Meedenken, tegen denken, tussen denken

Germaine Kruip_2Gisteren werd ik tijdens een inleiding van Trinus Hibma over de verleden jaar overleden Denker des Vaderlands René Gude, waarover ik hier eerder schreef, weer bepaald bij hoe hij zichzelf omschreef: Mee-denker. Waarmee hij zich verhield tot de eerste Denker des Vaderlands, Hans Achterhuis, die Tegendenker werd genoemd en zijn opvolgster, Marli Huijer, die zichzelf karakteriseert als Tussendenker.

Tussen denken
Eigenlijk zijn het, bedacht ik me, ook karakteristieken voor de verhouding tussen kunst en kerk. Neem hoe er de afgelopen tijd werd gereageerd op de tentoonstelling A Geometry of the Scattering van Germaine Kruip (geb. 1970) in de Amsterdamse Oude Kerk, die nog tot en met 27 maart te zien is.

Ik ben al vanaf de eerste keer dat ik werk van haar zag, in Almere, een groot bewonderaar van haar kunst. Geen wonder dat ik een Special over haar schreef op de website 8weekly.nl. Ik beschreef onder meer het meest in het ook springende kunstwerk op de expositie: Column untitled (zie foto’s, tegen schemering en overdag), ‘dat in een rechte lijn vanaf de Sebastiaanskapel staat: een oorspronkelijk uit 2011 daterende, minimalistische zuil, die nu is uitgebouwd tot achttien meter hoogte, opgetrokken uit zeven maal zeven gestapelde ronde en vierkante blokjes van wit/grijs carrara-marmer. 750 kilo tussen een stellage op de zolder en de zerkenvloer. Het idee is ontleend aan een zuil in een tempel in Hampi (India). Zeven maal zeven roept associaties op aan een ritueel, en aan een gedicht van Ida Gerhardt, dat eindigt met: “Zeven maal, om met zijn tweeën te staan”. Lopend in licht en donker, dat je zowel profaan als religieus kunt duiden, en in de ruimte, zoals een nagenoeg leeg kerkinterieur van Saenredam, een (… ) schilder die Kruip bewondert.’
Je zou deze omschrijving een vorm van Tussen denken kunnen noemen: een beschrijving van een kunstwerk dat je zowel profaan als religieus kunt duiden, gelijk het gedicht van Gerhardt dat afgelopen zondag ook voorbij kwam in een preek in de Oude Kerk van Klaas Holwerda.

Germaine Kruip_Wim HanenbergMeedenken
Een andere kant op gaat de uitleg die prof. dr. Marcel Barnard eraan gaf tijdens een festival ter gelegenheid van het afscheid van de predikant van de Oude Kerk, Eddy Reefhuis. Zo zei hij onder meer: ‘ De oude dame krijgt ondersteuning van een kaarsrechte zuil. Een zuil die als vanzelf verbinding aangaat met de structuur van het gebouw. En opnieuw wordt in het gebouw de overgang verkend van een religieuze idee naar een materiële vorm. Kijk eens goed wat er gebeurt. Die krakkemikkige dame krijgt een kunstheup met een kaarsrechte pin waardoor ze ineens rechtop lijkt te lopen. De marmerblokjes waaruit de zuil is gebouwd rijzen op uit een graf, ze rijzen en rijzen, en verlaten de kerk door het plafond. Ze worden niet geremd door de bogen die elders in het gebouw op de pilaren rusten. De kolom is eindeloos, hij reikt tot in de hemel, – hij doorbreekt de bouwstructuur van de kerk. En hij spreekt Italiaans. Oh quanto è corto il dire e come fioco/ al mio concetto! – om Dante in de laatste Canto van zijn Divina Commedia te citeren: ‘O hoe schieten mijn woorden te kort en hoe zwak zijn zij om de voorstelling die ik in mijn hoofd heb tot uitdrukking te brengen!’ (Vertaling Frans van Dooren). Ik doe toch een poging. Die Italiaanse zuil reikt naar de oneindigheid, die gaat door het dak, hij is een slanke editie van de Toren van Babel. Die Italiaanse zuil veroorzaakt een spraakverwarring in dit oer-Hollandse bouwwerk waarin de hemel onzichtbaar is gemaakt door de houten kap en de verticale beweging wordt afgeremd door de bogen en die kap. Die zuil klimt en klimt en klimt naar de hemel.’
Zó kun je het ook uitleggen, als een vorm van Meedenken, waarbij de associatie met de Toren van Babel op het randje is.

