De wereld denken

Gescoord in de ramsj : twee gesprekken tussen filosoof Jean Baudrillard en architect Jean Nouvel: Unieke objecten (uitg. Klement/Pelckmans). De tweede architect dit jaar in wiens werk ik me, na Zaha Hadid, verdiep. En wát voor een architect!

Baudrillard stelt hem aan het begin een vraag die een beetje de leidraad van het gesprek wordt: ‘Is er een waarheid van de architectuur, in de zin dat er een boven-zinnelijke bestemming van de architectuur, van ruimte zou zijn?’ Even verderop geeft hij zelf ook een antwoord: er moet dualiteit, interactiviteit en context zijn wil een gebouw verleiden. Een gebouw moet niet over-esthetisch zijn, een pretentie aan betekenis uitdrukken, maar iets hebben wat de esthetiek overstijgt: een geheim. Er moet sprake zijn van een tussenruimte, een leegte, een niets.’
Nouvel gebruikt soortgelijke termen wanneer hij het heeft over ‘een esthetiek van de openbaring’, metafysica en premeditatieve arbeid. En tenslotte: ‘De stijl zou een singuliere manier moeten weerspiegelen om de wereld te denken.’

Wie zijn werk (een beetje) leert kennen, of al kent, herkent deze uitspraken er allemaal in terug. Nouvels stijl op zich en al zijn gebouwen in het bijzonder zijn singulier en vallen in geen enkel hokje onder te brengen. Iets wat overigens ook voor het werk van Hadid geldt. Nouvel paart high tech-ontwikkelingen aan prachtige kleuren en structuren die niet alleen verrassen (verleiden noemt Baudrillard het) maar ook aansluiten op de context, de omgeving.

In Nederland staat er tot nu toe een voorbeeld van: het nieuwe hoofdkantoor van het Europees Octrooibureau in Rijswijk, dat volgend jaar in gebruik wordt genomen. Wat Nouvel hier deed, is aansluiting vinden bij het Hollandse landschap. In de glazen gevel met zijn transparantie en weerkaatsing van het licht, vind je er iets van terug.
Ook in België valt een mooi voorbeeld van zijn werk te vinden: het hoofdkwartier van politie in Charleroi, in combinatie met een dansstudio. Het hoge gebouw (75 meter ten opzichte van 107 meter in Rijswijk) sluit op de begane grond haast naadloos aan op de omringende laagbouw. Dat was ook de bedoeling. De toren is niet van glas, maar van geglazuurd politie-blauwe bakstenen die contrasteren met de rode baksteen gebouwen aan de voet ervan.
Iets verder weg, in Parijs, staat het prachtige Institut du Monde Arabe, waarvan de gevel (zie afb. rechts) is geïnspireerd door de noucharabies uit de Islamitische architectuur.

Aan de overzijde van de Oceaan bouwde Nouvel het Minneapolis’s Guthrie theater, geïnspireerd door het industriële verleden, de Mississippi River en de St. Anthony Falls (zie afb. links). Het lijkt zo op afbeeldingen van een adembenemende schoonheid te zijn.
Aan de andere kant van de wereld verrijst het National Art Museum of China, een ontwerp waarmee hij Rem Koolhaas, Zaha Hadid en Frank Gehry de loef afstak. Het ontwerp is gebaseerd op een penseelstreek en verheft zich, boven-zinnelijk, van de aarde.

Ik zie het al: verkende ik afgelopen zomer Londen in de voetsporen van Hadid, een volgende keer is Nouvel aan de beurt. Voor naar het One New Change complex, dat hij maakte als een contrapunt op de St. Paul’s Cathedral. Vanaf het terras schijn je ook nog een prachtig uitzicht over de stad te hebben. En dan hebben we het nog niet eens gehad over de Torre Agba in Barcelona, of Le Philharmonie de Paris. Er valt nog zoveel te ontdekken …

http://www.architecturaldigest.com/gallery/jean-nouvel-architecture

 

We zijn gewaarschuwd

De Cirkel_EggersMae Holland werkt bij een computergigant, De cirkel in Californië, die wordt geleid door Drie Wijzen. Eén daarvan, Ty Gospodinov – ongetwijfeld gemodelleerd naar Steve Jobs – trekt zich echter steeds verder uit de firma terug. Binnen het bedrijf werken verder veertig belangrijke denkers: de Bende van Veertig. Ty bedacht het Universele Systeem dat alles wat maar virtueel is op de wereld moet samenbrengen.

De cirkel is de beste plek op de wereld om te werken. Een utopia, waar alles beter is. En openbaar, van het huis van mijn moeder tot Myanmar. Waar alles met elkaar wordt gedeeld, omdat iemand anders ook wat aan mijn ervaring kan hebben.

