‘Een bepaald Noords gevoel’

Voor de meeste mensen komt er niets van, van vakantie in het buitenland. Ook niet van mijn vakantie, later dit jaar, naar Noorwegen, maar dat weerhoudt mij er niet van, om ondertussen over Noorwegen te lezen en Noorse films te bekijken. En te zoeken naar een brug daartussen. Tussen die films en wat ik las.

Het begon met de film Out Stealing Horses (nog t/m 2 augustus te zien via Picl) naar de gelijknamige roman van Per Peterson. In het kort gaat het over de 67-jarige weduwnaar Trond (Stellan Skarsgård) die leeft in de bossen van Oost-Noorwegen. We schrijven 1999, maar in gedachten is hij vaak in 1948 bij zijn vader (Tobias Santelmann).
Het zijn vooral de verstilde détails die mij raakten: een glimlach die iets verzacht, mooi in beeld gebracht door Hans Petter Moland. En die ene zin van Tronds vader: ‘We beslissen zelf wanneer het pijn doet’. Het bruggetje dat leidt naar de tweede film: Blind Spot (nog t/m 23 juli te zien via Picl).

Blind Spot is de debuutfilm van Tuva Novotny, die hem in één onafgebroken take liet opnemen. Ook een subtiele film, maar dan op een heel andere manier.
In het kort gaat het hier over de tiener Tea (Nora Mathea Øien) die uit haar slaapkamerraam in Oslo springt, en de reactie daarop door haar ouders en grootvader. Vooral die van haar stiefmoeder Maria (Pia Tjelta), die in een emotionele achtbaan terecht komt. De heftigheid die ze toont, werd in sommige recensies over de top genoemd, maar dan denk ik ook hier: ‘We beslissen zelf wanneer het pijn doet’. En dat moet het doen. Onvoorstelbaar hevig. Wie zijn wij, kijkers, om daarover te oordelen, al gaat het over een film? We kunnen alleen maar bewondering hebben voor de filmster, die alle stadia van emoties toont. Of Tea het heeft overleefd, blijft onduidelijk. Het open einde is aan de kijker om in te vullen.

Ik denk aan een interview (in: Preludium, oktober 2019) van Joke Dame met de Noorse pianist Leif Ove Andsnes. Hij heeft het over ‘een bepaald Noords gevoel’ in relatie tot het Pianoconcert van Grieg. Dat is volgens hem ‘minder grootsteeds (…), minder sophisticated’ dan dat van Schumann. ‘Het is landelijker’ en zit ‘dichter bij Liszt met zijn (…) grote pathos’. En in één moeite door stelt Andsnes, dat Griegs pianoconcert volkse eenvoud heeft. Op de één of andere manier, lijkt het of hij het over respectievelijk Blind Spot en Out Stealing Horses heeft. Het is in ieder geval raak én zoals ik beide Noorse films heb ervaren. Het wachten is op de volgende Noorse film(s).

Openheid van geest

Het is en blijft altijd weer een moeilijk punt, als tijdens een studiemiddag van de Vereniging Het Spinozahuis – dit keer over diens Briefwisseling – het onderwerp geloof en bijgeloof van Spinoza aan de orde komt. Zo ook 24 februari jl. weer.

Adrie Hoogendoorn besprak in een inleiding het thema ‘De vrijheid van filosoferen en de vrije wil.’ Op een gegeven moment maakte Hoogendoorn opeens een uitstapje naar Paulus en Augustinus, wat mij wat willekeurig overkwam. Hij citeerde Paulus’ uitspraak ‘Ik doe wat ik wil, maar waar ik een afkeer van heb, dat doe ik, niet wat ik wens, het goede doe ik, maar wat ik niet wens, het kwade doe ik. Derhalve ben ik met mijn verstand dienstbaar aan de wet Gods, maar met mijn vlees aan de wet der zonde‘ (Romeinen 7: 15-25).

