Frans Hals: eenzame ster?

Na de grote tentoonstellingen over Rembrandt (2015, 2019) en Vermeer (2023) komt het Rijksmuseum in Amsterdam nu met een overzichtstentoonstelling van Frans Hals waar achtenveertig werken worden getoond. Volgens het museum zijn Rembrandt, Vermeer en Hals ‘De Grote Drie’. In deze blog Frans Hals in Amsterdam, volgende blog Rembrandt in Leiden.

Hals (1582/83-1666) is overigens van origine geen Nederlandse schilder; hij wordt in Antwerpen geboren. Zijn familie verhuist na de val van Antwerpen voor de Spaanse overheersing rond 1586 naar Haarlem. Het Frans Hals Museum in Haarlem wijdt een paar jaar geleden een tentoonstelling aan die Vlaamse nieuwkomers in hun stad. De tentoonstelling in het Rijks is ontstaan in samenwerking met het Frans Hals Museum, maar ook met de Staatliche Museen zu Berlin, Gemäldegalerie en The National Gallery in Londen. Alleen is het accent dat in elke stad wordt gelegd net even anders.

Gewoon genieten
In Amsterdam zijn weliswaar wat meer werken te zien dan in Berlijn en Londen (bruiklenen uit Haarlem en het Mauritshuis in Den Haag) en is gekozen voor een wat meer ouderwetse opzet, met de achtenveertig schilderijen ruim uit elkaar opgehangen op een donkerblauwe, en op de kopse kanten spierwitte achtergrond. Wat op deze manier helaas ontbreekt, en wat Berlijn straks wel biedt, is de context: wie beïnvloedde Hals en wie heeft hij zelf beïnvloed? [Antwoorden: hij schilderde zowel in een precieze stijl, zoals een portret van Jacobus Zaffinus, en beïnvloedde met zijn losse stijl onder meer een impressionist als Manet].
Nu staat hij centraal als een eenzaam stralende ster, terwijl er uit één schilderij, de Vruchten- en groenteverkoopster, al valt op te maken dat een andere schilder eraan heeft meegewerkt: Claes van Heusden.

Wat blijft is dat je gewoon kunt genieten van wat je ziet. Voor veel bezoekers wellicht al voldoende gezien de drukte in de zalen. De summiere toelichtingen doen de rest. Soms saillante details weglatend, zoals bij twee genrestukjes: De luitspeler [afb. linksboven] en de Lachende jongen met blokfluit [afb. rechtsboven]. Immers: een luit met rozet staat in de tijd van Hals voor het vrouwelijke geslachtsdeel en de blokfluit voor het mannelijke.

De Grote Drie?
Is het verhaal met Rembrandt, Vermeer en Hals nu rond? De diepgang van Leysters werk overtreft soms dat van Hals.

Vergelijk maar eens de gezichtsuitdrukking van een cellospelende man van Leyster (privécollectie, niet op de tentoonstelling) met een Vioolspelende jongen van Hals. De eerste wordt zichtbaar geroerd door de muziek. De tweede ook wel, maar zijn gezicht drukt eerder sentimentaliteit uit. Dat is óók Hals. Uitzonderingen zoals het schitterend ingehouden Portret van Catharina Hooft en haar min en de vrouw op de Familiegroep in landschap niet te na gesproken. Het zijn die pareltjes die je naar Amsterdam zouden moeten lokken, niet louter het beeld van de Hals dat zich beperkt tot lachen en humor.

Het zou leuk zijn als een volgende tentoonstelling er een rond bijvoorbeeld een Judith Leyster zou worden. ‘Rond’ – want wat meer context zou fijn zijn, temeer daar haar oeuvre niet zo omvangrijk is. Daar zijn ze bij het Frans Hals Museum in Haarlem sterker in dan bij het Rijks. Eerlijk is eerlijk. Overigens was daar in 2009-2010 al een kleine overzichts-tentoonstelling van haar werk te zien. En die smaakte naar meer.

 

Verscheen 14 maart 2024 op de website van 8WEEKLY (eindredactie Lynn Remory). Wordt hier met toestemming overgenomen.

https://www.rijksmuseum.nl/nl/zien-en-doen/tentoonstellingen/frans-hals

Een kaars aansteken – Advent II


Elke zondag steken we een kaars aan. In de kerkdienst of thuis, de zondagskaars of een extra kaars voor Oekraïne. Het vlammetje ervan beschermen we met onze hand, zo gauw dooft het weer.

Bij mij thuis is het een gedraaide kaars. Waarom? Omdat die me doet denken aan de twee zuilen bij de tempel van Salomo. Dat waren volgens de overlevering óók gedraaide (of gecanneleerde) zuilen, allebei negen meter hoog en met een omtrek van zes meter. Een gedraaide of gecanneleerde kaars, een huishoud- of ribbelkaars (zie afb. links) zoals ze in reclamefoldertjes ook wel worden genoemd, drukt voor mij op zo’n manier symbolische verbondenheid uit met Israël.

Het Frans Hals Museum in Haarlem bezit een schilderij waarop je beide zuilen van de tempel duidelijk kunt zien. Salomon de Bray (what is in a name!) maakte de schildering in 1657 met olieverf op een paneel. Het museum kocht het in 2011 op een veilig van Sotheby in New York. Volledig heet het: De koningin van Sheba voor de tempel van koning Salomo in Jeruzalem (zie afb. rechtsboven). De namen van de zuilen zijn goed te lezen: Jachin en Boaz. Achterin op het schilderij, waar je blik naar toe wordt getrokken, staan nog een paar pilasters, die de kast met de Torahrollen (de Heilige Ark, de Aron Hakodesj) omlijsten. Een kast die op Jeruzalem is georiënteerd.

Salomon de Bray (1597-1664) was in Haarlem werkzaam; vandaar dat het Frans Hals Museum in dit schilderij was geïnteresseerd. Hij is waarschijnlijk aan de pest overleden en werd begraven in de Sint Bavo op de Grote Markt.
In dit schilderij balt hij zijn kunnen als schilder van historiestukken (kijk maar naar de soldaten links vooraan), portretten en architectuur samen; zo schilderde hij ook de in 1613-1649 gebouwde Nieuwe of St. Annakerk in Haarlem. De gezichten lijken overigens niet allemaal even goed gelukt; de zwarte, Ethiopische gezichten in het gevolg van de koningin lijken zelfs meer tronies dan levensechte gezichten. Zou hij geen modellen in zijn buurt hebben gehad of gezocht?

Hoe het ook zij – duidelijk moge zijn dat een kaars méér is dan zomaar een kaars. Nu – in de Adventstijd – en altijd.

Verscheen eerder in Drieluik, gezamenlijke uitgave van de Protestantse Wijkgemeente Amsterdam-Noord, april 2022, p. 6, en wordt hier met toestemming (en toevoeging m.b.t. Advent) overgenomen.