Ignaas Devisch – Zijn er nog vragen?

Zijn er nog vragen? / Ignaas Devisch ; met illustraties van: Davien Dierickx ; eindredactie: Sofie Renier. – Derde
druk. – Gent : Borgerhoff & Lamberigts, november 2020. – 94 pagina’s : illustraties ; 19 x 24 cm. – 1e druk: september 2020. ISBN 978-94-639-3308-7

Zijn er nog vragen, – de Vlaamse schrijver en hoogleraar filosofie en ethiek Ignaas Devisch hoopt van wel. Hij schreef een verhaal over zes vrienden, die politiek correct via mooie kunstzinnige illustraties (in enkele kleuren) ten tonele worden gevoerd: meisjes, jongens, zwart, wit, met een handicap. Een verhaal over filosofische levensvragen als het ontstaan van de wereld, wat de zin van het leven is, mensen die elkaar pijn doen enz. Omdat hun ouders het ook niet weten, of juist heel zeker weten, denken ze dat zij iets voor hen achterhouden en gaan op zoek. Ze surfen en doorzoeken tevergeefs dozen in de bibliotheek. Tot een gastspreker op school zijn levensverhaal vertelt en ze een filosoof aan de rand van het dorp raadplegen. Hij leert ze meningen te onderscheiden van feiten en een redenatie op te bouwen. De kinderen halen veel over hoop, de auteur ook. Alles wordt in algemene zin besproken. Het op de kinderen zelf betrekken, laat hij in dit unieke boek aan de lezers over: leerlingen en leerkrachten van de bovenbouw, van groep 5-8. Een rijke aanvulling in verhaalvorm over filosofische levensvragen voor kinderen van ca. 9 t/m 12 jaar.

Cop. NBD Biblion. Mag zonder schriftelijke toestemming niet worden overgenomen.

Gregory Bassham – Het filosofieboek

Het filosofieboek : van de Veda’s tot de nieuwe atheïsten, 250 mijlpalen uit de geschiedenis van de wijsbegeerte / Gregory Bassham ; vertaling [uit het Engels]: Cornelis van Ginneken. – Kerkdriel : Librero, [2020]. – 528 pagina’s : illustraties ; 22 cm. – Vertaling van: The philosophy book. – New York : Sterling Publishing Co., Inc., 2016. – Oorspronkelijke Nederlandse uitgave: 2018. – Met literatuur-opgave, register. ISBN 978-94-635-9521-6

Dit boek gaat over 250 mijlpalen uit de filosofie, vanaf ca. 1500 voor Christus tot nu. De
mijlpalen zijn op jaar ingedeeld, zodat het kan gebeuren dat sommige filosofen meerdere keren terugkomen. Hoofdstukjes met steeds links één pagina tekst en rechts
een paginagrote afbeelding, veelal in kleur. Het begrip filosofie wordt ruim opgevat,
zodat ook de Bijbelfiguur Job, Jezus van Nazareth en Boeddha eronder worden
begrepen. Gregory Bassham is hoogleraar filosofie aan King’s College in Wilkes-Barre
(VS) en publiceert over onder meer filosofie, Harry Potter en basketbal. Met deze
uitgave wil hij zowel inzicht en verrijking bieden als stof tot nadenken geven over grote levensvragen; filosofie roept immers meer vragen op dan dat ze antwoorden geeft. Het kan niet anders dan dat een omvangrijk boek als dit zijn tekortkomingen heeft (met name waar het Europese filosofie betreft) en schoonheidsfoutjes kent, maar het biedt ook accenten waar soortgelijke overzichten het soms laten afweten, bijvoorbeeld over Oosterse filosofie en (spaarzaam) vrouwelijke filosofen. Toegankelijk, chronologisch opgezet boek voor iedereen die meer over filosofie in de ruimste zin van het woord te weten wil komen. Met Engelstalige literatuursuggesties en een register. Herdruk, met gewijzigd omslag.

Cop. NBD Biblion. Mag zonder schriftelijke toestemming niet worden overgenomen.

