsterdamse School-stijl. Het dromerige dat Segers’ stijl eigen is, weerklinkt in de muziek van Richter. En net zoals Segers niet alleen voer op zijn eigen verbeelding, werd ook hij beïnvloed door andere barokschilders, zoals in zijn geval de berglandschappen van Pieter Bruegel en een houtsnede met de Bewening van Christus door Hans Baldung Grien (ca. 1515). Richter heeft ook goed geluisterd naar barokmuziek; de geest ervan waart rond in zijn Dream 3.

Als bezoeker neem je zijn muziek mee terwijl je kijkt naar de verschillende sferen die Segers aan eenzelfde Bergvallei met omheinde velden weet te geven: de ene keer (uit de Staatliche Kunstsammlungen Dresden) zie je een zonsopkomst, de andere keer (Rijksmuseum) een vallende nacht en tenslotte (ook Rijksmuseum) het schijnsel van een onzichtbare maan.

Segers heeft net als de barokmuziek die bij Richter mee resoneert invloed gehad op diverse navolgers. De bekendste is natuurlijk Rembrandt, die behoorlijk heeft huisgehouden op een etsplaat met Tobias en de engel (Louvre, Parijs). Maar ook een onbekende schilder heeft in de zeventiende eeuw een groot deel van de lucht op een Berglandschap met vergezicht (Uffizi, Florence) overgeschilderd. Een andere, onbekende schilder, is bezig geweest met pen en penseel aanvullingen te maken op de ets Vallei met een rivier en een stad met vier torens (Rijksmuseum).

Allemaal overpeinzingen bij de tentoonstelling van Segers in het Amsterdamse Rijksmuseum. En als u me nu tot slot vraagt welk klein werkje ik onder mijn jas de zalen in de Philipsvleugel uit zou willen smokkelen, dan is dat het recent ontdekte Weg in het bos, uit een particuliere collectie, dat nog niet eerder werd tentoongesteld (zie afb. linksboven). Alleen de flora rechts op de voorgrond al … Ik/u mag wel gauw zijn; de tentoonstelling loopt nog maar t/m 8 januari a.s..

Top-10 tentoonstellingen

De hoofdredacteur Kunst van de website 8weekly.nl vraagt de kunstredacteuren elk jaar om hun Top-10. Onderstaand mijn bijdrage – aangevuld met een nr. 11, na de deadline van deze inzending. Het gaat om gerecenseerde en/of bezochte tentoonstellingen. Waarbij ik bij nader inzien die van Penone in de tuinen van het Rijksmuseum nog vergat (zie ook: https://oudekerk.amsterdam/nieuws/blog-dubbel-zien/) …
De lijst die er uiteindelijk uitrolde staat op de site van 8weekly: http://8weekly.nl/special/beste-tentoonstellingen-2016/

Craigie Horsfield – How the world occurs, Centraal Museum Utrecht

De eerste solotentoonstelling – bestaande uit zo’n veertig werken – van de Engelse kunstenaar Craigie Horsfield, in de voormalige negentiende eeuwse stallen van het Centraal Museum in Utrecht, komt ongenadig hard binnen. Een relevante tentoonstelling.
Lees de recensie: http://8weekly.nl/recensie/kunst-als-grenservaring

Isa Genzken – Mach dich hübsch!, Stedelijk Museum Amsterdam

Prachtige overzichtstentoonstelling van Isa Genzken in het Amsterdamse Stedelijk Museum, dat zich na jarenlang in de luwte te hebben verkeerd, onder andere hiermee, weer nadrukkelijk op de kaart zet.
Lees de recensie: http://8weekly.nl/recensie/invloedrijk-oeuvre-inventief-gepresenteerd/

Ai Weiwei – #SafePassage, FOAM AmsterdamI

Indrukwekkende tentoonstelling met recent werk, foto’s en objecten, van deze controversiële Chinese kunstenaar. Zet danig aan het denken.
Lees de recensie: http://8weekly.nl/recensie/kunst/systeem-versus-individu/

Jheronimus Bosch – Visioenen van een genie, Het Noordbrabants Museum ‘s-Hertogenbosch

