Beate Rössler – Autonomie

Autonomie : een essay over het vervulde leven / Beate Rössler ; vertaling [uit het Duits]: Willem Visser. – Amsterdam : Boom, [2018]. – 382 pagina’s ; 22 cm. – Vertaling van: Autonomie : ein Versuch über das
gelungene Leben. – Berlin : Suhrkamp Verlag, © 2017. – Met literatuuropgave. ISBN 978-90-244-1919-7

De auteur vraagt zich af wat autonomie is, waarom het niet altijd kan worden bereikt en dit toch niets verandert aan de noodzaak ervan. Beate Rössler is vanaf 2009
hoogleraar filosofie aan de Universiteit van Amsterdam en studeerde behalve filosofie en theologie ook Germanistiek in haar geboorteland, Duitsland. Zij neemt telkens een ander gezichtspunt in: conceptueel, de zin van het leven, het Zelf, kiezen, enzovoort. Zij
bouwt haar essay, zoals het op het omslag heet, indrukwekkend en organisch op. Hierbij gaat Rössler onder meer te rade bij literatuur (Murdoch, McEwan, Austen, Tóibín en anderen), films, dagboeken en blogs als vorm van zelfobservatie. Deze kunnen volgens haar vaak beter bij interpretatiekwesties helpen dan abstracte filosofie. Het boek is toegankelijk voor een in filosofische vragen geïnteresseerd lezerspubliek, dat enigszins met de basisbegrippen daarvan is vertrouwd. Een belangrijke studie over een actueel onderwerp dat ook aanpalende thema’s bespreekt, zoals enerzijds privacy, vriendschap en intimiteit en anderzijds verplichting, gelijkheid en democratie. Met eindnoten en een literatuurlijst.

Cop. NBD Biblion. Mag zonder schriftelijke toestemming niet worden overgenomen.

De reis van Dobedo – Peter Verhelst

De reis van Dobedo en van de arend met hoogtevrees / een concept van dr. Griet Dupont ; door Peter Verhelst ; met werken van Gerhard Richter en Olafur Eliasson. -Tielt : Lannoo, [2017]. – 53 pagina’s : gekleurde
illustraties ; 33 cm ISBN 978-94-01-44691-4

Verhaal over de spannende levensreis van het jongetje Dobedo (ik-figuur) door een bos, waarin tal van thema’s uit oude mythen en sagen zijn verwerkt. Het verhaal gaat over moed en vertrouwen, dromen, de toekomst, (faal)angst, aanpassen, dood en gemis, vriendschap en liefde. Griet Dupont is kinderpsychiater, Peter Verhelst een bekend auteur die meerdere prijzen won waaronder een Gouden Griffel en de Woutertje Pieterse Prijs. Het doel van dit boek is de verbeelding van kinderen aan te spreken en ze op weg te helpen in hun mentale groei. Prachtig uitgevoerd met paginagrote kleurenafbeeldingen van kunstwerken van niemand minder dan de bekende hedendaagse kunstenaars Gerhard Richter en Olafur Eliasson. Hoewel de illustraties binnen het verhaal geen echte functie lijken te hebben, zullen ze bij kinderen die daarvoor gevoelig zijn, beklijven en kan het een (eerste) kennismaking zijn met moderne kunst. Het toegankelijke verhaal met veel dialogen is verdeeld over vier
hoofdstukken en daarbinnen in meerdere paragrafen. Alle titelkopjes zijn oranje gekleurd. De tekst staat in vrij grote letters. Achterin zijn per hoofdstuk meerdere vragen opgenomen, evenals overwegingen rond de thema’s die aan bod komen. Om voor te lezen aan en over te praten met kinderen van ca. 6 t/m 12 jaar.

Cop. NBD Biblion. Mag zonder schriftelijke toestemming niet worden overgenomen.

Iris van der Graaf – Is nergens ergens?

