Drieluik – Klimaatcrisis


Het viel me in één week toe: eerst een nummer van het tijdschrift
Der Spiegel over klimaatbescherming (zie afb.) dat ik op terugreis (met de trein) uit Venetië kocht in München.
In de tweede plaats de eerste middag van het nieuwe seizoen van het
Huis van de Levenskunst in de Amsterdamse Bethelkerk met ds. Trinus Hibma en tenslotte, als derde, een aankondiging van het boek Waarom zou ik? van Petra van der Kooij (uitg. ISVW, Leusden). Tezamen vormen ze een drieluik.

 

Der Spiegel
De recente Duitse politiek leert, dat ideeën die voorheen als twijfelachtig konden worden bestempeld (natuurbeleving en vegetarisme in de jaren dertig van de vorige eeuw), ten goede kunnen worden gekeerd. Denk aan het huidige klimaatbeleid van de Duitse regering van Angela Merkel (zie afb.: naaldkunstwerk van Alexandra Bircken op de Biënnale in Venetië, foto EvS). Dit werd uitgebreid besproken in het hiervoor genoemde nummer van Der Spiegel.
De Duitse regering maakte een grootschalig, nieuw klimaatplan bekend, waarover slechts negentien uur was vergaderd. Er wordt een CO₂-heffing op benzine, stookolie en aardgas ingevoerd, duurzame alternatieven in het verkeer en voor de verwarming worden gestimuleerd, de prijs voor ecostroom gaat omlaag, de prijs voor treinkaartjes daalt ook en die voor vliegen gaat omhoog en er komt een extra subsidie voor elektrische auto’s. Dorothee Sölle noemde een van haar boeken eens ‘Het recht om een ander te worden’. Dat geldt dus ook voor een volk, als je dat zo in alle collectiviteit mag omschrijven.

Huis van de levenskunst
De eerste middag in het najaar in de Bethelkerk (zie foto EvS) werd aangekondigd als ‘een gesprek over duurzaamheid (…). De denkbeelden van René Gude, de in 2015 overleden filosoof (…), worden hierbij betrokken’.
Trinus Hibma herhaalde de stromingen die Gude onderscheidde nog eens:
1) ervaring, empirisme – Aristoteles, politiek vaak iets rechts van het midden
2) rede – Plato (idealisme), politiek progressief
3) pragmatisch – Sofisten, politiek liberalisme, vaak wat guur.

Iemand kwam met de opmerking of het niet wat zou zijn, om die schotjes hiertussen meer af te breken. Ik moest daardoor even denken aan Jesse Klaver, die af wil van de ‘scorebordpolitiek’. Inhoud en problemen oplossen, dat is iets waar deze tijd om vraagt, politiek links, rechts en het midden voorbij.
Hierna kwam Hibma uit bij de optie om het vraagstuk van duurzaamheid in vieren te breken, volgens de sferen die René Gude benoemde:
1) privé
2) privaat
3) publiek
4) politiek
Het was de bedoeling om de zaak voor ons als enkeling behapbaar te maken en zo het idee te geven, en te hebben, dat je werkelijk iets kunt bijdragen om de klimaatcrisis het hoofd te bieden en niet in machteloosheid te blijven hangen.

Waarom zou ik?
Terwijl ik me thuis zat af te vragen, of op die manier de grote vervuilers niet een beetje teveel buiten zicht waren gebleven, rolde een boekaankondiging vanuit de Internationale School voor Wijsbegeerte (ISVW) in mijn e-mailbox. Ik citeer:

We willen wel duurzamer leven, maar weten niet hoe of waar te beginnen. En waarom zouden we eigenlijk? Hoe je het ook went of keert, onze individuele CO2-uitstoot is slechts een druppel op de gloeiende plaat. Die ene vliegreis annuleren of een stuk vlees per week minder eten: maakt dat het verschil?
Ja, het individu speelt een belangrijke rol in de klimaattransitie. De inzet van het individu is zelfs noodzakelijk. Petra van der Kooij ging in gesprek met politiek-filosofen, ondernemers, actievoerders en ecologen, en leerde gaandeweg dat je individuele keuze bepaald niet in strijd is met het aanpakken van de samenleving. Sterker nog, door deze keuzes worden sociale normen veranderd en ontstaat er politieke ruimte voor ambitieuzer klimaatbeleid.

Waarom zou ik? stelt iedere lezer in staat om zich te beraden op haar eigen levenshouding, en geeft iedereen die niet weet wat te doen helder advies.

Ik was weer helemaal tevreden met de fijne middag in de Bethelkerk en denk dat dit een urgent boek is voor op mijn wensenlijstje. Mooi, parafraseer ik een oud-collega, al die boekenkennis, maar er nu ook nog wat (meer) mee doen. Zo is het. Met vallen en opstaan.

