Een adembenemend moment

Patricia Werner Leanse en Yve du Bois hebben er een handje van: de kunst om ergens, wie weet op of nabij de gulden snede van een film, de kwintessens ervan tot uitdrukking te brengen. Ook in hun filmportret van de Nederlandse componiste Marjo Tal (1915-2006) gebeurt dat. Een clown in de Parijse straten loopt opeens, haast elegant, door het beeld, achtervolgd door een politieagent. Het heeft alles en niets met Tal te maken.

Zo’n adembenemend moment doet denken aan dat ene plekje op de schilderijen behorend tot de serie Minje van Sam Drukker (de tien mannen die aanwezig moeten zijn in de synagoge om een dienst doorgang te laten vinden). Daar is de verf dun aangebracht; Een dunne huid heet dan ook een boek over zijn werk. Als je de afbeelding ervan (zie hierboven) zorgvuldig bekijkt, zal je zien dat dat stukje wit vaak in de buurt van de hartstreek zit. Drukker zelf vergelijkt het in genoemd boek met een prachtige passage uit een cantate van Joh. Seb. Bach: ‘Het summum zijn (…) die momentjes waar je bij het luisteren op wacht.’
Ik moest, toen ik dit las, denken aan het openingskoor uit de cantate BWV 8, Liebster Gott, wenn werd ich sterben in een uitvoering onder leiding van Gustav Leonhardt. Op een gegeven moment houdt traverso-speler Frans Brüggen – een doodsklokje imiterend – even in, een Luftpause alvorens hij verder speelt; een adembenemend moment, telkens weer wanneer ik ernaar luister. Het is zoiets als iemand die soepel de noten van een toonladder achter elkaar doorspeelt, en even, voor hij de laatste noot inzet stokt, niet omdat hij zelf emotioneel wordt, maar omdat hij dat gevoel op de luisteraars wil overbrengen.

Zorgvuldig kijken – zoals je ook joodse teksten moet lezen. Je moet ze met geduld lezen, er een beetje aan pulken, zoals universitair docent Martin Baasten afgelopen zondagmiddag zei tijdens een cursus joodse mystiek van Leeftocht onderweg op landgoed Fredeshiem (Steenwijk-De Bult). Baasten is docent aan het Instituut voor Religietudies van de Universiteit Leiden. En met liefde, zoals dat plekje bij het hart op Drukkers Minje ook zou kunnen symboliseren.

Het is zoals op een blaadje van een oude Loesje-scheurkalender eens stond te lezen: ‘Leven draait niet om ademhalen maar om de adembenemende momenten.’ Het blaadje staat in een lijstje op een plank in een van mijn boekenkasten; wel een toepasselijk citaat lijkt me voor iemand die astma heeft en leeft bij adembenemende momenten in films, schilderijen, muziek enz.. Een moment waarop je je adem even inhoudt en je hart een sprongetje maakt. Zoals tijdens dat uurtje in Fredeshiem, waar we een klein gedeelte uit de Midrash Genesis Rabba kregen uitgelegd.

 

Blog deels gebaseerd op een column die eerder verscheen op de website literairnederland.nl.
Deze column is herzien n.a.v. de tentoonstelling met de serie Minje van Sam Drukker in de Sjoel van Elburg (20 september 2019 t/m 4 januari 2020): https://sjoelelburg.nl/tentoonstelling/minje-minyan-van-sam-drukker/
De afbeelding bij deze blog is ontleend aan de website van Sam Drukker: samdrukker.com

Muziek en Weinreb

Twee keer per jaar organiseert Leeftocht in Fredeshiem te Steenwijk-De Bult een weekend-cursus met drs. Sjef Laenen over joodse mystiek volgens het gedachtegoed van Friedrich Weinreb (zie afb.). Ik heb hier op deze blog al eerder twee keer over geschreven. Afgelopen weekend woonde ik voor de tweede keer zo’n cursus bij. Toen schoot mij te binnen, dat ik ook eerder over de invloed van Weinreb (1910-1988) in de muziek heb gepubliceerd; in mijn boekje Dialoog in muziek. Dit gedeelte hieruit neem ik hieronder, aangevuld met wat ik in Steenwijk leerde, in iets gewijzigde vorm over.

Van de Zwitserse componist Urs Peter Schneider (geb. 1939) werd in 1970 tijdens de Gaudeamus Muziekweek het stuk Umkerhr uitgevoerd. Leo Hanekroot schreef daar destijds in het Nieuwsblad van het Zuiden het volgende over: ‘Er gebeurt quasi niets meer, kan niets meer gebeuren in een vaste binaire opeenvolging van twee accoorden, die dan wel door een hele reeks verschillende instrumenten met uiterst geringe maar wezenlijke veranderingen in kleur en structuur worden uitgevoerd. Dat duurt twintig minuten.’