Is nergens ergens? : verhalen over filosofen en hun ideeën / Iris van der Graaf. – Amsterdam : Uitgeverij
Nieuwezijds, [2017]. – 135 pagina’s : gekleurde illustraties ; 18 cm ISBN 978-90-5712-466-2

Waar komt alles vandaan? Wat is echte vriendschap? Dit soort vragen komt aan bod, hoewel niet helemaal chronologisch, via het oude Griekenland, met de natuurfilosofen, en voorts via Descartes, Kant, Nietzsche, Kierkegaard, Wittgenstein, Arendt, Sartre en De Beauvoir tot Martha Nussbaum. Elk van de eenendertig hoofdstukken wordt afgesloten met een vraag om over door te denken, iets over op te schrijven of thuis of op school over te praten. Onderwerpen die aan bod komen zijn bijvoorbeeld: de zintuiglijke wereld, oneindigheid, schoonheid, verlangen, kunst, liefde, de dood, gender, geloven en niet geloven, taal en emoties. Iris van der Graaf is filosoof, beeldend kunstenaar en illustrator. Haar doel is kinderen te leren nadenken. Via dit handzame boek kunnen volwassenen/leraren met kinderen in gesprek gaan. Helder en toegankelijk geschreven, zonder dat de auteur op de knieën gaat zitten. Vrij aantrekkelijke lay-out met leuke, eenvoudige kleurenillustraties van de schrijver zelf,
en een uitklapkaart met een overzicht van de genoemde filosofen. Breder van insteek,
en zonder dat de auteur een mening ventileert, dan Mag je zeggen wat je vindt? van
Aby en Sander Hartog, dat meer op normen en waarden is gericht. Voor kinderen vanaf
ca. 9 t/m 12 jaar.

Cop. NBD Biblion. Mag zonder schriftelijke toestemming niet worden overgenomen.

God tevoorschijn denken – Jozef en zijn broers (II)

Ter voorbereiding op de cursus Thomas Mann: Jozef en zijn broers ben ik begonnen deze vierdelige romancyclus te lezen. Gelukkig bestaat er van dit magnum opus van 1328 pagina’s, geschreven tussen 1933-1943, inmiddels een Nederlandse vertaling van Thijs Pollmann. ‘Het is een project’ om dit te lezen, zoals degene zei die mij in 2006 op het spoor van de Duitse grootmeester zette; het jaar waarin ik maar meteen Manns woning in Lübeck bezocht. Telkens wanneer ik een deel uit de cyclus uit heb, zal ik in een blog één element eruit weergeven dat mij in het bijzonder heeft geraakt. Hierbij de tweede,  naar aanleiding van De jonge Jozef.

Hoe modern deze cyclus overkomt, blijkt uit onderstaand citaat (p. 324):

‘Ja, Abram had geweten hoe hij zijn mensen voor zijn hooggestemdheid kon winnen. Hij heette Abirâm, wat kan betekenen: “mijn vader is hoogverheven”, maar terecht ook wel: “vader van de verhevene”. Want in zekere zin was Abraham Gods vader. Hij had hem gezien en tevoorschijn gedacht; de geweldige eigenschappen die hij hem toeschreef, waren zeker Gods oorspronkelijke eigendom, Abraham was niet hun verwekker. Maar was hij dat in zekere zin niet toch, doordat hij ze had herkend, ze had onderwezen en ze door te denken tot realiteit had gemaakt? Gods geweldige eigenschappen waren weliswaar iets concreets, iets wat buiten Abraham bestond, maar tegelijkertijd waren ze ook in hem en van hem. De macht van zijn eigen ziel was er op zekere momenten nauwelijks van te onderscheiden, was er kruiselings mee verbonden, er één mee geworden en ermee versmolten. Dat was de oorsprong van het verbond dat de Heer toen met Abraham sloot en dat slechts de uiterlijke bevestiging was van een innerlijke zekerheid; het was echter ook de oorsprong van het aparte karakter van Abrams eerbied voor God. Want omdat Gods grootte weliswaar iets vreeswekkends concreets buiten hem was, maar tegelijkertijd in zekere mate met zijn eigen zielsgrootte samenviel en erdoor was verwekt, was deze godsvrees niet alleen vrees in de eigenlijke zin van het woord, niet alleen sidderen en beven, maar ook verbondenheid, vertrouwelijkheid en vriendschap, beide ineen. En inderdaad ging de oervader bij tijd en wijle met God om op een manier die de verwondering van hemel en aarde zou hebben gewekt, als daarin geen rekening was gehouden met de bijzondere kruisverbindingen in deze verhouding. Zoals hij bijvoorbeeld bij de Heer vriendschappelijk op matiging had aangedrongen bij de ondergang van Sodom en Gomorra, dat was, als je Gods vreeswekkende macht en grootheid in aanmerking nam, bijna aanstootgevend. Maar ja, aan wie anders moest het aanstoot geven dan aan God – die het goed opnam?’

