Datgene wat tegenover ons staat

Een weekendje Fredeshiem leverde twee boeken op, waaronder De wortels van de agressie van Friedrich Weinreb (uitg. Quintessentia, 2021). Misschien, dacht ik bij aankoop, vind ik hierin het antwoord op de vraag die Marcel Poorthuis stelde – en open liet – tijdens een cursus van PaRDeS waarover ik al eerder blogde. Méér dan in het boek Het Agressieparadijs van Caroline Koetsenruijter (S2 uitgevers). Zij zoekt het, net als Jonathan Sacks in het boek dat wij tijdens de genoemde cursus bespreken, Moraal (uitg. KokBoekencentrum) in de ‘individualisering [als] politieke norm’ (Trouw, 30 oktober 2021).

Dialectiek
Weinreb zoekt het in dialectiek. Het voorwoord van de uitgever begint met de stelling, dat we ‘van buitenaf agressie niet kunnen bestrijden. (…) Van binnenuit kunnen we echter een andere verhouding vinden met de ander, met datgene wat tegenover ons staat, vanuit het besef dat een mens altijd leeft in de paradox tussen de tegendelen.’
De auteur heeft het om te beginnen over de twee bomen in het paradijs. Die van het leven en die van de kennis van goed en kwaad. Hij vraagt zich inderdaad af, of ‘agressie misschien samenhangt met iets wat ertegenover staat, wat onopzettelijk tot de aanval uitdaagt’. We streven naar ‘iets wat een eenheid is en de weg naar die eenheid laat zien’. Soms, even. Als in een glimp.

Hij gaat verder met een andere ‘dualiteit in de mens’, gesymboliseerd door Kaïn en Abel, de presteerder en de dromer. ‘Beiden hebben wij in ons’, maar het levert ‘een sterke weerstand in ons op om te accepteren dat iets door een andere kracht wordt voortgebracht’. Agressie ‘is gericht tegen jezelf, tegen je voorstellingsvermogen, je fantasie’. Agressie om je heen is het gevolg.
Zoals – een ander voorbeeld – Jozef ‘de agressie van zijn broers oproept’. ‘We gunnen onszelf het dromen niet’, stelt Weinreb. Mooi is de uitleg van Potifar die Jozefs kleed vastpakt, waarna hij zonder kleed vlucht. Zonder omhulling; ‘de rok is datgene waarvan wij denken dat wij dat nu zijn, of het hopen of het verwachten’. Ik moest daarbij denken aan voetbalsupporters die zich hullen in de driekleur, of aan president Macron die het blauw in de Franse vlag iets dieper liet aanzetten, omdat het originele, lichtere blauw teveel aan de EU-vlag zou doen denken.

Liefde
Weinreb eindigt zijn boekje met de volgende passage: ‘Een beetje geduldige liefde, een beetje geduldig afwachten is (…) in de praktijk de beste houding tegenover agressiviteit. (…) Niets is zo ziekmakend als het luisteren naar onze eigen argumenten voor ons gelijk. (…) Liefde is een geweldig geheim wapen. Vooral daar waar agressie opspeelt. Daar geeft de boom van het leven zijn vrucht. Laten we niet aarzelen ervan te nemen.’
Ik was in eerste instantie een beetje teleurgesteld: ja, de liefde, daar hebben we haar weer. Geloof, hoop en liefde. Tot mij te binnen schoot, dat liefde óók betekent: wijs je naaste, die je lief moet hebben als jezelf, er ook op wanneer hij/zij uit de bocht vliegt. We lezen het in Leviticus 19:17. Want als je dat niet doet, ben je medeschuldig, laad je zonde op hem/haar.

Wanneer iemand de uitsluiting op grond van niet-gevaccineerd zijn voor Covid-19 vergelijkt met de uitsluiting van de joden pal voor, in en na de Tweede Wereldoorlog, dan moet je erop wijzen waar dit toe leidde: de sjoah en dat je zo’n vergelijking niet kan en niet mag maken. Maar je moet in een adem óók met een tegenvoorstel komen die de tweedeling, die dialectiek of dualiteit tussen gevaccineerd en niet-gevaccineerd opheft, zoals Mirjam Bikker namens de Christen Unie (CU) deed: 1G in plaats van 2G, dat wil zeggen iedereen testen voor toegang, op welke manier in te vullen dan ook. En niet – zoals ik Kees Boonman tijdens een uitzending van Tijd voor MAX (op 16 november 2021) hoorde zeggen – omdat dit wel zal komen door de achterban van de CU die zich niet altijd wil laten vaccineren, maar omdat de wortel van de agressie zo wordt uitgeroeid, wortel én tak. En er een glimp van een waarlijk samenleven zichtbaar wordt. ‘Een ander kompas’ noemde Bikker dat. Vergelijkbaar met wat Weinreb ook schetste.

Roel Abraham – Wederwaardigheden

Wederwaardigheden / Roel Abraham. – Tweede – geheel geredigeerde – editie. -[Amsterdam] : [Brave New Books], oktober 2015, soekot 5776. – 87 pagina’s ; 21 cm ISBN 978-94-02-13967-9

Van Roel Abraham verschenen twee bundels met columns onder de titel
Wederwaardigheden. In de eerste bundel vertelt hij in 38 stukjes over het dagelijks
leven. De bundel bevat momenten die iedereen op een of andere manier wel herkent,
of over dingen waarin je je in kunt leven, zoals het stotteren van een puber. De meeste
columns gaan over het joodse leven. Vaak humoristisch, een enkele keer zelfs wat over
de top, en vol zelfspot. Abraham is columnist van onder meer het Nederlands
Israëlitisch Weekblad (NIW) en Volzin, vader van zes kinderen, jood en vrijmetselaar.
De meeste stukjes verschenen eerder tussen 2006-2015 in het NIW, op jonet.nl of de
website van de Joodse Omroep. De tweede bundeling (zie hieronder) is ernstiger van toon.

