‘Het gaat juist om het dichtbij zijn’

Op woensdag 11 oktober jl. vond in de aula van begraafplaats Zorgvlied in Amsterdam een plechtigheid plaats voorafgaand aan de begrafenis van Henk Lensink (1939-2023). Een uur daarvan heb ik via de webcast van Zorgvlied gevolgd. Aan het woord kwamen toen Henks broer, kinderen en kleinkinderen.
Henk Lensink werd zo vooral geschetst als vader en opa, en slechts indirect als de theoloog en predikant die hij ook was. In de laatste hoedanigheid heb ik hem gekend, vooral toen wij een poosje gelijktijdig lid waren van de leerhuiscommissie van het Leerhuis Amsterdam Tenach & Evangelie (LATE) en de vergaderingen daarvan bijwoonden.

Wat mij vooral is bijgebleven, is zijn belangstelling voor vertaalproblemen vanuit de Septuagint. Hij kon voorafgaand aan een vergadering daar enthousiast en met luide stem over vertellen. De laatste keer dat ik hem zag was bij de afscheidsdienst van ds. Hans Hoekert (op 10 mei van dit jaar) in De Thomas aan de Zuidas. Lensink zat voor me en ik hoorde dat hij moeilijk sprak. Hij draaide zich naar mij om en zijn brede lach sprak boekdelen. Gesproken hebben we elkaar verder niet.

Steeds dichterbij
Wat mij vooral raakte in de toespraken tijdens zijn afscheidsdienst, was een opmerking van één van zijn kinderen. Na een ingreep aan zijn stembanden en het steeds dover worden, kwam hij steeds dichterbij. Lief en zacht. Ik geloofde het meteen en moest aan twee dingen denken: aan een vakantie die ik doorbracht met mijn broze vader. Het moet in 1996 zijn geweest en we zaten in een hotel. Aan weerszijden van de gang hadden we elk een kamer met een terrasje. Op een daarvan brachten we de meeste tijd door. Lezend. Ik las, herinner ik me nog goed, De tweeling van Tessa de Loo, dat diepe indruk maakte. Een enkele keer maakten we een uitstapje, maar het is vooral het zwijgzame nabije samenzijn dat me bij is gebleven. Lief en zacht.

Voorwoord, nawoord
Het tweede waar ik aan moest denken, is een gedeelte uit het gedicht ‘Voorwoord’ van Babs Gons, uit haar bundel Doe het toch maar (2021):

… stilte

van gebaren
van even iets niet zeggen
en even niets zeggen
van armen en ogen
en afstand en huid
en lucht en aarde
en botten
die meer zeggen
dan

een taal als een verzoek
een bede
een oproep tot
medemenselijkheid

Ik weet dat de context een andere is, van contact tussen mensen van een andere kleur, maar het gedicht drukt ook iets universeels uit. Immers:

Het gaat juist om het dichtbij zijn, dat weten alle dieren, hoef
ik jou niet te vertellen.

Dat schreef weer een andere dichter, Eva Meijer, in haar gedicht ‘Je noemt het een gesprek’ (in: Het witste woord, 2023). En als iemand een dierenliefhebber was, dan was het wel mijn vader. Van Henk Lensink weet ik dat niet. Ik weet überhaupt weinig van hem. Als ik zijn naam op internet opzoek, kom ik ook eigenlijk maar één boek van hem tegen: Dat ik den ploeg van uw woord mag besturen – bijdragen aan de uitleg van bijbelverhalen (2004). Ook in Bekirbénoe, de periodiek van de Kerkenraadcommissie Tenach en Evangelie vond ik slechts één bijdrage van zijn hand. Maar die lach – die zal me altijd bijblijven.
Zijn nagedachtenis zij tot zegen.

Een man die Ove/Otto heet

Het boek Een man die Ove heet van de Zweedse auteur Frederik Backman ligt ten grondslag aan twee films: de gelijknamige uit 2015 met Rolf Lassgård in de hoofdrol en A man called Otto uit 2022 met Tom Hanks in de hoofdrol.

Het verhaal is hetzelfde, de uitwerking door de regisseurs en op de kijkers verschillend.
De bestseller van Backman gaat over Ove, een weduwnaar die in een nieuwbouwwijkje woont dat hij angstvallig bewaakt. Op alles en iedereen heeft hij commentaar: op degenen die zijn straat in een woonerf inrijden, wat niet mag, op degenen die lege blikjes bij oud papier gooien, op de krantenjongen die reclameblaadjes in zijn voortuin gooit en ga zo maar door.

