Het einde van het kwaad

Beatrice de Graaf, hoogleraar Geschiedenis van de Internationale Betrekkingen in Utrecht, doet ik haar essay Heilige strijd een beetje hetzelfde als ik in mijn MA-scriptie Het kwaad het hoofd bieden deed: verdergaan waar de wetenschap stopt. In mijn geval: waar Het kwaad denken van de Amerikaanse filosofe Susan Neiman (die al bij De Graaf op pagina 15 opduikt) ophoudt en de literatuur van Philippe Claudel (Het verslag van Brodeck) begint. In het geval van De Graaf: waar betekenisgeving begint.

De Graaf geeft meteen aan het begin haar kaarten weg, waar ik na een omweg, via de wijsgerige theologie van Dalferth (bij haar oftewel foutief oftewel familiair een keertje Ingo i.p.v. Ingolf genoemd) en Jean-Claude Wolf: hoop (en liefde), dat is wat een letterkundig werk als Het verslag van Brodeck van Claudel, en de Bijbel, aan het filosofische en ander wetenschappelijk denken onder meer kan toevoegen.

De titel van De Graafs boek slaat op de navolging van Christus’ heilige strijd. ‘Dat gevecht’, schrijft ze, ‘is gericht tegen het kwaad in ons en om ons heen.’ Het eerste is een aspect dat ik een beetje miste in het denken van Neiman en daar, in navolging van onder meer Colet van der Ven, aan heb toegevoegd. Ook in het boek van Claudel speelt het een voorname, niet te miskennen rol.

Net zomin als Neiman vindt ook De Graaf ‘het kwaad’ een te analyseren categorie. De Graaf hekelt de ‘politici, publicisten en zelfs een enkele predikant die het wel publiekelijk aandurven om het kwaad te benoemen en de oorzaken aan te wijzen: het is de islam, het zijn de vluchtelingen, de EU, de liberale elites, de “wegkijkers” die dat gezwel hebben laten voortzweten.’
Neiman brengt een tweedeling aan: natuurlijk kwaad (aardbevingen e.d.) en moreel kwaad (dat wat de mens een ander aandoet) en beschrijft hoe het in het denken van het een (God als oorzaak aanwijzen) tot het ander (de mens als oorzaak zien) is gekomen. Daarbij schenkt zij, evenmin als De Graaf, weinig aandacht aan instituties, Bijbelse en seculiere geboden die er een halt aan proberen te roepen.

Een ander punt is de vraag of je met de titel van Neimans studie het kwaad wel kunt denken: is de rede niet, zoals De Graaf stelt en ik ook uitwerk, na de Tweede Wereldoorlog niet gestruikeld? De Graaf meent terecht dat Neimans denken in deze ‘te dun’ is, omdat je in feite dan ‘“het kwaad” religieus en intellectueel onweersproken laat staan.’ Hoop, stelt De Graaf (en, als gezegd Claudel, op een heel andere, seculiere manier) belooft ‘meer dan Neimans geloof in “sufficient reason”.’

De Graaf wijst op een proefschrift van Petruschka Schaafsma, Reconsidering evil, die naast Immanuel Kants denken over het kwaad (de leermeester van Neiman) tevens dat van Paul Ricoeur en Karl Barth zet. Deze twee namen ontbreken bij Neiman, iets waar in recensies ook op is gewezen als zijnde een gemis, zeker wat het de eerst genoemde betreft, immers een filosoof die ook over het kwaad nadacht.
Kant laat het transcendente en metafysische – waar ik uitvoerig op inga, een beetje tot verdriet van mijn scriptiebegeleider – buiten beschouwing. Ricoeur komt – net als Claudel – met categorieën als vergeving en boete. Beiden geven zo een mooie aanvulling.

