Mystery guest

Catalogiseren en Collectioneren zijn binnen het bibliotheekwerk Heilige Bezigheden. Juist dáárover kan ik me vanaf de bibliotheekopleiding af aan discussies herinneren. Als vakgenoot (in spe). En die discussies gaan nog steeds door, met dit verschil dat bibliothecarissen nu meer als mystery guests in de schoenen van hun klanten proberen te gaan staan, wat een hele verbetering is.

Dat blijkt uit een artikel van Bert Breed, bibliothecaris te Katwijk in Bibliotheekblad, waar Marc van Oostendorp, hoogleraar Nederlands en Academische Communicatie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, vandaag in een tweet op wees. Op de website van Bibliotheekblad vind je ook alle commentaren daarop. Een ervan luidt: ‘Zie hier de achterhoede spreekt (…). De analoge tijd is afgelopen, tijden veranderen.’ Dat kan ik me aantrekken, want ik heb (nog?) geen E-reader – dus hieronder spreekt ook iemand uit de achterhoede.

En om mijn verhaal meteen nog wat ingewikkelder te maken: ik heb binnen mijn bibliotheeknetwerk in Amsterdam een reservering staan voor De Bijbel van Doré, een roman van Torgny Lindgren. Ik had er een recensie over bewaard die in De Groene Amsterdammer (3 februari 2011) was verschenen en wilde dat boek graag gaan lezen.
Op internet wilde ik even checken of het ook als e-book verkrijgbaar is. Dat is niet het geval. Sterker nog: het is helemáál niet meer te verkrijgen, alleen via een site als boekwinkeltjes.nl (stand vandaag: zes exemplaren). Leve de bibliotheek die het niet heeft afgeschreven omdat het te weinig werd uitgeleend bijvoorbeeld, zodat ik het via een reservering kan aanvragen. Of ‘mijn’ filiaal het ooit heeft gehad, weet ik niet, maar voor
€ 0,50 kan ik het komende dagen daar wel ophalen.

Zo hoort het ook en zo heb ik een heel stapeltje recensies bewaard van boeken die ‘mijn’ filiaal niet heeft, maar die wel wonderbaarlijk genoeg allemaal bij een en hetzelfde, ander filiaal in de collectie aanwezig zijn. Je kunt je overigens wel afvragen, hoe het collectiebeleid van de Openbare Bibliotheek Amsterdam (OBA) in dezen is: wordt er centraal aangeschaft en staat ’mijn’ filiaal als minder literair te boek dan dat op – in dit geval – het Javaplein?

Gelukkig gaat mijn literaire voorkeur niet zover, dat ik buiten wat in de OBA aanwezig is, zou willen lezen. Dat gold enige tijd geleden wel voor vakliteratuur die ik in het kader van mijn Masterscriptie moest lezen. Ik had op Worldcat gezien in welke bibliotheken het aanwezig was, en een medewerkster van – alweer – ‘mijn’ filiaal controleerde dat even in de catalogus, daarbij verwoed de naam van de auteur als titel intypend, of omgekeerd, dat weet ik niet meer. Haar advies luidde: ‘Dat moet u zelf aanvragen’. Uh? Of zou ik lid moeten worden van Adamnet? Die mogelijkheid vermeldde ze er niet bij, en zelf kwam ik daar pas later op. Het is overigens goed gekomen met die wetenschappelijke literatuur; ik heb ze via mijn universiteit aan kunnen vragen voor toen nog iets van zes euro (nu € 7,50).

Allemaal oplossingen voor wat in bovengenoemd artikel deels aan de orde wordt gesteld. Blijft natuurlijk dat er hier en daar van alles kan haperen: in de collectie zelf, in de kennis van de bibliothecaris. Maar daar schijnen bibliotheekleden zonder bibliotheekopleiding zelf toch minder zwaar aan te tillen, blijkens de uitkomsten van het BiebPanel, waar ik ook jarenlang lid van ben geweest tot ik werd ‘afgeschreven’ omdat men wel eens een andere stem wilde horen.
‘Collectie en informatiefunctie’ is enige tijd geleden een item geweest dat het panel onder hun leden onderzocht. 45% van de ondervraagden vond literaire romans een belangrijk onderdeel van de bibliotheekcollectie; ik zal daar zeker deel van hebben uitgemaakt. En over de actualiteit daarvan is 68% tevreden. Of ik toen ook tot die categorie behoorde, weet ik niet meer.
(Wel dat ik niet heb meegedaan aan dat vreemde onderzoek over Medewerkers. Kom zeg).

Ik weet wel dat ik afgelopen week een exemplaar van de roman Alles is verlicht van Jonathan Safran Foer uit de dozen met afgeschreven boeken in ‘mijn’ filiaal viste. Volgens de catalogus is het boek momenteel uitgeleend (?), maar al zou dit een foutje zijn (ik kan me niet voorstellen dat ze twee exemplaren in de collectie hebben of hadden) – er zijn genoeg filialen die het boek ook hebben, zodat ook hier aanvragen tot de mogelijkheid had behoord.

Conclusie: als oud-bibliothecaris zonder E-reader die nu, als frequent lener en gebruiker van de diensten van de bibliotheek aan de andere kant van de streep staat, tel ik mijn zegeningen. Verbeteren valt er natuurlijk altijd wel iets. Ik zal de laatste zijn om dit te ontkennen. Daarin ben ik het met alle schrijvers in Bibliotheekblad eens.