Karl Jaspers bij HOVO Amsterdam (II)

We zijn tegen het eind van de tiendelige cursus over Karl Jaspers door Petra Bolhuis, waarover ik eerder blogde naar aanleiding van een boek over hem. Tijd voor een tussenbalans. Jaspers’ denken begint zich inmiddels af te tekenen als een tussenpositie tussen materialisme en metafysica, ratio en gevoel, rede en religie. We kregen een vraag mee: waar zou deze tussenpositie bespreekbaar gemaakt kunnen worden? Die vraag kwam op hetzelfde moment dat het februarinummer 2021 van het tijdschrift Wapenveld, over geloof en cultuur, in mijn brievenbus viel. Daarin staat een lang artikel van de fenomenoloog Gerard Visser, tot 2015 hoofddocent cultuurfilosofie aan de Universiteit Leiden over ‘Spirituele vorming, overdracht vanuit de levensfilosofie van Nietzsche’, wiens denken ook deels de springplank vormt voor dat van Jaspers. Dit artikel zet ons misschien op het spoor van een mogelijk antwoord op genoemde vraag.

Friedrich Nietzsche
Nietzsche uit in zijn voordrachten Über die Zukunft unserer Bildungsanstalten volgens Visser zijn ‘bezorgdheid over het verval van de filosofie en het verlangen haar te vernieuwen door het geheel van het leven in de beschouwing te betrekken’. Nu was het Jaspers niet zozeer om het eerste te doen, maar wel om het tweede – om naast het objectieve van de wetenschap ook het subjectieve van het concrete leven te plaatsen. Waarbij – dit terzijde – het woord ‘plaatsen’ straks nog meer invulling zal krijgen. Het is een beetje zoals Visser schrijft: ‘De interesse verplaatst zich van het objectiveerbare naar het onvatbare’, het transcendente. Oftewel van het materiaal naar wat hij noemt het gevende, van – zoals ik het in de intro omschreef – het materialisme naar de metafysica.

Even verderop heeft Visser het over het ‘engagement van het gegevene dat we zijn en niet louter hebben’, wat bij mij de herinnering oproept aan het beroemde sonnet van Ed Hoornik:

Op school stonden ze op het bord geschreven.
Het werkwoord hebben en het werkwoord zijn;
Hiermee was tijd, was eeuwigheid gegeven,
De ene werklijkheid, de andre schijn.

Hebben is niets. Is oorlog. Is niet leven.
Is van de wereld en haar goden zijn.
Zijn is, boven die dingen uitgeheven,
Vervuld worden van goddelijke pijn.

Hebben is hard. Is lichaam. Is twee borsten.
Is naar de aarde hongeren en dorsten.
Is enkel zinnen, enkel botte plicht.

Zijn is de ziel, is luisteren, is wijken,
Is kind worden en naar de sterren kijken,
En daarheen langzaam worden opgelicht.

Karl Jaspers
Om dat laatste, opgelicht worden, is het ook Jaspers te doen. ‘Er is een verplaatsing nodig’, schrijft Visser. ‘Waarheen?’ vervolgt hij. Naar een ‘Ort’, een plek ‘waar zich andere standpunten als rechtmatig te kennen geven’. Een ruimte tussen twee plekken, een tussenruimte. Het is volgens Visser een overhuifde plek, over de grond van de ziel gebouwd.
Elders noemt Visser in dit verband het beeld van de grot. Een beeld dat natuurlijk meteen doet denken aan de grot van Plato, maar bij mij ook aan de grot uit I Koningen 19:9-18. In het eerste geval gaat het om bevrijding uit onwetendheid, in het tweede geeft de grot waar de profeet Elia de nacht had doorgebracht en ’s ochtends uit tevoorschijn komt, hem nog bescherming in de rug. De huivering voor het transcendente is anders te groot.

De plaats
Op welke plaats kun je nu, anno 2021 waar het beeld van de grot volgens Visser ‘niet meer in aanmerking’ komt, Über die Zukunft unserer Bildungsanstalten, over de tussenpositie die Jaspers inneemt spreken? Niet – zoals ik eerst even overwoog – in ‘het lege midden’ van Theo Witvliet, want die plek waar dit zou kunnen, is niet leeg: de objectieve filosofie en de subjectieve godsdienst hebber er hun woning gevonden, als in de grotten van respectievelijk Plato en Elia. Het moet wél, net als bij Plato, een plek zijn waar geen vooroordelen heersen.