De Graaf zet hier nog iets naast: ‘Er moet (…) een radicale oplossing komen voor dit kwaad (…). Dat einde van het kwaad (…) moet door God worden gerealiseerd.’ Daar kun je je in vinden, of niet (helemaal). Ik zou zeggen: door God en mensen sámen. In ieder geval is dit denken, net als de literatuur, een weg die doorloopt waar de filosofie van Neiman stopt, omdat wordt erkend dat je met louter denken niet verder komt. Dat is een ding dat zeker is.

Beatrice de Graaf: Heilige strijd. Het verlangen naar veiligheid en het einde van het kwaad. Uitg. Boekencentrum, 2017 (ISBN 978 90 5059 2) € 12,99

Omslag van mijn scriptie (rechtsboven) Yve du Bois.

Inconvenient Truth

De ene ervaring dendert in korte tijd over de andere. Eerst de onderdompeling in documenta14 in Kassel, dan het lezen van Effectief altruïsme van de Australische filosoof Peter Singer en tenslotte Manifesto van Julian Rosefeldt met de Australische actrice Cate Blanchett in het kader van het Holland Festival. Een drieluik.

  1. documenta 14

Behalve natuurlijk de overweldigende kunst waar directeur Adam Szymczyk en zijn team de bezoekers van Kassel honderd dagen op trakteren, zal ook een totaal ander beeld me bijblijven. We liepen met Maaike Raduzzi, gids van SRC-reizen (een heerlijke manier van reizen; de vrijheid die hebt om al dan niet mee te lopen en je eigen tijd zelf in te vullen!) langs kunstwerken die van eerder edities van de documenta zijn blijven staan.
Op een gegeven moment stonden we in de schaduw van een van de zevenduizend bomen die Joseph Beuys liet planten (zie afb.), terwijl op een afstandje een groepje vluchtelingen naar ons stond te kijken. Kijken en bekeken worden, maar zien en gezien worden? That’s the question die me de volgende dagen bleef vergezellen.

In de VPRO Gids bijlage over het Holland Festival (bij #20) staat het in het artikel over Manifesto zo: ‘Kunst beschouwend in een wereld die in brand staat – hoe bourgeois wil je het hebben?’ Mijn antwoord, of misschien liever: mijn impressie valt te lezen op de website van 8weekly.nl: http://8weekly.nl/special/documenta14/

  1. Peter Singer

Singer vraagt zich vanuit een andere insteek ook af of kunst de wereld kan veranderen. Hij zou het een goede zaak vinden als musea ‘een paar duizend dollar uitgeven aan reproducties van de hoogste kwaliteit’ in plaats van geld te steken in nieuwbouw. Kunstliefhebbers zouden volgens hem ook pas aan musea moeten doneren als ‘iedereen genoeg voedsel, basale gezondheidszorg en goede sanitaire voorzieningen ter beschikking’ zou hebben ‘en alle kinderen onderwijs zouden krijgen.’
Singer heeft meer op met het zelf actief schilderen, musiceren en dergelijke dan het passief kijken naar kunst in een museum. Maar: wat heet passief? En is het wel of-of?

  1. Manifesto

Laten die kunstenaars waarvan Blanchett delen uit manifesten voorleest, nu op z’n minst even utopisch en visionair zijn als Singer, maar dan op een heel andere leest geschoeid. ‘Kunst verbeeldt complexe werkelijkheden, verruimt je blik en kan bijdragen tot meer empathie’ staat in de VPRO Gids bijlage over Manifesto te lezen. Het is duidelijk dat Singer niet uit is op dat laatste; voor hem gaat de ratio boven alles: het afwegen waar je je tijd, geld en wat dies meer zij het beste aan kunt besteden.

Ik loop langs de dertien scènes in Casco Amsterdam en als ik af en toe terugkijk, zie ik aldoor de blik van de Homeless man (zie afb.) die mij lijkt te volgen. Bij de uitgang ligt een foldertje van wastedlab.nl. Ik kan het een doen (meer cultuurreizen met SRC maken dan deze tweede, na München verleden jaar) en het ander niet laten. Het is niet of-of concludeer ik ter plaatse. Met dank aan de documenta, SRC-reizen, de VPRO Gids bijlage, Peter Singer en het Holland Festival.