In de gespreksgroep na de inleiding, waarvan Hoogendoorn toevallig gespreksleider was, vroeg ik hoe hij dit wilde rijmen met de idee dat de ratio door God is gegeven om te gebruiken, bijvoorbeeld bij het kiezen tussen goed en kwaad en daar dan ook de verantwoordelijkheid voor te dragen. Hoogendoorn verwees eerst naar Brief 58, een brief aan G.H. Schuller, waarin Spinoza schrijft dat, ‘want hoewel de ervaring meer dan voldoende leert dat de mensen tot niets minder in staat zijn dan hun begeerten te beheersen en dat zij dikwijls, ten prooi aan tegenstrijdige aandoeningen, het betere zien en het slechtere volgen, geloven ze toch dat ze vrij zijn, en dan wel daarom, omdat ze bepaalde dingen slechts in geringe mate begeren, zodat de begeerte daarnaar zich gemakkelijk laat bedwingen door de gedachte aan iets anders, dat men zich veelvuldig herinnert.’
Toen ik opmerkte dit geen afdoende antwoord op mijn vraag te vinden, werd vervolgens de tegenstelling tussen ratio (filosofie) en openbaring (geloof) van stal gehaald, maar ook dat voldeed naar mijn idee niet. Daarom ben ik blij inmiddels twee antwoorden te hebben gevonden, die wél tegemoet komen aan mijn vraag.

Het eerste vond ik op de website https://bdespinoza.blogspot.nl/ van Stan Verdult.
Hij verwees hierin naar een in 2017 uitgekomen boek onder redactie van Anna Tomaszewska en Hasse Hämäläinen, The Sources of Secularism: Enlightenment and Beyond. Hierin is een hoofdstuk opgenomen van Henri Krop (foto rechts), die op 21 september a.s. zijn oratie zal uitspreken als bijzonder hoogleraar Spinozastudies aan de filosofiefaculteit van de Erasmusuniversiteit Rotterdam.

Krop gaat uit van das Prinzip des Protestantismus van Hegel, zoals beschreven in diens Philosophie des Rechts (1820). Het principe slaat op menselijke autonomie en vrijheid. ‘Filosofie’, schrijft hij, ‘maakt dit religieuze principe “werkelijkheid” en de Verlichtingsfilosofen en Franse revolutionairen maken het werk af dat Luther begon.’ Vervolgens concludeert Krop, dat ‘Volgens Hegel, Luthers revolte de “seculariteit” (Weltlichkeit) van het christendom impliceerde waarin religie wordt geïntegreerd en deel uitmaakt van ons leven. Hegels concept van secularisatie impliceert een rationalisering van religie en een immanente moraal.’
In de conclusie van dit hoofdstuk, stelt Krop dat Spinoza’s cirkel in de eerste plaats ‘een overeenkomstige visie op religie deelde, die er allereerst vanuit ging dat ware religie kan worden gebaseerd op alleen de rede, eenvoud en gezuiverd van alle mysterie en rooms-katholiek bijgeloof.’

Het tweede antwoord vond ik in een agenda-item van het recente nummer van Vredesspiraal, het kwartaalblad van Kerk en Vrede. Het betrof een aankondiging van de inspiratiedag ‘Bronnen van de Islam’ op 17 maart a.s. in Bilthoven. Een dag die onder leiding zal staan van Tarik Yousif, Nederlands filosoof en bijzonder hoogleraar islamitische filosofie/religie aan de Universiteit van Leuven. Hij meent dat ‘de islam is gekaapt door theologen.’ Filosofie kan volgens hem openheid van geest stimuleren.

Als dat eens waar zou zijn … En áls dat waar is, dan zou het ook moeten betekenen, dat deelnemers aan cursussen over Spinoza méér open zouden kunnen staan voor een visie die bij Luther begon en door Hegel werd voortgezet, zoals Krop meent. Jammer dat ik Krops artikel – met dank aan Stan Verdult – pas na 24 februari las. Maar te laat is het nooit.

 

https://bdespinoza.blogspot.nl/2018/03/een-andere-visie-op-het-secularisme-van.html