Jeff Koons op Tweede Paasdag

Het ‘echte’ werk heb ik destijds in de Pinacotheek van Bologna gezien: Madonna en kind met vier heiligen van Pietro Perugino (ca. 1450-1423). Het erop gebaseerde olieverfdoel met glas en aluminium van Jeff Koons onlangs in de Nieuwe Kerk van Amsterdam (zie afb. links). Wat opviel was natuurlijk die bol waarin de kerk en jijzelf worden weerspiegeld.

Op zich is zo’n glazen bol als onderdeel van een schilderij niet vreemd. Denk aan Vermeers Allegorie op het geloof (1671-1674) in het Mauritshuis in Den Haag (zie afb. rechts). Daar wordt het licht in de bol aan het plafond weerspiegeld als een uitdrukking van de geloofsbelijdenis dat God licht is. Maar zo, apart voor het schilderij aangebracht, is het natuurlijk een idee en uitwerking van Jeff Koons.
Bij Vermeer bleef het met andere woorden binnenskamers, tussen de afgebeelde personen, bij Koons trad de Mariablauwe bol letterlijk en figuurlijk naar buiten. Je werd als toeschouwer onderdeel van het schouwspel én van de omgeving, de kerk. En daar ging het denk ik voornamelijk om.

Voornamelijk – want er speelt nog iets anders mee. In dezelfde tijd dat ik het werk van Koons bekeek, op Tweede Paasdag, las ik een artikel van Jannah Loontjens over Ronald Barthes’ idee dat de lezer de betekenis van een boek bepaalt (in diens essay De dood van de auteur, 1968). De verbeelding bestond volgens Barthes nog niet voor de tekst werd opgeschreven. Dat ligt bij het werk dat in de Nieuwe Kerk was te zien anders: de ver- of liever uitbeelding bestond wel degelijk en was letterlijk nageschilderd. ‘Het is de taal die spreekt, niet de auteur’ zegt Barthes. En: ‘De geboorte van de lezer moet worden betaald met de dood van de Auteur.’

Dat gaat in dit verband allemaal net iets te ver. Het was niet alleen de beeldtaal van Perugino die door Koons werd hernomen, maar hij voegde er iets aan toe: de bol waarin je als beschouwer wordt weerspiegeld en opgenomen in het werk en in de kerk. De toeschouwer heeft niet de dood van de Schilder op zijn/haar geweten, maar de wedergeboorte van wat Perugino schilderde in het hier en nu. Gezien op Tweede Paasdag. Dat kan geen toeval zijn.

https://www.nieuwekerk.nl/tentoonstellingen/meesterwerk-2018/

Top-10 tentoonstellingen

De hoofdredacteur Kunst van de website 8weekly.nl vraagt de kunstredacteuren elk jaar om hun Top-10. Onderstaand mijn bijdrage – aangevuld met een nr. 11, na de deadline van deze inzending. Het gaat om gerecenseerde en/of bezochte tentoonstellingen. Waarbij ik bij nader inzien die van Penone in de tuinen van het Rijksmuseum nog vergat (zie ook: https://oudekerk.amsterdam/nieuws/blog-dubbel-zien/) …
De lijst die er uiteindelijk uitrolde staat op de site van 8weekly: http://8weekly.nl/special/beste-tentoonstellingen-2016/

Craigie Horsfield – How the world occurs, Centraal Museum Utrecht

De eerste solotentoonstelling – bestaande uit zo’n veertig werken – van de Engelse kunstenaar Craigie Horsfield, in de voormalige negentiende eeuwse stallen van het Centraal Museum in Utrecht, komt ongenadig hard binnen. Een relevante tentoonstelling.
Lees de recensie: http://8weekly.nl/recensie/kunst-als-grenservaring

Isa Genzken – Mach dich hübsch!, Stedelijk Museum Amsterdam

Prachtige overzichtstentoonstelling van Isa Genzken in het Amsterdamse Stedelijk Museum, dat zich na jarenlang in de luwte te hebben verkeerd, onder andere hiermee, weer nadrukkelijk op de kaart zet.
Lees de recensie: http://8weekly.nl/recensie/invloedrijk-oeuvre-inventief-gepresenteerd/