Toch verandert er gaandeweg iets: aan de overkant komt een echtpaar met twee kleine kinderen wonen. In de Zweedse film zijn het de kinderen die het – blijkt in het ziekenhuis grote – hart van Ove doen smelten, in de Amerikaanse versie is het een Mexicaans echtpaar met twee kinderen. Dat is een haast nationaal ingegeven verschil: kinderen worden in Zweden op handen gedragen. Mexicanen en Amerikanen daarentegen staan op gespannen voet. Toch is het de Mexicaanse actrice Martiana Treviño die de Amerikaanse film draagt; wat een actrice!

Natuurlijk, de twee hoofdrolspelers mogen er ook zijn, maar er zit ook hier een groot verschil tussen de manier waarop ze hun rol invullen. Dat heeft alles te maken met zowel hun uitstraling als de herinnering aan eerdere rollen die ze met zich dragen. Lassgård kennen we vooral als politieagent (Gunvald Larsson, Kurt Wallander, Sebastian Bergman) en Hanks voornamelijk als mopperkont. Lassgård speelt zijn rol meer als een melancholicus na de dood van zijn vrouw. Hij werkt daardoor minder op de lachspieren en is ook ingetogener dan Hanks, die meer op het sentiment speelt.

Ook hier kun je zeggen dat de film met Hanks op-en-top Amerikaans is. Sentimenteel op z’n tijd, komisch en moralistisch ook. Ik kan me herinneren dat ik bij Een man die Ove heet soms heb moeten glimlachen, maar dat is iets anders dan de vele lachers die Hanks op z’n hand had bij de filmvoorstelling die ik onlangs zag.
De doodstrijd van Otto is in de remake langer uitgerekt dan die van Ove en past in het rijtje melodramatisch mislukte zelfmoordpogingen – een hartafwijking (tot grote hilariteit van zijn buurvrouw; had hij dan een hart?) – bureaucratie en een tegenwerkende zoon bij een ook al door ziekte geplaagd echtpaar in de buurt. En dan blijkt Otto opeens, veel sneller dan Ove, zijn (te grote) hart op de goede plaats te hebben.

Het is leuk beide versies te zien, maar als ik zou moeten kiezen, dan toch liever die met Lassgård. Nee – dat is geen goodfeel movie, maar minder gepolijst, geloofwaardiger en langer beklijvend.

Een glaasje uit Galilea

Wat denk je als je de titel Je hebt gewonnen, Galileeër leest? En de toelichting bij de presentatie van dit door Anton van Hooff geschreven boek: ‘Prominente theologen en heidense intellectuelen sloegen elkaar vanaf de tweede eeuw met argumenten [vet, Evs] om de oren’? Juist; dat je soortgelijke, rationele en gefundeerde elementen krijgt voorgeschoteld. Niets was minder waar, 16 februari jl. in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden.

Ik voelde al een beetje nattigheid bij de korte introductie door de uitgever van het boek, Uitgeverij Omniboek: ‘Vooringenomen, maar sans rancune’. Wie waren er vooringenomen: de prominente theologen of de heidense intellectuelen? U raadt het al: de auteur van het boek, die werd geïntroduceerd als ‘Vrijdenker van het jaar 2023’.
De titel van zijn boek blijkt afkomstig  van Julianus de Afvallige, en Galileeër was geen geuzennaam maar een scheldwoord: christenen die uit de randgebieden komen.

Ik heb een paar saillante uitspraken van Van Hooff genoteerd, die als rooms-katholieke jongeling het hele Nieuwe Testament in het Grieks las: ‘Toen wist ik het wel: het is allemaal mythe!’
Enkele vrienden die prominent op de eerste rij zaten en tot wie hij het woord frequent richtte, en die als een soort claque dienst deden, gierden het al vanaf het begin soms uit van de pret, aangestoken door Van Hooff zelf. Enkele bezoekers in de zaal, waaronder ik, verging het lachen vanaf datzelfde begin, toen duidelijk was waar het heen zou gaan.