Tegen denken
Maar er bestaat ook zoiets als Tegendenken: kunst heeft de kerk wat te zeggen, zonder dat de kerk haar annexeert, inpalmt of inpakt. Ik heb zomaar het vermoeden dat dit staat te gebeuren tijdens het aanstaande winterprogramma Come Closer. Rond zonsondergang, op vier verschillende avonden – 6 februari, 20 februari, 12 maart en 26 maart – fungeert de kerk als podium voor gedeelde verhalen, beelden en klanken. Performances, lezingen en muziekuitvoeringen voltrekken zich terwijl het binnen en buiten langzaam donker wordt. Het is moeilijk en misschien ook onwenselijk om de kunstenaars, wetenschappers, musici en bezoekers die komen op voorhand in een hokje te plaatsen. Maar ik hoop er wél een beetje op dat er veel Tegendenkers tussen zitten. Dat zou goed zijn. Voor de kerk. En de kunst.

6 februari 17.05-18.05 uur: geluidsperformance Volle Band en lezing Hans Kuiper.
20 februari 17.32-18.32 uur: performance DKN ensemble en geometrische performance Waèl el Allouche.
12 maart, 18.09-19.09 uur: klankschalen Kees Huges en performatieve lezing door Valery Vermeulen.
26 maart, 18.34-19.34 uur: geluidsperformance Mehraneh Atashi en lezing Patrick Healy.

http://8weekly.nl/special/een-nachtbloeiende-bloem/
http://marcelbarnard.nl/weblog.php
http://www.oudekerk.nl/nl/programma/kalender/come-closer-vier-avonden-in-de-schemering

Als het waar is (II): acht jaar later

Eddy Reefhuis_2Eerder publiceerde ik hier een interview dat ik bij het intrede van Eddy Reefhuis (zie foto) als predikant van de Oude Kerk in Amsterdam met hem had. Hier volgt deel II, het verslag van een gesprek dat ik voerde t.g.v. zijn afscheid op 22 november a.s. (zie onder aan deze blog voor meer gegevens).

Ik maak me steeds meer zorgen voor de joodse wortels in de christelijke eredienst, ook in die van de Oude Kerk. Niet zozeer wat jou betreft, maar bijvoorbeeld soms luisterend naar de voorbeden. Herken je dat?
Na acht jaar heb ook ik de meeste vragen bij de aandacht voor de joodse wortels, niet alleen van onze liturgische, maar van onze hele christelijke traditie.
Wat ik destijds daarvan had geleerd, ben ik niet kwijt geraakt, integendeel. Die respectvolle vrijmoedigheid, en dat het ‘gans andere’ nu juist in onze concrete werkelijkheid zo ‘gans anderspolitiek‘ blijkt, dat is het geheim van het onderlinge geloofsgesprek dat in de laatste jaren in de Oudekerkgemeente op gang is gekomen. Maar dat dat alles joodse wortels heeft – daarvoor is de aandacht meer en meer verdwenen. Interne discussie over wat dan ‘echt joods’ zou wezen, en toenemende wrijving over de politiek van de staat Israël, hebben ernstig afbreuk gedaan aan de belangstelling daarvoor. En voor volgende generaties is de vervolging en systematische moord op joodse landgenoten steeds meer een ver in plaats van een huiveringwekkend nabij verleden.

Is de dialoog, of misschien inmiddels trialoog (inclusief de islam) daarvoor niet wezenlijk?
Of die aandacht voor de joodse wortels ooit terugkeert via de dialoog tussen kerk en synagoge, weet ik niet. Op dit moment zie ik meer mogelijkheden in de hele actuele interculturele dialoog, waarin een groep als Salam – Sjaloom een belangrijke en vrolijke rol speelt. Nu nog vooral, omdat zij de steeds fellere tegenstelling tussen joden en moslims rondom de Israëlische politiek overbruggen. Maar daarin brengen ze beide hun eigen traditie mee en die is ook nu soms verfrissend anders dan de onze.

