Rafelranden

Bij een bioscoop vond ik in een rekje met kaarten een gedicht van ‘ada’. Het is geschreven naar aanleiding van Wonen aan de Amstel en kan worden gevonden op hun website (zie link hieronder). Een strofe trok in het bijzonder mijn aandacht:

Met de expat en de migrant
De rasamsterdammer en de yup
Neem ik mijn plaats in op de oude rafelrand
En word ik onderdeel van een club

De rafelrand – dat doet mij denken aan een boek van David Hamers, Niemandsland die het heeft over de rafelranden van de stad, tussen stad en platteland, legaal en illegaal, formeel en informeel. The place to be eigenlijk. En dat vindt ada dus ook.

Het doet me ook denken aan de schilderijen van Günther Förg (1952-2013) die van 26 mei t/m 14 oktober te zien zijn in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Edo Dijksterhuis schreef erover in Museumtijdschrift (mei/juni 2018) onder de kop ‘Rafelige schilderijen’. Dat gaat zo: ‘Zijn schilderijen hebben altijd iets rafeligs, alsof ze niet helemaal af zijn. De hand van de maker is opzettelijk zichtbaar.’ Zie de afbeelding van Untitled (1973) bij deze blog (Speck Collection, Keulen).
Dijksterhuis citeert Rudi Fuchs uit een tekst bij diens tentoonstelling ‘Couplet 4’: ‘Günther Förg is geen abstracte schilder, hij is een romantisch-expressionist, de vormentaal laconiek geleend, de kleuren zwaar zingend als een bronzen klok.’ Het is, concludeert Dijksterhuis, ‘toeëigening om de vorm.’ Relatief, ‘zonder morele of politieke lading. De typering “decoratief” wordt dan vaak gebruikt om zijn werk te omschrijven (…). Als er al een inhoudelijke boodschap is, dan wordt die overstemd door Förgs formalistische acrobatiek.’

Het rare is wat ik niet weet wat ik van de inhoud van ada’s gedicht moet denken. Het gaat om iets rafeligs, oké. Is het iets romantisch, zwaar zingend als een bronzen klok met zinsneden als

Nee, geef mij maar het groene Amstelkwartier
Op de heilige grond van de Blooker fabriek.

Heeft het nu wel een morele of politieke lading, of is het louter decoratief? Ik weet het niet. Eerst zien, dan geloven – in dit verband zou het zomaar op kunnen gaan.

Dat geldt ook voor wat ik in de Daklozenkrant (nr. 6/2018) las onder de kop ‘Stieftram’. Anne Salomons schrijft over het feit dat ‘bij het Haarlemmermeerstation woningen gebouwd worden [waardoor] het hele terrein’ waarop de museumtrams staan gestald en waarvandaan elke zondag lijn 30 vertrekt, door het Amsterdamse Bos naar Bovenkerk. ‘Een van de laatste schitterende rafelranden van de stad wordt dan opgepoetst en duur verkocht.’ Het geeft te denken, net als dat gedichtje van ada.

 

https://ada-amstel.nl/locatie/

PvdA 70 jaar

Dr. Willem Drees sr. bij een tuinhek. 1951.

Dr. Willem Drees sr. bij een tuinhek. 1951.

Diederik Samsom, partijleider van de PvdA, schijnt Nederland graag te vergelijken met een auto die moet worden opgetakeld en weer rijklaar worden gemaakt. Laat ik daarom de PvdA zelf eens vergelijken met een auto. Met die waarin ik tientallen jaren geleden eens Vadertje Drees zag zitten. Hij reed over de Stadionweg in Amsterdam, pal bij het Hervormd Lyceum. Hij zat achterin, en dat verbaasde me. O, er zullen ongetwijfeld goede redenen voor zijn geweest. Veiligheids-redenen, of om zo rustig stukken te kunnen lezen. Maar: van het op één lijn zitten, in dit geval letterlijk naast de chauffeur was op die manier geen sprake. Je zou het symbolisch kunnen opvatten voor de aandacht van de PvdA in het algemeen, en zeker niet – haast ik erbij te zeggen – voor Drees in ’t bijzonder.

De ideologische veren zijn afgeschut. Het is al vaak gezegd. De lijn is die van een draaikont. Ook dat is maar al te waar helaas. En toch blijft de mantra van Samson dat de partij die in zulk zwaar weer verkeerd, er aardig in is geslaagd om ‘de’ inkomensverschillen kleiner te maken, ‘de’ huizenmarkt vlot te trekken, ‘de’ hypotheekaftrek aan te passen. Het woordje ‘de’ zet ik tussen aanhalingstekens, want zó sociaaldemocratisch is dat allemaal niet. Eerder iets van onder de vleugels van het neoliberale denken, waarbij vooral de hogere- en middenklasse verbeteringen zagen, maar de lagere- en arbeidersklasse niet of nauwelijks. En zo kan ik nog wel even doorgaan.

pvdaDe afwachtende houding met veel problemen die op ons afkomen, en dan opeens een knoop (vaak de verkeerde mijns inziens) in de besluitvorming erover doorhakken, zal met een oud-collega van mij die de uitdrukking te pas en te onpas gebruikte, binnenskamers wel ‘voortschrijdend inzicht’ worden genoemd. Eerst Syrië niet willen bombarderen, en dan opeens wel. Eerst vluchtelingen welkom heten en sommigen dan opeens linea recta met een veerboot terug willen sturen naar Turkije; een plan – volgens Amnesty International een ‘moreel failliet’-  dat van origine uit de koker van Gerald Knaus (European Stability Initiative) schijnt te komen. Het kan verkeren.
Pragmatisch heet dat, of met andere woorden: praktisch. In ieder geval verre van ideologisch, al plakt de PvdA er graag het etiket van wereldverbetering op.

Jarenlang ben ik lid van de PvdA geweest, en begrijp me goed: van de oude PvdA, die de veren nog niet had afgeschut, die nog niet aan draaikonterij deed. De partij van mensen als Cohen en consorten. Ik hoop nog steeds op een nieuwe PvdA, die het vaker aandurft om met GroenLinks op concrete punten samen te werken, zoals een klimaatwet. Tot zolang stem ik op de partij van Jesse Klaver. De man die eerst in alle bescheidenheid wil luisteren. Bijvoorbeeld waar het de vluchtelingenproblematiek aangaat. Eerst horen, dan pas doen. En dan liefst meteen de goede keuze maken.