Lees maar: waarom reed Jezus op een ezel en niet in een koets? Zijn vader was toch timmerman? Wonderen? Nee zeg, je moet het niet te gek maken. Het kruis? Absurd gewoon. Neem liever de dood door gif van Socrates. De opstanding? Ongeloofwaardig. Profeten? Je kunt me nog meer vertellen! Van elkaar afwijkende Evangeliën? Zou door een rechter niet worden geaccepteerd. Schrijven konden ze trouwens ook al niet; drie keer het woord ‘registreren’ herhalen? Dat doe je gewoon niet.

Jezus – concludeerde Van Hooff – preekte alleen tot onbenullen: kinderen en vrouwen. U zegt? Denken versus geloven? Ik zal me niet de rol van een apologeet aanmeten zoals Origenes, Makarios of Kyrillos – die in het boek centraal schijnen te staan – , al jeuken mijn vingers.
Nou – een paar dingen dan. Waarom Jezus op een ezel reed? Omdat Hij de minste onder de minsten wilde zijn en alles op z’n kop zette: vorsten zullen vallen en onbenullen zegevieren. Drie keer ‘registreren’? Ja – kernwoorden worden letterlijk herhaald (drie keer is ook niet voor niets, mijnheer Van Hooff).

Denken versus geloven? Zindelijk denken – ja, maar dat was hier ver te zoeken.
Het boek heb ik niet gekocht, wel heb ik enkele critici uit de zaal van harte bijgevallen. En een glaasje jus d’orange gedronken. Op sinaasappels uit Galilea.

De afbeeldingen zijn ontleend aan de website van Omniboek.

Sabine Wassenberg – Philo & Sophie

Philo & Sophia : verhalen voor kleine filosofen / Sabine Wassenberg ; met illustraties van Karin van der
Riet. – [De Meern] : Levendig Uitgever, [2021]. – 44 ongenummerde pagina’s : gekleurde illustraties ; 22 × 31 cm ISBN 978-94-917409-8-5

Philo, een atheïstisch opgevoed dromerig jongetje, en Sophia (8), een goedlachs moslimmeisje, zijn dikke vrienden. Ze maken van alles mee, zoals ten onrechte beticht worden van het stelen van koekjes, en denken daar dan samen over na. Het zijn kinderen van deze tijd; Sophia heeft een moeder die aan yoga doet, Philo een vader die boodschappen haalt, en ze zoeven in een elektrische bakfiets door Amsterdam. De auteur is organisator van de Opleiding Filosoferen met Kinderen/Jongeren en is docent op multiculturele basisscholen in Amsterdam. Zij schreef eerder Kinderlogica (2017) over filosoferen in de klas. De tweeëntwintig verhaaltjes ademen een vriendelijke sfeer; de woorden ‘liefde’ en ‘vriendelijk’ keren regelmatig terug. Het zijn verhaaltjes over alledag, die worden ondersteund door dromerige tekeningen in zachte pastelkleuren. Een uitzondering wat betreft de minder zonnige kant van een kinderleven vormt de aandacht voor het feit dat Philo’s vader is gescheiden. Voorleesboek in groot oblong formaat waarin op speelse wijze wordt uitgelegd wat filosofie (liefde voor wijsheid) is voor kinderen van ca. 6 jaar.

Cop. NBD Biblion. Mag zonder schriftelijke toestemming niet worden overgenomen.

Fabien van der Ham – Een goudvis in de zee

Een goudvis in de zee : 10 filosofische verhalen voor kleine en grote denkers / door Fabien van der Ham ; met illustraties van Natalie Kuypers ; redactie: Lianne Tijhaar. – [Groningen] : Uitgeverij Filosovaardig, [2021]. – 74
pagina’s : gekleurde illustraties ; 22 cm. – Met literatuuropgave. ISBN 978-90-819717-8-2