Eén van de deelnemers aan de HOVO-cursus zat ook te zoeken, en kwam uit bij het leerhuis waar je samen lernt. Ik denk dat dit hem ook niet wordt, want ook die plek is niet leeg. Visser reikt ons misschien een oplossing aan. Op driekwart van zijn artikel heeft hij het over een ontmoeting met Johannes Soth, leraar aan een gymnasium in het Ruhrgebied, ‘aangesteld voor religie en kunst’. Deze school bezat, schrijft Visser, een stiltecentrum. ‘Eén van de lessen die hij me beschreef, met twaalf leerlingen in een kring op de grond, ervoer ik als exemplarisch voor de aard van de spirituele vorming waar onze tijd om vraagt. Met behulp van yoga en poëzie trachtte hij ze te laten ervaren dat je in een woord kunt wonen.’ Waarbij moet worden aangetekend, dat Visser onder spiritueel ‘de verhouding tot het mysterie’ verstaat.

Misschien is zo’n stiltecentrum op een gymnasium of universiteit, die immers een vrijplaats hoort te zijn voor ideeënuitwisseling, de plaats waar Petra Bolhuis ons naar op zoek laat gaan. We zoeken in de voetsporen van Jaspers nog even verder, maar één ding is zeker: hij moest het van het woord hebben.

Begrip
In ieder geval verlang ik soms naar meer begrip tussen theologie en filosofie. Niet dat de één de dienstmaagd moet zijn van de ander, maar gewoon: begrip. Verdriet bekruipt me als ik in een Maandbericht van een kerk lees, dat een predikant een beroemde uitspraak van de filosoof Karl Popper verkeerd begrijpt en daar gemakshalve maar een Psalm tegenover plaatst in plaats van ernaast. Popper sprak over het feit dat ‘Optimism a moral duty’ is. Dat is iets anders – zoals de predikant schreef – als ‘altijd de zon in het water te zien schijnen’. Popper zei het al tijdens de Tweede Wereldoorlog en herhaalde het meermalen, in 1956, in 1993. Het is een mitswa, een opdracht om de toekomst vorm te geven. Het is een roep om ver-antwoord-elijkheid, om te staan voor een betere wereld. Daar zouden theologen en filosofen elkaar juist eerder een hand moeten geven in plaats van hun denk- en leefwerelden tegen elkaar uit te spelen. Ik denk dat Jaspers dat wel met me eens zou zijn geweest, met alle nuanceringen van dien.

Nanda van Bodegraven – Wandelgids naar vrijheid

Wandelgids naar vrijheid : filosofeer doeboek en teksten bij vrijheidvanamsterdam.nl / Nanda van Bodegraven ; redactie Jeroen Hoogerwerf. – [De Meern] : Levendig Uitgever, [2020]. – 96 pagina’s : illustraties ; 23 cm ISBN 978-94-917407-7-0

De filosofe, publiciste en trainer Nanda van Bodegraven nam het initiatief om tien filosofische stoeptegels in het centrum van Amsterdam aan te laten brengen. Dit boek geeft achtergrondinformatie bij twee filosofische wandelingen daarlangs: een over het ontstaan van de vrijheid in Amsterdam en een van Descartes naar Spinoza. De informatie (gericht op kinderen) en wandelingen nodigen kinderen uit om zich zowel bewust te worden van de wortels van onze vrijheid als na te denken over dit begrip in het verleden, nu en in de toekomst. De auteur beperkt zich tot de zeventiende eeuw (alhoewel de zestiende eeuwer Coornhert een paar keer nadrukkelijk wordt genoemd), met de nadruk op Spinoza en waaiert daarbij soms ver uit, bijvoorbeeld over wat Spinoza las (Bacon). Bevat enkele schoonheidsfoutjes en soms zou je een ander monument verkiezen; zo is de Alteratie in de Oude Kerk nog zichtbaar in een tekst op het koorhek. Fraai vormgegeven, met invulvragen en opdrachten. Zie ook www.vrijheidvanamsterdam.nl voor (gratis) audioversie, route en (uit te vergroten) plattegronden. Leuke wandelgids over het thema vrijheid. Voor leerkrachten, of (groot)ouders, om met kinderen van ca. 10 t/m 13 jaar al filosoferend te lopen.