 

https://d101cp5e62dfyu.cloudfront.net/wp-content/uploads/2019/09/INTRO.WAAROMZOUIK.pdf

Het werkelijke leven

Zo’n tien jaar volg ik op z’n tijd een cursus van Leeftocht op buitengoed Fredeshiem in Steenwijk, één van de plaatsen waar de Algemene Doopsgezinde Sociëteit cursussen organiseert. Dit jaar was dat van 25 t/m 26 mei jl., een cursus Joodse mystiek door drs. Sjef Laenen.
Er was één Bijbeltekst (Mattheüs 6:5-8) en de uitleg daarvan, die mij gedurende deze twee dagen en lang daarna heeft beziggehouden:

En wanneer u bidt, zult u niet zijn als de huichelaars; want die zijn er zeer op gesteld om in de synagogen en op de hoeken van de straten te staan bidden om door mensen gezien te worden (…). Maar u, wanneer u bidt, ga in uw binnenkamer, sluit uw deur en bid tot uw Vader, die in het verborgene is.

Dan de uitleg: het hardop met omhaal van woorden bidden, zou van vroomheid en religiositeit getuigen. Het gaat echter om je relatie met God, niet om wat ‘de mensen’ ervan vinden. Ga bij jezelf te rade, trek je terug in je binnenste en keer je dan tot God. Oefen dit.

We leven – nog steeds volgens de uitleg – in twee werelden:

  1. In dit lichaam, met alle beperkingen van dien
  2. Terwijl de goddelijke vonk en je ziel in een andere wereld thuis zijn

Als we dit beseffen, hebben we geen woorden nodig. Dan is ons hele leven een gebed, het werkelijke gebed. Niet spreken, maar luisteren. In over-een-stemming.

Ik begon me af te vragen of dit ook te vertalen valt naar wat er tijdens de verschillende maaltijden gebeurde. Ik trof telkens mensen aan tafel die, hardop en soms met omhaal van woorden, uitweiden over hun ziekte(n), kwaaltje(s) en ongemak(ken). Ik kon er weinig of niets mee. Waren ze bij punt 1 blijven steken? Misschien – maar kun je over punt 2 dan wél praten? Friedrich Weinreb (1910-1988), de leermeester van Sjef Laenen, heeft dit volgens hem eens vergeleken met het verschil tussen ‘betrekking’ en ‘betrokkenheid’, respectievelijk datgene wat je niet op een ander kunt overdragen en een persoonlijke verhouding tot iemand.

Misschien ligt daar de sleutel tot het antwoord op mijn probleem. De mensen die de cursussen van Leeftocht voor het eerst of al vele jaren volgen, voelen zich op Fredeshiem thuis en ‘onder ons’ – waarmee ik voor de duidelijkheid tussen twee haakjes niet de Doopsgezinden bedoel, want aan tafel zat ook een rooms-katholiek echtpaar. In zo’n sfeer gaat het delen van zaken als ziekten, kwaaltjes en ongemakken wellicht sneller. Al hoewel ik dit zelf nooit zo gauw zou doen, kan ik wél, en op z’n minst, ernaar luisteren in plaats van me er lichtelijk aan te ergeren.
Immers: volgens de website van Leeftocht gaat het bij hun cursussen om genieten, óók ‘van elkaar, de openheid, de ongedwongenheid’.

Dat is de les die ik in mei ook heb geleerd. Nu het geleerde nog toepassen (oefen dit!). Het enige dat ik aan tafel bij een volgende cursus zou willen vragen, is: hoe ga je ermee om, met die ziekte, dat kwaaltje, dat ongemak, zoals Gert Willem Haasnoot en anderen zieke mensen vraagt naar hun veerkracht en levenslessen voor zijn project Vereeuwigd (www.vereeuwigd.nu), maar dan in het klein. Dan gaat het niet meer over ziekte en ziek zijn, maar over menselijke veerkracht. Dan komt misschien op gang wat van Martin Buber (1878-1965) op een steen op het inspiratiepad rond Fredeshiem staat (zie foto Els van Swol): ‘Al het werkelijke leven is ontmoeten’.

