De getemde feeks

Shakespeare

 

 

 

 

 
De afgelopen week, en het begin van een nieuwe, heb ik mij beziggehouden met De getemde feeks van Shakespeare (zie afb. rechts). Dit naar aanleiding van het verschijnen van de Nederlandse vertaling door Marijke Versluys van Vinegar Girl van Anne Tyler: Azijnmeisje, De getemde feeks opnieuw verteld.

Alvorens ik me aan het lezen van dit geweldige boek zette, bekeek ik de dvd van de opvoering van The Taming of the Shrew door de Royal Shakespeare Company (2011). De vroege komedie van de Bard over twee dochters: Katharine en Bianca. Hun vader, Baptista, staat erop dat de oudste, Katharine het eerst trouwt. Zij heet een feeks of een azijnmeisje te zijn. De enige die dit wil, is Petruchio. En zo geschiedt. De feeks heet door hem getemd te zijn. Of is er meer aan de hand?

Pas vandaag viel mij de gelijkenis op met het verhaal van Jezus, Martha en Maria (Lucas 10: 38-42, zie schilderij van Joh. Vermeer links). Natuurlijk gaat elke vergelijking een beetje mank, maar toch. Martha valt tot op zekere hoogte te vergelijken met Katharine: waar Bianca alles achter zich laat slingeren, ruimt zij op. In de hervertelling van Tyler heet ze Kate Battista, en brengt ze haar vader meermalen zijn vergeten broodtrommeltje met zijn lunch voor tussen de middag na.

In Lucas heet het dat Martha helemaal in beslag wordt genomen door het dienen (diakonia) van de gasten, terwijl Maria aan de voeten van Jezus zit te lernen. Ze doet er haar beklag over bij Hem, maar Hij wijst haar terecht nadat hij twee keer haar naam heeft genoemd; in de Bijbel het teken dat er een omwenteling aankomt. ‘Je bent zo bezorgd en je maakt je veel te druk’, zegt Hij.

Op de dvd gebeurt op het eind hetzelfde als Karel Eykman in zijn Kinderbijbel laat gebeuren: iedereen gaat aan tafel. Bij Eykman nog gevolgd door het gegeven dat Jezus en Maria de afwas doen.
Wat er naar mijn gevoel in de prachtige monoloog die Katharina (Kate) aan tafel afsteekt gebeurt, is hetzelfde als waartoe Jezus oproept: heb vertrouwen (pistis), schenk elkaar een glimlach en een vriendelijk woord. Hier zit geen getemde vrouw, maar een sterke vrouw die ons lehrt. Ze wendt zich in de versie van Tyler tot Bianca (Bunny) en zegt:

‘Het valt niet mee om een man te zijn. Heb je daar ooit over nagedacht? Als mannen ergens last van hebben, dan vinden ze dat ze dat moeten verbergen. Ze denken dat ze moeten doen alsof ze alles goed in de hand hebben, ze durven hun ware gevoelens niet te tonen. Of ze nou pijn hebben of wanhopig zijn of diep verdrietig, als ze liefdesverdriet of heimwee hebben of gebukt gaan onder een enorm duister schuldgevoel of ze dreigen faliekant te mislukken … “O, het gaat goed met me hoor,” zeggen ze. “Alles gaat prima.” Als je erover nadenkt hebben ze veel minder vrijheid dan vrouwen. Vrouwen bestuderen andermans gevoelens al van kleins af aan, ze perfectioneren hun radar, hun inuiïtie en hun empathie of hun intermenselijk hoehetookmagheten. Zij weten wat er onderhuids speelt, terwijl de mannen vastzitten aan sportwedstrijden en oorlogen en roem en succes. Het lijkt wel of mannen en vrouwen in twee verschillende landen wonen! Ik kruip niet in mijn schulp, zoals jij het noemt, ik verleen hem toegang tot mijn land. Ik gun hem ruimte in een oord waar we allebei onszelf kunnen zijn. Grote genade, Bunny, snáp dat dan!’

Met dank aan ds. Justine Aalders, voorganger in de dienst in de Oude Kerk Amsterdam op 17 juli 2016.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *