De lege ruimte

Afgelopen zondag werd in veel kerken ongetwijfeld Jesaja 35:1-10 gelezen, over de woestijn die zich zal verheugen, de dorre vlakte die vrolijk zal zijn en de wildernis die zal jubelen en bloeien. Een tekst die, zoals ds. Jessa van der Vaart in de Amsterdamse Oude Kerk zei, toont ‘hoe de wereld is bedoeld.’

’s Middags bezocht ik het festival ‘De verhalenvertellers’ van Filosofie Magazine in de Amsterdamse Tolhuistuin. Eén van de lezingen die ik bijwoonde, werd gegeven door de hoofdredacteur hiervan, Leon Heuts, bij wie ik in 2014 een filosofieweek bij de ISVW in Leusden volgde (zie elders op deze website).
Hij hield een mooie inleiding over de begrippen ‘logos’ en ‘mythos.’ Zoekend en tastend nam hij ons mee naar een vergezicht als in Jesaja. Hij noemde dit de ‘lege ruimte’ en nam als voorbeeld wat volgens de Amerikaanse filosofe Susan Neiman de bemiddeling is tussen hoe de wereld is en hoe die zou moeten zijn met de woorden van Angela Merkel: ‘Wir schaffen das!’, later in de middag aangevuld met ‘Yes we can!’ van Barack Obama.

Voor mijn geestesoog verschenen twee fresco’s van Ambrogio Lorenzetti (ca. 1290-1348) in het Palazzo Pubblico in Siena die een uitweg bieden tussen ‘logos’ en ‘mythos’, die tonen hoe de wereld is en bedoeld is, die kunnen bemiddelen tussen filosofie en verhaal:

Aan de ene kant is een slecht bestuur dat tot kwaad leidt verbeeld: crudelitas (wreedheid), proditio (verraad), frous (bedrog), furor (woede), divisio (verdeeldheid) en guerra (oorlog). In het midden staat het goede bestuur, die als het goed is een schild is voor de zwakken in de samenleving, met: pax (vrede), fortitudo (kracht), prudentia (behoedzaamheid), magnanimitas (ruimhartigheid), temperantia (gematigdheid) en justitia (justitia). En daarboven staan geloof, hoop en liefde.
Het tweede fresco van Lorenzetti  betekent tot op de dag van vandaag, met en zonder extra dimensie, een appèl dat tot navolging oproept.[2]

Op grond van het gehele kunstwerk kun je stellen dat de schilder de wereld afbeeldde hoe deze is én hoe deze zou moeten zijn. Dat laatste kan worden geoefend in het wat Heuts de ‘lege ruimte’ noemde en Theo Witvliet het ‘ lege midden’, de plaats (makom) waar de dialoog plaatsvindt en ratio en emotie een verbond aangaan. De plaats waar volgens de historicus Philipp Blom (1970), gepromoveerd op de dialogische denker Martin Buber en auteur van onder meer The wars within (Londen 2014), de hoop zetelt.[3]

[1] Zie: Marc-Alain Ouaknin, De 10 geboden (Vught 2016), waarin het begrip ‘interpretatie’ centraal staat.

[2] Voor mij mag hier de titel van een ander boek dialectisch worden ingevuld: Ab Harrewijn, Bijbel, Koran, Grondwet. Gesprekken over godsdienst en politiek (Amsterdam 2002). Vergelijk met een uitspraak in een college van Piet Jonkers, hoogleraar wijsbegeerte aan de Universiteit van Tilburg, ‘De vrijheidsopvatting van Hegel’ (Open Universiteit Nederland, 9 april 2011, Heerlen). En dus aangevuld met een mythische dimensie.

[3] “De leegte die wij hebben heet hoop”, Philipp Blom in een vraaggesprek met Paul Witteman (Buitenhof, 4 december 2016, NPO1).

