Avontuur

Agamben_AvontuurAvontuur / Giorgio Agamben ; vertaling [uit het Italiaans] Willy Hemelrijk. – Amsterdam : Sjibbolet, 2016. – 63 pagina’s ; 19 cm. – Vertaling van: L’avventura. – Roma : Nottetempo srl, © 2015. – Op omslag: Sjibbolet Filosofie. – Met literatuuropgave. ISBN 978-94-911102-7-6

De filosoof Agamben beschrijft vier godheden die de laat-Romeinse filosoof Macrobius al onderscheidde: de demon, het lot, de liefde en de noodzaak. Agamben voegt daar, gelijk Goethe, als een ethisch en religieus commentaar er één aan toe: de hoop. De titel van het boekje duidt op indrukwekkende ervaringen die ontmoetingen met de godheden oproepen en ons bestaan vormgeven. Agamben gaat terug tot etymologische achtergronden van het woord en voert de lezer van middeleeuwse poëzie en Dante onder meer naar de socioloog Georg Simmel. Deze weg is kenmerkend voor de in 1942 geboren Agamben, die studeerde bij Heidegger, afstudeerde op het werk van Simone Weil, belangstelling heeft voor literatuur en film en een sterk historisch bewustzijn heeft. Zijn doel is het leggen van verbanden tussen de vier genoemde begrippen. De manier waarop hij dit doet, vraagt van de lezer enige inspanning en voorkennis. De lezer zoekt echter tevergeefs verbindingen met de actualiteit, zoals we die wel in ander werk van de auteur vinden.

Copyright NBD Biblion. Mag zonder schriftelijke toestemming niet worden overgenomen.

Meedenken, tegen denken, tussen denken

Germaine Kruip_2Gisteren werd ik tijdens een inleiding van Trinus Hibma over de verleden jaar overleden Denker des Vaderlands René Gude, waarover ik hier eerder schreef, weer bepaald bij hoe hij zichzelf omschreef: Mee-denker. Waarmee hij zich verhield tot de eerste Denker des Vaderlands, Hans Achterhuis, die Tegendenker werd genoemd en zijn opvolgster, Marli Huijer, die zichzelf karakteriseert als Tussendenker.

Tussen denken
Eigenlijk zijn het, bedacht ik me, ook karakteristieken voor de verhouding tussen kunst en kerk. Neem hoe er de afgelopen tijd werd gereageerd op de tentoonstelling A Geometry of the Scattering van Germaine Kruip (geb. 1970) in de Amsterdamse Oude Kerk, die nog tot en met 27 maart te zien is.

Ik ben al vanaf de eerste keer dat ik werk van haar zag, in Almere, een groot bewonderaar van haar kunst. Geen wonder dat ik een Special over haar schreef op de website 8weekly.nl. Ik beschreef onder meer het meest in het ook springende kunstwerk op de expositie: Column untitled (zie foto’s, tegen schemering en overdag), ‘dat in een rechte lijn vanaf de Sebastiaanskapel staat: een oorspronkelijk uit 2011 daterende, minimalistische zuil, die nu is uitgebouwd tot achttien meter hoogte, opgetrokken uit zeven maal zeven gestapelde ronde en vierkante blokjes van wit/grijs carrara-marmer. 750 kilo tussen een stellage op de zolder en de zerkenvloer. Het idee is ontleend aan een zuil in een tempel in Hampi (India). Zeven maal zeven roept associaties op aan een ritueel, en aan een gedicht van Ida Gerhardt, dat eindigt met: “Zeven maal, om met zijn tweeën te staan”. Lopend in licht en donker, dat je zowel profaan als religieus kunt duiden, en in de ruimte, zoals een nagenoeg leeg kerkinterieur van Saenredam, een (… ) schilder die Kruip bewondert.’
Je zou deze omschrijving een vorm van Tussen denken kunnen noemen: een beschrijving van een kunstwerk dat je zowel profaan als religieus kunt duiden, gelijk het gedicht van Gerhardt dat afgelopen zondag ook voorbij kwam in een preek in de Oude Kerk van Klaas Holwerda.