Umkehr is geïnspireerd op een tekst van Friedrich Weinreb. Schneider heeft hier zelf het volgende over geschreven: ‘Zestien instrumentenparen in een halve kring om de toehoorders (…). Vragen die altijd worden gesteld (…). Na een sombere tijd van twijfel volgt eigenlijk zoiets als verzoening. Geen dramatisch verloop (…). Ontmoeting, Te Deum. De boeken van Weinreb.[1] De niet-seriële schrijfwijze, denkwijze (…). Altijd het getal twee.’

Een getal dat ook belangrijk is in de compositie 10-5-6-5(a) uit 1972 van de Nederlandse componist David Porcelijn (geb. 1947), dat eveneens is geïnspireerd door de manier waarop Weinreb de Kabbala toegankelijk maakte. Het stuk is geschreven voor twee strijkkwartetten en twee vibrafoons die spiegelvormig zijn geplaatst, alsmede een blaaskwintet dat de functie van spiegel heeft.[2]

Het getal twee komt in het werk van Weinreb inderdaad altijd terug, zoals Schneider schreef. Het gaat dan om de innerlijke en de uiterlijke wereld, die op enigerlei wijze kunnen worden hersteld (tiqqun in het Hebreeuws). Maar eerst moet je, zoals Laenen stelt, de tweedeling hebben doorleefd en begrepen alvorens je kunt omkeren (de titel van de compositie van Schneider!).

Hetzelfde geldt voor de breuk tussen joden- en Christendom. Laenen noemde een predikant die deze breuk heeft hersteld. Ik denk hierbij aan René Süss, over wie ik op deze blog ook eerder schreef. Zijn ‘lijmpogingen’ oftewel collages zijn in dit verband symbolisch. Datzelfde geldt denk ik achteraf ook voor de collages die ik in hetzelfde hoofdstuk (15) in Dialoog in muziek behandel.

[1] Zie voor de boeken van Weinreb: www.quintessentia.org

[2] Het geheel vertoont verwantschep met het werk van Harry Mulisch. Zo is De Verteller opgebouwd uit tien zegels (d.i. gedeelten), waarvan het eerste zegel het spiegelbeeld is van het laatste. Zie ook: P. Meeuwse, ‘Mulisch als maniërist’, De Revisor 1980 nr. 6.

http://www.leeftocht.nl

Het volgende cursusweekend is op  zaterdag 14 en zondag 15 oktober 2017.

De tijd stond even stil

Iedereen brengt de veertigdagentijd op zijn/haar eigen manier door. Ik heb onder meer een boek ter hand genomen dat ik verleden jaar tijdens een cursus bij Fredeshiem in Steenwijk kocht:  De kruisweg volgens de joodse mystiek van Sjef Laenen. De auteur volgt het boekje Friederich Weinreb erzählt den Kreuzweg nach sieben Bildern von Roland Peter Litzenburger (1982). Laenen vermeldt dat Litzenburger zichzelf heeft geschetst in zijn tekeningen van het lijdensverhaal. En dat Weinreb het verhaal vertelt ‘van ieder van ons zoals we in deze wereld leven. In die zin is het lijdensverhaal van Christus voor Weinreb niet een specifiek christelijk verhaal, maar een universeel aspect van ons menszijn, het tijdloze verhaal van de mens die de weg van de verlossing of de eenwording gaat. Anders gezegd: het verhaal dat hier verteld wordt geldt voor ieder van ons, waar ook ter wereld.’

Met die woorden in mijn achterhoofd bezocht ik afgelopen zondag de filmregistratie die Cherry Duyns maakte van de uitvoering van Bachs Matthäus Passion in de Nieuwe Kerk in Amsterdam onder leiding van Reinbert de Leeuw. Gevoegd bij deze woorden waren de beelden van De Matthäus Missie van Reinbert de Leeuw die ik verleden jaar zag en waarover ik hier eerder schreef (https://elsvanswol.nl/?p=2684). Ik schreef onder meer: ‘Weer zo’n geweldige film van Cherry Duyns, die iedere muziekliefhebber zou moeten zien. Omdat de boodschap van de Matthäus (volgens De Leeuw een oproep tot humaniteit) samenvalt met de broosheid van de dirigent en een beroep doet op de empathie van uitvoerenden én luisteraars.’