Leren lijden – Martin Appelo

Appelo_Leren lijdenLeren lijden / Martin Appelo. – Amsterdam : Boom, [2016]. – 160 pagina’s ; 21 cm. – Met literatuuropgave. ISBN 978-90-895394-2-7

Helder geschreven systematische bespreking van verschillende vormen van lijden met de trekken van een zelfhulpboek (‘Herken je dit?’). Aan de ene kant wordt besproken hoe in de loop der tijd in westerse en oosterse religies, filosofie en psychologie over lijden is gedacht. Aan de andere kant staat de vraag centraal hoe daarmee om te gaan. Appelo, gezondheidszorgpsycholoog en gedragstherapeut, definieert het begrip als een primair negatief gevoel. Hij doet dit aan de hand van algemene vragen en vijf levensverhalen. Gaandeweg wordt deze definitie aangescherpt en ontstaat al dan niet terecht het beeld van een ‘hippocratische, calvinistische, freudiaanse vechtcultuur’ tegen de oorzaken van het lijden. De auteur wil echter niet zo ver gaan zichzelf te beschouwen als quiëtist (zich afkerend van de wereld), zoals Leon Heuts in het voorwoord suggereert. Daarvoor hangt Appelo teveel aan het leven en wil hij leren het lijden als onderdeel hiervan te accepteren.

Copyright NBD Biblion. – Mag zonder schriftelijke toestemming niet worden overgenomen.

Drieluik uit Leusden (II)

Redon_Art céleste1. Redon en Von Eichendorff
Er is een mooie litho van Odilon Redon: L’art céleste (1894, zie afb.), waarvan een afbeelding lang bij mij in de gang heeft gehangen. Links zeilt een engel met een vedel en een middeleeuwse banderol door de lucht. Rechts luistert een groot, haast transparant hoofd – zonder oren! – toe. Alles samen ademt ‘de glans van het transcendente’ (Peter Sloterdijk) en doet denken aan een gedicht van Joseph von Eichensdorff:

Es war, als hätt’ der Himmel
die Erde still geküsst.

2. De idioot
Op één of andere manier doen de litho en het gedicht mij denken aan De idioot van Dostojevsky, op de manier zoals dat boek de afgelopen week door Leon Heuts werd behandeld tijdens een studieweek bij de Internationale School voor Wijsbegeerte (ISVW) in Leusden. De idioot is volgens dezelfde Peter Sloterdijk weliswaar een engel, maar dan zonder de glans van het transcendente. Het is ‘een groot kind, dat nooit geleerd heeft oog te hebben voor zijn eigen voordeel.’ Hij wil de hemel op aarde brengen, maar de wereld kan het niet accepteren.

Het grote kind heeft moeite om uit zijn woorden te komen. Het kan niet de juiste woorden vinden voor een zonsondergang, een grassprietje, ogen die je aankijken. Als hij, volgens Heuts, de woorden er wél voor zou hebben gehad, dan was hij een schuldig kind, zoals de hoofdpersoon in Die Blechtrommel van Günter Grass, die is opgehouden te spreken en alleen nog maar trommelt.

3. Wolfgang Rihm
Op de in de vorige ‘Drieluik’ genoemde cd met Lieder van de Duitse componist Wolfgang Rihm, staan twee composities die dit ‘literaire inzicht’ lijken te verklanken: Zwei Stücke für Gesang (stumm) und Klavier (2007) onder de titel ‘Wortlos’, en het ad libitum waarmee de componist zijn Wölfli-Liederbuch (1980-’81) afsluit: een duet voor twee grote trommen.

