Iris van der Graaf – Is nergens ergens?

Is nergens ergens? : verhalen over filosofen en hun ideeën / Iris van der Graaf. – Amsterdam : Uitgeverij
Nieuwezijds, [2017]. – 135 pagina’s : gekleurde illustraties ; 18 cm ISBN 978-90-5712-466-2

Waar komt alles vandaan? Wat is echte vriendschap? Dit soort vragen komt aan bod, hoewel niet helemaal chronologisch, via het oude Griekenland, met de natuurfilosofen, en voorts via Descartes, Kant, Nietzsche, Kierkegaard, Wittgenstein, Arendt, Sartre en De Beauvoir tot Martha Nussbaum. Elk van de eenendertig hoofdstukken wordt afgesloten met een vraag om over door te denken, iets over op te schrijven of thuis of op school over te praten. Onderwerpen die aan bod komen zijn bijvoorbeeld: de zintuiglijke wereld, oneindigheid, schoonheid, verlangen, kunst, liefde, de dood, gender, geloven en niet geloven, taal en emoties. Iris van der Graaf is filosoof, beeldend kunstenaar en illustrator. Haar doel is kinderen te leren nadenken. Via dit handzame boek kunnen volwassenen/leraren met kinderen in gesprek gaan. Helder en toegankelijk geschreven, zonder dat de auteur op de knieën gaat zitten. Vrij aantrekkelijke lay-out met leuke, eenvoudige kleurenillustraties van de schrijver zelf,
en een uitklapkaart met een overzicht van de genoemde filosofen. Breder van insteek,
en zonder dat de auteur een mening ventileert, dan Mag je zeggen wat je vindt? van
Aby en Sander Hartog, dat meer op normen en waarden is gericht. Voor kinderen vanaf
ca. 9 t/m 12 jaar.

Cop. NBD Biblion. Mag zonder schriftelijke toestemming niet worden overgenomen.

Narcissus

AfsluitdijkTwee interessante gesprekken in De wereld draait door van 12 mei jl. Matthijs van Nieuwkerk interviewde om te beginnen Jesse Klaver, de nieuwe voorzitter van GroenLinks. Niets mis met zijn voorganger, Bram van Ojik, maar het jeugdige enthousiasme gepaard aan ambitieus optimisme nam me, overigens al eerder, voor hem in.

Het glas is niet half leeg (‘vier zetels maar’, probeerde Van Nieuwkerk nog realistisch), maar half vol.

Het tweede gesprek was met minister Schulz van Haegen en kunstenaar Daan Roosegaarde. De Afsluitdijk bestaat ruim tachtig jaar. Wat Roosegaarde onder meer gaat doen, is de stenen tegen de zijkant (zie foto) van een zilverkleurige laag voorzien, zodat ze het licht weerkaatst zoals een schilder als Ruysdael dat ooit in de Gouden Eeuw moet hebben gezien en schilderde, en zoals dat na alle inpolderingen en dergelijke is verdwenen.

Er was een overeenkomst tussen beide interviews: de blik vooruit, waarbij het idealisme dat in ‘Den Haag’ een zachte dood gestorven lijkt te zijn (Rutte staat zich er zelfs op voor geen visie te hebben), weer nieuw leven wordt ingeblazen. De blik vooruit, zodat de Afsluitdijk er na ruim tachtig jaar weer tegen kan, zonder dat de waterkering op een populaire manier wordt ‘opgepimpt’ maar waar het aloude Hollandse licht weer, hoe zal ik het zeggen, op wordt gehaald.

Maar er is méér. A.D. Nuttall schrijft in een schitterende studie over Shakespeare, Shakespeare the Thinker (2007) over het verschil tussen ‘kwalitatieve’ en ‘kwantitatieve’ identiteit. Wanneer we de Afsluitdijk tachtig jaar geleden op foto’s zien, of die van nu, zien we dezelfde dijk. Maar de Afsluitdijk van nu is niet meer dezelfde zoals hij op ons over komt, zoals terecht door Roosegaarde werd gezegd. Het enige dat kwantitatief hetzelfde is gebleven, is de Waddenzee en het IJsselmeer. Maar ook hier is er kwalitatief een verschil door de veranderde lichtinval. Roosegaarde probeert die terug te vinden, als – om een vergelijking van Nuttall aan te halen – Narcissus zijn spiegelbeeld.

Mensen neigen als Narcissus naar zelfzucht, zegt de filosofe Martha Nussbaum in een interview (in: Filosofie Magazine, mei 2015), maar we moeten ‘onze verbeelding gebruiken om ons te verbinden met een grotere gemeenschap (…). Het idee van de natie, mits dat op de juiste wijze was geconstrueerd, hielp om de geest naar buiten te richten.’
Daarom mogen we er trots op zijn dat Roosegaarde het licht probeert te reconstrueren zoals het eens was. Over verbeelding gesproken! Maar ook op Nederlanders die in het buitenland helpen in de strijd tegen het water.