Zou je liever een jongen of meisje zijn? Wat duurt eeuwig? In dit vierkante boek komen vragen aan de orde, die aanzetten tot een filosofisch gesprek én ook vragen die geschikt zijn om nog dieper over na te denken. De hoofdstukken omvatten het verhaal van het jongetje Baroe, weetjes over bekende en minder bekende filosofen vanaf Aristoteles, Montaigne tot Judith Butler. De weetjes kunnen voor kleuters, de kleine denkers, worden weggelaten, maar kunnen voor zelfs leerlingen in de eerste klassen van de middelbare school, de grote denkers, nog interessant zijn. In die zin is dit boek een groeidiamant. De auteur is door opleiding, zelfstudie en werkervaring gespecialiseerd in het filosoferen met kinderen. Zij beheert de website www.filosovaardig.nl en ontving voor Praatprikkels (50 kaartjes om over te filosoferen) de Berrie Heesen Prijs (2012). Sterk boek met tien strak opgebouwde
denkverhalen in een op kinderen afgestemd taalgebruik. De fleurige kleurenillustraties
en rake portretten zijn méér dan plaatjes bij de tekst: ze vragen erom om benoemd te
worden en/of geven aanleiding tot gedachte-experimenten. Dit boek valt in positieve
zin op binnen het aanbod aan filosofieboeken voor jonge kinderen. Geschikt om voor te
lezen, in de klas of thuis aan kinderen van 4 t/m 8 jaar.

Cop. NBD Biblion. Mag zonder schriftelijke toestemming niet worden overgenomen.

Ignaas Devisch – Zijn er nog vragen?

Zijn er nog vragen? / Ignaas Devisch ; met illustraties van: Davien Dierickx ; eindredactie: Sofie Renier. – Derde
druk. – Gent : Borgerhoff & Lamberigts, november 2020. – 94 pagina’s : illustraties ; 19 x 24 cm. – 1e druk: september 2020. ISBN 978-94-639-3308-7

Zijn er nog vragen, – de Vlaamse schrijver en hoogleraar filosofie en ethiek Ignaas Devisch hoopt van wel. Hij schreef een verhaal over zes vrienden, die politiek correct via mooie kunstzinnige illustraties (in enkele kleuren) ten tonele worden gevoerd: meisjes, jongens, zwart, wit, met een handicap. Een verhaal over filosofische levensvragen als het ontstaan van de wereld, wat de zin van het leven is, mensen die elkaar pijn doen enz. Omdat hun ouders het ook niet weten, of juist heel zeker weten, denken ze dat zij iets voor hen achterhouden en gaan op zoek. Ze surfen en doorzoeken tevergeefs dozen in de bibliotheek. Tot een gastspreker op school zijn levensverhaal vertelt en ze een filosoof aan de rand van het dorp raadplegen. Hij leert ze meningen te onderscheiden van feiten en een redenatie op te bouwen. De kinderen halen veel over hoop, de auteur ook. Alles wordt in algemene zin besproken. Het op de kinderen zelf betrekken, laat hij in dit unieke boek aan de lezers over: leerlingen en leerkrachten van de bovenbouw, van groep 5-8. Een rijke aanvulling in verhaalvorm over filosofische levensvragen voor kinderen van ca. 9 t/m 12 jaar.

Cop. NBD Biblion. Mag zonder schriftelijke toestemming niet worden overgenomen.

Oscar Brenifier – Wat is geweld?

Wat is geweld? / tekst: Oscar Brenifier ; illustraties: Anne Hemstege ; vertaling [uit het Frans]: James Vandermeersch. – Antwerpen : Davidfonds/Infodok, [2020]. – 95 pagina’s : gekleurde illustraties ; 24 cm. – Vertaling van: La violence? : c’est quoi?. – Paris : editions Nathan, © 2019. ISBN 978-90-02-27113-7

In de serie ‘Filosofie voor kinderen’ verscheen dit deel over de vraag wat geweld is. Een bepaald niet gemakkelijk thema, dat wordt behandeld via zes hoofdvragen: ‘Wat maakt je gewelddadig?’, ‘Hoe weet je of je gewelddadig bent?’, ‘Kun je vermijden dat je gewelddadig wordt?’, ‘Mag je iemand slaan?’, ‘Kan geweld ook nuttig zijn?’ en ‘Moet je bang zijn voor anderen?’. Elke (deel)vraag gaat vergezeld van meerdere vlotte, stripachtige kleurenillustraties, paginagroot en klein, veelal met tekstballonnen. De
aanspreekvorm ‘je’ maakt dat geweld niet wordt gezien als louter iets buiten jezelf, maar wordt betrokken op het kind zelf. In de nu vijfdelige reeks van de filosoof Oscar Brenifier verschenen onder andere ook Wat is goed en kwaad? en Wat voel ik? De bedoeling is, dat kinderen door in gesprek te gaan met een ouder of onderwijzer, maar bijvoorbeeld ook een jeugdwerker of kindertherapeut, leren nadenken en een oordeel vormen. Het waardevolle hierbij is, dat in de inleidingen per hoofdstuk niets wordt dichtgetimmerd en sommige vragen open mogen blijven. De aandacht voor filosoferen met kinderen (luisteren, spreken, vragen, argumenteren) neemt toe, zodat deze uitgave en reeks daaraan zeker tegemoet komen. En over een belangrijk thema. Onder begeleiding vanaf ca. 7 t/m 12 jaar.