De foto’s uit genoemd boek worden momenteel tentoongesteld in de Laurenskerk te Rotterdam: https://laurenskerkrotterdam.nl/o-sacrum-convivium-2/

René Gude over René Descartes

René Gude over René Descartes / René Gude ; redacteur: Florian Jacobs. – 1e druk. – Leusden : ISVW Uitgevers, [2019]. -122 pagina’s : portret ; 18 cm ISBN 978-94-925384-8-2

Wie verwacht dat dit boek een systematische inleiding is tot leven en werk van de filosoof René Descartes (1596-1650) komt bedrogen uit. Wat het wél is, is een smaakmaker die uitgaat van de enorme kennis én de liefde die René Gude (1957-2015) voor de Franse filosoof had. Voor hem was het denken van de man die vooral bekend werd door zijn idee van scheiding van lichaam en geest en zijn wetenschappelijke methode, nog lang niet passé. Gude schreef erover en werd er kort voor zijn dood door Erno Eskens over geïnterviewd. Eskens was gedurende enkele jaren Gudes opvolger als directeur van de Internationale School voor Wijsbegeerte. Gude, bij het grote publiek bekend geworden als Denker des Vaderlands, verstaat als geen ander de kunst filosofie helder en duidelijk over te brengen. Aan de orde komen thema’s als: kortzichtigheid, kritisch optimisme, huilen en permanente verandering. Bevat naast de artikelen (onder meer overgenomen uit Filosofie Magazine) en het interview tevens een
samenvatting van Descartes’ Meditaties. Pocketformaat; normale druk.

Cop. NBD Biblion. Mag zonder schriftelijke toestemming niet worden overgenomen.

Max van den Broek – Alledaagse paradoxen

Alledaagse paradoxen / Max van den Broek ; redactie: Florian Jacobs. – 1e druk. – Leusden : ISVW Uitgevers, [2018]. – 94 pagina’s ; 18 cm ISBN 978-94-925383-7-6

Een van de onderdelen van de filosofie is logica. Hier komt de laatste tijd ook binnen de publieksfilosofie steeds meer aandacht voor. Een aspect daarbinnen vormen filosofische paradoxen, dat wil zeggen problemen die ook met logisch denken niet zijn
op te lossen. Max van den Broek, masterstudent logica aan de Universiteit van Amsterdam, pakt er in dit boekje dertien aan. Zoals: stoppen met roken, vroeger opstaan, afvallen en meer sporten. Het doel van dit boek is het geven van recepten hoe problemen als deze zijn op te lossen, om daardoor een beter leven te kunnen leiden.
Van den Broek doet dit met behulp van het blokkeren van redeneringen en het ontkennen van premissen (een biertje drinken is niet te veel). Hiervoor moet de lezer, schrijft hij, ‘nogal filosofisch onderlegd zijn’. Of eerder: ervoor open staan en er gevoel voor hebben. De meeste problemen zijn niet al te groot en niet alle oplossingen even overtuigend. Toch is het een leuk boekje. Pocketuitgave; normale druk.

Cop. NBD Biblion. Mag zonder schriftelijke toestemming niet worden overgenomen.

De Descartes van René Gude

rene_gude_-_photo_sarah_wong_-_rightsfreeFilosofie Magazine kwam met wat zij noemen een ‘extra dik bewaarexemplaar’ (mei 2015): René Gude in Memoriam. Het artikel van Daan Roovers opent met de zin: ‘Ik kan leven met onzekerheid. Dat heb ik van Descartes geleerd.’ Dit brengt mij in gedachten terug bij een college over Descartes, dat René Gude (zie foto) in 2010 gaf voor de Open Universiteit.
Mijn aantekeningen werk ik hieronder uit. Ter nagedachtenis aan een fijne leermeester, ‘de man die de filosofie een gezicht gaf.’

Gude begint te zeggen dat hij bij zijn denken de ‘autobiografische methode’ gebruikt, net als Descartes zelf. Gebaseerd op het thema van de OU-cursus: vrijheid. Het gaat er dus om hoe zij tot het concept ‘vrijheid’ zijn gekomen.

Tijdens zijn studie sociale geografie stelde Gude zich twee vragen:

1. hoe verhoudt deze wetenschap zich ten opzichte van andere vormen van wetenschap
2. wat is mijn statuur als deskundige.

Hij kwam erachter, dat hij gewoon filosofie aan het bedrijven was, want:

1. wat is wetenschappelijke kennis?
2. hoe deel je de wetenschappen in?

Descartes heeft rechten gestudeerd, maar geneeskunde was zijn fascinatie. Die wetenschap was toen nog niet zo ver ontwikkeld als moderne wetenschap. Dat wilde hij verbeteren. Door een opleiding voor artsen te starten die door een betere wetenschap de mensheid beter kan dienen. Pragmatisch dus. En dan pas artsenij in praktijk te brengen.

Descartes kwam naar Nederland, waar de verdeeldheid was georganiseerd, eerder dan dat je kan spreken van tolerantie. De ene na de andere universiteit schoot uit de grond.
Hier dacht Descartes zijn nieuwe methode van wetenschap veiliger en eerder te kunnen slijten dan aan de Sorbonne. Om die reden ging hij later door naar ‘het land van de beren’: Zweden.