Ai Weiwei – #SafePassage, FOAM AmsterdamI

Indrukwekkende tentoonstelling met recent werk, foto’s en objecten, van deze controversiële Chinese kunstenaar. Zet danig aan het denken.
Lees de recensie: http://8weekly.nl/recensie/kunst/systeem-versus-individu/

Jheronimus Bosch – Visioenen van een genie, Het Noordbrabants Museum ‘s-Hertogenbosch

Het leeuwendeel van de schilderijen en – minder bekende – tekeningen van Jheronimus Bosch waren te zien in een publiekstrekker in de plaats waar hij geboren werd en werkte: ’s-Hertogenbosch. Mooi vormgegeven tentoonstelling die uitnodigde om je in zijn werk en tijd te verdiepen én er met volle teugen van te genieten.
Lees de recensie: http://8weekly.nl/recensie/hemel-en-hel/

Fra Bartolommeo – De goddelijke renaissance, Museum Boymans Van Beuningen Rotterdam

Prachtige, en soms zelfs wat onbeholpen tekeningen en enkele schilderijen van de Italiaanse tijdgenoot van de grote Leonardo da Vinci, Michelangelo en Rafaël in een fraaie overzichtstentoonstelling in Rotterdam. Neem er de tijd voor om alles te bekijken, en de uitgebreide tekstbijschriften te lezen.
Lees de recensie: http://8weekly.nl/recensie/fra-bartolommeo/

Jan Weissenbruch – De Vermeer van de 19e eeuw, Teylers Museum  Haarlem

Mooi overzicht van het werk van een minder bekende Weissenbruch, wiens werk een januskop heeft: aan de ene kant zijn het rustieke landschappen en stadsgezichten (zie afb.) die je ziet, beïnvloed door 17e-eeuwse Hollandse meesters, aan de andere kant hebben ze een vlakverdeling met horizontale en verticale lijnen die al vooruit lijkt te lopen op de abstracte schilderkunst van later tijd. Daarom des te interessanter.
Lees de recensie: http://8weekly.nl/recensie/fotoshoppen-avant-la-lettre/

Armando – Overmacht. Armando in Bergen, Kranenburgh Bergen

De verrassing van een eerste keer oog in oog met sommige werken van Armando te staan, is er natuurlijk inmiddels af. Maar wat in Kranenburgh als extraatje werd geboden, was de invloed van Bergen op zijn werk. Een tot nu toe onderbelicht aandachtspunt.
Lees de recensie: http://8weekly.nl/recensie/weg-raakt-kwijt/

Wilden. Expressionisme van ‘Brücke’ & ‘Der Blaue Reiter’ – Museum de Fundatie Zwolle

Imponerende tentoonstelling, zeker – en ook –  als je net een week in München, de bakermat van het expressionisme bent geweest.  Zegt iets over de kwaliteit van én het werk én de tentoonstellingsmakers die in Zwolle bezig waren.
Lees de recensie: http://8weekly.nl/recensie/idealisme-verandert-kleur

Karel Appel – Karel Appel Retrospectief, Gemeentemuseum Den Haag

Mooi retrospectief van Appels werk, bekend en minder bekend. Al verwachtte ik er iets meer van. Daarom slechts een negende plaats. Maar toch.
Lees de recensie: http://8weekly.nl/recensie/mag-het-ietsje-meer-zijn

Vincent van Gogh – De waanzin nabij. Van Gogh en zijn ziekte, Van Goghmuseum Amsterdam

Vanwege de relevantie van het onderwerp verdient deze tentoonstelling toch nog nipt een plaatsje in de Top-10. Nipt, omdat het onderwerp al eerder in een museum over het voetlicht werd gebracht (Museum Het Dolhuys in Haarlem). Een plaatsje omdat het je aan het denken zet.
Lees de recensie: http://8weekly.nl/special/vraagtekens-bij-de-ziekte-van-van-gogh/