Cop. NBD Biblion. Mag zonder schriftelijke toestemming niet worden overgenomen.

Nanda van Bodegraven – Wandelgids naar vrijheid

Wandelgids naar vrijheid : filosofeer doeboek en teksten bij vrijheidvanamsterdam.nl / Nanda van Bodegraven ; redactie Jeroen Hoogerwerf. – [De Meern] : Levendig Uitgever, [2020]. – 96 pagina’s : illustraties ; 23 cm ISBN 978-94-917407-7-0

De filosofe, publiciste en trainer Nanda van Bodegraven nam het initiatief om tien filosofische stoeptegels in het centrum van Amsterdam aan te laten brengen. Dit boek geeft achtergrondinformatie bij twee filosofische wandelingen daarlangs: een over het ontstaan van de vrijheid in Amsterdam en een van Descartes naar Spinoza. De informatie (gericht op kinderen) en wandelingen nodigen kinderen uit om zich zowel bewust te worden van de wortels van onze vrijheid als na te denken over dit begrip in het verleden, nu en in de toekomst. De auteur beperkt zich tot de zeventiende eeuw (alhoewel de zestiende eeuwer Coornhert een paar keer nadrukkelijk wordt genoemd), met de nadruk op Spinoza en waaiert daarbij soms ver uit, bijvoorbeeld over wat Spinoza las (Bacon). Bevat enkele schoonheidsfoutjes en soms zou je een ander monument verkiezen; zo is de Alteratie in de Oude Kerk nog zichtbaar in een tekst op het koorhek. Fraai vormgegeven, met invulvragen en opdrachten. Zie ook www.vrijheidvanamsterdam.nl voor (gratis) audioversie, route en (uit te vergroten) plattegronden. Leuke wandelgids over het thema vrijheid. Voor leerkrachten, of (groot)ouders, om met kinderen van ca. 10 t/m 13 jaar al filosoferend te lopen.

Cop. NBD Biblion. Mag zonder schriftelijke toestemming niet worden overgenomen.

Nanda van Bodegraven – Denkstappen

Denkstappen : filosoferen leren in 18 stappen / Nanda van Bodegraven ; redactie Jeroen Hoogerwerf. – [De Meern] : Levendig Uitgever, [2019]. – 119 pagina’s : illustraties ; 31 cm. – Tot stand gekomen in samenspraak met Centrum Kinderfilosofie Nederland. – Met literatuuropgave. ISBN 978-94-917407-2-5

Filosoferen kun je leren, vooral door samen, in de klas, te denken en te oefenen. In stappen: luisteren, redeneren, doordenken en doorzien zonder voor-oordelen. Iets dat van wezenlijk belang is om kinderen weerbaar te maken, zelfvertrouwen te geven en op te laten groeien in een democratische samenleving. Nanda van Bodegraven is filosoof,
publicist en trainer. Zij publiceerde eerder enkele praktische werkboeken die aansluiten bij de belevingswereld van kinderen. Ze beschrijft in dit boek in achttien stappen de basis-kennis van argumenteren en redeneren over aloude vragen. Het boek is een theorie- en praktijkboek voor leerkrachten van kinderen vanaf 8 jaar. Elk hoofdstuk bestaat uit een inleiding, oefeningen, bespreekpunten, vastlegging en een werkblad. Het leerdoel wordt telkens aangegeven. Heldere en enthousiasmerende opzet in mooie lay-out, die kan worden gebruikt in combinatie met materiaal op www.levendiguitgever.nl/denkstappen. Met extra oefeningen en aanbevolen literatuur. Mooi uitgegeven boek om samen met kinderen vanaf 8 jaar stapsgewijs te leren hoe je zonder vooroordelen kunt argumenteren.

Cop. NBD Biblion. Mag zonder schriftelijke toestemming niet worden overgenomen.

