Mene, mene tekel

ai-weiweifrantz

De eerste helft van de tentoonstelling met foto- en beeldhouwwerk van Ai Weiwei (foto links), #SafePassage (die t/m 7 december te zien is in FOAM, Amsterdam) bestaat uit foto’s die de kunstenaar in China maakte, de tweede helft gaat over de vluchtelingencrisis waarmee Weiwei zich verwant voelt. Het gaat mij hier om de eerste helft.

Tussen alle kleurenfoto’s die worden getoond, zit er één die eruit springt. Het is de laatste van eenentwintig foto’s die hij op 28 juli 2011 in het Bifengtang Restaurant in Beijing maakte. De enige die zwart-wit is en de reeks van twintig kleurenfoto’s afsluit. Er staat een undercover-agent op die naarstig zijn menukaart bestudeert. Zonder iets te hebben besteld, zoals op een fotobijschrift staat. Gesnapt in een snapshot.

Ik zie tijdens de op één na laatste dag deze tentoonstelling, nadat ik de dag begonnen was met de film Frantz (foto rechts) van regisseur François Ozon, naar het boek Broken Lullaby van Ernst Lubitsch. De film is grotendeels in zwart-wit gedraaid. Op het eind wordt overgeschakeld naar kleurenbeeld. Volgens de Filmkrant zijn daar twee redenen voor:

  1. De Duitser Adrien heeft een beetje kleur gebracht in het bestaan van de Franse Anna en de ouders van haar overleden verloofde, de Hoffmeisters
  2. Het morele grijsgebied van Frantz wordt door die kleuren nog complexer dan het in zwart-wit al was.

Als je, zoals ik net na het zien van de film aansluitend de tentoonstelling van Ai Weiwei in FOAM ziet, doemen nog andere betekenissen op van dat verschil tussen zwart-wit en kleur (Frantz) of kleur en zwart-wit (#SafePassage).

Om te beginnen veroorzaakt de overgang van kleur naar zwart-wit of van zwart-wit naar kleur natuurlijk een breuk. En ook weer niet, want het verhaal van de foto’s en de film zelf gaat dóór. Dat stoelt op een geschiedopvatting die haaks staat op die waarin de Eerste (en de Tweede) Wereldoorlog worden beschouwd als een breuk in de geschiedenis: je mag ze met geen andere oorlog of genocide vergelijken. Dat impliceert echter twee dingen:

  1. Dat de oorlog op die manier niet wordt geplaatst in de doorgaande lijn van het kwaad dat mensen wordt aangedaan
  2. Dat daarmee wordt ontkend, dat wat ‘eenmaal is gebeurd, weer kan gebeuren (…). Er is iets onherroepelijks gebeurd en het beeld van de mens is sindsdien veranderd.’ Op die manier blijft de Tweede Wereldoorlog, net zo goed als de Grote Oorlog ‘een mene tekel van de ontketende moderne tijd’.[1]

Op die manier bekeken staat het zwart-wit waar Ai Weiwei naar overstapt symbool voor het mene tekel waar Safranksi het over heeft: geworteld in het verleden. En vanuit datzelfde uitgangspunt zijn de kleuren waarmee Ozon zijn film verblindend afsluit óók een teken. Een teken van hoop. Een derde betekenis die je er, naast de twee die in de recensie in de Filmkrant worden genoemd, ook aan mag hechten. Vast en zeker.

[1] Rüdiger Safranski, Het kwaad (10e druk ; Amsterdam 2011) 224. Mene, mene, tekel, ufarsin is een teken uit het Bijbelboek Daniël dat wil zeggen: geteld, geteld, gewogen, gebroken.

Revolutionaire denkers

revolutionaire-denkersRevolutionaire denkers uit de oudheid / presented by Bettany Hughes ; series produced and directed by Rob
Cowling. – Amsterdam : B-motion, [2015]. – 2 dvd-video’s 177 min.) : kleur, geluid, breedbeeld (16:9)
; 12 cm. – Engels gesproken, Nederlands ondertiteld. – Oorspronkelijke titel: Genius of the ancient world. – Videoversie van het televisieprogramma: Groot-Brittannië : BBC Religion & Ethics Production, © 2015.