Wederwaardigheden / Roel Abraham. – [Amsterdam] : [Brave New Books], [2020]. – 115 pagina’s ; 24 cm. – Omslagtitel. ISBN 978-94-640-5278-7

In de tweede bundel worden in 56 meer recente stukjes ook serieuzere onderwerpen bij de kop gepakt dan in de eerste bundeling, tot en met Covid-19 aan toe. Onder meer zijn enkele indrukwekkende columns opgenomen die Abraham voor het Nederlands Dagblad schreef over de aanslagen in Parijs en Antwerpen. De stukjes zijn minder polemisch van toon dan bijvoorbeeld de columns van Frits Barend in het NIW. Pas in de combinatie van beide bundels ervaar je zowel de humor als de ernst van het joodse denken en Abrahams columns ten volle.

Cop. NBD Biblion. Mag zonder schriftelijke toestemming niet worden overgenomen.

Een instrument

Tijdens een cursus over Spinoza, gaf Spinozakenner Miriam van Reijen eens een mooi voorbeeld van diens denken. Het ging erover, dat je lang om iets heen kunt draaien, en maar niet tot iets kunt komen, maar dan – opeens, is het moment daar om tot actie over te gaan.
Het doet me denken aan de manier waarop ik onlangs iemand die ik interviewde en die ik een beetje via social media volg, een tekst uit Galaten 4:4 (‘Maar toen de tijd gekomen was’) hoorde uitleggen: het is de volheid van de tijd om iets te veranderen.

Eenzelfde soort ervaring kwam boven op het eind van een avond over de roman Vaders en zonen van Toergenjev. Een leesclub via Zoom onder leiding van Thijs Kleinpaste, auteur van onder meer Tegenover Dostojevski. De vraag toen was, of in het boek van Toergenjev de weg der geleidelijkheid wordt bewandeld, of de revolutie wordt gepredikt. De meningen verschilden: de brave hervormers in het boek spelen niets klaar, – je mag best het bloed onder iemands nagels vandaan halen. Uiteindelijk luidde de conclusie, dat hervormingen in het boek gradueel verlopen. ‘Nieuwe wilden’ (nihilisten), zoals Jevgeni Bazarov, hebben we volgens Kleinpaste niet nodig.

Ik heb de weg der geleidelijkheid op deze blog wel eens eerder beschreven. Bijvoorbeeld naar aanleiding van het denken van Jacob Burckhardt (‘Breuk of doorgaande lijn?’). Toch gaat het nu, na die leesclub, opeens knagen. Hoe móet het dan, nu het vijf voor twaalf is? Met het klimaat, de ecologie, en alle andere crises? Is de tijd niet vol, om écht iets te gaan veranderen in ons gedrag?

Ik hoor aan de ene kant mijn-oud geschiedenisdocent op het Hervormd Lyceum, J. de Rek zeggen, dat het goed komt. Hij had vertrouwen in de wetenschap, zoals Pjotr in Vaders en zonen. En ik zie aan de andere kant Greta Thunberg, die in schoolstaking gaat. In de documentaire over haar, I am Greta, zien we haar (nog alleen) voor het parlementsgebouw in Stockholm zitten, terwijl een mevrouw langsloopt en haar erop aanspreekt dat ze niet op school zit. Want, zegt ze, je moet leren en later studeren om wat voor elkaar te kunnen krijgen. Greta kiest voor een andere weg: politici wakker schudden. We zijn nog niet te laat, zegt  Greta.
We zien hoe velen – vooral mannen – haar bejegenen: lacherig en overtuigd van het feit dat ze toch al zoveel doen, zoals Jean-Claude Juncker, die het heeft over het binnen de Europese Unie harmoniseren van het doorspoelen van toiletten, wat dat dan ook mag zijn.
Het lijkt op het steeds botter wordende gedrag van Bazarov in Vaders en zonen, die ook politieke punten wil maken. Ook hem wordt overigens weer de les gelezen, door Arkadi, die als personage groeit en de eigenlijke hoofdfiguur van het boek is.

Thunberg kan dingen benoemen, maar er zijn anderen die moeten luisteren (politici), het werk doen: de wetenschappers van De Rek, het bedrijfsleven, agrariërs en niet in de laatste plaats wij. Het begint misschien met respectvol luisteren en als dat niet werkt, eisen aan subsidies stellen, zoals aan vervuilers als de KLM en regering die zich niet aan afspraken houdt terugfluiten, zoals Urgenda deed. In geleidelijkheid, maar niet met de traagheid die ons land – ook wat het vaccineren tegen Covid-19 betreft – zo kenmerkt. Dat kunnen we ons niet (meer) veroorloven.

Greta Thunberg spreekt in de documentaire de hoop uit, dat in iedereen iets van haar Asperger zit. Een vaker gehoorde (en ook wat bedenkelijke) opmerking die sinds Neurodiversity. The Birth of an Idea (1998) van Judy Singer wel wordt geuit. ‘Selectief mutisme’ noemt haar vader het. Ondanks dat, of dank zij dat, is zijn dochter, om enkele regels uit een gedicht (‘Katalysator (voor vrouwen’)) van Sonja Prins aan te halen

… een katalysator
die met het stichten van onrust
dienst doet

Een katalysator. ‘Maak mij een instrument’, zei Franciscus van Assisi al. Nu, meteen. Dat wel.