Cop. NBD Biblion. Mag zonder schriftelijke toestemming niet worden overgenomen.

Ann Dooms – Van melkweg tot moraal

Van melkweg tot moraal ; wetenschap en verwondering / Ann Dooms ; Katleen Gabriels. – Gent : Academia Press, [2020]. – 88 pagina’s ; 18 cm. – Met literatuuropgave. ISBN 978-94-01-46641-7

Een essay geschreven op verzoek van Caroline Pauwels, rector van de Vrije Universiteit Brussel. Een exacte wetenschapster (Ann Dooms) en een filosofe (Katleen Gabriels) buigen zich over vragen van en de relatie tussen wetenschap en  verwondering, de basis van de filosofie. Het eerste gedeelte gaat over de sterrenhemel, het tweede over ethiek, het derde over vrouwen die zich met wetenschap en verwondering bezighouden. Inclusief twee interviews met twee rolmodellen, respectievelijk Ingrid Daubechies (wiskundige) en Paula Sémer (wetenschapscommunicatie). In het laatste en vierde gedeelte wordt vanuit de wiskunde alles samengebracht, want wiskunde verbindt Melkweg en moraal. Na een strak begin wordt het door de vele namen die de revue passeren gaandeweg wat overvol. Equivalent van diverse series kleine, informatieve boekjes over verschillende vormen van wetenschap en filosofie. Pocketuitgave; normale druk. Met eindnoten.

Cop. NBD Biblion. Mag zonder schriftelijke toestemming niet worden overgenomen.

Een opvlucht

Door de coronacrisis lees je ook dingen anders dan je daarvoor zou hebben gedaan. Neem het hoofdstuk ‘Hoor daar het brullend verlangen’ over ‘droom, euforie en utopie van de luchtvaart’ in de essaybundel Grondwater van Piet Gerbrandy (Uitg. Atlas Contact, 2018). Met alle kritiek op de ongebreidelde vliegbewegingen, kan het niet anders of je leest dit, twee jaar later slechts, met andere ogen.

Het zou volgens Gerbrandy gaan om ‘de verheffing boven het aardse’ en ‘een weids panorama’ waardoor je uitstijgt ‘boven de menselijke maat’. Oude Griekse goden die volgens de verhalen konden vliegen, zoals Hermes, ‘representeren het contact met het bovenaardse’ aldus classicus Gerbrandy. Volgens hem is ook de filosofie een ‘opvlucht’.

Het opstijgen heeft iets magisch, dat valt niet te ontkennen, maar het door de wolken heen vliegen heeft bij mij nooit geleid tot een extatisch gevoel, en ik heb altijd het dalen op z’n minst prachtig gevonden. De tempels van Griekenland (om in sfeer te blijven) die steeds dichterbij komen, de meren en bossen van Finland waarover je heen scheert, de brug bij Kopenhagen, – ze staan me allemaal nog haarscherp voor de geest.
Misschien omdat ik filosofie ook niet alleen als een ‘opvlucht’ beschouw, maar de eerste filosofie, de ethiek, als een neerdalen, een laag bij de grond blijven. Mocht voor Viruly volgens Gerbrandy de luchtvaart ‘door haar snelheid en haar hang naar de hoogte verbonden [blijven] met een bovenaards domein’, juist door het dalen verbindt zij zich aan het aardse.

Gerbrandy eindigt zijn essay met een beschrijving van Soesterberg, allang niet meer in gebruik als luchtmachtbasis. ‘Een vliegveld zonder vliegtuigen’, vraagt hij zich dan af, ‘is dat niet het ultieme symbool van onvervulbaar verlangen?’ Zoals nu een vliegveld vol stilstaande vliegtuigen het omgekeerde uitdrukt. ‘Het verlangen van een jongensdroom’ die ‘bij mannen steevast gepaard gaat met een ferme erectie’.
Ik denk aan een vlucht naar Italië, op het moment dat we het Italiaanse luchtruim niet in mochten omdat – zoals iedereen onuitgesproken wist – op hetzelfde tijdstip bommenwerpers opstegen vanaf Villafranca. Ik denk aan een oorverdovende knal toen ik ’s morgens in mijn keuken in Leeuwarden het ontbijt stond klaar te maken en – zoals ik later hoorde –  een F-16 bij het opstijgen crashte.