Paul de Reus – beelden en tekeningen

Een verrassende tentoonstelling op de begane grond en eerste verdieping in het Stedelijk Museum Vianen. Getoond wordt kunst die een uiting is van bezorgdheid om de wereld, én van een Toekomstige droom (tekening, 2016) waarin de mensheid is als een soort Siamese tweeling. De mens als een tweezaam wezen, lijkt de kunstenaar te willen zeggen. De bezoeker van deze expositie mag het hem nazeggen.
Lees de recensie: http://8weekly.nl/recensie/paul-de-reus/

Surfen én de diepte in

Jan Weissenbruch – private collection. Title: View of the Grote Markt, Haarlem, with numerous townsfolk strolling along the statue of Laurens Jansz. Coster in front of the St. Bavo. Date: c. 1856-1870. Materials: oil on canvas. Dimensions: 80.5 x 109 cm. Sold by Christie's, Amsterdam, on October 27, 1998. Source: http://artmight.com/Artists/Weissenbruch-Jan-Hendrik/Weissenbruch-Johannes-Jan-View-on-the-market-of-Haarlem-Sun-252436p.html/(mode)/search/(keyword)/jan+weissenbruchBAL211296 Organ, 1686 (mixed media) by Lairesse, Gerard de (1640-1711) mixed media Westerkerke, Amsterdam, The Netherlands French, out of copyright

In de VPRO Gids #41 (8 t/m 14 oktober 2016) staat een artikel van Rolf Hermsen onder de titel: ‘Surfen of de diepte in?’ Daarin schrijft de auteur onder meer dat ‘de romantische nadruk op het verticale (oorsprong en afkomst, verdieping en verhoging) plaats maakt voor een nadruk op het horizontale (verbindingen tussen dingen en gebeurtenissen die zich, tegelijkertijd, overal ter wereld kunnen voordoen). Oppervlakkigheid in de meest letterlijke zin dus, maar onlosmakelijk verbonden met het begrip oppervlakkigheid, dat staat voor “gebrek aan diepgang”. Alleen is het dan geen gebrek meer, get it?
Laten we in enkele recente, een komende tentoonstelling en een film duiken om te kijken of dit waar is.

Zeker, er valt een horizontaal verband te bespeuren tussen de tentoonstelling van Jan Weissenbruch (1822-1880, zie afb. links) in het Teylers Museum in Haarlem (t/m 8 januari 2017) en die van Gerard de Lairesse (1641-1711, zie afb. rechts) in het Rijksmuseum Twente in Enschede (t/m 22 januari 2017). Weissenbruch wordt wel ‘de Vermeer van de 19de eeuw’ genoemd, De Lairesse ‘de Nederlandse Poussin.’ Allemaal kunstenaars die streefden naar een ideaalbeeld van de werkelijkheid. De één zocht het in stadsgezichten en pleinen die geïdealiseerd werden weergegeven en worden bevolkt door figuurtjes uit het dagelijks leven in een tijd waarin de modernisering oprukte. De ander zocht het in Griekse mythologie met dito schonen en een enkele aan de realiteit ontleende vrouwfiguur uit het dagelijks leven.
De overeenkomst zit ook nog in het feit dat Weissenbruch pleinvrees had en De Lairesse door syfilis een misvormd gezicht. Psychologie van de koude grond kan verder het werk doen.

Een ‘romantische nadruk op het verticale’ vinden we op dit moment terug in de film Florence Foster Jenkins. Een film die verhaalt over het leven van de gelijknamige legendarische New Yorkse erfgename en socialite die een zangcarrière voor ogen had. Door – alweer – syfilis was ze niet in staat zelf te horen dat ze verschrikkelijk vals zong. Haar man, de Engelse aristocraat St. Clair Bayfield, koopt recensenten om dit níet te vermelden. Ze doen het op één na, die zich niet laat omkopen en de waarheid vermeldt. De fantasie kan het werk verder doen.