En toch was het niet het laatste dat bij de filmregistratie van Bachs Matthäus onder De Leeuw beklijfde. Dat waren eerst en vooral de twee strofes van het koraal O Haupt voll Blut und Wunden uit het tweede deel. Deze leverden de ‘meditatieve beleving’ op waar recensent Frederike Berntsen de volgende dag in Trouw over sprak naar aanleiding van een uitvoering van werken van Liszt en Goebaidoelina door hetzelfde Nederlands Kamerkoor onder leiding van dezelfde dirigent, Reinbert de Leeuw.
In de film De Matthäus Missie had De Leeuw het vol overtuiging over hét tempo dat gekozen moest worden. En misschien was dat hier wel de clou, al was dat soms wat voor het gevoel aan de wat erg trage kant. Hier benadrukte De Leeuw er datgene mee wat Laenen in zijn boek had omschreven als het universele aspect van ons menszijn, het tijdloze verhaal van de mens. De tijd stond stil.

Zoals hij dat wonderbaarlijk genoeg dezelfde dag deed voor Bouwe Reine Dijkstra, de oprichter van het Roder Jongenskoor dat de jongensstemmen zong in de uitvoering in de Nieuwe Kerk, begeleid door een uitkomend tongregister op het orgel. Hij overleed op 19 maart op 71-jarige leeftijd.

De integrale uitvoering van Bachs Matthäus Passion met Dijkstra’s koor, het Nederlands Kamerkoor, Holland Baroque (concertmeester Judith Steenbrink) en solisten is nog deze en volgende maand in  heel Nederland te zien.

http://www.cinemadelicatessen.nl/film/de-matthaus-passion-van-reinbert-de-leeuw/

 

Het leven is een (be)weg(ing)

sjef-laenenAfgelopen weekend volgde ik de Leeftochtcursus De zin van ons dagelijks leven van Sjef Laenen (zie foto) op buitengoed Fredeshiem (Steenwijk-De Bult). Het was voor mij de eerste keer dat ik hem hoorde, en ik kan ook niet meteen zeggen dat alles me aansprak. Dat hoeft ook niet. Maar de zondagochtend maakte veel, zo niet alles, goed. Tijdens de toen gehouden lezing was het onderwerp ‘Zelfvertrouwen en depressie’ en ging het over David (de levenslustige) en Saul (de melancholieke). Eerder her en der bijeengeraapte mozaïeksteentjes werden tot een geheel samengevoegd. Iets daarvan geef ik hieronder weer.

David is de danser, wat tijdens de Nederlandse Dansdagen een mooi, ons toevallend verhaal is. Het hele leven is volgens Laenen een (be)weg(ing). Het is het numineuze in de dans dat ons beweegt, ontroert. David heeft vertrouwen, pistis noemde prof. Ter Schegget het eens in een preek die ik voorafgaand aan een uitvoering van Bachs Matthäuspassion in het Amsterdamse Concertgebouw hoorde zeggen. Als een rode draad, een refrein door zijn preek heen, zodat ik het nooit vergeten heb. David weet het niet zeker, maar vertrouwt erop.

Saul is van dit alles niet overtuigd, net als de hedendaagse cultuurpessimist. In tegendeel. Maar er komt een doorbraak, die in de Bijbel al inzet met het gegeven dat de aartsmoeders allemaal onvruchtbaar zijn en tóch een kind baren. En weer hoor ik een stem opklinken: van mijn geschiedenisdocent De Rek, die mij eens meenam naar de Joodse Begraafplaats in Ouderkerk aan de Amstel en onderweg niet ophield te herhalen dat het eens goed zal komen met de wereld. Daar geloofde, daar vertrouwde hij heilig in.

Er zijn mensen die met dat pessimisme niet meedoen en op weg gaan naar herstel van de eenheid in de schepping. Naar die mensen moet je luisteren. Of naar de harpmuziek van David. Volgens de overlevering hing zijn harp aan het raam en werden de snaren ’s nachts door de noordenwind bewogen. Hij hoorde het in zijn slaap en speelde de melodieën overdag voor koning Saul, die zich er dan weer aan over gaf en dan weer een speer naar David wierp. Misschien omdat hij er moeite mee had dat er iets groter was dan hijzelf. Ik zie weer twee hoogleraren voor me waarvan de één zegt de ander in zijn zak te kunnen steken. Een gênante vertoning, en ook helemaal niet nodig, los van elkaar bouwden ze aan de wetenschap.

Zoals tijdens het Feest van de Nederlandse Dans (zaterdag 8 oktober, Theater aan ’t Vrijthof in Maastricht) vier grote Nederlandse dansgezelschappen samen een avond verzorgden. Onder andere Maaike Bos berichtte maandag 10 oktober in dagblad Trouw over een weekend dans en film op de televisie: College Tour met ballerina Igone de Jongh, Dance dance dance dat dans voor een groter publiek bereikbaar maakte. Er was sprake ‘van een maakproces vol worstelingen en zelfoverwinning.’ Zo waren we weer terug bij respectievelijk Saul en David, en bij (be)weg(ing). Het was al met al een rijk met dans gevuld weekend.