Zie elders op deze blog mijn blog over Münster, de stad waar we op de terugweg ook de vrijheid kregen om rond te kijken. Een vriendin en ik bezochten de St. Paulus Dom en zagen er een prachtig kunstwerk – contemporain, net als op de documenta.

Tweede Kamerverkiezingen

Ik ben niet de eerste en de laatste, en vast niet de enige die dit jaar lang heeft zitten dubben over welke partij te kiezen bij de Tweede Kamerverkiezingen morgen. Dit is dan ook het verhaal van zo maar een kiezer.

De keuze ging, zoals wel vaker, tussen PvdA en GroenLinks. Ik ben zelfs een poosje lid geweest van de PvdA – in de euforie nadat Job Cohen er fractievoorzitter van werd. Ik weet zelfs het moment nog dat ik dit nieuws hoorde. In de trein, na een vergadering weer op weg naar huis. Een collega kwam opeens met zijn hoofd en mobieltje boven de stoelen uit en leek niet minder opgewonden toen hij het vertelde.

Maar de PvdA is de PvdA niet meer. Lodewijk Asscher, die ik het voordeel van de twijfel gunde, is voor mij door de mand gevallen. Nederland zou niet meer vluchtelingen op moeten nemen is één van zijn vele vrijages met rechts. En verre van des PvdA’s zoals ik de partij meen te kennen. Tot een afkeuring van dit standpunt kwam het niet openlijk. Naar verluidt omdat de partij zich tijdens de verkiezingscampagne geen ruzie kan veroorloven.
Wat niet wegneemt dat Asschers woordgebruik soms toch dicht in de buurt van een ruzieachtige toon komt. ‘Grote bek’ sprak hij bijvoorbeeld richting CDA.

Toch heb ik overwogen om PvdA te gaan stemmen, uit een wellicht nostalgische angst dat de partij misschien met één haal grotendeels uit het politieke landschap zou verdwijnen. En om richting toekomst te kijken en niet achterom, naar alles wat fout is gegaan rond de stemming van Samsom bijvoorbeeld. Maar vertrouwen in het programma en de lijsttrekker? Nee, die was er niet meer zo voor een partij die een motie om tot een klimaatwet in te dienen wegstemde en twee maanden later vol trots komt met … een klimaatwet!
Gaat het nu om de inhoud of niet? Dan deed de ChristenUnie (CU) het toch beter. Net als de SP en D66, die voor stemden. Maar op de twee laatstgenoemde partijen zal ik niet snel stemmen. Ze kwamen ook in de uitslagen van alle kieswijzer en dergelijke die ik invulde niet voor.

GroenLinks dan. Niet als strategische stem, maar gewoon omdat het programma me meer aanstaat. En de lijsttrekker in ieder geval in verkiezingstijd zijn fatsoen bewaart, al zijn de fratsen om Liesbeth van Tongeren van de kieslijst te verwijderen ook verre van fraai. Of Klaver tot ‘die groene knopjes’ behoort die – parafraserend – volgens Edy Korthals Altes in zijn boek Van havik tot vredesduif de ‘voorboden zijn van een nieuwe tijd, een nieuwe samenleving’ is afwachten. Maar de kans om als groen knopje uit te groeien, krijgt hij van mij.

Inhoudelijk is GroenLinks wél de partij die samen met de Partij voor de Dieren met de hiervoor genoemde motie kwam om tot een klimaatwet te komen. Al bieden in het verleden behaalde resultaten natuurlijk ook weer geen garantie voor de toekomst. En komt het klimaat vreemd genoeg niet of nauwelijks in de verkiezingscampagnes aan de orde.
Of het vervolgens alleen bij goede voornemens tijdens de verkiezingscampagnes blijft om Groningen te compenseren voor de schade door de aardgaswinning, moet ook nog maar blijken.
Toch hebben alleen GroenLinks, D66 en – wederom – de ChristenUnie volgens doorrekeningen van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) hun programma op orde om de klimaatdoelen te halen. En staat ook hun standpunt richting Europa me het meest aan.