Germaine Kruip_Wim HanenbergMeedenken
Een andere kant op gaat de uitleg die prof. dr. Marcel Barnard eraan gaf tijdens een festival ter gelegenheid van het afscheid van de predikant van de Oude Kerk, Eddy Reefhuis. Zo zei hij onder meer: ‘ De oude dame krijgt ondersteuning van een kaarsrechte zuil. Een zuil die als vanzelf verbinding aangaat met de structuur van het gebouw. En opnieuw wordt in het gebouw de overgang verkend van een religieuze idee naar een materiële vorm. Kijk eens goed wat er gebeurt. Die krakkemikkige dame krijgt een kunstheup met een kaarsrechte pin waardoor ze ineens rechtop lijkt te lopen. De marmerblokjes waaruit de zuil is gebouwd rijzen op uit een graf, ze rijzen en rijzen, en verlaten de kerk door het plafond. Ze worden niet geremd door de bogen die elders in het gebouw op de pilaren rusten. De kolom is eindeloos, hij reikt tot in de hemel, – hij doorbreekt de bouwstructuur van de kerk. En hij spreekt Italiaans. Oh quanto è corto il dire e come fioco/ al mio concetto! – om Dante in de laatste Canto van zijn Divina Commedia te citeren: ‘O hoe schieten mijn woorden te kort en hoe zwak zijn zij om de voorstelling die ik in mijn hoofd heb tot uitdrukking te brengen!’ (Vertaling Frans van Dooren). Ik doe toch een poging. Die Italiaanse zuil reikt naar de oneindigheid, die gaat door het dak, hij is een slanke editie van de Toren van Babel. Die Italiaanse zuil veroorzaakt een spraakverwarring in dit oer-Hollandse bouwwerk waarin de hemel onzichtbaar is gemaakt door de houten kap en de verticale beweging wordt afgeremd door de bogen en die kap. Die zuil klimt en klimt en klimt naar de hemel.’
Zó kun je het ook uitleggen, als een vorm van Meedenken, waarbij de associatie met de Toren van Babel op het randje is.

Tegen denken
Maar er bestaat ook zoiets als Tegendenken: kunst heeft de kerk wat te zeggen, zonder dat de kerk haar annexeert, inpalmt of inpakt. Ik heb zomaar het vermoeden dat dit staat te gebeuren tijdens het aanstaande winterprogramma Come Closer. Rond zonsondergang, op vier verschillende avonden – 6 februari, 20 februari, 12 maart en 26 maart – fungeert de kerk als podium voor gedeelde verhalen, beelden en klanken. Performances, lezingen en muziekuitvoeringen voltrekken zich terwijl het binnen en buiten langzaam donker wordt. Het is moeilijk en misschien ook onwenselijk om de kunstenaars, wetenschappers, musici en bezoekers die komen op voorhand in een hokje te plaatsen. Maar ik hoop er wél een beetje op dat er veel Tegendenkers tussen zitten. Dat zou goed zijn. Voor de kerk. En de kunst.

6 februari 17.05-18.05 uur: geluidsperformance Volle Band en lezing Hans Kuiper.
20 februari 17.32-18.32 uur: performance DKN ensemble en geometrische performance Waèl el Allouche.
12 maart, 18.09-19.09 uur: klankschalen Kees Huges en performatieve lezing door Valery Vermeulen.
26 maart, 18.34-19.34 uur: geluidsperformance Mehraneh Atashi en lezing Patrick Healy.

http://8weekly.nl/special/een-nachtbloeiende-bloem/
http://marcelbarnard.nl/weblog.php
http://www.oudekerk.nl/nl/programma/kalender/come-closer-vier-avonden-in-de-schemering

De kellner en de levenden

Vestdijk

 

Tot de vijftig beste romans uit de wereldliteratuur behoort volgens NRC Handelsblad onder meer De kellner en de levenden van Simon Vestdijk (zie afb.): http://www.hebban.nl/lijsten/de-50-beste-romans-uit-de-wereldliteratuur-volgens-nrc.
Ik herplaats hier een klein deel uit een inleiding die ik hierover hield voor een Literaire Club in Amsterdam.

 

Al weet ik niet hoe vaak had ik geprobeerd een boek van Simon Vestdijk te lezen – uit te lezen. Maar meestal gaf ik de moed al tamelijk snel op. Tot ik Jaap Goedegebuure in een lezing begeesterd hoorde praten over Vestdijks roman De kellner en de levenden. Er zouden in dit boek invloeden te bespeuren zijn van Kafka (Het proces), Dante (de Divina commedia) en noem maar op. Ik dacht: kom, ik onderneem nog eens een poging – en was, eerlijk is eerlijk, direct verkocht.

Daarna heb ik me méér aan Vestdijk gewaagd. In de boekenkast van mijn ouders trof ik bijvoorbeeld De dood betrapt aan, zes novellen uit 1935. Al meteen in de eerste, ‘Het veer’, vond ik eenzelfde soort thematiek aan als in De kellner en de levenden. Het gaat erin ook over ‘een onverwachte onwerkelijke werkelijkheid’ waarbij letterlijk tussen haakjes wordt aangetekend dat deze staat ‘onder de hemelse hoede van twee bazuinende engelen met een rol perkament tussen zich, en diverse monsters en voorwerpen uit de dierenriem eromheen.’ Voorwaar óók een apocalyptisch beeld!

De overeenkomst met Kafka’s Het proces is – om die lijn op te pakken – het schuldprobleem dat niet alleen in deze roman van Vestdijk, maar ook in diens boek De toekomst der religie voor komt. Dat is niet vreemd, want laatstgenoemd boek was oorspronkelijk bedoeld als een serie lezingen voor de gijzelaars in Sint Michielsgestel. Hier hield Vestdijk ook een lezing over schuld bij Kafka. Deze lezing begint met een verwijzing naar de overeenkomst tussen de ervaringen van Josef K. en de gijzelaars: voor allemaal was onduidelijk waaraan zij zich schuldig zouden hebben gemaakt. Ook de twaalf levenden uit De kellner en de levenden worden zonder opgaaf van redenen uit hun huizen weggehaald.