Kansen in een nieuwe wereld

aby-warburg_zkmIn De Groene Amsterdammer van 13 oktober jl. stond een lang, en uiterst interessant artikel van Christel Vesters over ‘Aby Warburgs atlas van de wereld.’ Warburg (1866-1929) werkte aan een alomvattende cultuurwetenschap langs de weg van tijdelijke ‘associatieve allianties.’ Zou dat niet een inspiratiebron kunnen zijn om de ontwikkeling van de nieuwe catalogiseernormen voor bibliotheken (FRBR, RDI) verder te ontwikkelen?

Eerst: wat omvatten die nieuwe normen? Ik put uit een les die ik daarover gaf in het kader van een post-hbo cursus over de formele ontsluiting van bladmuziek. Drie constateringen vooraf, die ik nota bene haal uit het boek Onder stroom van de musicologe Jacqueline Oskamp. Een boek over de geschiedenis van de elektronische muziek in Nederland – dus helemáál niet over catalogusregels. Maar wél heel kenmerkend en daar zó naar te vertalen. Hier komen ze:

  1. In Frankrijk en Duitsland draaide het om grote instituten m.b.t. elektronische muziek, in Nederland zien we ‘een anarchistisch rommeltje van professionele en privéstudio’s bevolkt door een handvol flamboyante talenten’, aldus Oskamp
  2. Het gaat haar om ideeën, niet over techniek, want die veroudert snel
  3. Studenten aan de Conservatoria worden nu weer aan het werk gezet met tape en schaar, ‘zodat ze het ambacht leren en niet de computer al het werk laten doen.’ Aldus de laatste zin van een interview met Oskamp in de VPRO Gids van eind maart 2011.

Wat is dan de moraal van dit verhaal, vertaald naar de formele (en inhoudelijke) ontsluiting van musicalia?
Het eerste punt herkennen we: Duitsland kende de z.g. RAK-regels, waaronder die ‘für Musikalien und Musiktonträger’ (RAK-Musik, 1986), Nederland kent ook veel huisregels (bijvoorbeeld m.b.t. de vraag wanneer je de vorm van uitgave toepast). Dat heeft z’n voor en tegen, en daar moeten we ons bewust van zijn wanneer er over de toepassing van bijvoorbeeld Resource, Description and Access (RDA) gaan hebben; Nederland is een land waar men hier om verschillende redenen nog niet zo hard achteraan loopt.

Het tweede punt is iets wat ook de basis vormt van met name de Functional Requirements for Bibliographic Records (FRBR), een ideeënbouwwerk à la Warburg pur sang. Hier staat het filosofische concept ‘werk’ centraal, en daar bouw je op grond van relaties omheen. Zo’n beetje zoals de bibliotheek van het Van Goghmuseum is opgebouwd: wanneer Van Gogh in zijn Brieven een bepaald boek noemt, wordt ook dát aangeschaft en in de collectie opgenomen.

Het derde en laatste punt: studenten die weer met tape en schaar in de weer gaan om het ambacht te leren. Het is heel goed dat mensen die ook bij het aanleveren van centraal gemaakte beschrijvingen van de hoed en de rand weten.

Dat allemaal als aanloop naar, en goed om in het achterhoofd te houden bij het vervolg van dit verhaal: recente ontwikkelingen die luisteren naar de afkortingen FRBR en RDI.
In Informatie Professional nr. 11/2008 heeft Peter Schouten een artikel gepubliceerd onder de titel Ontdekking van een Nieuwe Wereld: veranderende inzichten rond catalogiseren. FRBR behoort tot dat nieuwe wereldbeeld.

In september jl. organiseerde de FOBID wederom een studiedag over RDA. RDA staat als gezegd voor Resource, Description and Access. Met Resource worden de informatiebronnen bedoeld, met Description de beschrijving daarvan en met Access de ingangen tot de titelbeschrijving (wat we formele ontsluiting noemen).
RDA helpt om het potentieel te realiseren van FRBR met gebruikmaking van de aloude International Standard Bibliographic Description (ISBD).

Het zijn allemaal termen die niet terugkomen in het artikel van kunsthistoricus, curator en onderzoeker Christel Vesters. Zij noemt wel het Dewey Decimale Classificatie-systeem (DDC), waarin boeken ‘hun vaste positie hebben – discipline, onderwerp, titel, auteur, jaartal enzovoort.’ Het artikel gaat dan ook primair over Warburgs ‘tijdelijke “associatieve allianties”.’ Maar zijn ideeën gaan verder en kunnen ook dienstbaar zijn bij de discussie en het ontwikkelen van RDA, waarin immers ook relaties worden gelegd.

Vanuit dat gezichtspunt wordt niet alleen een bibliotheek (Warburg) maar ook een catalogus ‘een dynamische en interactieve Denkraum’ die kan worden gedeeld met de gebruikers ervan.
Immers: Vesters eindigt haar artikel met de opmerking dat ‘het wellicht deze kwaliteit (…) van Warburgs dynamische denken is’ dat voor ‘kunstenaars en tentoonstelingsmakers in onze tijd’ tot inspiratie kan dienen. Daar voeg ik catalogiseerders aan toe.

T/m 13 november a.s. is in het ZKM in Karlsruhe een tentoonstelling over Andy Warburgs Mnemosyne Bilderatlas te zien (zie afb.). Bij deze tentoonstelling verscheen de catalogus Baustelle 1-13. Lezen zou ik zeggen!  http://zkm.de/event/2016/09/aby-warburg-mnemosyne-bilderatlas

https://www.groene.nl/artikel/op-zoek-naar-de-ziel-van-de-westerse-cultuur

https://www.kb.nl/fobid-rda-commissie-organiseert-studiedag-standaardisatie-keurslijf-of-kans