De toekomst tegemoet

Dankzij de Rialto Filmclub was ik al in de gelegenheid om de tweede speelfilm van de van origine Poolse filmer Pawel Pawlikowski, bekend door Ida (2013) te zien. De inleiding van filmrecensent Laura van Zuylen zette mij op het thema van deze blog over de film Cold War, die in Cannes werd beloond. Een blog die na de film naadloos verder gaat over de tentoonstelling met werk van Shirin Neshat in GEM (Den Haag), die ik afgelopen week bezocht.

Cold War
De film gaat over twee personages: zangeres Zula (Joanna Kulig) en muzikant Wiktor (Tomasz Kot). Nee, eigenlijk over drie, want het volksliefje Dwa Serduszka kun je ook als personage zien. Het komt in verschillende gedaantes voor in deze zwartwitfilm: niet alleen als volksliedje, in een arrangement van rivaal Kaczmarek (Borys Szyc) met een door Wiktor ongeïnteresseerd gedirigeerd orkest, en tenslotte als sterk jazzarrangement in Parijs. De verschillende gedaantes van het volksliedje schuiven mee met de chronologie van het verhaal: in het Polen van pal na de Tweede Wereldoorlog, de tijd van de sterke arm van het communisme en het Parijse existentialisme van de vrijheid.

Je zou ook kunnen zeggen dat die arrangementen een uiting zijn van dialectiek: these (Pools volksliedje) – antithese (goed in het gehoor liggend arrangement tijdens het communisme) – synthese (Westerse jazz).
De twee hoofdpersonages, Zula en Wiktor, staan ook tegenover elkaar. Ze voelen zich zowel tot elkaar aangetrokken als stoten elkaar af. Pas in de laatste zin (spoiler alert!), heel terloops, lijkt het of er tot op zekere hoogte een bepaalde vorm van synthese in de verhouding tussen de twee plaatsvindt. Hoe, maakte een ander kunstwerk mij afgelopen week duidelijk.

Shirin Neshat
Namelijk de video-installatie Turbulent (1998) van de van origine Iraanse kunstenaar Shirin Neshat, die momenteel in het Haagse GEM valt te zien. Hierin staan ook een zangeres en een zanger tegenover elkaar. Als bezoeker zit je niet, zoals bij een film tegenover het doek, maar midden in de expositiezaal, tussen de twee schermen in. Op het ene zie je een man die voor een vol auditorium een traditionele ballade zingt. Op het andere scherm zie je een vrouw voor een lege zaal.
De mannen zijn gekleed in zwartwit (denk aan de film van Pawlikowski!), de vrouw zingt een eigen werk en vindt daarin, net als het jazzarrangement in het Parijs symboliseert, haar vrijheid.
Van een synthese is geen sprake, maar de boodschap van een andere video-installatie die Neshat een jaar later maakte, Rapture (1999), is duidelijk: de mannen zijn gevangen in de traditie (in deze installatie een gesloten fort), de vrouwen staan open voor het onbekende (gesymboliseerd door een boot die wegvaart).

In beide kunstwerken, de film Cold War van Pawlikowski en de video-installatie Turbulent van Neshat, speelt muziek een belangrijke rol. Muziek neemt de rol van het woord – bij Neshat ook de kalligrafie uit eerder fotowerk – over. Beide kunstenaars hebben een boodschap, zonder dat ze politieke kunstenaars kunnen worden genoemd. Hun werk raakt een snaar. En in die zin wordt de synthese gevonden bij de kijker, die het volksliedje en –ballade in zijn/haar hart bewaart en de onbekende toekomst tegemoet gaat.

http://www.gem-online.nl/files/media/shirin_neshat.pdf

El aire se serena

El aire se serena_Seldom seneHet stukje staat ook op de recent verschenen cd van blokfluitkwintet Seldom Sene, die een oud-collega mij toespeelde: Trahe me post te, Virgo Maria van Francesco Guerrero (1528-1599). Ik hoorde ze het spelen tijdens de halve finale van het Internationaal Van Wassenaer Concours in 2014 in Utrecht. En wist meteen: dit worden de winnaars! En het werd uiteindelijk meer dan dat: ze wonnen tevens de publieksprijs én de persprijs.
Het is – zoals in het informatieve cd-boekje staat te lezen – een ‘elegant, sereen en paradijselijk stuk met een canon tussen de twee bovenstemmen.’

Zoals het strijkkwartet doorgaat als een goed gesprek tussen vier mensen, zo is het blokfluitkwintet dat óók: een goed gesprek tussen vijf musici die naar elkaar luisteren, elkaar aansporen en samen tot iets moois komen. Vijf blokfluitisten die een grote passie hebben voor consortmuziek. Hun spel blinkt uit door een hoge kwaliteit aan samenspel, klankverfijning, creativiteit in de aangebrachte diminuties (omspelingen), een door en door  technische beheersing (hoor het dubbelstaccato!) en bovenal liefde voor muziek. Bovendien komen ze dicht bij de reine stemming die ze zo dicht mogelijk proberen te benaderen, zoals in enkele slotcadensen duidelijk te horen is.

Op deze cd wisselt muziek aan de Spaanse hoven van de zestiende eeuw af met muziek die in die tijd voor de kathedralen werd geschreven. Dat levert een afwisselend programma op. Met een prachtige, jazzy Bassadanza van Francesco de Milano (1497-1543) tot bijvoorbeeld het complete Inviolata, integra et casta es Maria van Josquin des Prez (ca. 1450-1521).

Een vreemde gewaarwording is, dat hoewel al in de zestiende eeuw zelf transcripties en arrangementen van dit soort muziek verscheen, en Seldom Sene naar een ‘vocale’ manier om als consort te spelen streeft, ik een enkele keer de menselijke stemmen die om elkaar heen kronkelen miste. Wat verder weinig aan deze prachtige cd af doet.

http://www.seldomsene.com