Ga je mee met de wind

Het nieuwe boek met dertig kinderliedjes en zangspelletjes van nicht Lida van den Broek-Mater, Ga je mee met de wind naar Liedjesland en illustraties van Amber Mater, ligt al enige tijd op mijn bureau. Zoals ook met het vorige boek het geval was, had ik het idee opgevat om ook hier een blog over te schrijven. Maar op de een of andere manier was het er nog niet van gekomen, omdat de invalshoek tot nu toe ontbrak. Nu die er is, steken we van wal.

En die invalshoek is misschien onverwacht: de televisieserie De Luizenmoeder op zondagavond. Dat is niet oneerbiedig bedoeld, in tegendeel zelfs; schreef ook Karl Ove Knausgård niet een prachtig hoofdstuk over dit fenomeen in Herfst (De vier seizoenen I)? Ik ga geen grappen maken over het eerste liedje, dat Goedemorgen allemaal heet en doet denken aan het ‘Hallo allemaal, wat fijn dat je er bent’ van juf Ank. Mijn tijdlijn in twitter stroomt er vol mee, van dominee Elsbeth Gruteke die tweette dat ze ‘het bijna deed vanochtend, in de kerk, na votum en groet, net als juf Ank “Hallo allemaal wat fijn dat je er bent”.’ Of van een ziekenhuisbezoeker die tweette dat de neuroloog binnen was gekomen met een ‘Hallo allemaal’ waarop ze had geantwoord: ‘Wat fijn dat je er bent’, tot grote verbazing van de specialist die de serie blijkbaar niet volgde.

Want laten we wel zijn: in het Liedboek staat een soortgelijke tekst (Lied 288): ‘Goedemorgen, welkom allemaal, / ik met mijn en jij met jouw verhaal, / lachen, huilen, vrolijkheid en pijn, / alles mag er zijn!’ (tekst Bette Westera, melodie Gerrit Baas).
Nee, het gaat mij om het taalgebruik dat niet zover van elkaar afligt: dat van dit lied, het boekje van Lida van den Broek en dat in de (kinder)kerk of het ziekenhuis. Stijn Fens memoreerde in een column in dagblad Trouw iets soortgelijks, namelijk dat het liedje ‘Hallo allemaal’ hem deed ‘denken aan het gezang waarmee de viering van mijn eerste communie opende. Als ik me goed herinner ging dat zo: “Kom nu aan tafel, kom nu maar gauw. De Heer die wacht op jou”.’ Dat moet voor kinderen een vertrouwde eenheid scheppen.

Het is ook de muziek die aan het liedje van juf Ank doet denken. En ook dat is verre van oneerbiedig bedoeld. Het gaat mij om de invloed van de toon van de melodie waarmee de liedteksten worden gezongen, die niet alleen aan juf Ank doet denken, maar ook aan een laborante die ik onlangs bij de mammografie trof. Ze zong het bijna: ‘Buik intrekken, kin omhoog en de arm ontspannen.’ Tot vier keer toe. Daarmee beantwoordde ze voor mij de vraag die Pieter Boskma in een gedicht over het Nederlands stelde:

Blijft zijn gorgelende taal
Geketend tussen zee en wolk,
Ontdaan van toppen kaal?

Het laatste liedje zegt ons gedag op de toon van juf Ank die vindt dat de ouders niet aldoor zo moeten zwaaien naar hun kroost:

Dag Man van de maan, dag Man van de maan, wat
sta je naar me te kijken? Dag
Man van de maan, dag Man van de maan,
Dat zou me toch ook wel wat lijken: Het
mannetje van de maan te zijn, zo
groot, zo klein in de maneschijn, het
mannetje van de maan te zijn, in de mane-
schijn.

Een aanstekelijke, eenvoudige melodie, net als alle melodieën en teksten in dit nieuwe boekje ook weer door Lida van den Broek geschreven. Net als de vorige uitgave wens ik het in vele handen.

Lida van den Broek-Mater, Ga je mee met de wind naar Liedjesland. Lecturium Uitgeverij, 2018.

31 december 2017

Vele hemels boven de zevende begint met een beeld dat je zou kunnen zien als de ouverture tot de film: bladeren die beurtelings vallen en weer opdwarrelen. Een ouverture, omdat alles wat de film wil zeggen erin wordt samengebald. Meer nog dan het motto van Spinvis: ‘Reis ver, drink wijn, denk na, lach hard, duik diep, kom terug …’. En ook meer nog dan het gebroken glas dat op de grond ligt, naast het bed van Eva (indringend gespeeld door Brit Van Hoof, zie afb.) die ernaar kijkt.