Hermsen besluit zijn artikel naar aanleiding van een aflevering van VPRO Tegenlicht (zondag 9 oktober, 21.05-22.00 uur) met een korte impressie over het werk van Renzo Martens. Hij is bezig met een grensverleggend kunstproject in Congo, in samenwerking met de architecten van OMA. Hij spreekt volgens de auteur ‘geen ondiepe woorden, een religieuze tekst bijna: weten wat goed en slecht is, ergens in geloven, gevolgd door zendingsdrang en missiewerk. Kunst als religie, daar zit wat in.’

marinus-boezem_oude-kerkMooie voorbeelden van dit laatste biedt sinds enkele jaren het tentoonstellingsprogramma van de Oude Kerk in Amsterdam. Ik waag de conclusie dat hier een verbinding wordt gelegd tussen het verticale (verdieping en verhoging), en het horizontale (tussen dingen en gebeurtenissen). Neem de komende tentoonstelling van Marinus Boezem (1934) (24 november 2016 t/m 26 maart 2017). Hij tovert de kerk om tot een verticaal labyrint en gaat ervan uit dat de architectuur – volgens een persbericht – ‘de mens voor even uit zijn aardse bestaan lijkt op te tillen.’
En laat hij daarbij nu gebruik maken van een gordijn (zie afb.), zo’n repoussoir als De Lairesse veelvuldig schildert om een toneelmatig kader om zijn schilderijen aan te brengen. Een element dat de classicistische schilder lijkt overgenomen te hebben uit de renaissance. Zal er bij Boezem een inhoudelijke connotatie aan worden verbonden? In ieder geval verdelen ze de ruimte zowel horizontaal als verticaal. Wat voor uitwerking dit straks op de bezoeker heeft, is nog even afwachten, maar dat de hedendaagse kunst het onderscheid tussen verticaal en horizontaal doorbreekt (surfen en de diepte in wat mij betreft dus) lijkt me haast buiten kijf.

 

De getemde feeks

Shakespeare

 

 

 

 

 
De afgelopen week, en het begin van een nieuwe, heb ik mij beziggehouden met De getemde feeks van Shakespeare (zie afb. rechts). Dit naar aanleiding van het verschijnen van de Nederlandse vertaling door Marijke Versluys van Vinegar Girl van Anne Tyler: Azijnmeisje, De getemde feeks opnieuw verteld.

Alvorens ik me aan het lezen van dit geweldige boek zette, bekeek ik de dvd van de opvoering van The Taming of the Shrew door de Royal Shakespeare Company (2011). De vroege komedie van de Bard over twee dochters: Katharine en Bianca. Hun vader, Baptista, staat erop dat de oudste, Katharine het eerst trouwt. Zij heet een feeks of een azijnmeisje te zijn. De enige die dit wil, is Petruchio. En zo geschiedt. De feeks heet door hem getemd te zijn. Of is er meer aan de hand?

Pas vandaag viel mij de gelijkenis op met het verhaal van Jezus, Martha en Maria (Lucas 10: 38-42, zie schilderij van Joh. Vermeer links). Natuurlijk gaat elke vergelijking een beetje mank, maar toch. Martha valt tot op zekere hoogte te vergelijken met Katharine: waar Bianca alles achter zich laat slingeren, ruimt zij op. In de hervertelling van Tyler heet ze Kate Battista, en brengt ze haar vader meermalen zijn vergeten broodtrommeltje met zijn lunch voor tussen de middag na.

In Lucas heet het dat Martha helemaal in beslag wordt genomen door het dienen (diakonia) van de gasten, terwijl Maria aan de voeten van Jezus zit te lernen. Ze doet er haar beklag over bij Hem, maar Hij wijst haar terecht nadat hij twee keer haar naam heeft genoemd; in de Bijbel het teken dat er een omwenteling aankomt. ‘Je bent zo bezorgd en je maakt je veel te druk’, zegt Hij.

Op de dvd gebeurt op het eind hetzelfde als Karel Eykman in zijn Kinderbijbel laat gebeuren: iedereen gaat aan tafel. Bij Eykman nog gevolgd door het gegeven dat Jezus en Maria de afwas doen.
Wat er naar mijn gevoel in de prachtige monoloog die Katharina (Kate) aan tafel afsteekt gebeurt, is hetzelfde als waartoe Jezus oproept: heb vertrouwen (pistis), schenk elkaar een glimlach en een vriendelijk woord. Hier zit geen getemde vrouw, maar een sterke vrouw die ons lehrt. Ze wendt zich in de versie van Tyler tot Bianca (Bunny) en zegt:

