Het nieuwe Liedboek (V)

Sytze de Vries
Het is 1999 en ik neem deel aan de gesprekskring ‘Dichter bij het Geheim’ waarin predikant-dichter Sytze de Vries ons inleidt in onder andere het gedicht ‘Tussen het zingende kerkvolk’ van die andere predikant-dichter, Willem Barnard/Guillaume van der Graft. Het gedicht gaat over horen en zien, over licht, tranen die in de ogen springen.

 

Het is Pinksteren en Sytze de Vries leest het gedicht weer, in het televisieprogramma Het vermoeden van de IKON, een uitzending naar aanleiding van het nieuwe Liedboek.
Ik hoor weer dat ene moment in de Tweede Symfonie van Beethoven in de onvergetelijke uitvoering van het Koninklijk Concertgebouworkest onder leiding van Iván Fischer: het is kamermuziek, alle stemmen zijn hoorbaar en ik word haast het orkest ingezogen. Het ‘klinkt alsof er een kort moment een wolkje langs de zon trekt’ (Frits van der Waa in de Volkskrant, 13 mei 2013). Of liever: het klinkt alsof de zon achter een wolkje tevoorschijn komt. Even.

‘Kijk, kijk’ spoort Fischer direct na het interview met Annemiek Schrijver op de andere zender in het VPRO-programma Vrije geluiden Melchior Huurdeman aan. En ik zie weer dat ene schilderij op de tentoonstelling Armando vs. Armando in het Cobramuseum (Amstelveen): Het oog. Je wordt erin gezogen en blijft kijken. Tranen springen in mijn ogen. Voor de derde keer.

Armando vs. Beethoven

armando_blauDirigent Iván Fischer stelt ter inleiding op de Beethovencyclus van het Koninklijk Concertgebouworkest (seizoen 2013-2014), dat een cyclus de gelegenheid biedt meer in de geest van de kunstenaar te kruipen, meer zicht geeft op diens ontwikkeling.
In verband met Beethoven noemt hij als voorbeeld de gang van Dante, van vagevuur tot paradijs.
Ik moest eraan denken toen ik de tentoonstelling Armando vs. Armando in het Cobramuseum in Amstelveen (10 maart t/m 2 juni 2013) bezocht.

 

Armando gaat met zichzelf in gesprek, wil de titel zeggen. Met zijn vroegere werk, maar ook werken onderling blijken dat te doen. Zoals de boom met zijn takken en de hand die op de rug ligt met zijn vingers de lucht in.

Het werk van Armando ademt inmiddels, volgens de website van het museum, meer bevrijding en de kleur is er (weer) in doorgebroken. Zoiets als het slotkoor van de Negende symfonie? Ik wil het niet voor u invullen, zegt Fischer die in de Vijfde de ‘opkomst’ van de trombones, vanuit de kerkmuziek in de symfonie doorgedrongen, benadrukt. Luister zelf. En kijk.