Ton Hoenselaars – Shakespeare Forever!

Dat was smullen: Shakespeare Forever! van Ton Hoenselaars, hoogleraar vroegmoderne Engelse letterkunde in Utrecht en groot Shakespearekenner. 428 pagina’s over – zoals de ondertitel luidt – ‘leven en mythe, werk en erfenis’ van mijn geliefde Bard.

Toch gebeurt er als lezer ook iets vreemds met je. Natuurlijk: het is in leesbare stijl geschreven, met een leuk soort (taal)humor als: ‘Fictie, dus, in feite.’ En ik ben het helemaal met Hoenselaars’ bewondering voor bijvoorbeeld Ola Mafaalani eens. En met zijn nuancering van de rede door de literatuur, die hofnar Yorick in Hamlet in staat stelt ‘om de werkelijkheid anders voor te stellen dan de rede (…) doorgaans doet.’ Ook Hoenselaars’ kritiek op ‘regisseurs, dramaturgen of hele theatergezelschappen in Nederland’ die ‘steeds vaker denken zelf een goed bekkende speeltekst te kunnen produceren’ kan ik deels onderschrijven. En Hoenselaars’ bewondering voor diens leermeester Bachrach zette me er meteen toe aan díens boekje over Shakespeare, Naar het hem leek …., aan te schaffen.

Maar door de enorme overload aan kennis, ga je opeens dingen missen (!). Misschien was de deadline voor het manuscript al verstreken, maar waar is de replica van de Globe in Diever tussen alle internationale reconstructies? En de kleine zaal van het Concertgebouw in Brugge, gebouwd naar het Swan Theatre? de krakelingen en vissersbenodigdheden die respectievelijk Hamlet en Shakespeare heten? Natuurlijk: dat Mandela op Robbeneiland Shakespeare las weet ik ook pas sinds een recente tentoonstelling in de Amsterdamse Nieuwe Kerk. En misschien vraag je nu het onmogelijke, en is het relevanter om je af te vragen waarom de auteur de opvatting van filosoof Ludwig Wittgenstein dat de verhaallijnen van Shakespeare asymmetrisch zijn onweersproken laat, terwijl hij elders zulke opvattingen wel recht zet en het ook (mijns inziens terecht) elders over ‘een zekere symmetrie’ bij Shakespeare heeft?

Daar staat het prachtige, relativerende slot weer tegenover: ‘Wij moeten Shakespeare niet op een voetstuk plaatsen, niet bestempelen als ons goddelijke voorbeeld en niet definiëren als het summum waartoe de mens in staat is. Hij is deel van een grotere wereld waarin wij zelf moeten nadenken, handelen en onze eigen verantwoordelijkheden nemen. Zoals Susan Sontag het formuleerde in de Paris Review: “Met Mozart, Pascal, de booleaanse algebra, Shakespeare, de parlementaire democratie, barokkerken, Newton, de emancipatie van de vrouw, Kant, Marx, de balletten van Balanchine en ga zo maar door valt niet goed te praten wat onze beschaving de wereld heeft aangedaan.’
Met schaamrood op de kaken denk ik terug aan een bezoek in 2002 aan het Museum Czartoryskich in Polen. Daar staat een stoel van Shakespeare, aangekocht door Izabela Czartoryska. Een vriendin temperde mijn enthousiasme met een opmerking dat ik de dag daarvoor Majdanek had bezocht, en dat ze had gehoopt dat er een ander soort stoel voor de daders klaar had gestaan …

En dan tenslotte het extra cadeautje met samenvattingen van de toneelstukken en gedichten. Daarom wil ik uiteindelijk, met alle kleine puntjes die er altijd zullen zijn en blijven, alleen maar herhalen: het was smullen!
En ook daarom is het nog altijd eeuwig zonde dat het Shakespeare-Genootschap van Nederland en Vlaanderen, waarvan Hoenselaars voorzitter was, een zachte dood lijkt te zijn gestorven. Er valt, ook na dit kloeke werk, nog zóveel van hem te leren! En te genieten.

 

Ton Hoenselaars – Shakespeare Forever! (Uitg. Wereldbibliotheek, ISBN 978 90 284 2664 1) € 24,99

De wereld anders

VluchtelingenbabyDeze foto, van het driejarige Syrische jongetje Aylan dat was verdronken en aangespoeld op de kust, schokte de wereld de afgelopen week. De foto heeft het denken en doen ten aanzien van vluchtelingen versneld veranderd.
Ola Mafalaani beroerde het thema an sich in de openingslezing van het Nederlands Theaterfestival 2015:
De staat van het theater (3 september) in de Stadsschouwburg Amsterdam, in samenwerking met de Eef van Breengroup en Bright Richards. En in het interview dat Jacobine Geel had met de theoloog Rikko Voorberg, in Schepper & Co (5 september), werd aan de foto gerefereerd.
Het ‘duet’ dat Mafaalani uitvoerde met Eef van Breen inspireerde mij tot deze column, waarin uitspraken van Mafaalani (blauw) als samenspraak met antwoorden van Rikko Voorberg (paars) worden neergezet.

