De andere helft van het verhaal

Er bestaat zoiets als ongelijktijdige gelijktijdigheid: iets dat gelijktijdig gebeurt en toch vanuit een totaal ander perspectief wordt bekeken. Bijvoorbeeld aan het andere eind van de wereld.
Neem de houding ten opzichte van het teruggeven van koloniale roofkunst en tegenover actrice Selma Blair, die op het Oscarfeest 2019 liep met een stok (zie foto links). Het is allebei nog nooit vertoond en het riep verschillende reacties op. En toch is er een overeenkomst waarnaar ik op zoek ga.

Het Nationaal Museum van Wereldculturen was de eerste die aankondigde dat landen of instanties die menen aanspreek te kunnen maken op koloniale roofkunst, die kunst op kunnen eisen. In de slipstream hiervan gaf Taco Dibbets, directeur van het Amsterdamse Rijksmuseum, iets soortgelijks aan. Iets soortgelijks – want er is een wezenlijk verschil: een afdelingshoofd van het museum gaat in gesprek met musea in onder meer Sri Lanka en Indonesië.

Een wezenlijk verschil en, denk ik, meer van deze tijd, gevoeliger als we gelukkig zijn geworden voor machtsrelaties. Of dit nu gaat over roofkunst of over #MeToo; het is een perspectiefwisseling, waarbij de aandacht is gekanteld van object naar subject.

Dat geldt ook voor Selma Blair (Legally Blonde, Cruel Intentions, The Sweetest Thing). In de pers werd de stok waarmee zij op het Oscarfeest ten tonele verscheen, beschreven als ‘gewoon’ een onderdeel van haar – als altijd – opvallende, schitterende outfit van dit keer Ralph and Russo. Dat klopt, als je naar de foto kijkt. Maar ze had die stok wél nodig, want ze heeft MS.

Wat is nu de overeenkomst tussen beide verhalen, dat over de houding van de directie van het Rijksmuseum en Selma Blair? Dat zij de andere helft van een verhaal vertellen, de helft die lang níet werd verteld: bij roofkunst hoort óók gevoeligheid voor de ex-koloniën, niet alleen een formele houding, bij een stok hoort óók gevoeligheid voor de handicap van een actrice. Het zijn niet alleen statements, maar we laten de partijen zélf aan het woord en praten niet vanuit een zekere, onterechte machtspositie over hun hoofden heen. Ik wil als niet-westers museum zélf gehoord worden, mijn land en kunst mogen er zijn, ík mag er zijn, mét stok. Vanzelfsprekend.

Het is een eerste stap. Maar toch.