Ora et labora

Twee keer heb ik hem op deze blog hard aangevallen (10 februari 2014, 25 september 2015), maar eerlijk is eerlijk: nu heb ik reden om te wijzen op een prachtig artikel van hem (dat is Bram Grandia) in Kerk & Israël Onderweg (juni 2018, p. 15).
Ik wil op drie punten wijzen die mij in het bijzonder al lezend raakten en voeg er een aan toe.

Dorothee Sölle
De eerste theoloog die hij noemt, is Dorothee Sölle (foto links). Hij verwijst naar een titel van een boek van haar, Mystiek en verzet dat je voor hetzelfde geld kunt vervangen door Bid en werk (de titel van Grandia’s artikel) of, met frère Roger van Taizé, ‘contemplatie en strijd’.
Ik kan me Dorothee Sölle herinneren van een bijeenkomst op een zondagochtend in een school van St. Gallen, waar ze – als ik het goed heb – niet ver vandaan een (vakantie)huis had. Ze sprak eigen teksten tussen de delen van de Misa Criolla die toen werd uitgevoerd. Toen er applaus op volgde, niet in het minst voor haar bijdrage, voelde zich aangesproken en zei: ‘Ach, het hele leven is één toegift, dus toe maar’.

Huub Oosterhuis
Eigenlijk heb ik, moet ik bekennen, nooit zoveel met Huub Oosterhuis’ werk gehad, maar dat verandert de laatste tijd een beetje. Hier lees ik, voor het eerst, zijn prachtige hertaling van het Onze Vader:

Onze Vader verborgen
uw naam worde zichtbaar in ons
uw koninkrijk kome op aarde
uw wil geschiede, een wereld
met bomen tot in de hemel,
waar water schoonheid, en brood
gerechtigheid is, en genade –
waar vrede niet hoef bevochten
waar troost en vergeving is
en mensen spreken als mensen
waar kinderen helder en jong zijn,
dieren niet worden gepijnigd
nooit één mens meer gemarteld,
niet één mens meer geknecht.
Doof de hel in ons hoofd
leg uw woord op ons hart
breek het ijzer met handen
breek de macht van het kwaad.
Van U is de toekomst
kome wat komt.

‘Met die laatste regels’, schrijft Grandia, ‘zingen wij ons de hoop binnen’. En hij noemt de naam van Jürgen Moltmann en diens ‘theologie van de hoop’, beïnvloed door Das Prinzip Hoffnung van Ernst Bloch.

Krijn Strijd
En hij noemt de naam van Krijn Strijd (foto rechts), hoogleraar ethiek aan de Universiteit van Amsterdam in de tijd dat ik daar stage liep. Strijd, nieuwsgierig naar een nieuw gezicht, sprak mij aan, vertelde dat zijn dochter ook op de Bibliotheekacademie had gezeten en dat hij sindsdien geen boek meer in zijn kast kon terugvinden … Zijn naam was mij al bekend, uit mijn ouderlijk huis. Wat ik niet wist dat hij in ongeveer hetzelfde jaar als dat ik daar rondliep, 1973, een artikel had geschreven dat heet ‘Verder werken zonder grote toekomstvisioenen’. Grandia noemt het en gaat erop in: ‘Hij vraagt zich daarin af of het spreken over hoop en visioenen niet een vlucht is naar een voor ons zo nodige schuilhoek. Hij eindigt zijn artikel met de woorden die voor mij vandaag ook gelden, zij het in een andere situatie: “Durven we na Vietnam nog iets te hopen? Nee. Op grond waarvan? Zie de situatie en de verstoktheid waarmee de mensheid met de geest van gister de wereld van morgen binnentrekt. Toch werken wij verder. Zonder grote toekomstvisioenen. Zonder grote woorden. Alleen: in dienst. En zo verbonden met profeten en apostelen. En met Hem, die sprak: “Ik ben in het midden van u als een die dient”.’