Onze partijen praten na wat ‘de kiezer wil’. Peilingen. Eerst peilen en dán spreken.

Mensen die zeggen: ‘Maar dit kan niet’. Merkel neemt echt een standpunt in. Veel meer dan politici in Nederland. De politici hier lijken meer hun oren te laten hangen naar de stemmen op rechts. Het kan anders. Wij gaan iets doen.

Ik begreep dat een vluchteling op een boot stapte omdat hij van de Tweede Wereldoorlog hoorde. Hij zei: Ik kom jullie helpen bouwen, daarom ben ik hier. Jullie hebben iets verschrikkelijks meegemaakt.

Riace. Een leeg dorpje in Italië, waar heel weinig gebeurt, maar waar nu allerlei ambachten worden opgepakt. In Duitsland profiteert de economie van mensen die werk doen waarvan de gemiddelde Duitser zegt: ‘Ik weet niet of ik daar zin in heb’. Daar moet ons gesprek over gaan. Kunnen wij ze helpen? Dat ze opgeleid worden, dat ze kunnen gaan werken, dat ze iets kunnen toevoegen hier.

Als wij kunstenaars niet meer luid of zacht, zingend of fluisterend, schilderend, dansend en vooral glashelder opkomen voor de fundamentele rechten van de mens, houden wij ons niet aan Artikel 1 van het wetboek van een kunstenaar.
(tegen publiek) Jij wilt je welkom voelen, gezien voelen.
(kijkt naar vluchteling) Hij ook.

Wij moeten een welkom land zijn. Ik heb het in Nederland van de politiek nog niet gehoord. Wel van de burgers die ondertussen beginnen te roepen.

Zie ook: http://www.cultureelpersbureau.nl/2015/09/ola-mafaalani-zet-opening-theaterfestival-op-kop/?utm_campaign=twitter&utm_medium=twitter&utm_source=twitter

Twee maal The Merchant of Venice

Merchant of VeniceIedere tijd krijgt de Shakespeare die hij verdient. Volgens Ron Hoffman, bij wie ik aan de Volksuniversiteit en de HOVO, beide in Amsterdam, cursussen over het werk van de bard volgde, valt er over The Merchant of Venice – waarover hij in het najaar van 2015 een cursus geeft – slecht na te denken, omdat we zitten met 20ste eeuwse gevoelens over de thematiek van het stuk. En toch ga ik het in deze blog proberen: nadenken naar aanleiding van twee opvoeringen ervan.

De eerste was in 2002 door Toneelgroep Amsterdam (gezien in de Stadsschouwburg van Utrecht) en de tweede de opvoering in Stratford-upon-Avon door de Royal Shakespeare Company (zie afb.), gisteravond rechtstreeks overgeseind naar onder andere Pathé Tuschinski in Amsterdam.
Ik concentreer me op het vierde bedrijf, dat speelt in een rechtszaal. Antonio (de koopman) en Shylock (een jood) staan voor de doge. In Utrecht, in de regie van de onvolprezen Syrische Ola Mafaalani, zaten ze aan tafel; het Bijbelse beeld van een goed gesprek en ontmoeting. De sfeer was indrukwekkend en ingetogen.
In Stratford stonden Antonio en Shylock (de Palestijnse toneelspeler Makram J Khoury) respectievelijk links en rechts op de uithoeken van de (koperen) toneelvloer. De sfeer was over de top; het gedeelte voor de pauze maakte aanzienlijk meer indruk. Wat niet wegneemt dat beide opvoeringen, om verschillende redenen, beklijven.

Het is natuurlijk gemakkelijk, te gemakkelijk om beide 1:1 te vertalen naar de huidige stand van (politieke) zaken. Maar ze geven wél een richting aan om verder over na te denken.
In 2002 was de dialoog tussen joden en niet-joden volop gaande. Het gesprek heeft anno 2015 gedeeltelijk plaats gemaakt voor een kritischer houding in de slipstream van de politiek van en rond de Staat Israël.
Blijft dat een stuk als The Merchant of Venice op z’n tijd toch maar wordt opgevoerd en bestudeerd, en dat de dialoog inmiddels een trioloog is geworden tussen alle drie de Abrahamgodsdiensten, wat in de huidige samenleving niet anders dan als een winstpunt kan worden aangemerkt.

Op die manier wordt lehren en lernen verbreed en gaande gehouden. Dat is een groot goed. Dat een stuk van Shakespeare – dat verre van antisemitisch is, wat er ook van wordt gezegd – een rol in het debat kan spelen, geeft aan dat kunst geen aangenaam tijdverdrijf is, maar veel méér dan dat. Het is van levensbelang, hoe je het ook wendt of keert.