In de tijd dat je predikant in de Oude Kerk was, is ook de Nieuwe Bijbelvertaling ingevoerd, wat niet zonder slag en stoot ging; er wordt ook in de Oude Kerk, en vooral van aanhangers van de Amsterdamse School, veel kritiek op geleverd. Op het leerhuis heb je naast kritiek op de NBV ook regelmatig waardering voor deze vertaling geuit. En zelfs de Bijbel in Gewone Taal kwam op tafel. Ben je opgeschoven qua ideeën?
Nou, voor de NBV heb ik altijd naast kritiek ook waardering gehad. Direct al bij de verschijning merkte ik, hoe mensen, lezend in de NBV, soms voor het eerst in zeventig (!) jaar ontdekten, dat de bijbel ook voor hen was. Dat is geen kleinigheid, lijkt me.
Maar terugkijkend op acht jaar Oude Kerk, en ook op ook op meer dan dertig jaar predikantschap, verbaas ik me er vooral over, hoeveel moeite het ook mezelf nog steeds kost om de Bijbeltekst als tekst, als literatuur te lezen. En daarin ben ik misschien eerder meer dan minder Amsterdamse School geworden. ‘De tekst mag het zeggen’ is daar het adagium. En hoever dat reikt, is me in de afgelopen jaren nog veel duidelijker geworden. Mede dankzij de diensten rond kunst in de kerk werd me duidelijk, hoezeer de bijbel zelf ook kunst is, literatuur, die als alle kunst op heel eigen wijze bepaalt hoe ze wil worden verstaan.
Maar als ik over een tekst moest preken, en die zich niet zo gemakkelijk prijsgaf, was het toch moeilijk om geduldig die tekst te blijven volgen, en begon vroeg of laat toch de vraag naar wie God is – over die tekst te heersen.
Daar wil ik nog verder van worden verlost. Bijbellezen, samen met anderen – ja graag.
Maar preken – eerst maar eens een jaartje niet.

Tenslotte wil ik nog een kritische noot met je kraken. Ik vind het jammer dat de afgelopen jaren de Paascyclus aan ingetogenheid verloor, en de liturgie op zondag maar uitdijt met bijvoorbeeld een Hallelujah voor de Evangelielezing waar je vragen bij kunt zetten. Wat is de diepere bedoeling achter dit alles?
Je doelt waarschijnlijk op de veranderde opzet van de Witte-Donderdag-viering, waar we de afgelopen drie jaar hard aan hebben gewerkt. Niet langer de Pesachviering van Jezus met zijn leerlingen als opmaat naar het eigenlijke Pasen, Jezus’ lijden en sterven en zijn opstanding uit de dood; maar de joodse Pesachviering als het kader waarbinnen Jezus met zijn leerlingen, dus ook met ons, zijn eigen lijden en dood durft te vieren als verhaal van bevrijding, van opstanding dus ook. Daardoor is de Witte-donderdag-viering veel uitbundiger geworden. Over de juiste vorm zijn we ook niet uitgedacht. Maar die omkering – Pesach als kader in plaats van als opmaat – daar ben ik erg enthousiast over. Die moeten we niet meer kwijt.
En dan die extra responsies op zondag, met als laatste ‘aanwinst’ het Hallejujah voor het het evangelie – die responsies bevorderen volgens mij, dat de dienst geen eenrichtingverkeer is, maar we die samen doen. Bij dat Hallelujah kun je inderdaad je vragen hebben. Suggereer je daarmee niet toch, dat het Evangelie uiteindelijk de hoogste waarheid is, belangrijker dan Tenach? Voor mij is het Evangelie vooral de verbazing dat deze hoogst bijzondere teksten ook voor buitenstaanders, dus ook voor mij, opengaan. Dat begroeten met het van oorsprong Hebreeuwse maar inmiddels in heel de christenheid en daarbuiten bekend geworden Hallelujah vind ik wel geestig. Maar ik herinner me veel diensten waarin we ook zonder bleken te kunnen. Dus die vragen erbij – vooral stellen.

