Van aangezicht tot aangezicht

‘Tot rust kwam moeder op het moment dat onze huisarts haar hielp met sterven. Op een mooie avond in september, even na half 8 ’s avonds. De telefoon hadden we uitgezet. Ze vroeg om een glas water, dat vader haar gaf – een kleine herinnering aan het beroemde verhaal van George Orwell van een man die ter dood is veroordeeld en al lopend naar het schavot een waterplas ontwijkt. Vader wilde iets uit de bijbel lezen. Maar ik weigerde het, nogal fel. Ze lag op bed en lachte tegen de dokter. Met die lach om de mond is ze gestorven.

Wat Ida Gerhardt over haar – in dit geval – vader schreef, geldt ook voor mijn moeder:

Waar is mijn Vader? Is hij in het licht?
Hij lag verheerlijkt, toen hij was gestorven.
Z
ièt hij, van aangezicht tot aangezicht.’

Dit schreef ik in het boekje over mijn moeder, Ogen van mijn moeder. De ethicus Theo Boer, universitair docent ethiek en medische ethiek aan de Protestantse Theologische Universiteit (Groningen), zal het vast niet hebben gelezen. Hij houdt zich als lid van de [regionale] toelatingscommissie [euthanasie], zoals ik lees in een interview dat Maurice van Turnhout met hem had (in: Trouw, 31 december 2018), vooral bezig met dossiers.

Eerlijkheidshalve had ik dit interview overgeslagen – ik weet wel op welk, steeds hetzelfde aambeeld Boer al jaren lang slaat. Een vooroordeel, ik weet het, en in die zin vergelijkbaar met – maar, daar troost ik me mee, onschuldiger dan – de vooroordelen die hij bezigt.
De reactie van Agnes Wolbert (directeur van de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde, NVVE) in Trouw van vandaag bracht me ertoe het alsnog te lezen. Zij wijst op Boers chargeren en het, vul ik aan, wetenschappelijk onverantwoorde gladde ijs waarop hij zich begeeft (beide omschrijvingen, chargeren en glad ijs, neemt hij zelf in de mond) of op de – vul ik ook maar weer aan – kwalijke, onzindelijke vergelijking van euthanasie ‘met de beslissingen in het stemhokje om in 1933 op Hitler te stemmen’. En de suggestie ‘dat euthanasie floreert bij een beddentekort in de Nederlandse ziekenhuizen’.

Ik zou wel eens willen weten hoe zoiets in het Duitsland anno nu – het land waar hij de helft van het jaar woont – valt. Maar misschien leggen ze de meningen van hem daar gewoon naast zich neer. Gelijk hebben ze, zolang Boer ‘zulke demoniserende en polariserende teksten nodig’ blijft hebben ‘in plaats van een open en eerlijke discussie te voeren’ (Wolbert).

Ook Boer komt – ik volg het artikel verder op de voet – met zijn moeder aangezet. Zij overleed op 90-jarige leeftijd en had ‘de handdoek niet in de ring’ gegooid, zoals hij het omschrijft. Ik moet denken aan een poëziekring, jaren en jaren geleden in de kerk. Hierin bespraken we een gedicht en de gespreksleider had het over ‘een cadeau dat je terug mag geven’. Het drong pas na enige momenten tot mij door, dat hij het over het leven had. Hij zei het moe en zachtjes en mede daardoor maakte het grote indruk.

En ja, Boer heeft toch ook naast zijn dossiers kans gezien een boek te lezen. Hij zegt alleen niet welk, wanneer hij op een gegeven moment met ‘de existentialistische denker Camus’ op de proppen komt. Maar laat Camus het nu niet over euthanasie hebben gehad, maar over zelfmoord; wetenschap is ook goed definiëren. En niet over autonomie maar over vrijheid, en dat was de levenshouding die hij bepleitte.

