All is True, is it?

Het eerste beeld dat je van de DVD All is True ziet wanneer je op ‘Play’ hebt gedrukt, is Londen dat in brand staat. We schrijven 1613 en de Globe, het Shakespearetheater, gaat ook in vlammen op. William Shakespeare gaat terug naar zijn geboorteplaats Stratford-upon-Avon. Hoewel aangetekend moet worden, dat de film niet in Stratford is opgenomen, maar in de buurt van Windsor Castle, gehuld in de herfstkleuren van de seizoenen en het leven.
Na dit beeld verschijnt de bard zelf, dat wil zeggen Kenneth Branagh in een ‘uitvoering’ die is gebaseerd op het beroemde Chandos portret van Shakespeare (National Portrait Gallery, zie foto rechts). Ik moest even glimlachen, want wat opvalt zijn Branaghs helblauwe ogen die niet rijmen met de bruine van Shakespeare op genoemd portret. All is True, is it? – al blijkt Branagh ervan op de hoogte, getuige een opmerking hierover in een als Bonus bijgevoegd interview op de DVD.
In Stratford ontmoet Shakespeare een jongetje dat hem vraagt of hij, schrijver zijnde, zijn verhaal wil afmaken. Het is de geest van zijn overleden zoontje Hamnet, zoals Hamlet begint met de geestverschijning van diens overleden vader. Ook dit is een détail – een opvallend détail in een film die vol is van alle mogelijke dwarsverbanden. Later meen je bijvoorbeeld Ophelia te zien.
Ook het kaarslicht is een dwarsverband, in dit geval met het chiaroscuro effect op schilderijen van Utrechtse meesters uit de tijd van Shakespeare die in Italië in de leer zijn geweest.

Van toneelspeelster Judith Dench (Anne Shakespeare) weten we al dat ze grandioos met veelzeggende, vaak woordloze détails werkt. Ook hier weer. Een kort kuchje, een kleine handbeweging doen het hem. Bijvoorbeeld wanneer haar man zegt, dat hij een tuin wil aanleggen en zij daar ongemakkelijk op reageert. Shakespeare legt dan uit dat het net zoiets is als een toneelstuk: ‘Beide hebben een droom nodig’.

Anne, die meent dat William uit rouw voor Hamnet een tuin wil, werpt haar man vervolgens voor de voeten dat hij, toen de jongen, de helft van een tweeling stierf, uitgerekend zijn komedie The merry wives of Windsor schreef; een nog steeds actuele vraag hoe zoiets in algemene zin samen kan gaan.1) Shakespeare antwoordt dat hij daarom is teruggekomen: om uit een imaginaire wereld in de werkelijkheid te kunnen stappen. Liefde voor de flora was hem trouwens niet vreemd; daarnaar verwijst bijvoorbeeld tussen twee haakjes de kruidentuin rond de Southwark Cathedral in Londen.
De imaginaire wereld van enkele toneelfragmenten en sonnetten (zoals nr. 29) en de werkelijkheid van 1613 wisselen elkaar in de film af. De imaginaire wereld fungeert op deze manier als flash backs.

De vraag die opgeworpen wordt is dan: wat ís waarheid? Bedriegt Susanna, één van de dochters van Anne en William, haar man, is het een ‘echt’ kind – vraagt Judith, de andere helft van de tweeling aan haar vader – als hij een kleinzoon van Susanne zou krijgen? Wat is waarheid überhaupt? Wie is de Dark Lady in de sonnetten? De Earl of Southampton, die de Shakespeares bezoekt? Een prachtige rol overigens van Ian McKellen. En: wie schreef die briljante verzen: Hamnet of zijn tweelingzus Judith?

