De keuze van …

Orgelnieuws biedt momenteel op hun website aan organisten en orgelliefhebbers een podium om hun keuze aan mooie orgelmuziek in dito uitvoeringen te delen. Ik doe hier op deze blog ook een duit in het zakje met een handje vol mooie orgelmuziek, voor in de orgelzomer van 2021.

Joh. Seb. Bach (1685-1750) – 1) Erbarm’ dich mein, o Herre Gott (BWV 721)
Een koraal van een grootse eenvoud, als een langzaam, zangerig deel uit een Italiaans concert, hier gespeeld door Leo van Doeselaar op het Schnitger-orgel van de Martinikerk in Groningen, dat ik onlangs nog hoorde in het kader van het Peter de Grote Festival, bespeeld door Theo Jellema. Ik raak elke keer weer ontroerd als ik het koraal hoor, zo troostrijk is het.1)

https://www.bachvereniging.nl/nl/bwv/bwv-721/

Joh. Seb. Bach – 2) Partita ‘Sei gegrüsset, Jesu gütig’ (BWV 768)
Bach is zó groot, dat ik een tweede keus aan bovenstaand koraal toevoeg en wel een partita die mij altijd veel heeft gedaan. Hij wordt hier gespeeld op het Van Hagerbeer/Schnitgerorgel in de Laurenskerk in Alkmaar, door Frans van Wijk. Het is een opname van 8 juni 2015.

https://www.youtube.com/watch?v=YKDd38zg2-0

 

 

Georg Böhm (1661-1733) – Vater unser im Himmelreich
Bach zal achter zijn oren hebben gekrabd, toen hij met dit meesterwerk kennismaakte; het steekt hem zonder meer naar de kroon. Wat een rust, intimiteit en grandeur spreekt uit dit orgelkoraal – als een dans van David voor de ark uit. Hier gespeeld door Hayo Boerema op het Marucssen-orgel van de Laurenskerk in Rotterdam (zie foto hierboven).

https://www.youtube.com/watch?v=rxboMs3xYgo

Joh. Adam Reincken (1643-1722) – Fuga in g kl.t.
Ik kan me nog herinneren dat ik dit stuk voor het eerst hoorde: op het koororgel in de Nieuwe Kerk in Amsterdam. Ik was perplex: een kleine fuga van de in Deventer geboren componist, waarin ratio en gevoel op meesterlijke wijze hand in hand gaan. Hier gespeeld door Sietze de Vries op het orgel in Uithuizen, ook een Schnitgerinstrument.

https://www.youtube.com/watch?v=nB1_lgko2w0

Louis-Nicolas Clérambault (1676-1749) – Duo uit Suite du premier ton
Een stuk waar ik altijd een voorliefde voor heb gehad, zo vrolijk en doorzichtig, is Duo uit de Suite du premier ton van de Franse componist Louis-Nicolas Clérambault. Het wordt hier uitgevoerd door Benoit Dumon op een uitgesproken Frans klinkend orgel in de abdij van Saint-Antoine (vanaf 3’20”).

https://www.youtube.com/watch?v=2p-YYJwnlyM

Morton Feldman (1926-1987) – Principal sound
Deze compositie hoorde ik voor het eerst in de Grote Kerk van Harlingen, samen met mijn vader. Het werd uitgevoerd door Klaas Hoek en werd zonder onderbreking gespeeld na Ich ruf’ zu Dir, Herr Jesu Christ (uit het Orgelbüchlein) van Joh. Seb. Bach. De roep om vrede die uit beider werk opklonk, kon niet indringender zijn dan zó. Hier wordt het gespeeld door Olivier Latry op een niet nader aangeduid orgel (van de Notre-Dame?) in Parijs .

https://www.youtube.com/watch?v=GxW_GgQhbJc

Toegift – William Byrd (1543-1723)
Op een video-opname op YouTube zien we toetsenist Olga Pashchenko achter een klavecimbel. Ze speelt een Fantasie van William Byrd. En hoe. We weten dat ze naast klavecimbel en (forte)piano ook orgel speelt. Dát zou ik wel eens willen horen. Ik zie er nu al naar uit.

https://www.youtube.com/watch?v=5DiebzF-UJ4

  1. Is het toeval dat op de podcast die Rae Milford en Andrea van Pol maakten over de Duitse componiste Johanna Senfter (1879-1961) juist op het moment dat er sprake is van ziekte en een zwakke gezondheid, een fragment klinkt van haar orgelkoraal ‘Vom Himmel hoch, da komm Ich her’? https://podcasts.apple.com/nl/podcast/nooit-van-gehoord/id1569628502?i=1000527609797

Droomuitvoering Der Kunst der Fuge

Bach_Kunst der Fuge_slotGisteravond was er een kans om Bachs Der Kunst der Fuge, BWV 1080 op orgel te beluisteren. In het kader van de Stadsorgelconcerten, in de Grote of St. Bavokerk in Haarlem. Een uitgelezen kans die, zoals organist Leo van Doeselaar in zijn inleiding zei, ‘Ausdauer’ vraagt. Niet iedereen kon dat ruim anderhalf uur opbrengen; gaandeweg liep een handjevol mensen weg. Maar aan de andere kant waren de liefhebbers die bleven muisstil en zaten enkele orgelstudenten ingespannen met de partituur voor hun neus.

Tot tegen het eind – want toen was de muziek ‘op’ en ging Van Doeselaar (mijn Tsjechische achterburen spraken z’n naam uit als Döselaar) nog even door. Niet, zoals soms gebeurt met het koraal Wenn wir in höchsten Nöten sein, maar met een voltooiing van de door Bach niet afgemaakte quadrupelfuga. Waarin, zoals in het programma viel de lezen, ‘de concertgever zich [liet] leiden door de versie die Kees van Houten – in eendrachtige samenwerking met Johann Sebastian Bach – hiervoor gemaakt heeft’.

Bescheidenheid én ere wie ere toekomt. Dat kenmerkt ook het spel van Van Doeselaar. Geen exuberante registraties, opgefokte tempi en overdreven agogiek en retoriek, maar een mooie, magistrale uitvoering. In afgewogen, prachtige registraties die, zoals in de vier eenvoudige fuga’s waarmee het werk begint, werden opgebouwd van zacht tot organum plenum (vol orgel). In over ’t algemeen rustige tempi en met subtiele retorische accenten.
Een droomuitvoering, waarin werd uitgegaan van het idee dat Der Kunst der Fuge is opgebouwd door vijf duidelijk afgebakende groepen, afgewisseld door vier kamermuzikale canons die volgens Van Doeselaar ijkpunten in het werk betekenen.

Als gezegd liet de organist het werk niet, zoals veel uitvoerenden qua klank uitsterven. Van de met mystiek omgeven legende dat Bach het werk niet heeft kunnen afmaken en zijn laatste adem tijdens het schrijven ervan uitblies (zie de opmerking van zijn zoon Carl Ph. Emanuel op de afb.) moet hij niets hebben. Van Doeselaar houdt het meer op de versie waarin het papier op was en het losse vel, waarop Bach het slot van zijn fuga schreef, verloren is gegaan.

Thuisgekomen heb ik me afgevraagd hoe dat onafgemaakte, uitstervende slot zou zijn geweest in de wetenschap dat eerder op de dag, in hetzelfde Haarlem schrijver Joost Zwagerman was overleden; de auteur van De stilte van het licht, op zoek naar God in de stilte en de leegte, het suizen van de wind. Daarbinnen ‘bevindt zich God, alomtegenwoordig maar onkenbaar’. Maar zo was het goed.