‘Stem ideologisch, om achteraf geen grote spijt te krijgen’, luidde de leader bij een opiniestuk van Lex Oomkes in Trouw (1 maart 2017). Hij heeft gelijk. Mijn keuze is ten langen leste gemaakt. En dan is het hopen op een linkse coalitie, wat mij betreft samen met – zie hiervoor – de ChristenUnie. En op afstand misschien D66. Immers: D66 is het in ieder geval al eens met het voorstel Volwaardig oud worden van de CU, en dat mag opmerkelijk heten.
Traditiegetrouw stem ik tenslotte voor de pluriformiteit op een vrouwelijke kandidaat.

Marli Huijer – Achterblijven

Achterblijven : een nieuwe filosofie voor een grenzeloze wereld / Marli Huijer. – Amsterdam : Boom, [2016]. – 194
pagina’s ; 21 cm. – Met literatuuropgave. ISBN 978-90-895386-8-0

De titel van deze studie slaat in eerste instantie op familie, vrienden en buurtgenoten die achterbleven ten tijde van de emigratiegolven uit Europa (1800-1960). Mensen die nu achterblijven, hebben sneller en veelvuldiger contact met emigranten. Achterblijvers hebben in de visie van Huijer niet alleen een conserverende functie (zorg voor het behoud van omgeving en gemeenschap), maar dienen ook open te staan voor nieuwkomers (vluchtelingen). De auteur, Denker des Vaderlands, is zelf een achterblijver. De opzet van het boek is fenomenologisch, uitgaande van ervaringen. Huijer maakt daarbij veelvuldig gebruik van de Europese literatuur, film, theater en sluit aan bij het denken van onder meer Hannah Arendt. Door deze insteek wordt de aandacht grotendeels beperkt tot de materiële cultuur en wordt dat wat achterblijvers in zich meedragen wat verwaarloosd. Wat de bedoeling is van wat groots een ‘nieuwe filosofie’ wordt genoemd, en voor welke doelgroep het boek is geschreven, wordt helaas niet helemaal duidelijk. Het boek is voorzien van voetnoten en een literatuurlijst.

Cop. NBD Biblion. Mag zonder schriftelijke toestemming niet worden overgenomen.

PvdA 70 jaar

Dr. Willem Drees sr. bij een tuinhek. 1951.

Dr. Willem Drees sr. bij een tuinhek. 1951.

Diederik Samsom, partijleider van de PvdA, schijnt Nederland graag te vergelijken met een auto die moet worden opgetakeld en weer rijklaar worden gemaakt. Laat ik daarom de PvdA zelf eens vergelijken met een auto. Met die waarin ik tientallen jaren geleden eens Vadertje Drees zag zitten. Hij reed over de Stadionweg in Amsterdam, pal bij het Hervormd Lyceum. Hij zat achterin, en dat verbaasde me. O, er zullen ongetwijfeld goede redenen voor zijn geweest. Veiligheids-redenen, of om zo rustig stukken te kunnen lezen. Maar: van het op één lijn zitten, in dit geval letterlijk naast de chauffeur was op die manier geen sprake. Je zou het symbolisch kunnen opvatten voor de aandacht van de PvdA in het algemeen, en zeker niet – haast ik erbij te zeggen – voor Drees in ’t bijzonder.

De ideologische veren zijn afgeschut. Het is al vaak gezegd. De lijn is die van een draaikont. Ook dat is maar al te waar helaas. En toch blijft de mantra van Samson dat de partij die in zulk zwaar weer verkeerd, er aardig in is geslaagd om ‘de’ inkomensverschillen kleiner te maken, ‘de’ huizenmarkt vlot te trekken, ‘de’ hypotheekaftrek aan te passen. Het woordje ‘de’ zet ik tussen aanhalingstekens, want zó sociaaldemocratisch is dat allemaal niet. Eerder iets van onder de vleugels van het neoliberale denken, waarbij vooral de hogere- en middenklasse verbeteringen zagen, maar de lagere- en arbeidersklasse niet of nauwelijks. En zo kan ik nog wel even doorgaan.