Het beeld van de bladeren deed me in de eerste plaats denken aan een gebrandschilderd raam achter het altaar van de in romaanse stijl in 2000-2001 opgetrokken Onze Lieve Vrouwe kapel van het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis aan het Amsterdamse Oosterpark. In tere tinten zijn ze er aangebracht en de symboliek zegt genoeg, op deze plaats waar veel eenzame zieken met hun problemen komen.

Het beeld van de bladeren in deze debuutfilm van Jan Matthys, naar de roman van Griet Op de Beeck, deed me ook denken aan het mooie gedicht Herfst van Rainer Maria Rilke, een eeuw eerder geschreven dan de kapel in Amsterdam werd gebouwd maar in wezen hetzelfde uitdrukkend als het raam achter het altaar, en misschien de intro van de film:

Herfst

De blad ’ren vallen, vallen als van ver
als sterven in de hemel verre gaarden;
ze vallen met ontkennende gebaren.

En in de nachten valt de zware aarde
de eenzaamheid in, weg van elke ster.

Wij allen vallen. Deze hand hier valt.
En welke je ook ziet: het is in alle.

En toch één is er die dit vallen
oneindig zacht in handen  houdt.

De paasweek van dag tot dag (I)

Vreekamp_VivaldiZendingskerkCompact

Het postuum verschenen boek Het jaar van Vivaldi. Hemel en aarde in onze seizoenen (zie afb. links) van Henk Vreekamp spoort mij aan Vivaldi’s Le quattro stagioni weer eens te beluisteren. En ook, al komt het stuk zelf niet in het boek voor, Stravinsky’s Le sacre du printemps. Eén van de vier jaargetijden, zoals de pizza Quattro Stagioni volgens de auteur, als het goed is, een zomerstuk en een winterdeel kent.

Telkens beluister ik een deel. Van Vivaldi en van Stravinsky, dat in de geest wel degelijk in het boek aanwezig is. En ik lees wat Vreekamp schrijft. Over het luisteren naar muziek, dat volgens een boek van Diane Ackerman dat hij citeert, ‘waarschijnlijk is ontstaan als religieuze ceremonie.’ Een ceremonie die vast heidense oer trekken had, zoals veel van de religieuze feesten, joodse en christelijke. Zoals de Sacre een heidense lenteviering is, die werd gekerstend tot wat Vreekamp in zijn boek Gedachten over gedenken (1991) de ‘paaskring’ noemt. De tijd waarin ik een serie van vier blogs schrijf, waarvan dit de eerste is.

Witte Donderdag – Zendingskerk in Ermelo
In Lucas 22 wordt een andere spanning beschreven, die tussen het verraad en de maaltijd onder elkaar. Méér dan een gewone maaltijd; de laatste Pésach-maaltijd die Jezus met zijn discipelen hield. Een spanning als yin en yang is het niet, aldus ds. Rainer Wahl, maar één die wordt opgeheven in het Rijk dat geen verraad meer kent, waarin geen honger meer heerst. Beide werelden zijn dan, om Vreekamp aan te halen, over elkaar geschoven. ‘De viering wacht nog een vervulling.’

Op de begraafplaats achter de Zendingskerk (zie afb. rechts) liggen mijn ouders begraven. Mijn moeder overleed in 1986, op 17 september. De dag die Vreekamp beschrijft als het Sint-Lambertusfeest, het begin van de herfst. Al voerde de kerk een ander herfstfeest als gedenkdag in, op 29 september: het feest van aartsengel Michaël. Michaël begeleid ook de zielen van overlevenden naar het hiernamaals. Vooraleerst het idee van ‘het leven op aarde onder Gods hemel zoals het bedoeld is’, schrijft Vreekamp. En hij zingt met de dichter van Lied 217 uit het Liedboek 2013 (het had ook Shakespeare kunnen zijn): ‘Verkeer de vloek in zegen’ (‘God’s benison is with those / that make good of bad / and friends of foes’).

Link naar een opname van de dienst op Witte Donderdag in de Zendingskerk te Ermelo: http://www.zendingskerk.nl/diensten/maart.html