Friedrich-Wilhelm Marquardt
In gedachten ga ik automatisch terug naar een zaterdagochtend enkele weken geleden, toen ik voor het Leerhuis Amsterdam Tenach & Evangelie in de Amsterdamse Thomaskerk een inleiding hield over ‘Het kwaad het hoofd bieden’; de tekst staat op deze blog. Ik sprak onder meer de volgende woorden: ‘Neimans geschiedopvatting die uit Het kwaad denken spreekt, kan worden omschreven als een categorie die “ons in staat stelt de wereld te begrijpen en de hoop geeft dat we hem kunnen veranderen”. Geschiedenis wordt op deze manier door haar als een vooruitgangsgeschiedenis gezien en hoop zou je met Wessel ten Boom ‘de geloofstaal van Israël’ kunnen noemen’. En ik haalde de wijsgerig theoloog Jean-Claude Wolf aan, die ook heeft gesproken over de hoop.
In het nagesprek, na de pauze, wees Wilken Veen op een uitspraak van de theoloog Friedrich-Wilhelm Marquardt, die – net als Strijd, al werd die uiteraard niet genoemd – zich heeft afgevraagd of er na de Tweede Wereldoorlog nog sprake kan zijn van hoop. Een keer heb ik hem live gehoord en zijn naam kom ik nu regelmatig tegen, al werkend aan een kleine monografie over Henk Vreekamp.
‘Hoe dan ook’, schrijft Grandia tot slot van zijn mooie artikel: ‘Werken aan herstel van gerechtigheid’. Dáár gaat het om. In het klein en in het groot. Maar eerst: klein beginnen.

Een manifest

‘Haar blik ging van links naar rechts, niet op de “oneerlijke Richard Nixon”-manier.’ Zo omschrijft Harlan Cobben een getuige in zijn thriller Geleende tijd. En even verderop laat hij de hoofdpersoon, Paul Copeland denken: ‘Ik geloofde dat als je in de strijd ten onder moest gaan, je dat wel moest doen terwijl je de waarheid trouw bleef.’

De filosofe Susan Neiman (zie foto) zou hier ongetwijfeld mee instemmen, als je haar recent verschenen manifest Widerstand der Vernunft naast deze thriller legt. Neiman benadrukt dat de alternatieve feiten van de regering Trump oude papieren hebben. Vanaf Nixon en uit de tijd dat de Amerikanen Sadam Hoessein ervan beschuldigde massavernietigingswapens te hebben.
John Farrell geeft vandaag in een interview met Menno de Galan in NRC Handelsblad ook een tekenend voorbeeld: ‘Kijk naar het gedrag van Trump! Tijdens zijn reis naar Europa duwde hij op een bijeenkomst de leider van Motenegro aan de kant. Dat lijkt een zeer zwakke echo van Nixon in Vietnam, maar het gaat om de houding: “Leer ze een lesje in nederigheid. Laat zien wie de baas is. Hard optreden tegen buitenlanders, want die hebben jarenlang een loopje met ons genomen.” Amerika hoort nog steeds te winnen’ aldus de auteur van een biografie over Nixon (Richard Nixon: The Life).

Ken uw geschiedenis, zeggen Farrell en Neiman. En trek daar, lijkt Jan van der Putten in zijn Buitenlandcolumn in de Groene Amsterdammer van deze en volgende week aan toe te voegen, er conclusies uit ten aanzien van Kim-Jong un en de Noord-Koreaanse kernmacht. Doe aan waarheidsvinding, zoals in Zuid-Afrika is gedaan, schrijft Neiman. Waarheid en gerechtigheid, daar gaat het om, en daarin toont ze zich een joods denker (chesed ve emet).

Hoe bereik je dat? Door, zegt ze, logisch te denken. Dat kunnen zowel de mensen van de wirwar aan alternatieve feiten als de plunderaars in de straten van Hamburg gedurende de G20 (ik heb het niet over de demonstranten) in hun zak steken; hersenloos noemde een passant ze in het Journaal, en Neiman zou hier meteen aan Hannah Arendt denken die iets soortgelijks zei over Adolf Eichmann. Die demonstranten hadden zo hun ideeën, en daar doet Neiman het voor.
Hoop en idealen, nog zo’n woordenpaar als waarheid en gerechtigheid: “Hoffnung zielt darauf, Tatsachen zu ändern. Hoffung als Ideal zu verstehen, bedeutet, dass sie nicht einfach gegeben ist, sonder errungen werden muss.”

Een fijn boekje, dat tot nadenken en verder denken stem. En zo hoort het te zijn.

Naschrift (18-7): Ook Nederland kent er wat van, blijkens een column van Phaedra Werkhoven vandaag in Trouw: ‘In Nederland is een politicus als Thierry Baudet in opkomst wiens meningen volgens hemzelf feiten zijn en die het bericht over deze Russische fabels [t.a.v. de MH17, EvS] durft te retweeten met de vraag erbij: fake of echt? Waarmee hij de hele rechtsgang van het proces en alles wat door het onderzoeksteam is onderzocht als bedorven voedsel voor het twijfelvolk in de arena werpt.’