Het leeuwendeel van de schilderijen en – minder bekende – tekeningen van Jheronimus Bosch waren te zien in een publiekstrekker in de plaats waar hij geboren werd en werkte: ’s-Hertogenbosch. Mooi vormgegeven tentoonstelling die uitnodigde om je in zijn werk en tijd te verdiepen én er met volle teugen van te genieten.
Lees de recensie: http://8weekly.nl/recensie/hemel-en-hel/

Fra Bartolommeo – De goddelijke renaissance, Museum Boymans Van Beuningen Rotterdam

Prachtige, en soms zelfs wat onbeholpen tekeningen en enkele schilderijen van de Italiaanse tijdgenoot van de grote Leonardo da Vinci, Michelangelo en Rafaël in een fraaie overzichtstentoonstelling in Rotterdam. Neem er de tijd voor om alles te bekijken, en de uitgebreide tekstbijschriften te lezen.
Lees de recensie: http://8weekly.nl/recensie/fra-bartolommeo/

Jan Weissenbruch – De Vermeer van de 19e eeuw, Teylers Museum  Haarlem

Mooi overzicht van het werk van een minder bekende Weissenbruch, wiens werk een januskop heeft: aan de ene kant zijn het rustieke landschappen en stadsgezichten (zie afb.) die je ziet, beïnvloed door 17e-eeuwse Hollandse meesters, aan de andere kant hebben ze een vlakverdeling met horizontale en verticale lijnen die al vooruit lijkt te lopen op de abstracte schilderkunst van later tijd. Daarom des te interessanter.
Lees de recensie: http://8weekly.nl/recensie/fotoshoppen-avant-la-lettre/

Armando – Overmacht. Armando in Bergen, Kranenburgh Bergen

De verrassing van een eerste keer oog in oog met sommige werken van Armando te staan, is er natuurlijk inmiddels af. Maar wat in Kranenburgh als extraatje werd geboden, was de invloed van Bergen op zijn werk. Een tot nu toe onderbelicht aandachtspunt.
Lees de recensie: http://8weekly.nl/recensie/weg-raakt-kwijt/

Wilden. Expressionisme van ‘Brücke’ & ‘Der Blaue Reiter’ – Museum de Fundatie Zwolle

Imponerende tentoonstelling, zeker – en ook –  als je net een week in München, de bakermat van het expressionisme bent geweest.  Zegt iets over de kwaliteit van én het werk én de tentoonstellingsmakers die in Zwolle bezig waren.
Lees de recensie: http://8weekly.nl/recensie/idealisme-verandert-kleur

Karel Appel – Karel Appel Retrospectief, Gemeentemuseum Den Haag

Mooi retrospectief van Appels werk, bekend en minder bekend. Al verwachtte ik er iets meer van. Daarom slechts een negende plaats. Maar toch.
Lees de recensie: http://8weekly.nl/recensie/mag-het-ietsje-meer-zijn

Vincent van Gogh – De waanzin nabij. Van Gogh en zijn ziekte, Van Goghmuseum Amsterdam

Vanwege de relevantie van het onderwerp verdient deze tentoonstelling toch nog nipt een plaatsje in de Top-10. Nipt, omdat het onderwerp al eerder in een museum over het voetlicht werd gebracht (Museum Het Dolhuys in Haarlem). Een plaatsje omdat het je aan het denken zet.
Lees de recensie: http://8weekly.nl/special/vraagtekens-bij-de-ziekte-van-van-gogh/

Paul de Reus – beelden en tekeningen

Een verrassende tentoonstelling op de begane grond en eerste verdieping in het Stedelijk Museum Vianen. Getoond wordt kunst die een uiting is van bezorgdheid om de wereld, én van een Toekomstige droom (tekening, 2016) waarin de mensheid is als een soort Siamese tweeling. De mens als een tweezaam wezen, lijkt de kunstenaar te willen zeggen. De bezoeker van deze expositie mag het hem nazeggen.
Lees de recensie: http://8weekly.nl/recensie/paul-de-reus/