Een nobele Brahms, een gepassioneerde Mahler

Woensdag jl. zou ik in de openbare Ammodo Conducting Masterclass met het Koninklijk Concertgebouworkest en dirigent-coach Iván Fischer in het Amsterdamse Concertgebouw hebben bijgewoond. Op een heel mooie plaats nog wel: de eerste rij van het podium.
Nu zat ik achter de computer en had gekozen voor twee sessies met Corinna Niemeyer op respectievelijk donderdag (Brahms 4) en vrijdag (Mahler 4). Niemeyer is assistent-dirigent van het Rotterdams Philharmonisch Orkest en volgde eerder masterclasses bij Bernard Haitink, Riccardo Muti, Esa-Pekka Salonen en David Zinman. Ik bekeek de livestream, zonder het soms seksistische en quasi-lollige chat-commentaar van andere kanalen.  

Johannes Brahms
Een buiging naar de musici op het uitgebouwde podium, anderhalve meter van elkaar, een enkele met een mondkapje, allemaal in zomers tenue. ‘Good morning. Let us start with Brahms, bitte!’ Dat wil zeggen het vierde deel uit diens vierde symfonie, het deel waarin Brahms een passacagliathema (gebaseerd op Nach dir, Herr, verlanget mir uit Bachs cantate BWV 150) inzette voor eenendertig korte variaties.  Een soms wat kortaffe Brahms klonk er, en dan weer een vloeiende. Fischer zat er stil bij, soms met gesloten ogen of een dirigeergebaar makend.
Een nobel karakter, dat is wat Niemeyer zei na te streven, en bij elke variatie moet het thema in het achterhoofd worden gehouden; het valt altijd wel ergens te horen. Het mocht soms ook wel wat vrolijker, aldus de dirigent. En de blazers mogen de strijkers best interrumperen …
Nadat het deel was afgerond, kwam de eerste vraag: ‘Hoe vond je het gaan? Wees eerlijk!’ Om na haar antwoord zelf te komen met: ‘Ze [de orkestleden] kennen het stuk en willen horen wat die nieuwe dirigent ermee gaat doen. Eenheid smeden van die verschillende “moods” van orkestleden, dat zeker. En een boze Brahms, een niet al te luide Brahms? Welke wordt het?’. Het orkest geeft hem wat hij voordoet en wil horen: een boze, een zachte enz. Brahms. Ze hebben er plezier in. Niemeyer zo te zien ook, maar toch vraagt ze: ‘What do you mean?’ Omdat ze toch had gezegd, wat ze wilde: een nobele Brahms, met elke variatie in een ander karakter, zonder het thema uit het oog te verliezen?
Fischer was het allemaal nog niet duidelijk genoeg. Opnieuw. Vanaf maat 129. Niemeyer bracht meer mimiek op haar gezicht, elke variatie anders. Ze was er bijna en had het orkest mee! Vanaf letter I, vanaf letter K ging ze nu werken aan de subtiliteiten van het orkestspel: de frasering en articulatie binnen de variaties.
Fascinerend om de interpretatie van het vierde deel, de groei van een dirigent en de reacties van het orkest zo te zien opbloeien, na slechts een enkele opmerking van Fischer. Nota bene van achter het scherm o zo goed te volgen. Met links boven beeld de cartouche ‘Mahler’ in beeld, als opmaat tot de vrijdag.

Gustav Mahler
De vierde symfonie van Mahler is een van zijn ‘kleinere’, voor een ‘normaal’ bezet symfonieorkest, zonder trombones en dus uitgelezen in deze coronatijd.
‘Er is geen twijfel over mogelijk, dat het een gepassioneerde symfonie is’, aldus Iván Fischer. Dat hoorde hij nog niet terug in de interpretatie van Corinna Niemeyer.
Typisch Mahler is het portamento (zonder klankonderbreking), dat snel moet zijn, natuurlijk. Fischer beveelt Niemeyer aan om de maat niet onder te verdelen, niet uit te slaan, maar haar hand op dat moment stil te houden. Dat is, blijkt, best pittig …
Net als de snelle wisseling qua sfeer, abrupter dan bij de variaties in de symfonie van Brahms. Ze moest benoemen hoe ze in kernwoorden die sferen zou karakteriseren: respectievelijk melancholiek, vrolijk, als op een jaarmarkt. Het moet, zegt Fischer, als een verrassing komen en uit de houding van de dirigent af te lezen zijn. Hij adviseert Corinna Niemeyer veel over Mahler te lezen, bijvoorbeeld over hoe hij aankeek tegen het evenwicht in de orkestklank, of wat hij in het manuscript boven de muziek schreef (‘De hemel opent zich’). Dan weet je wat je moet doen.
Of Niemeyer was (nog) niet zo thuis in de wereld van Mahler, of Fischer zoveel dat hij nog niet terug hoorde wat hij in zijn hoofd had, maar fascinerend blijft het om ze zo bezig te zien en te horen. Typisch een Fischer-momentje was zijn opmerking dat alles niet zo perfect hoeft te zijn, maar eerder vol verbeelding. Je moet het uit kunnen zingen én het voelen: de hemel is open!

De glorie van het joodse boek

jhm_overzicht-glorie-van-het-joodse-boekDe tentoonstelling De glorie van het joodse boek laat zich lezen als een lofzang op verschillende collecties joodse handschriften: uit Ets Haim, de oudste, nog in gebruik zijnde joodse bibliotheek ter wereld, die van het Vaticaan en de privécollectie van René Braginsky (Zürich). Maar er valt ook een andere lijn in te ontdekken: die van een samenleving met of zonder onderling contact tussen de joodse inwoners (vaak vluchtelingen) en christelijke bewoners. En er is zelfs nog een derde spoor te trekken, maar dat moet je als bezoeker zelf doen. Emile Schrijver, directeur van het Joods Cultureel Kwartier in Amsterdam, kopt boven een artikel over deze tentoonstelling in het Joods Historisch Museum: ‘Het boek en de taal als bindende factor.’