Susan Neiman: Widerstand der Vernunft. Ein Manifest zu postfaktischen Zeiten. Uitg. Ecowin, 2017 (ISBN 978-3-7110-0154-2).

Omdenken met Nico T. Bakker

Bakker_Koninklijke MensOp 29 december jl. overleed prof. dr. Nico T. Bakker, emeritus predikant van de Nederlands Hervormde Kerk en emeritus hoogleraar aan de theologische faculteit van de Universiteit van Amsterdam.

In 2005 volgde ik een leerhuis van hem in de Amsterdamse Thomaskerk over het boek De Koninklijke Mens (zie afb.). Daarover schreef ik toen een verslag voor de rubriek  Uit het Leerhuis in: Verbreding nr. 3 (mei 2005). Dat herplaats ik hier, als een In Memoriam. Zijn nagedachtenis zij tot zegen.

‘Waarschuwing’ staat er op de aankondiging van het festival de Verborgen Planeet. ‘De ontdekking van deze muziek kan iemands ideeën over wat muziek kan zijn, of zelfs zou moeten zijn, grondig veranderen’. Dit ging, in andere bewoordingen, ook op voor het eerste Thomas-leerhuis waarin we onder leiding van vertaler en inleider prof. dr. Nico T. Bakker, terzijde gestaan door de toenmalige predikant van de Thomaskerk, Ad van Nieuwpoort, met ruim twintig mensen gedeelten lazen en bespraken uit het boek De Koninklijke Mens, berichten aangaande Jezus, teksten en fragmenten uit de verzoeningsleer van Karl Barth.

Omdenken
‘Omdenken’ (metanoia) noemde Nico Bakker het om hier – in één adem door – vreugde aan te beleven en troost in te vinden. Ons Godsbeeld werd aan de hand van Barth – en in diepere zin de Schrift zelf – niet opgepoetst maar schoongemaakt en afgestoft. Soms streng en hard, met een borstel, soms zacht met een stofdoek én een blijmoedige glimlach om wat zo allemaal tevoorschijn komt en uit de tekst oplicht.

De eerste avond inspireerde een deelneemster tot het maken van een beeld, een hoofd met als je het aan de ene kant bekeek duidelijke trekken en aan de andere kant trekken die verborgen bleven. Dat deze afbeelding van de Koninklijke Mens parallel is, ‘conform aan God’ is zoals Barth het zou noemen, kwam in soms alle heftigheid, uitgaande van de radicaliteit van het kruis, gaandeweg de drie avonden naar voren.

‘Conform God’ wil zeggen: ‘Naar (de wil) van God geschapen (…) in waarachtige gerechtigheid en heiligheid;  (Ef. 4:24). God, dat is de Naam, de gans Andere. Als je niet in de Koninklijke Mens Jezus gelooft, geloof je ook niet in deze God die én zeer hoog woont én zeer laag neerziet (Ps. 113:5-6). Jezus, als mens gelijkvormig aan God, legt ons uit wie de God is waar Tenach van spreekt. Als de knecht Gods, in de gestalte van een knecht, betreedt hij als Heer het menselijk toneel (p. 25). Wat werkelijk tegen al onze denkbeelden ingaat, is dat hij nota bene aan het kruis, aldus Barth, de exacte uitbeelding van God zelf is. Het kruis betekent niet enkel het einde en de afbreking van de levensweg van Jezus, maar betekent ook het doel en de afsluiting ervan (p. 102). Een verbijsterende verrassing, uitgewerkt onder het kopje ‘Kruis als kroon’. Dit komen wij in geen enkele andere religie tegen. Bij het doordenken van de consequenties hiervan ontdekken wij dat ‘omdenken’ wel een heel ingrijpende correctie van al onze ‘christendommelijke’ Godsconcepten betekent. Toch is dit volgens Nico Bakker ‘voluit wat vandaag genoemd wordt: christologie van “onderop”‘ (p. 11).

In onze gesprekken werd op die manier het beeld van Barth als de theoloog die weinig of niets van ervaring moest weten genuanceerd, en kwamen wij onder de indruk van zijn actualiteit van mensen van nu. Streng – zeker, maar Barth was in zijn denken tot op zekere hoogte óók verwant aan het denken van Levinas die God omschreef als de bondgenoot van de wees, weduwe en vreemdeling.

De dienst van Woord en Gebed voor Nico T. Bakker zal plaatsvinden op 6 januari 2016 om 11.00 uur in de Thomaskerk, Prinses Irenestraat 36 te Amsterdam.