pvdaDe afwachtende houding met veel problemen die op ons afkomen, en dan opeens een knoop (vaak de verkeerde mijns inziens) in de besluitvorming erover doorhakken, zal met een oud-collega van mij die de uitdrukking te pas en te onpas gebruikte, binnenskamers wel ‘voortschrijdend inzicht’ worden genoemd. Eerst Syrië niet willen bombarderen, en dan opeens wel. Eerst vluchtelingen welkom heten en sommigen dan opeens linea recta met een veerboot terug willen sturen naar Turkije; een plan – volgens Amnesty International een ‘moreel failliet’-  dat van origine uit de koker van Gerald Knaus (European Stability Initiative) schijnt te komen. Het kan verkeren.
Pragmatisch heet dat, of met andere woorden: praktisch. In ieder geval verre van ideologisch, al plakt de PvdA er graag het etiket van wereldverbetering op.

Jarenlang ben ik lid van de PvdA geweest, en begrijp me goed: van de oude PvdA, die de veren nog niet had afgeschut, die nog niet aan draaikonterij deed. De partij van mensen als Cohen en consorten. Ik hoop nog steeds op een nieuwe PvdA, die het vaker aandurft om met GroenLinks op concrete punten samen te werken, zoals een klimaatwet. Tot zolang stem ik op de partij van Jesse Klaver. De man die eerst in alle bescheidenheid wil luisteren. Bijvoorbeeld waar het de vluchtelingenproblematiek aangaat. Eerst horen, dan pas doen. En dan liefst meteen de goede keuze maken.

Denken en doen

Arendt_DumasTijdens de cursus Vrouwen in de filosofie van The School of Life Amsterdam, liet docente Daan Roovers de deelnemers een filmpje zien van Joke Hermsen. Zij dacht volgens Roovers verder in het spoor van Hannah Arendt (zie afb., schilderij Marlene Dumas). Over vluchtelingen, die rechteloos zouden zijn. Uit de zaal kwam, terecht denk ik, weerwoord. Er bestaan namelijk zaken als een VN-vluchtelingenverdrag en Europese richtlijnen over erkenning van vluchtelingen. En mensenrechten voorop. Doordenken in het spoor van … is altijd een hachelijke zaak, dat blijkt maar weer.

Jurist en filosoof Bas Hengstmengel pakte het tijdens een Herman Dooyeweerd symposium in de Amsterdamse VU anders aan. Hij had het over de erfenis van Dooyeweerd en de inspiratie die je hier anno 2015 nog uit kunt putten. Denken met het hart, noemde hij het. Tegenover louter rationeel denken. Je zou scherp moeten zien te krijgen waar de tegenstelling tussen beide invalshoeken zit. En die zit volgens de spreker in het transcendentale denken; het was even of hij zo een invulling aan dit begrip gaf op een manier die Arendt ook gedaan zou kunnen hebben. Alleen had zij het over transcendentie.

Stap drie. Afgelopen zondag ging ds. Hans Uytenbogaardt voor in de Oude Kerk. Hij preekte naar aanleiding van Deuteronomium 15:1-11 en Marcus 10: 17-31. Waarbij tussen twee haakjes het Oude Testament door een lector en het Nieuwe door de predikant werd voorgelezen, zoals sommige denominaties de in mijn ogen twijfelachtige gewoonte hebben bij Tenach te blijven zitten en bij het Evangelie te gaan staan. In de preek ging het ook over recht en het hart. Maar bovenal over een perspectief voor ogen hebben, een perspectief bieden. Aan vluchtelingen, denk ik dan, bijvoorbeeld. Dat is wat we bovenal moeten doen. Denken en doen, met hart en handen.

http://www.nieuwwij.nl/interview/joke-hermsen-je-menselijkheid-is-verbonden-aan-de-rechten-die-je-hebt-als-mens/