Presentator Bettany Hughes, als historicus gespecialiseerd in de geschiedenis van de Oudheid, leidt de kijker op de plaatsen van ontstaan (India, Griekenland en China) in in het denken van Boeddha, Socrates en Confucius. De bedoeling is de actualiteit van en de overeenkomsten tussen deze drie denkers voor geïnteresseerden over het voetlicht te brengen. Hierbij wordt enige milde humor niet geschuwd. Er worden wel vragen bij dit denken gesteld, maar de ideeën – en bij Confucius ook primair rituelen – blijven zonder commentaar staan. Er wordt geen aandacht geschonken aan afgeleide zaken als mindfulness e.d., maar wel aan de Socratische methode. Een kritische noot wordt gekraakt ten aanzien van het feit dat de drie denkers vrouwen min of meer over het hoofd zagen. Maar daar is een andere BBC-reeks voor: Goddelijke vrouwen, ook met Bettany Hughes. Actuele serie, omdat deze revolutionaire denkers uit tijden vol verandering ook in het huidige roerige tijdsbestek nog steeds veel hebben te zeggen.

Cop. NBD Biblion. Mag zonder schriftelijke toestemming niet worden overgenomen.

Symmetrie als soulmate

Kai-awase spelMeteen al in de tweede van de negen kamers die Jasper Krabbé in het Amsterdamse Tropenmuseum heeft gecreëerd, de salon, blijf ik staan voor een lage vitrine waarin van alles is samengebracht dat met vrije tijd heeft te maken. De audio tour, waarop Krabbé bij enkele stukken uitlegt wat hem heeft geïnspireerd, vertelt er verder niets over. Twee van de symmetrisch neergezette objecten doen mij denken aan bootjes met knikkers in de uithollingen, enkele beschilderde schelpen zijn al net zo symmetrisch neergelegd.

Dit roept verwarring op. Wat zijn het, die bootjes, die schelpen? Navraag leert, dat het om bordspelen uit waarschijnlijk China gaat, en om beschilderde schelpen die horen bij een Ka-awase spel (zie afb.). Duidelijk. Maar waarom zijn ze symmetrisch neergelegd: één ‘bootje’ horizontaal boven, één beneden? Net als de schelpen.
Symmetrie, denk ik in mijn onkunde, heeft toch niets met tropische lage of hoge kunst te maken? De natuur – oké, dat snap ik.

Ik moet denken aan een prachtig artikel van Simon Mari Pruys (1927-1980) dat op 28 augustus 1979 verscheen in de Leeuwarder Courant: http://kranten.delpher.nl/nl/view/index?query=Simon+Mari+Pruys&coll=ddd&image=ddd%3A010621184%3Ampeg21%3Aa0408&page=7&maxperpage=10#image. Het ging over het classicisme, met een schoonheid die hem zit in de verhoudingen, in de symmetrie. ‘Deze stijl gaat door tot diep in de 19e eeuw’, schrijft Pruys. ‘Het waait over naar Rusland, Duitsland en Amerika.’ Maar waarom liet Krabbé er zich dan door inspireren, in deze oosterse vitrine?

Maar waar Pruys bleef steken, en ik ook, gaat Krabbé verder: de symmetrie is helemaal geen uiting van Westers rationalisme. Bij de ansichtkaarten, in de winkel van het Tropenmuseum en bij de entree, zie ik zo twee voorbeelden: een tempelpoort met ingemetselde porseleinen borden (Bali) en een oud Chinees huis (Singapore). Allebei op en top symmetrisch.

Ik kan alleen maar concluderen hoe weinig ik, en hoeveel Krabbé van het verre oosten weet. En dat de kunst uit het westen en het oosten, die elkaar op deze tentoonstelling ontmoeten, allebei ‘het volmaakte evenwicht weerspiegelt, de harmonie der sferen, de eeuwigheid, orde’ (Pruys). Als soulmates.

Soulmade – Jasper Krabbé meets Tropenmuseum (13 september 2014 t/m 25 januari 2015).