Wortlos is geen Lieder ohne Worte, maar bestaat uit twee aan Rihms vriend Peter Sloterdijk opgedragen korte stukken waarin de zanger zich een tekst van de filosoof te binnen moet zingen, moet internaliseren. Zoals Michael Kohlhaas in het gelijknamige boek van Von Kleist, dat Leon Heuts ook behandelde, op het eind een amulet inslikt. Of – om dichter bij huis te blijven – zoals de leden van het strijkkwartet in Luigi Nono’s Fragmente-Stille, an Diotima (1979-1980) een in de partituur opgenomen tekst van Hölderlin innerlijk moeten zingen. Welke tekst, is bij Rihm echter niet aangegeven. Maar ik kan me zomaar voorstellen, dat het de tekst over Dostojevsky uit Du mußt dein Leben ändern is.

Wölffi is, zoals bekend, een Zwitserse ‘idioot’ (1864-1930), die fascinerende tekeningen en teksten maakte. Maar op het eind van Rihms Wölffi-Liederbuch is hij, net als Dostojevsky’s idioot en de kop op de litho van Redon, sprakeloos. Over in-zicht gesproken …

http://www.youtube.com/watch?v=VxgBZy9naLg

Drieluik uit Leusden (I)

Els ter Horst1. Els ter Horst
In het hoofdgebouw van de Internationale School voor Wijsbegeerte (ISVW) te Leusden, hangt en ligt werk van de kunstenares Els ter Horst (tot juli 2015): tekeningen, snijwerken, boeken, collages en schilderijen. Mijn aandacht werd onder meer getrokken door het olieverfschilderij Zonder titel (2012, zie afb.): een tentoonstellingszaal waarin het licht, zoals op mystieke schilderijen van oude Vlaamse meesters, van links komt en een ruitpatroon op de vloer ‘legt.’ Vijf toeschouwers lopen er rond of kijken naar een Picasso-achtig werk aan de muur. Van twee mannen, en ook nog een onzichtbaar iets (een beeld?) is de schaduw op de grond te zien.

2. Het literaire inzicht
Tijdens een cursus over literatuur en filosofie die Leon Heuts afgelopen week in datzelfde Leusden gaf, werd de eerste dag het kader daarvan gegeven:
* van vanzelfsprekende orde (oude filosofie) naar contingentie (moderne filosofie)
* de positie van de vreemdeling krijgt extra aandacht, de op zichzelf teruggeworpene
* wat zich niet laat uitdrukken is het meest belangrijke. Of – vrij vertaald – wat zich bij Ter Horst niet laat zien, wat tussen de regels zit.

Voorbeelden van het laatste aandachtspunt (dat wat zich niet laat uitdrukken) is de katharsis in het Griekse toneel, opgevat als mystieke reiniging: buiten jezelf treden en medegevoel hebben, verbinding met de medemens ervaren. Bijvoorbeeld in een theaterzaal en – minder – een bioscoop.
Opeens kreeg ik het idee dat de Aristotelische opbouw vanuit een plan (de ruitvorm op de grond) en de Platoonse grot (de schaduwen) reiken naar de neoplatoonse metafoor (de lichtval). Alles komt in één keer binnen, valt op één moment samen.

3. Wolfgang Rihm
Ik heb een cd mee naar Leusden genomen, om voor het slapen gaan te draaien. Het is de wonderschone cd met Lieder van Wolfgang Rihm door bariton Holger Falk en pianist Steffen Schleiermacher (MDG 613 1848-2). De eerste avond draai ik het begin: de Lenz-Fragmente (1980). De tekst van het derde lied luidt:

Fühl alle Lust, fühl alle Pein
Zu lieben und geliebt zu sein.
So kannst du hier auf Erden
Schon ewig selig werden.

‘Selig werden’ klinkt als de schaduwen in de grot van Plato, ziet eruit als de schaduwen op het schilderij van Ter Horst: als een echo. Een schaduw, een echo van de overkant, buiten de grot en het schilderij. Een moment van eeuwigheid.

http://www.elsterhorst.nl
http://www.adkactuelekunst.nl/kunstenaars/elsterhorst.php
http://www.isvw.nl/activiteit/2014-314/
http://www.filosofie.nl/Artikelen/de-kracht-van-literatuur.html