Wat houdt vrijheid nu bij hem in? In de eerste plaats zelf denken, een eigen fundament vinden, niet alleen de traditie volgen. Hij wilde een inventieve methode ontwikkelen, die niet alleen van lezen uitging, maar ook het oog op de wereld richtte.
De kern is dan: aansluiten bij de twijfel die je hebt, bij alledaagse vragen die je tot de bodem uit wil zoeken. Dat heet filosofie. Er staan je twee dingen te doen:

1. vallen en opstaan
2. metafysische meditatie loslaten op kennis.

Descartes koos voor de tweede methode. En begon te twijfelen, door in het te onderzoeken probleem te stappen en zich af te vragen: Wat zou betrouwbare kennis kunnen zijn?
Dit is methodisch een enorme breuk in de constatering dat je kennis hebt opgedaan, zonder deze methode of structuur. De vraag is vervolgens: Wat is daarbinnen dan waar en wat niet? Je kunt weer twee dingen doen:

1. doorgaan met positief benoemen wat goed is, omdat …
2. of je afvragen of er inzichten bestaan die 100% betrouwbaar zijn.

Descartes zelf gaat nog harder twijfelen. En wel expres. Hij doet een twijfelexperiment. Het risico bestaat, dat er geen echte wetenschappelijke kennis mogelijk blijkt, neemt hij daarbij voor lief. Een andere mogelijkheid is, dat je ‘iets’ vindt dat je niet onderuit kunt halen.

Descartes presenteert niet zijn bevindingen, maar hoe hij daartoe is gekomen. Dus door van het begin bij de conclusie te geraken, en door van de conclusie weer terug te keren naar het begin. Je kunt de weg (voie) volgen van de

1. orde synthetique (bewijzen)
2. analytique (aantonen).

Je moet alle stappen zelf mee kunnen maken. Of niet …
Descartes wil je mee zien te krijgen: ‘Dat heb ik nu ook.’ Hij biedt tenslotte een methode in zijn Meditationes. Hij twijfelt alles weg: alles dat via de zintuigen is waargenomen, is het meest waarschijnlijk (voorstelling in ons denken), maar tegelijk verdacht:

1. droomexperiment voldoet niet aan criterium van 100% zekere kennis
2. kwaadwillende geest – zelfs wiskunde voldoet niet meer.

Dan ligt de conclusie voor de hand dat alles betwijfelbaar en hoogst onzeker is. Maar één ding staat vast: niet de inhoud is weg, want je weet dat je er moet zijn om überhaupt te kunnen twijfelen (Ik denk dus ik ben). Telkens wanneer je dit zegt, is het waar.

Waarheid is wanneer wat je zegt samenvalt met wat je ermee bedoelt; de voorstelling past op datgene wat je bedoelt (adequate kennis). Er zijn dan twee categorieën:

1. dat wat niet samenvalt met een zaak
2. deel dat wél samenvalt.

Je wilt die delen groter maken. Dat betekent óók dat het niet meer onzinnig is om naar wetenschap te zoeken, naar betrouwbare kennis.
Er is een principe, een vast punt van waaruit je vertrekt: kennis van

1. het denken. Is beperkt, maar maakt deel uit van een deel dat méér belooft. Kom je door eigen inspanning.
2. kennis van lichamelijkheid. Deze geef je aan in termen van uitgebreidheid en gestalte. Het blijft waar als je materiële eigenschappen wegdenkt (lengte, breedte, diepte als berekening van de voorstelling van een lichaam).

Hier begint het dualisme van Descartes zich te ontwikkelen. Met mentale processen (denken) en somatische processen (lichamelijkheid) komt Descartes zo bij de geneeskunde uit. Respectievelijk psychologie en somatiek. De arts onderscheidt deze: heeft iemand mentale problemen of lichamelijke? Eigenlijk was Descartes volgens Gude dus psychiater vanuit de huidige stand van zaken geredeneerd.

Wat is dan uiteindelijk vrijheid? Er is sprake van keuzevrijheid, denkvrijheid en beslissingsvrijheid. Maar: de vrijheid is beperkt. Vanuit jouw perspectief, jouw startpunt, kun je vaststellen of iets betrouwbaar is of niet. Dát is de vrijheid die je hebt. En dat mag je leven noemen.

Dat heeft René Gude ons voorgeleefd. Zijn nagedachtenis zij tot zegen.

Link: https://isvw.nl/picot/
Boek: René Gude over René Descartes (ISVW Uitgevers, ISBN 978-94-92538-48-2, december 2018).