Hoe mooi beschrijft Mann hier het verschil tussen Abram en Abraham, Gods transcendentie en immanentie, het verbond als een haast mystieke eenheid, eerbied en vertrouwelijkheid met God in één.

Op één of andere manier proef ik in deze alinea ook de invloed van het denken van de filosoof Ludwig Feuerbach (1804-1872) op dat van Mann. Immers: in diens Het wezen van het Christendom beschrijft hij iets soortgelijks als Mann over het jodendom ten tijde van Abram/Abraham beschrijft, in die zin dat hij net als Mann min of meer zegt, dat God eerst de mens schiep, maar de mens ook God schept naar zijn beeld; God krijgt allerlei ‘geweldige eigenschappen’ toegedicht die tevens kenmerken van de mens zelf zijn.
Met dit verschil dat er bij Feuerbach helemaal niets buiten het concrete leven bestaat. En dat het bij hem meer om een dialoog tussen ‘ik’ en ‘gij’ (hij beïnvloedde niet voor niets Martin Buber!) lijkt te gaan dan om een mystieke eenheid. Beide posities zijn het doordenken waard. En het doorlezen in dit rijke boek!

Door woorden gekust – Johan Goud

Johan Goud_Door woorden gekustDoor woorden gekust : talen van de liefde / onder redactie van Johan Goud ; auteurs: Hans Achterhuis,
Christoph Baumgartner, Bob Becking, Martien E. Brinkman, Elsbeth Etty, Jaap Goedegebuure, Johan Goud, Maarten van der Graaf, Arnon Grunberg, Oek de Jong, Marc De Kesel, Willem Jan Otten, Marjoleine de Vos, Matthea Westerduin. – Zoetermeer : Klement, [2016]. – 175 pagina’s ; 22 cm ISBN 978-90-868716-6-7

Twee maal zeven essays rond respectievelijk het thema liefde in literaire zin en met een theologische en filosofische insteek. Aangevuld met de tekst van het afscheidscollege van samensteller Joh. Goud als hoogleraar ‘religie en zingeving in literatuur en kunst’ aan de Universiteit Utrecht. De titel van het boek verwijst naar een dichtregel van Leo Vroman. Het accent in de bijdragen valt dan weer op philia (vriendschap), eros (lichamelijke liefde) en agape (naastenliefde). De auteurs zullen lezers van eerdere bundels in de reeks over literatuur en levensbeschouwing onder redactie van Goud bekend voorkomen. De thema’s zijn divers: Reve (Goedegebuure, Oek de Jong), liefdesbrieven (Maarten van der Graaff), liefde in biografieën (Elsbeth Etty), Graham Green (Grunberg), terwijl het Hooglied en Bach in verschillende bijdragen voorbij komen. Het afscheidscollege van Goud gaat over lezen als zodanig. Bedoeld voor mensen die zijn geïnteresseerd in filosofie, theologie en voor alles lezen.

Cop. NBD Biblion. Mag zonder schriftelijke toestemming niet worden overgenomen.