En dan heb ik het nog niet eens over de huidige discussie over vliegen, over veiligheid voor de gezondheid, stikstofuitstoot en geluidsoverlast.
Dan heb ik het in dit verband, de coronacrisis, over een gedicht van Hans Faverey, dat Gerbrandy elders in zijn boek citeert, en waarbij ik me behalve het uitzicht uit een trein me dat uit een dalend vliegtuig voorstel: opeens zie je een man, in de buurt van Schiphol, die staat naast zijn huis, met een gieter in de hand, de ogen gericht op de aarde:

De grond om hem heen is vochtig;
zijn verlangen is leeg en heen. Wat hij
niet wil weten, onder geen voorwaarde,
is: waar en wanneer hij zal worden
terugverlangd en opgeëist door
de grond om hem heen.

Volgens Gerbrandy is het door de trein ‘mogelijk de man op afstand te houden’. Dat lukt met een vliegtuig minder, hij komt steeds dichterbij, de man met de gieter. Door de huidige crisis wordt je bij de dood bepaald. Maar je weet ook, dat de natuur, de seizoenen doorgaan, want de grond is vochtig en groeizaam. Dat troost.

 

Piet Gerbrandy: Grondwater. Beschouwingen over literatuur en existentie
Uitgeverij Atlas Contact
ISBN 978 90 254 5307 7
Prijs: € 24,99

De draad van Ariadne – De Parijzenaar van Isabella Hammad

Afgelopen tijd las ik, net als de andere volgers van de NRC Twitterleesclub van Bas Heijne, de debuutroman De Parijzenaar, of, Al-Barisi van Isabella Hammad in een vertaling van Gerda Baardman en Jan de Nijs (uitg. Ambo|Anthos).

Omdat ik het niet chic vind, om daar een recensie over te schrijven – niet voor Literair Nederland en niet op mijn blog –, had ik eerst het idee om een paar draadjes uit deze roman los te trekken en beschrijven, maar die draad wordt eigenlijk al in de titel gegeven en is niet origineel. Daarom kies ik ervoor, om achter elkaar enkele citaten weer te geven die me om verschillende redenen hebben geraakt; de lezer kan er dan zelf, als Ariadne, een draad uit trekken en wordt misschien aangespoord om het boek óók te gaan lezen.

Deel een
‘De voorspellingen van Tèta behoedden niemand ergens voor, want ze wist op het moment zelf nooit wat ze betekenden en werd louter geplaagd door de gave van de terugblik’ (p. 27).

‘Ik luisterde heel aandachtig naar hun argumenten en naar hun discussies na college. Ze leunden op een bepaalde filosoof en regen de zinnen aan elkaar, en ik begreep dat het alleen maar taal was en niets met het leven te maken had. Van het leven wisten ze niets’ (p. 109).

‘Volgens mij zijn wij ervan overtuigd dat het leven zin heeft en worden we voortgedreven door de wil om erachter te komen wat die zin is. Hetzelfde geldt voor zaken uit het verleden als ze belangrijk voor ons zijn’ (p. 113).

‘De zomer stond in volle bloei’ (p. 139).

Deel twee
‘Elk kledingstuk werd aangepast aan de wensen van de klant en die veranderingen werden dan bij de volgende bestelling vaak ook weer toegepast. In Midhats ogen zagen die stilistische compromissen eruit als fouten’ (p. 259).

‘Antoine kende de klokkentoren goed. Hij stond bij de Jaffapoort, een overblijfsel uit de tijd van de oude sultan (…). Naar verluidt was hij gebouwd toen men de westerse tijdrekening overnam, ten teken van de moderniteit van de sultan’ (p. 331).

‘In de trein wisselde Tèta het gebruikelijke ritueel van afstandelijk gebed af met een heel nabij soort agitatie die te zien was aan haar handen, die ze met gestrekte vingers heen en weer bewoog alsof ze op de tamboerijn speelde’ (p. 361).