Alles en iedereen
Roept dit nu een gevoel op van meeluisteren, of juist van meeleven? Van een spiegelland, of van een lachspiegel? Of is het niet meer dan een instrumenteel gebruik maken van alles en iedereen, tot nut van de gemeenschap? Want niets mag om de enkeling draaien of mag ongenoemd blijven op de sociale media. Dat is kennis die verloren gaat, dat is niet betrokken zijn bij mensen om je heen, de cirkel van alles dat met alles samenhangt doorbreken. Alles moet kunnen, onder het mom: ‘Je bent transparant of je bent het niet.’ En als je dat niet bent, zoals Kalder, dan is dat twijfelachtig: is hij – een detectiveachtig element in het boek – een spion of stalker binnen De cirkel?

Maar ook Mae loopt in het ‘analoge’ leven langs, of net over de grens van wat toelaatbaar is. Bijvoorbeeld wanneer ze na sluitingstijd met een kajak naar een onbewoond eiland vaart, en wordt gespot door een SeeChangecamera, het nieuwste van het nieuwste. Ze wordt door één van de Drie Wijzen ter verantwoording geroepen in een gesprek waarin het uiteindelijk draait om verhullen en onthullen.

Op driekwart van het boek gebeurde er iets met mij. Dat is op het moment dat Eamon Bailey, één van de Wijzen, Mae ten overstaan van de hele Cirkelcommunity interviewt. Het beeld is net wat gekanteld van wat ik herken uit de eigen beleveniswereld. De Talmoed: wanneer je kennis achterhoudt, steel je, is geworden: Privacy is diefstal. Een nicht, die net als Gunner (de zoon van Bailey) niet ver meer kwam: kijk met mijn ogen, is geworden: Delen is meeleven. De atheïstische voorzitter, een bekend filosoof van het bestuur van het bedrijf waar ik werkte: ik kan iedereen zó gelovig laten worden is geworden: ik kan iedereen zó in het Universele Systeem laten geloven.

Het beeld kantelt
In wat daarna komt (Boek II en III) gaat de symboliek verder. Het gaat over vissen ‘die allemaal vrijwel doorzichtig waren en zich etherisch voortbewogen’, over Mae die inmiddels ook transparant is geworden. Overigens een minder geloofwaardig detail in het boek. Of het moet verwijzen naar het begrip Gläserner Mensch in Duitstalige landen, maar daar is het negatief bedoeld, wat in dit Amerikaanse boek (vooralsnog) niet het geval is.
En het gaat over Kalder, die een zeg maar anti-globalist blijkt die de Cirkel slecht vindt, ‘voor iedereen, voor de hele mensheid.’ En zeker de voltooiing ervan, wanneer de cirkel is gesloten en iedereen heeft ingesloten. Iets dat natuurlijk not done is: een onderzoek, de schepping, het systeem is per definitie onvoltooid.

De klok lijkt terug te lopen: Annie, één van de Veertig, vindt het allemaal inmiddels niet meer zó super, zó bijzonder. Mercer denkt over een alternatief van de Cirkel na. En lijkt vervolgens, analoog en wel, van de aardbodem verdwenen. Uit Annies ogen spreekt angst. Kalder neemt de woorden in de mond die Peter Thiel in Die Zeit (18 september 2014) schreef onder de kop ‘Funkelnder Kapitalismus’: monopolist. Nee: tirannieke monopolist in een wereld die op één of andere manier richting Armageddon gaat. Een wereld die geen tijd meer heeft voor reflectie, geen plaats meer gunt aan de donkere kanten van het bestaan en de kop in het zand steekt. Wat uiteindelijk – het viel te verwachten – leidt tot de zelfmoord van de opgejaagde en door drones achtervolgde Mercer en een comateuze toestand van Annie. En dat blijft, zegt ik-persoon Mae, raar: dat je haar gedachten niet kunt kennen. Daar moet toch iets aan worden gedaan.

De combinatie revolutionair denken en totalitair denken gaat in dit boek samen. Dat is het beangstigende ervan, en het modernisme niet vreemd. We kennen het dus nu ook van de Cirkel. We zijn gewaarschuwd.

Dave Eggers: De cirkel. Uitg. Lebowski Publishers, 2013 (€ 22.50).

Deze bespreking wordt hier geplaatst met het oog op de eerste ThomasBoek met Evert Jan de Wijer, op 9 oktober 2014 in de Amsterdamse Thomaskerk. Zie: http://thomasopen.nl/index.php/boek/programma/126-de-cirkel-van-dave-eggers