Anne en William komen steeds dichter bij elkaar, onder andere in het beroemde ‘second best bed’ dat hij later expliciet aan haar zal nalaten. Anne gaat zelfs in de tuin aan het werk, terwijl William in een kerkregister de datum van Hamnets dood ziet en tot zich door laat dringen. Hij komt tot het inzicht dat het de geest van Hamnet was die hem nabij was wanneer hij zijn toneelstukken schreef. Stierf Hamnet aan de pest (volgens Anne)? Of verdronk hij (volgens Judith)? Op dat moment zien we het beeld van Ophelia voor ons, zoals we dat van tal van schilderijen kennen. Of heeft de jaloerse Judith hem zelfs vermoord?

Het laatste woord is aan Titania, de vrouw van Oberon uit Shakespeares  A Midsummer Night’s Dream (hier is de droom!). Maar niet nadat Anne en Judith hun man c.q. vader een cadeau hebben gegeven: de analfabete Anne schrijft haar naam onder hun huwelijksakte en Judith belooft een gedicht te schrijven en doet dat ook. Het verhaal is af, zoals Hamnet vroeg, gaat op die manier door.

Niet in de laatste plaats bij degenen die naar de DVD kijken, die ik zo genereus van vrienden cadeau kreeg. En dan rest nog het bonusmateriaal, zoals enkele interviews. Om naar uit te kijken, net als boek No bed for Bacon. The story of Shakespeare and Lady Viola in love van Caryl Brahms en S.J. Simon dat ik ook van ze kreeg. De gedeelde liefde voor Shakespeare is een continuing story, dat blijkt.


  1. Een deel van het antwoord geeft de filosoof Jos Kessels in zijn boek Het welgetemperde gemoed (uitg. Boom), weliswaar over muziek maar toch: ‘Muziek is geen expressie maar expositie; zij geeft niet de gemoedstoestand van de componist weer, maar zijn kennis ervan, zijn inzicht erin’ (p. 125). Op dit boek zal ik later in een blog terugkomen.

 

DVD All is True (Sony Pictures Classics/TKBC, 2019).

Minimalistische Hamlet

Hamlet_Espen HjortEr is een heleboel lef voor nodig om als afstudeerproject Hamlet van Shakespeare te kiezen. Of, laten we eerlijk zijn: een voorstelling naar Hamlet in een vertaling van Johan Boonen op de planken te zetten. Want dat was wat regisseur Espen Hjort (26) eigenlijk deed. En laat ik het meteen maar zeggen: het was een voorstelling om alle bewondering voor te hebben.

Met slechts vier spelers, violiste Yoonhee Lee en percussionist Tristan Renfrow die binnen dit kader soms wat bevreemdende muziek speelden van Sén ó Dálaigh, student sonologie aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag.

Eén speler speelde Hamlet, een tweede (enkelvoud) zijn twee vrienden, – wat soms subtiel, maar eigenlijk wat overbodig werd aangeduid: ‘Guildenstern (en Rosenkrantz)’ -, een derde wisselde soms van een jas met bontje en speelde zo niet alleen Hamlets oom, de nieuwe koning maar alle andere mannelijke personages, en een vierde speler nam alle vrouwenrollen op zich, variërend van Hamlets moeder tot zijn vriendin Ophelia.

Op die manier ontstond een uitgebeende voorstelling, ingekort tot 75 minuten, met sterk minimalistische trekken. Dit laatste werd versterkt door de stelselmatige, ritmische herhaling van gedeeltes van de tekst. Telkens met een kleine verschuiving, qua accent, of een zinnetje erbij. Ritmisch was ook de inzet van een rookmachine, die de spelers – en op het laatst ook het publiek – omhulde met rook en waarin je de geest van Hamlets vader vermoedde.
Wat een beetje uit de toon viel, was het verhaal van Orphea’s dood dat kort werd verteld.

De centrale vraag (het onuitgesproken To be or not to be) was de angst voor verlies en dood. Soms met een accentverschuiving: de rits organen die worden opgenoemd als plaats waar ontferming een plaats heeft (een overigens Bijbelse notie, die Shakespeare niet vreemd is) werd verbreed tot ‘onderbuik’. En welke associaties we daar inmiddels bij hebben, hoeft hier niet te worden vermeld.