Deel drie
‘Hij herinnerde zich zijn jonge jaren als student, geheel in beslag genomen door het drama van zijn “ballingschap” in Parijs (…), bezeten van het idee dat het belangrijk was om te discussiëren met het doel verder te komen (…). En nu, door de arak nauwelijks tot spreken in staat, glimlachte hij mompelend naar zijn neef en landgenoten. Dat was zijn leven niet’ (p. 419).

‘De fellahien [boeren] hebben een voorliefde voor plaatselijke heiligen, `awliyè en leiders die niet halal zijn. Maar zo rekkelijk en veranderlijk zijn de wetten nu juist aan de randen van de islamitische wereld’ (p. 454).

‘Die premisse had eruit bestaan dat Nablus, afgeschermd van de wereld door Ebal en de Gerizim, bepaalde eigenschappen van barnsteen bezat: aanvankelijk vloeibaar, maar uitgehard tot een conserveermiddel waarin voor het nieuwsgierige oog een gestolde kern viel waar te nemen’ (p. 471).

‘Hij was twee mensen: de ene hier, de andere daar, die andere, jong, slank, argeloos, niet toegerust voor de strijd’ (p. 491).

‘Hij zou zich gemakkelijk van “de Parijzenaar” kunnen distantiëren, want dat was hij zelf niet, het was een personage dat hij graag speelde’ (p. 529).

‘”God”, zei hij en hij hief de hand ten afscheid. Hij maakte de zin niet af’ (p. 574).

Zo achter elkaar, zie ik niet alleen dat Isabella Hammad een prachtige boog, een schitterende opbouw in haar eersteling aanbracht, maar óók dat het onderliggende thema van de roman (een historische roman over het Midden-Oosten) een Oecumenisch Leerhuis verving, dat door de maatregelen ten gevolge van de coronacrisis geen doorgang kon vinden. Drie leerhuismiddagen over ‘Joden en Israël, Palestijnen en Palestina’ met  Anton Wessels, Janneke Stegeman en Wilken Veen. Jammer – maar literatuur kan zoveel méér zeggen dan inleidingen en discussie na de pauze.
Dat leerhuis wordt vast wel weer opnieuw aangeboden, maar dan draag ik de inhoud van de roman vast als geestelijke bagage met me mee. En helaas de verdrietige wetenschap dat één van de organisatoren van het leerhuis, Piet Alberts, gisteren aan het coronavirus is overleden. We zullen hem dan gedenken alvorens we ons in de in deze roman al aangesneden thematiek verdiepen.

‘Het breidt zich alleen maar uit’

De tweede en laatste blog naar aanleiding van een middag (9 december jl.) in het Amsterdamse Spui25 rond het nieuwe boek De onbetrouwbare verteller (uitg. Prometheus) van P.C. Hooftprijswinnaar Maxim Februari.

Deze keer blijf ik stil staan bij zijn opmerking, dat een roman niet valt samen te vatten, in tegenstelling tot een filosofieboek; zijn vriend René Gude (beiden filosoof) vond het omgekeerde. ‘Het breidt zich alleen maar uit’. Een opvatting die ik tussen twee haakjes tijdens een weekend over joodse filosofie bij de Internationale School voor Wijsbegeerte, geleid door Rico Sneller, ook meende op te maken als zijnde de visie van Derrida: literatuur, filosofie en theologie vormen ‘in den beginne’ een herhaling met andere woorden.
Uit de zaal volgde naadloos hierop aansluitend dan ook de vraag of interpretaties dan altijd nodig blijven. Ja, kwam uit in verschillende bewoordingen uit diverse monden.

In dezelfde week als de Spui25-bijeenkomst las ik in het tijdschrift In de waagschaal een ‘Exegetische miniatuur’ van emeritus predikant Wout van der Spek over Psalm 2 die hieraan raakt. Het is, schrijft Van der Spek, als je ervan uitgaat dat Psalm 1 later is toegevoegd, eigenlijk de eerste Psalm die ook nog eens begint met: ‘Waarom’.
De auteur schrijft van Tom Naastepad te hebben geleerd, dat het vervolg van een verhaal of een boek een herlezing ervan is. Dat is mooi, maar Van der Spek had ook dichter bij huis kunnen blijven: de Talmoed (wij zaten nota bene enkele jaren samen aan de voeten van een joodse leraar Talmoed te lernen) is de uitbreiding ervan, om Maxim Februari te parafraseren.