Een uitgelezen kans

Op twitter vroeg iemand zich onlangs af, waarom er in kranten wel televisieprogramma’s worden gerecenseerd, maar waarom kranten zelf eigenlijk nooit zelf worden besproken. Dat laat ik me als krantenkind (mijn ouders leerden elkaar bij het toenmalige Algemeen Handelsblad kennen) niet twee keer zeggen. Waarbij ik op het geluk heb dat ik momenteel van twee vakantievierders hun krant, NRC Handelsblad, krijg doorgestuurd. Deze lees ik gedurende een paar weken nu naast mijn eigen krant, Trouw. Een uitgelezen kans dus om de editie van afgelopen maandag met elkaar op twee overlappende items te vergelijken en er een toegift aan te plakken.

Analyse
Het eerste, grote artikel in zowel NRC Handelsblad als Trouw, allebei onder de kop ‘Analyse’, betreft de gebeurtenissen in Iran. Over het algemeen doen beide sterk aan elkaar denken. Dat in NRC Handelsblad is geschreven door ‘onze redacteur’ Floris van Straaten, dat in Trouw door Ghassan Dahhan, ‘redactie buitenland’.
Alleen tegen het slot wijken beide van elkaar af. Dahhan citeert kort een reactie van president Trump op twitter. Hij schreef ‘dat hij de demonstranten steunt’ en dat het opmerkelijk was ‘dat het bericht aan de Iraniërs onder meer in het Perzisch was opgesteld’. Van Straaten bezigt soortgelijke woorden, maar is aanmerkelijk minder zakelijk: ‘President Donald Trump en zijn minister van Buitenlandse zaken Mike Pompeo laten intussen niets na om de onrust aan te wakkeren’. Dát zou je van een kwaliteitskrant toch niet zo gauw (mogen) verwachten. Juist liberalen gaan er bovendien van uit, dat de lezer zelf wel zijn/haar conclusie(s) kan trekken.

Necrologie
Uiteraard besteden beide kranten aandacht aan het overlijden van Aart Staartjes. ‘Aartsvader kinder-tv verafschuwde braafheid’ staat er boven de necrologie in Trouw, ‘Opstandig en innemend televisie-icoon’ boven die in NRC Handelsblad. Laatstgenoemde krant wijdt maar liefst een hele pagina aan Aart Staartjes (auteur: Kester Freriks), Trouw driekwart kolom (auteur: Iris Pronk).
Behalve dat NRC Handelsblad daardoor meer plaats in kon ruimen voor een gegeven dat in Trouw geheel ontbreekt, namelijk Staartjes’ ‘indrukwekkende acteurscarrière’, zijn enkele al dan niet vermelde gegevens ook opvallend. NRC Handelsblad vult op een haast Telegraaf-achtige manier bijvoorbeeld details van het verkeersongeluk in Leeuwarden in, Trouw vermeldt dat Staartjes in de jaren 60 begon met Woord voor Woord, ‘waarbij hij bijbelverhalen voor kinderen voorlas’. Het eerste verwacht je wederom níet in een kwaliteitskrant, het tweede wel in Trouw.

Toegift
Hoewel Trouw en NRC Handelsblad hun journalistieke distantie ten opzichte van Iran al dan niet succesvol trachten te bewaren, had ik andere gevoelens bij de televisiebeelden die ik in het Journaal zag. Iraanse jongeren die de straat opgaan en stemmen met hun voeten door niet op de Israëlische- en Amerikaanse vlag te gaan staan maar eromheen te lopen, daar is in een land als het Iran van de ayatollahs moed voor nodig. Om die moed te omschrijven, heb je iets anders dan een nieuwsbericht sec nodig – dat kan in een column of achtergrondartikel. Zo’n column vond ik (toegift!) op afgelopen maandag in de Volkskrant, al werd het onderhavige item van Erdal Balci de volgende dag alweer gewraakt door Wout Woltz, die ik heb leren kennen tijdens vakantiebaantjes bij het Algemeen Handelsblad.
Waarheen de weg leidt die de studenten volgen, is nog niet duidelijk, maar dat ik als lezer moed put uit de jongeren die nu de straat opgaan, moge duidelijk zijn.

Balci verwees naar dit gedicht over de pijn van vrijheid van Paul Eluard: http://www.ekklesiadenhaag.nl/teksten130922.pdf