Eerste lijn
Bij de eerste lijn is zeker sprake van die bindende factor, al zitten er ook andere teksten bij (zelfs Nederlands, maar ook Spaans bijvoorbeeld). Deze eerste lijn bevat de prachtige, verluchte manuscripten uit genoemde collecties. Vooral de Sefardische handschriften blinken uit door een prachtig kleurgebruik. Rijker dan wij van handschriften uit dezelfde periode in de Lage Landen kennen.

Tweede lijn
De tweede lijn die je bij een rondgang gewaar wordt, is als gezegd die van een samenleving in West-Europa waarin al dan niet contact bestond tussen joodse en christelijke gelovigen, vluchtelingen en autochtonen, tekenaars, drukkers en wat dies meer zij.
Maar hier wordt je als bezoeker duidelijk wat dit betekent. Een drukker die een schuilnaam aannam om onopgemerkt te blijven (Franco de Mendoça), een medewerker van de Inquisitie die aantekeningen maakte in de Hebreeuwse grammatica (?!) van David Kimchi (1491). De kerkelijke censuur wist ook huis te houden, en dat gaat verder dan aantekeningen – dat betreft driftig aangebrachte doorstrepingen in een tekst van Maimonides (het oudste handschrift van Ets Haim, zie foto Peter Lange, JHM).
En eerlijk is eerlijk: ook niet alle joden hadden omgekeerd wat met het christendom op; zo valt er een Providencia (traktaat) van Saul Levi Mortera, de leermeester van Spinoza, te zien waarin hij zich negatief over het christendom uitlaat.
Heftig is één van de weinige, overgebleven exemplaren te zien liggen van de Jeruzalemse Talmoed (1289, collectie Universiteitsbibliotheek Leiden). Een exemplaar dat de boekverbrandingen heeft overleefd.

joh-reuchlinDerde spoor
Het derde spoor waarmee ik in gedachten de tentoonstelling aanvulde, was dat van humanisten en christenen die het Hebreeuws wilden leren om werkelijk tot de diepste grond van Tenach en Talmoed door te kunnen dringen. Ik denk bijvoorbeeld aan Johannes Reuchlin (1455-1522, afb. rechts) met zijn Rudimenta linguae hebraicae (1506). Dat is goed om te bedenken nu de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) die is aangemerkt als Belangrijkste Boek van Nederland, al dan niet door een grote lobby daarachter. Het is, met alle kritiek die daarop mogelijk is, goed te weten dat  bij deze vertaling drie joodse supervisors werkzaam zijn geweest:  uit het Portugees-Israëlitisch Kerkgenootschap (Dr. Rodrigues Pereira), het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap (Drs. Musaph-Andriesse) en uit het Verbond van Liberaal-religieuze Joden in Nederland (Drs. Rosenberg).
Het valt buiten de scope van deze tentoonstelling, maar het mag best mee resoneren. Om niet te vergeten waar we vandaan komen en om die erfenis levend te houden.

http://www.jhm.nl/actueel/tentoonstellingen/de-glorie-van-het-joodse-boek

Met dank aan de Studenten- en alumnivereniging Homo Ludens van de Open Universiteit Nederland, die 24 september 2016 een rondleiding over genoemde tentoonstelling organiseerde die werd gehouden door Marcella Levie.

http://www.open.ou.nl/homoludens/over.htm

http://www.marcellalevie.nl/

 

Beauty of books

beauty-of-booksBeauty of books = De geschiedenis van boeken / narrated by Richard Dormer ; series producer director: Michael Waterhouse ; director Will Aspinall. – Amsterdam : B-motion, [2015]. -1 dvd-video (116 min.) : kleur, geluid, breedbeeld (16:9) ; 12 cm. – Engels gesproken, Nederlands ondertiteld. – Videoversie van het televisieprogramma voor de BBC: Groot-Brittannië : Tern Television, 2015.

In deze vierdelige BBC-serie staat de schoonheid van verschillende boeken centraal.
Elke uitzending duurt een half uur, wat om accenten vraagt. In de eerste aflevering
staan de Codex Sinaiticus en een verluchte (geïllustreerde) bijbel centraal. De tweede aflevering behandelt het middeleeuwse Luttrell-psalter. De derde gaat over geïllustreerde prentenboeken vanaf de Victoriaanse tijd. Centraal staat de zeldzame eerste druk van Alice in Wonderland (1865). De vierde en laatste aflevering gaat over paperbacks. In deze aflevering komen ook e-books ter sprake, maar niet welke plaats ze innemen in de British Library, waar de meeste voorbeelden berusten. Over het algemeen valt de nadruk op de fraaie inhoud van de items. Opvallend is dat de fragiliteit van dit erfgoed nauwelijks aan de orde komt. Het belang van de boeken op ons denken komt spaarzaam naar voren. Dit had iets meer gemogen, ten koste van de
wat nationalistisch getinte nadruk op de Engelse cultuur die teveel als bekend wordt
verondersteld. Voor iedereen die is geïnteresseerd in verschillende aspecten van het
boek, van middeleeuwse manuscripten tot paperbacks, en van het ontstaan via
verkoop en bibliotheek tot lezer.

Cop. NBD Biblion. Mag zonder schriftelijke toestemming niet worden overgenomen.