Mijn hart sprong dan ook op, toen ik tijdens een Bijbelcursus in mijn eigen wijkkerk de predikant Paula de Jong hoorde zeggen, dat de (Psalm)citaten in de Evangeliën meestal net niet letterlijk zijn; een soort kleine Talmoedfragmenten dus: kleine uitbreidingen, herhalingen in net andere bewoordingen, interpretaties. Derrida (zie link onder aan deze blog) zou het haar hebben kunnen nazeggen.

Zo zou je, tenslotte, Marcus 4:25 volgens haar ook kunnen lezen:

Want zo wie heeft, dien zal gegeven worden; en wie niet heeft, van dien zal genomen worden, ook dat hij heeft.

Niet in materiële zin, maar als sommetjes: 1+1=2, 1-1=0. De rijke wordt rijker, aan Bijbelkennis die hij/zij als rijkdom met zich draagt en die zich steeds uitbreidt. Interpretatie op interpretatie.

 

https://www.dbnl.org/tekst/_voo013201501_01/_voo013201501_01_0036.php

 

Edith Brugmans – Weg van de enkeling

Weg van de enkeling : de werkelijkheid van sentimenten / Edith Brugmans. – Amsterdam : Sjibbolet, 2019. – 184 pagina’s ; 21 cm. – Op omslag: Sjibbolet Filosofie. – Met literatuuropgave. ISBN 978-94-911104-0-5

De kern van dit boekessay is de idee dat objectieve geestelijke werkelijkheid bestaat. In het bijzonder de objectieve realiteit van idealisme, gevoelssferen, stemmingen, sentimenten, of – zoals de auteur het noemt – objectieve, gezamenlijke pathemen. Dit
idee raakt aan filosofie (metafysica), antropologie (als tegenwicht tegen het individualisme) en ethiek (rechtvaardigheid). Edith Brugmans, emeritus hoogleraar wijsbegeerte in Leiden, is op alle terreinen thuis. Meer nog: eerder publiceerde zij ook over filosofie en literatuur. Het doel is gemeenschappelijk een waarachtig en eenvoudig leven te leiden. Het bereiken hiervan beschrijft zij zowel theoretisch – aan de hand van de visies van bijvoorbeeld Iris Murdoch, haar tijdgenoot Peter Strawson en Peter Sloterdijk – als concreet aan de hand van mooi beschreven persoonlijke ervaringen. Opvallend is de positieve insteek die (bewust) contrasteert met Brugmans kritiek op A la recherche de l’être van Sartre, die zo als antagonist optreedt. Indrukwekkend boek. Met voetnoten.

Cop. NBD Biblion. Mag zonder schriftelijke toestemming niet worden overgenomen.

De Passacaglia van Pico della Mirandola

Ik blogde er al eerder (14 juli jl.) over – het groepje mensen dat zich aan de Internationale School voor Wijsbegeerte (ISVW) te Leusden bij dr. Erno Eskens een weekje onderdompelde in de Filosofie in de Lage Landen en unaniem gecharmeerd was door de filosofie van Nicolaas van Cusa oftewel Cusanus (1401-1464, afb. links).

Weer thuis vroeg ik bij mijn bibliotheekfiliaal een boek over hem uit de Centrale aan: De leek over de geest (uitg. DAMON, 2001). Hieruit bleek dat al mijn liefdes een beetje in elkaar haken: Cusanus had invloed op Pico della Mirandola, kan al dan niet worden gezien als een voorloper van Kant, zocht toenadering tot de Hussieten en werd beïnvloed door Boethius. Wat wil een mens nog meer!