De overeenkomst met ten tweede Dantes Divina commedia gaat verder dan het feit dat beide auteurs veel met astrologie ophadden. Beiden voeden zich ‘met wijsheid, liefde en deugd’ (Canto I). En wat te denken van de zeven smalle deuren in de bioscoop bij Vestdijk, die de route aangeven? Verwijzen die niet naar de zeven poorten van het voorname kasteel in de vierde Canto? Alleen is het bij Vestdijk allemaal wat minder erg dan bij Dante; de borrelende bloedrivier uit Canto XII zijn bij Vestdijk bloedende tegels.

Het is opvallend dat dit boek tot de vijftig beste romans uit de wereldliteratuur wordt gerekend, want de receptie was er niet naar. Jef van de Sande heeft in een boekje geconcludeerd dat het ‘misschien geen literair meesterwerk’ is, ‘maar wel één van de meest fascinerende boeken van de veelzijdigste schrijver van onze moderne literatuur.’ En daar was ik al dóórlezend gelukkig ook achter gekomen.

Ken Hem in al uw wegen

SpinozaWim Kayzer zegt in het tv-programma Boeken van Wim Brands voor de VPRO (herhaling, 23 augustus 2014) over zijn roman De laatste tafel op een gegeven moment dat bij de vier keer dat de dood hem werd aangezegd, na de paniek op een gegeven moment kalmte over hem kwam. En dan, vervolgt hij, ‘kom je iemand tegen die je zelf niet kent’. Hij bedoelt, als atheïst, iemand als zichzelf. Ik herken die kalmte, maar die Iemand is bij mij toch een Ander dan mijzelf.

Het doorlopen van je leven, waarvan men zegt dat je dat pal voor de dood doet, is zoiets als in het kort een soortgelijke weg afleggen zoals Dante in zijn Divina Commedia beschreef.

Dante verdwaalt in een woud, waar een leeuw, trots en hoogmoedig, hem de pas afsnijdt. Maar dan spreekt Vergilius, gezegend met een gezond verstand, tot hem. Beatrice, de goddelijke liefde, begeleidt hem op zijn weg.
Op de louteringsberg aangekomen, omgordt Vergilius Dante met een bies, met deemoed, omdat hij moet leren in nederigheid te zien; horende doof en ziende blind zijn is één van de ergste zonden die je bij jezelf kunt ontdekken. Zeven hoofdzonden moet Dante uitboeten op de zeven omgangen van de berg. De deuren ertoe worden geopend met een zilveren sleutel (inzicht) en een gouden sleutel (het ontsluiten van het hart voor de liefde).
Samen met Beatrice beweegt Dante zich door de hemelsferen en wordt bewogen door de Liefde, de barmhartigheid, het meeste van alles, zoals Co ’t Hart dichtte:

Maar wie in liefde hoedt en weidt
en met verdrukten medelijdt
en niet om eer zal vragen,

die acht zich als Gods eigen knecht heel klein,
die wil alleen maar dienstbaar zijn
en groeit in kracht door dragen.

De uitweg uit die zeven omgangen vind je ook in de manier waarop Spinoza (zie afb.) in zijn Ethica ‘kennis’ omschreef. Eerst als ratio, de eerste sleutel van Dante: inzicht. Dan in het intuïtieve weten. En uiteindelijk in het kennen van God, in de betekenis van liefde (de gouden sleutel van Dante), omgang hebben met (jada in het Hebreeuws). Het gaat erom niet jezelf, maar om Hem te kennen in al je wegen, want Hij je paden recht maken (Spreuken 3:6). Dan wordt het mogelijk ‘uit de eigen spelonk’ te stappen, over de ‘eigen schaduw heen’ (Sytze de Vries), waardoor je je gekend weet door Iemand, door God.

Armando vs. Beethoven

armando_blauDirigent Iván Fischer stelt ter inleiding op de Beethovencyclus van het Koninklijk Concertgebouworkest (seizoen 2013-2014), dat een cyclus de gelegenheid biedt meer in de geest van de kunstenaar te kruipen, meer zicht geeft op diens ontwikkeling.
In verband met Beethoven noemt hij als voorbeeld de gang van Dante, van vagevuur tot paradijs.
Ik moest eraan denken toen ik de tentoonstelling Armando vs. Armando in het Cobramuseum in Amstelveen (10 maart t/m 2 juni 2013) bezocht.

 

Armando gaat met zichzelf in gesprek, wil de titel zeggen. Met zijn vroegere werk, maar ook werken onderling blijken dat te doen. Zoals de boom met zijn takken en de hand die op de rug ligt met zijn vingers de lucht in.

Het werk van Armando ademt inmiddels, volgens de website van het museum, meer bevrijding en de kleur is er (weer) in doorgebroken. Zoiets als het slotkoor van de Negende symfonie? Ik wil het niet voor u invullen, zegt Fischer die in de Vijfde de ‘opkomst’ van de trombones, vanuit de kerkmuziek in de symfonie doorgedrongen, benadrukt. Luister zelf. En kijk.