Wendy Cohen-Wierda – Veerkracht

Veerkracht : de (her)oprichting van de joodse jeugdbewegingen in Nederland 1945-1965 / Manfred
Gerstenfeld, Wendy Cohen-Wierda. – Amsterdam : Uitgeverij Van Praag, [2019]. – 357 pagina’s, 48
ongenummerde pagina’s ; platen : illustraties ; 22 cm. – Uitgave in samenwerking met International
Center for Western Values. – Met literatuuropgave. ISBN 978-90-490-2431-4

Een indrukwekkende detailstudie over het overleven van joodse jongeren na de Tweede Wereldoorlog, die tevens raakt aan algemene thema’s die nog steeds leven: individualisme en traumatische ervaringen. Met name over de vraag hoe het mogelijk is zulke ervaringen ten goede te keren. Het boek vormt de oral history van joodse jeugdbewegingen in het Nederland van kort na de oorlog, door Wendy Cohen-Wierda opgetekend uit de mond van zeventien inmiddels hoogbejaarde joden die veelal naar Israël emigreerden, vooraf gegaan door een omvangrijk essay van Manfred
Gerstenfeld, die alles in een context plaatst. Gerstenfeld is een veelzijdig wetenschapper, Cohen-Wierda is interviewster voor het Center for Research on Dutch Jewry. Het boek is geschreven ter nagedachtenis aan Marianne Gerstenfeld, de in 2002 overleden echtgenote van Manfred Gerstenfeld, maar wil tevens zowel een waarschuwing zijn dat het anti-semitisme nog steeds onder ons is als een oproep om actie daartegen te ondernemen. Met fotokaternen, eindnoten en een verklarende woordenlijst.

Cop. NBD Biblion. Mag zonder schriftelijke toestemming niet worden overgenomen.

Het werkelijke leven

Zo’n tien jaar volg ik op z’n tijd een cursus van Leeftocht op buitengoed Fredeshiem in Steenwijk, één van de plaatsen waar de Algemene Doopsgezinde Sociëteit cursussen organiseert. Dit jaar was dat van 25 t/m 26 mei jl., een cursus Joodse mystiek door drs. Sjef Laenen.
Er was één Bijbeltekst (Mattheüs 6:5-8) en de uitleg daarvan, die mij gedurende deze twee dagen en lang daarna heeft beziggehouden:

En wanneer u bidt, zult u niet zijn als de huichelaars; want die zijn er zeer op gesteld om in de synagogen en op de hoeken van de straten te staan bidden om door mensen gezien te worden (…). Maar u, wanneer u bidt, ga in uw binnenkamer, sluit uw deur en bid tot uw Vader, die in het verborgene is.

Dan de uitleg: het hardop met omhaal van woorden bidden, zou van vroomheid en religiositeit getuigen. Het gaat echter om je relatie met God, niet om wat ‘de mensen’ ervan vinden. Ga bij jezelf te rade, trek je terug in je binnenste en keer je dan tot God. Oefen dit.

We leven – nog steeds volgens de uitleg – in twee werelden:

  1. In dit lichaam, met alle beperkingen van dien
  2. Terwijl de goddelijke vonk en je ziel in een andere wereld thuis zijn

Als we dit beseffen, hebben we geen woorden nodig. Dan is ons hele leven een gebed, het werkelijke gebed. Niet spreken, maar luisteren. In over-een-stemming.

Ik begon me af te vragen of dit ook te vertalen valt naar wat er tijdens de verschillende maaltijden gebeurde. Ik trof telkens mensen aan tafel die, hardop en soms met omhaal van woorden, uitweiden over hun ziekte(n), kwaaltje(s) en ongemak(ken). Ik kon er weinig of niets mee. Waren ze bij punt 1 blijven steken? Misschien – maar kun je over punt 2 dan wél praten? Friedrich Weinreb (1910-1988), de leermeester van Sjef Laenen, heeft dit volgens hem eens vergeleken met het verschil tussen ‘betrekking’ en ‘betrokkenheid’, respectievelijk datgene wat je niet op een ander kunt overdragen en een persoonlijke verhouding tot iemand.

Misschien ligt daar de sleutel tot het antwoord op mijn probleem. De mensen die de cursussen van Leeftocht voor het eerst of al vele jaren volgen, voelen zich op Fredeshiem thuis en ‘onder ons’ – waarmee ik voor de duidelijkheid tussen twee haakjes niet de Doopsgezinden bedoel, want aan tafel zat ook een rooms-katholiek echtpaar. In zo’n sfeer gaat het delen van zaken als ziekten, kwaaltjes en ongemakken wellicht sneller. Al hoewel ik dit zelf nooit zo gauw zou doen, kan ik wél, en op z’n minst, ernaar luisteren in plaats van me er lichtelijk aan te ergeren.
Immers: volgens de website van Leeftocht gaat het bij hun cursussen om genieten, óók ‘van elkaar, de openheid, de ongedwongenheid’.

Dat is de les die ik in mei ook heb geleerd. Nu het geleerde nog toepassen (oefen dit!). Het enige dat ik aan tafel bij een volgende cursus zou willen vragen, is: hoe ga je ermee om, met die ziekte, dat kwaaltje, dat ongemak, zoals Gert Willem Haasnoot en anderen zieke mensen vraagt naar hun veerkracht en levenslessen voor zijn project Vereeuwigd (www.vereeuwigd.nu), maar dan in het klein. Dan gaat het niet meer over ziekte en ziek zijn, maar over menselijke veerkracht. Dan komt misschien op gang wat van Martin Buber (1878-1965) op een steen op het inspiratiepad rond Fredeshiem staat (zie foto Els van Swol): ‘Al het werkelijke leven is ontmoeten’.

De foto’s uit genoemd boek worden momenteel tentoongesteld in de Laurenskerk te Rotterdam: https://laurenskerkrotterdam.nl/o-sacrum-convivium-2/