‘Het valt niet mee om een man te zijn. Heb je daar ooit over nagedacht? Als mannen ergens last van hebben, dan vinden ze dat ze dat moeten verbergen. Ze denken dat ze moeten doen alsof ze alles goed in de hand hebben, ze durven hun ware gevoelens niet te tonen. Of ze nou pijn hebben of wanhopig zijn of diep verdrietig, als ze liefdesverdriet of heimwee hebben of gebukt gaan onder een enorm duister schuldgevoel of ze dreigen faliekant te mislukken … “O, het gaat goed met me hoor,” zeggen ze. “Alles gaat prima.” Als je erover nadenkt hebben ze veel minder vrijheid dan vrouwen. Vrouwen bestuderen andermans gevoelens al van kleins af aan, ze perfectioneren hun radar, hun inuiïtie en hun empathie of hun intermenselijk hoehetookmagheten. Zij weten wat er onderhuids speelt, terwijl de mannen vastzitten aan sportwedstrijden en oorlogen en roem en succes. Het lijkt wel of mannen en vrouwen in twee verschillende landen wonen! Ik kruip niet in mijn schulp, zoals jij het noemt, ik verleen hem toegang tot mijn land. Ik gun hem ruimte in een oord waar we allebei onszelf kunnen zijn. Grote genade, Bunny, snáp dat dan!’

Met dank aan ds. Justine Aalders, voorganger in de dienst in de Oude Kerk Amsterdam op 17 juli 2016.

Uitbetaling van talent

Zwagerman_Wakend over GodCoorte_Stilleven

 

 

 

 

 

 

 

Joost Zwagerman dicht dat alles hem is ontnomen: een antwoordende God, de kosmologische God (‘Gods eindeloze kosmosdood’), de zin van het leven, het kind kunnen zijn. En wat hem niet ontnomen is, is mislukt. Met een polsstok haalde hij de overkant niet. In zwevend evenwicht aanvaardde hij zijn falen. Hij vond troost bij

Vermeer, de parel, het gezicht
op Delft, uit Rembrandts zelfportret
en de kleinste bosaardbei van Coorte

in het Mauritshuis (zie afb. rechts hierboven).

Wat hem niet is ontnomen, is de taal der dichters. Op de schouders van hen die hem voorgingen, staat hij met zinswendingen als

…………….. Die
zoals ik met mijn
beide ogen dicht
dus niet kan zien
naar mijn idee
juist nauwgezet
te bidden zit.

Op symbolen van goed en kwaad rusten zijn zinnen, zoals die over drie bliksemschichten die de ark van Noach op de Ararat verwoestten; een kwaad spelletje van God, waardoor de zondvloed nog steeds voortduurt. Zoals Hij ook in scherven trapt, en zich verwondt aan vergruizeld glas. Een beeld dat het Spiegelmonument van Jan Wolkers in het Amsterdamse Wertheimpark voor ogen tovert.

Maar er staan ook minder verheven, platvloerse beelden in de bundel Wakend over God. Over krabben, schijten, persen en diarree. En het tegenovergestelde idee van een mislukking te zijn, dat echter even zwaar lijkt te wegen:

Ik ken het einde niet van deze uitverkiezing,
van deze uitbetaling van talent.
(…)
Waarom dan toch is het onleefbaar hier?
De hel, dat klopt, zijn alle anderen.
Waarom ben ik, mijn drie kinderen incluis,
gezegend en door God op deze troon getild,
het door man en muis verlaten fabeldier?

Of:

Hoe nu verder. Ik ben vader, zoon, geliefde,
dichter, schrijver, buurtbewoner. Er zijn grenzen
aan zelfs het fenomeenste fenomeen.

Op het eind van de door Hollands Diep uitgegeven bundel (zie afb. links hierboven) heeft Zwagermans denken over God een zwenking gemaakt:

… Ik heb God geloochend.
Nu ben ik Godvrezend.

En toch is dat niet genoeg. De taal wordt hem ook nog ontnomen. Er resten nog maar twee dozijn regels. In de hoop dat hij van God op één plek in het gedicht mag blijven.