Een diepere laag vormde het decor waarin alles ten tonele werd gevoerd. In eerste instantie leken de planken de latten van een doodskist te vormen, maar aan het eind van het stuk richtten zij zich allemaal op en vormden samen de bomen van een bos, waarin de acteurs op zoek gaan naar datgene wat hen ten diepste beweegt en richting geeft aan hun bestaan.

Yehudit_Sasportas_foto_Robert_Glas[1]Opeens zag ik de indrukwekkende video van Yehudit Sasportas (zie foto links) op de tentoonstelling Once in a Lifetime in de Amsterdamse Oude Kerk voor me, op een steenworp afstand van Frascati waar ik deze voorstelling zag. Ik schreef er al eerder over (https://elsvanswol.nl/?p=2274). Ook dit video kunstwerk gaat over leven en dood, angst en verlies.

Espen Hjort is wat mij betreft glansrijk geslaagd met zijn afstudeerproject. En met hem zijn medestudenten Janneke Gorthuis (productie), Thomas Lloyd (techniek) en Hannah Krauss (scenografie). En de vier acteurs niet te na gesproken: Bram van der Kelen, Lowie van Oers, Danielle van de Ven en Rik Witteveen. Dergelijk talent is een belofte voor de toekomst!

Verhaal in het verhaal

Redon_Prince of Dreams

Odilon Redon: Prince of Dreams | Escape into Life

‘Je hebt twee soorten boeken’, schrijft Heere Heeresma in zijn verhaal Schrijver: ‘boeken en goede boeken. Boeken bevatten een verhaal en goede boeken tevens het verhaal in het verhaal’. Hij bedoelt dat van de taal. Maar er is wellicht nog een derde verhaal: dat van de intertekstualiteit, de verwijzing naar een ander verhaal, een extra laag. En soms ook naar een beeld dat eenzelfde verhaal vertelt.

Het verhaal van Heeresma is opgenomen in A.L. Snijders’ keuze Korte verhalen (Stichting CPNB, 2015). Het goede verhaal dat ik bedoel ook: Waterlelies en sterren van Gied Jaspars (1939-1996).

 

De ik-figuur vaart in zijn roeibootje op het Gein. Het bootje heet Nescio (= ik weet niet). Hij roeit richting een oude kastanjeboom, langs de knotwilgen, witte waterlelies en een pikzwart kuikentje van een waterhoentje.
Hij denkt terug aan de tijd toen hij een jongetje van negen was. Stiekem stapt hij uit bed en pakt een boek uit de kast op de overloop: een dichtbundel, waarin De waterlelie van Frederik van Eeden staat. Hij barst in huilen uit.

Terwijl hij onder een kastanjeboom in zijn bootje zit, doet het wateroppervlak met de geelgouden harten van de waterlelies hem denken aan stralende sterren. Boven hem is het donker, en beneden hem ook. De witte waterlelie wijst de weg naar het einde van de rivier, als was het een donkere tunnel. En hij weet dat, als hij aan het eind is aangekomen, hij daar rust zal vinden en niets meer te wensen heeft.

Het zijn de beelden, het is de taal die doet denken aan de ‘Sehnsucht, melancholie en doodsverlangen’ (om de ondertitel van een culturele manifestatie uit 2009 aan te halen) van Shakespeares Ophelia, de tragische geliefde van Hamlet. Het ultieme canonische aan haar is, dat je zelf invulling aan haar levensverhaal kunt geven, net als aan het verhaal van Jaspars.
Volgens dichteres Maria Barnas is het in het water vallen van Ophelia een geboorte (gedicht De baadster). Een wilg (Willows, willows …) komt er, zoals bij Jaspars of op het schilderij van Redon (zie afb.), niet in voor. Volgens Eve Hopkins, ook tijdens de manifestatie in 2009 in Arnhem, is Ophelia niet hysterisch, maar intelligent. Haar gezang komt niet uit waanzin voort, maar is als het ware als ‘zingen tegen het donker’ (Sytze de Vries). Het donker van de tunnel.