En aan het eind van het gesprek stelde Eddy Reefhuis mij een vraag terug – dialoog met de teksten en met elkaar hebben we immers meer en meer als de kern van ons leerhuis ontdekt – : hoe kijk jij terug op de afgelopen acht jaar, in het bijzonder op het leerhuis waar je praktisch vanaf het begin aan hebt meegedaan?
Voor mij vallen leerhuis door de week en kerk op zondag niet los van elkaar te zien. Wat beide samenbindt, is dat ik hoop dat er een evenwicht in wordt bereikt tussen gevoel en ratio; dat mijn hart soms even opspringt en dat mijn hersenen op z’n tijd knarsen. Zodat je de week weer door kunt en op iets kunt blijven door kauwen, en in beweging wordt gezet. Tot het zich, naar je hoopt, een volgende keer weer herhaalt. Haast als een ritueel, door de gang van de seizoenen heen.
In het leerhuis kom ik ook om anderen te ontmoeten – werkelijk te ontmoeten. Dat gebeurt niet altijd, en soms wordt je er ook in teleurgesteld, maar áls het gebeurt, levert dat bijzondere momenten op om te koesteren. In de kerk kom ik vooral om (zoals je zelf een keer treffend zei) God te ontmoeten, – God in de eerste plaats (en voor mij meer dan Jezus) en als een ander je tegemoet komt – dat ervaar ik vooral in het gezamenlijk zingen, zelfs fysiek door soms naar elkaar toe te buigen – dan geeft dat een extra dimensie. En als een ander je links laat liggen – ook dat gebeurt -, dan is er de ratio die je tot de orde roept: alla, láát. Het blijft mensenwerk, dat heb ik nooit sterker ervaren dan in de teleurstellende tijd dat ik scriba en kerkenraadslid was. God heeft soms raar grondpersoneel. Ik niet in ‘t minst.


De nieuwe hemel komt in de bijbel op aarde. Het is een stad!
In de eerste stad in de bijbel, Babel (of Babylon), doen ze het omgekeerde. Daar willen ze met een toren naar de hemel. Een grote spraakverwarring verhindert dat. En die spraakverwarring is van God gegeven. Want al die verschillende talen geven ruimte aan allemaal verschillende verhalen. In plaats van zich te uniformeren voor een hoger doel waaieren de mensen uit over de aarde om hun eigen weg te zoeken en hun eigen verhaal te vinden.

In Nieuw Babylon is die spraakverwarring niet verdwenen. Nog steeds mogen er verschillende verhalen naast elkaar bestaan en brengen die ook hun eigen taal mee. Maar in Nieuw Babylon nodigt de Oudekerkgemeente ieder die op 22 november a.s. de Oude Kerk komt binnenlopen, uit, niet alleen het eigen verhaal te vertellen maar ook te luisteren naar een ander. Wie weet hoor je een verhaal dat je niet kende, waarvan je de taal niet eens verstaat, en dat je toch raakt en een nieuwe wereld voor je opent, pal voor je neus.

Jeruzalem is de andere stad in de bijbel. Daar wordt erkend dat die verschillen ook tot botsingen leiden en pijnlijk zijn. Maar in Jeruzalem roepen de slachtoffers daarvan niet om wraak maar om verzoening. Gemakkelijk is dat niet. Door de eeuwen heen gaan verzoening en verraad hand in hand. Maar soms ….
Het nieuwe Jeruzalem is, dat die verzoening niet de welhaast onmogelijke taak is die wij mensen moeten volbrengen, maar een onvermoede werkelijkheid die, o wonder, over ons neerdaalt. Voor dat wonder nodigt de Oudekerkgemeente u, samen met haar afscheid nemende predikant, uit om op zondag 22 november a.s. ‘s middags de Oude Kerk binnen te lopen en dat te beleven.

Zie voor meer informatie: http://www.oudekerk.nu