Micha Hamel als dichter

Micha HamelIn september 2003 debuteerde Micha Hamel met acht gedichten in literair tijdschrift De Gids, gevolgd door nog eens zes gedichten in het januarinummer van 2004. Herziene versies hiervan verschenen in Hamels debuutbundel Alle enen opgeteld. i Eén van de gedichten uit de eerste afdeling hiervan (Schoolgeld) gaat over Zondag. In de eerste versie komt ook hier de filosofische achtergrond van Hamel naar voren. In de eerste versie luidt de 5e strofe:

            De jeugd valt nooit iets te verwijten. Immers bezit zijn feilloze an-
                        tennes
            voor de onvervulbaarheid van de beloftes die gedaan zijn door de
                        generaties
            die gedurende de achterliggende jaren gevolmachtigd waren de we-
                        reld
            te verzadigen met de werkelijke resultaten van hun zijn.

In de in de bundel opgenomen versie is dit:

            De jeugd kan niets worden verweten; feilloos registreren haar
            antennes de onvervulbare beloftes van de generaties die gedurende
            de achterliggende jaren gevolmachtigd was de wereld te verzadigen.

Behalve dat de enjambementen hier veel natuurlijker zijn geworden, is de zwaar aangezette filosofische achtergrond (‘de werkelijke resultaten van het zijn’) vervallen. Deze achtergrond komt voort uit een jaar filosofiestudie aan de Universiteit van Amsterdam. ‘Ik heb vooral goede herinneringen aan Cornelis Verhoeven,’ zegt Hamel in een interview.

Ook de uit Hamels muziek bekende stijlcitaten komen in de gedichten terug. Het duidelijkst in de slotfase van ‘Schepen’, dat begint in de traditie van Van Ostayen of Hanlo, terwijl voor bijbelkenners ‘Serenade’ aan het taaleigen van het Hooglied doet denken, terwijl de strofe

             Schaarse aanschijn
             broos oplichtende gezichtshelft

 uit ‘Liefde’ niet alleen een omschrijving is van ongedateerde schilderijen als ‘Schrijvende vrouw met dienstbode’ (National Gallery of Ireland, Dublin) of ‘Schrijvende vrouw in het geel’ (National Gallery of Art, Washington) van Johannes Vermeer, waar Hamel zo bij aan zou willen schuiven, maar ook verwijst naar de Aäronitische zegen uit Numeri 6:24-26.

En net als in Hamels muziek staan ook in de gedichten barok taalgebruik en kale zinnen naast elkaar, of gaan soms hand in hand zoals in de cyclus ‘Zoonschap’, die mijns inziens de indrukwekkendste gedichten uit de bundel bevat.

Hier vinden we ook dezelfde, open blijvende vraag als in de titel van een compositie: Where are you? Het is in het gedicht ‘Aannemer’ dat gaat over een aannemer (Jozef) wiens kinderen (waaronder Jezus van Nazareth) de zaak overnemen en

            beloven de klant de hemel.

Maar

             Voor de zoveelste
             keer is oplevering
             onlangs uitgesteld.

 De klant probeerde de oude vader (God) te bellen,

              maar die gaf niet thuis.

Dit neemt niet weg dat Hamel in andere gedichten een meer cabareteske, (zelf)ironisch register opentrekt, vergelijkbaar met ‘Lieve Madonna’ uit de Nalatige liederen. Een voorbeeld is ‘Scheppen’ waarin de clown eindigt met:

            Soms vang ik een glimp van mijzelf op
            Niet hier, in de piste, maar ergens
            Tussen het boe-roepend publiek.

Als in een flits zag ik bij deze regels een schilderij uit de omgeving van de dichter/kunstkenner Apollinaire, naamgever van het surrealisme (in: Les mamelles de Tirésias) en soul-mate van Hamel die gedichten van hem toonzette onder de titel Triptyque (2004), dat hij in een concerttoelichting zelfironisch omschreef als een ‘meesterwerk voor zang en piano in verschillende stemliggingen.’

In 2013 kreeg Micha Hamel voor zijn dichtbundel Bewegend doel de Jan Campert-prijs.

Deze blog is een alinea uit een artikel over Micha Hamel als dichter én componist in Mens en melodie, jrg. 60 nr. 2 (2005).


i Micha Hamel: Alle enen opgeteld. Uitg. Augustus, 2004 (ISBN 90-457-0443-9).