Pico della Mirandola
In mijn gedachten ging ik terug naar die keren dat ik in Italië was, vergezeld door een boek waarin Pico della Mirandola (1463-1494, afb. rechts) een hoofdrol speelde. De eerste keer was De herinnering aan Abraham van Marek Halter (uitg. De Prom, 1985), de tweede keer De Phoenix – een bijnaam van Pico – van Paul Claes (uitg. De Bezige Bij, 1998).
Ik schreef er een stukje over in In-formatie, voor en uit de Hervormde gemeentekern rondom de Weerenkapel (maart 2000) dat ik hier iets aangevuld herneem.

Beide boeken geven een heel verschillend beeld van de graaf uit het landelijke plaatsje bij Bologna. Aan Halter heb ik een warme herinnering overgehouden, terwijl de Vlaamse schrijver Paul Claes Pico vooral als een zelfverzekerde, belezen en koele geleerde portretteert, met – leek het eerst – een sjabloon-achtig kenmerk van dien: dat Pico della Mirandola bijziend was wordt in het begin haast tot vervelends toe herhaald.

Eeuwige waarheid
Toch draait het in beide romans om één thema: volgens Pico is de waarheid eeuwig, één en ondeelbaar. Een hot item waar de geleerden het overigens nog steeds niet eens zijn. Volgens de één is de waarheid niet eeuwig en is er een breuk in de geschiedenis geweest waarachter we niet terug kunnen. Volgens de ander is de waarheid eeuwig en moeten we terug naar Augustinus.
Misschien hebben de geleerden uit beide stromingen gelijk en moet je de waarheid vergelijken met een Passacaglia voor orgel, zoals ik er gistermiddag in de Nieuwe Kerk in Amsterdam die van Dieterich Buxtehude hoorde, gespeeld door Véronique van den Engh, organist van de Kathedrale Basiliek van Sint-Jan in ’s-Hertogenbosch. Een passacaglia met een doorgaande melodie in de bas (het passacaglia-thema) met daarboven steeds veranderingen van dat thema; de waarheid (het thema) blijft hetzelfde, maar wij kijken er aldoor anders tegen aan, nemen gaandeweg een ander perspectief in. Zeker na een onmiskenbare breuk als Auschwitz.

Aan de voeten van
Pico della Mirandola zat in Padua en Perugia aan de voeten van Elia del Medigo om Hebreeuws te leren, en in Florence aan die van Flavio Mitridate, die hem Aramees en Arabisch onderwees. ‘Pico droomde toen al van een filosofische vrede waarin christendom, jodendom en islam met elkaar verzoend zouden worden’ (Claes, blz. 52), zoals Cusanus dat overigens al voor hem deed en zoals prof. dr. Anton Wessels – bij wie ik komend seizoen weer een cursus bij het Leerhuis Amsterdam Tenach & Evangelie hoop te volgen – droomt van één uitgave van de Heilige Schriften, waarin Tenach, het Tweede Testament en de Koran in één band zijn samengevoegd en op elkaar worden betrokken. Als vormen zij een kristal waarvan de verschillende kanten kunnen oplichten. Al gebiedt de eerlijkheid te zeggen, dat Pico’s studie van het Arabisch volgens sommige geleerden, zoals H. van den Bergh, was bedoeld ‘om de muzelmannen te bekeren’.

Verzoening?
Misschien moeten we vooralsnog concluderen dat Pico della Mirandola ofwel in zijn opzet niet helemaal is geslaagd, zoals Claes in een interview in NRC Handelsblad (7 mei 1999) zei, ofwel dat diens omgeving, waar de inquisitie hoogtij vierde, nog niet rijp was voor zijn ideeën; Pico’s slechte ogen bleken achteraf overigens geen aanduiding voor zijn eventuele tekortkoming, maar een aanduiding voor de zich langzaam voltrekkende vergiftiging waaraan hij uiteindelijk is gestorven.

Wellicht is een verzoening teveel gevraagd omdat er daarvoor teveel is gebeurd. Misschien kan een verzoening beter op zich laten wachten tot ‘die dag [dat] God de enige zal zijn en Zijn Naam de enige’ (Zacharia 14:9) en moeten we het ondertussen zoeken in het verbeteren van de wereld, tikoe ha-olam, zodat joden, moslims en christenen vreedzaam met elkaar samen kunnen wonen én bij elkaar in de leer kunnen gaan. Daarin is Pico della Mirandola ons voorgegaan. En Cusanus.