‘Goed sterven’, zegt Boer bijna tegen het eind, ‘dat is vrijwillig sterven’. De woordkeus is misleidend; ik heb van een van mijn eindredacteuren bij het tijdschrift Mens en melodie, ook jaren en jaren geleden, geleerd dat je onderscheid moet maken tussen ‘overlijden’ (passief) en ‘sterven’ (actief). Boers moeder deed het eerste, mijn moeder het tweede. Maar ik ontken hem het recht over dat tweede een (ethisch? wat heet) oordeel uit te spreken. Daarmee ‘schoffeert’ hij – aldus Wolbert – ‘niet alleen de voorstanders van het zelfgekozen levenseinde, maar ook de mensen (en hun naasten) die dankzij onze wetgeving op een waardige en weloverwogen wijze de regie konden hebben over hun overlijden’.

https://www.trouw.nl/samenleving/dilemma-s-in-de-zorg-moet-ik-straks-mijn-eigen-dood-regelen-~ab91d6e8/

Boodschappenbriefje voor de oude dag

boodschappenbriefjeWMO – thuiszorg/hulpmiddelen
alarm
mobile – magnetron
boodschappen – netje
dokter – CIZ – reserveren plaats
vaker bellen
gehoorapparaat
vrijwilligerswerk tegemoet. De Tol
bridge+? zondagen

Zomaar, een briefje dat uit het bibliotheekboek valt dat ik zit te lezen. Van – stel ik me zo voor – een oudere heer die aan het eind van een ziekenhuisopname van een transferverpleegkundige, of thuis na een val samen met een praktisch ingestelde huisarts een ‘boodschappenbriefje’ heeft zitten maken. Je kunt de trefwoorden zo aaneenrijgen tot wat nodig is om het eind van een levensweg te verlichten. En het gesprek reconstrueren.

“Om te beginnen kunt u via de Wet Maatschappelijke Ondersteuning thuiszorg en hulpmiddelen aanvragen. Want het is wél de bedoeling dat u zo lang mogelijk thuis blijft wonen natuurlijk.

Verder is er een alarm nodig dat u om uw nek hangt, zodat u daar altijd op kunt drukken. Niet in de was doen, hoor! Een valalarm, een seniorenalarm of wat dan ook. Er zijn verschillende mogelijkheden.

Een ‘mobile’, ik bedoel: mobiele telefoon is de volgende stap. Die kunt u ook overal mee naar toe nemen, naar het toilet, de badkamer en als u naar buiten gaat. Want dat moet u wel blijven doen hoor, elke dag even naar buiten! Koopt u maar een boodschappen netje, voor kleine boodschappen altijd handig om bij u te hebben.

Als u een magnetron hebt, kunt u daar diepvriesmaaltijden in opwarmen. Die u zelf heeft gekocht, of, als dat niet meer lukt, die u kunt afnemen bij Tafeltje Dekje, Apetito of zo. Niet zo smakelijk? U mag blij zijn dat het bestaat!

Dan komt het serieuzere werk. U kunt wellicht op korte termijn al zorg krijgen vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz). Het Centrum indicatiestelling zorg (CIZ) onderzoekt de mogelijkheden daartoe. Het kan nooit kwaad overigens nu al een plaats te reserveren in een zorginstelling (dit briefje dateert dus uit de tijd dat dit nog niet zo moeilijk was. Het boek ook: uit 1992).

U moet niet zo op uzelf blijven en vaker bellen als er wat is. O, u bent wat eigenwijs en achterdochtig! Dat komt vast omdat u slechthorend bent. Maar daar zijn tegenwoordig goede gehoorapparaten voor. Let u maar op de reclame ’s avonds op de televisie.

Om u nog meer te helpen kunt u de hulp van vrijwilligers inroepen via De Tol. Zij staan altijd voor u klaar om klusjes in en om het huis te doen die wat te zwaar worden. Of om met u naar de audicien te gaan.

En om tenslotte wat aan de vereenzaming te doen: heeft u er wel eens aan gedacht te gaan bridgen? Bijvoorbeeld op zondagmiddag? Een heerlijke tijdpassering, en u ziet ook nog eens andere mensen. (De rest (+?) verstond de mijnheer helaas niet).

Is er iemand met wie u het lijstje samen kunt gaan afwerken? Als er wat is hoor ik het wel.”