Onszelf voorbij

Onszelf voorbij : kijken naar wat we liever niet zien / Lisa Doeland, Naomi Jacobs en Elize de Mul. – Amsterdam : Uitgeverij De Arbeiderspers, [2018]. – 203 pagina’s ; 20 cm. – Met literatuuropgave. ISBN 978-90-295-0677-9

Drie jonge vrouwelijke promovendi filosofie ‘onderzoeken of het mogelijk is om een
intiemere relatie op te bouwen met de ambiguïteit, monsterlijkheid en chaos in de wereld – en in onszelf.’ De eerste, Naomi Jacobs, zoekt het in het toelaten van
onzekerheid die ruimte laat voor zowel hoop als handelen, voor het onbekende als alternatief voor de schijnzekerheden van optimisme en pessimisme. De tweede auteur, Elize de Mul, gaat na wat de effecten zijn van bijvoorbeeld selfies op sociale media. Zijn die een uiting van narcisme of toch van iets anders? Bijvoorbeeld van het tegenovergestelde van de onzekerheid die Jacobs bepleit: ‘een vorm van troost en zekerheid dat we onszelf zullen overleven.’ De derde en laatste schrijfster, Lisa Doeland, vestigt de aandacht op tragedies die nu plaatsvinden, zoals de vervuiling van de Aarde en de oceanen en – ook hier – onze ‘steeds hardnekkiger zoektocht naar […] zekerheid’, die paradoxale vormen aanneemt. Voor lezers die inzicht en een perspectief willen krijgen op hedendaagse problematiek. Drie helder geschreven,
relevante essays over hedendaagse problematiek die een welkome aanvulling vormen
op meer historisch georiënteerde literatuur.

Cop. NBD Biblion. Mag zonder schriftelijke toestemming niet worden overgenomen.

Frühling

BeethovenCultuurpessimisme voert de afgelopen week in de pers de boventoon. Dit keer vanwege studenten die hun aandacht meer bij sociale media zouden hebben dan bij de docent die ze iets wijzer wil maken.
Maar dan waren deze criticasters niet bij het kamermuziekconcert met werken van Beethoven in de Bernard Haitinkzaal van het Conservatorium van Amsterdam, 10 april j.l.

Studenten zaten er aandachtig te luisteren, muisstil. Alleen tussen de stukken die werden gespeeld door, liep een handjevol rumoerig weg. Snel even een sanitaire stop. Om daarna weer even aandachtig als daarvoor verder te luisteren. Het enige wat je je kon afvragen, was: komen al die studenten straks wel aan de bak, met de kaalslag die Nederland op cultuurgebied treft? Dát is iets om somber over te zijn.

Het waren alleen ‘krasse knarren’ zoals iemand achter me zijn die op het podium stonden en zaten. En krasse knarren die aan het eind werden bedankt voor een bijdrage op de achtergrond: Stanley Hoogland (in de zaal), Anner Bijlsma (op de gang met rollator).
De krasse knarren die speelden waren Vera Beths (viool), Jürgen Kussmaul (altviool), Dmitri (Dima) Ferschtman (cello) en de bijna 80-jarige Malcolm Bilson (fortepiano).

Een concert is voor mij al geslaagd als er één moment is waarop mijn hart even van vreugde opspringt. Die momenten waren er gisteren veelvuldig. Al in de Frühlingsonate begon het, met een decrescendo zoals je dat zelden hoort: de klanksterkte nam af, de intentie in de zaal nam voelbaar toe. Het leek wel of niemand meer adem durfde te halen.  ‘O’ zei een docent naast me alleen maar. Niet een eenlettergrepig woord, maar slechts één letter die genoeg zei.

Ook in het laatste werk, het strijktrio in G – zonder gigant Malcolm Bilson op pianoforte dus -, gebeurde kleine wonderen. Zoals de manier waarop de strijkers van kleur verschoten en telkens een andere sfeer neerzetten, zoals Bilson in de Frühlingssonate op z’n tijd ook de donkere kanten van Beethoven (en de lente) had neergezet. Ongehoord!

En dan nog iets: liberalen menen dat als je ergens niet voor hoeft te betalen, dat het dan waarde-loos is. (Dezelfden die onze cultuur om zeep helpen overigens). Wel, dit concert was gratis. Maar niet voor niets zal ik maar zeggen.