Drieluik uit Leusden (II)

Redon_Art céleste1. Redon en Von Eichendorff
Er is een mooie litho van Odilon Redon: L’art céleste (1894, zie afb.), waarvan een afbeelding lang bij mij in de gang heeft gehangen. Links zeilt een engel met een vedel en een middeleeuwse banderol door de lucht. Rechts luistert een groot, haast transparant hoofd – zonder oren! – toe. Alles samen ademt ‘de glans van het transcendente’ (Peter Sloterdijk) en doet denken aan een gedicht van Joseph von Eichensdorff:

Es war, als hätt’ der Himmel
die Erde still geküsst.

2. De idioot
Op één of andere manier doen de litho en het gedicht mij denken aan De idioot van Dostojevsky, op de manier zoals dat boek de afgelopen week door Leon Heuts werd behandeld tijdens een studieweek bij de Internationale School voor Wijsbegeerte (ISVW) in Leusden. De idioot is volgens dezelfde Peter Sloterdijk weliswaar een engel, maar dan zonder de glans van het transcendente. Het is ‘een groot kind, dat nooit geleerd heeft oog te hebben voor zijn eigen voordeel.’ Hij wil de hemel op aarde brengen, maar de wereld kan het niet accepteren.

Het grote kind heeft moeite om uit zijn woorden te komen. Het kan niet de juiste woorden vinden voor een zonsondergang, een grassprietje, ogen die je aankijken. Als hij, volgens Heuts, de woorden er wél voor zou hebben gehad, dan was hij een schuldig kind, zoals de hoofdpersoon in Die Blechtrommel van Günter Grass, die is opgehouden te spreken en alleen nog maar trommelt.

3. Wolfgang Rihm
Op de in de vorige ‘Drieluik’ genoemde cd met Lieder van de Duitse componist Wolfgang Rihm, staan twee composities die dit ‘literaire inzicht’ lijken te verklanken: Zwei Stücke für Gesang (stumm) und Klavier (2007) onder de titel ‘Wortlos’, en het ad libitum waarmee de componist zijn Wölfli-Liederbuch (1980-’81) afsluit: een duet voor twee grote trommen.

Wortlos is geen Lieder ohne Worte, maar bestaat uit twee aan Rihms vriend Peter Sloterdijk opgedragen korte stukken waarin de zanger zich een tekst van de filosoof te binnen moet zingen, moet internaliseren. Zoals Michael Kohlhaas in het gelijknamige boek van Von Kleist, dat Leon Heuts ook behandelde, op het eind een amulet inslikt. Of – om dichter bij huis te blijven – zoals de leden van het strijkkwartet in Luigi Nono’s Fragmente-Stille, an Diotima (1979-1980) een in de partituur opgenomen tekst van Hölderlin innerlijk moeten zingen. Welke tekst, is bij Rihm echter niet aangegeven. Maar ik kan me zomaar voorstellen, dat het de tekst over Dostojevsky uit Du mußt dein Leben ändern is.

Wölffi is, zoals bekend, een Zwitserse ‘idioot’ (1864-1930), die fascinerende tekeningen en teksten maakte. Maar op het eind van Rihms Wölffi-Liederbuch is hij, net als Dostojevsky’s idioot en de kop op de litho van Redon, sprakeloos. Over in-zicht gesproken …

http://www.youtube.com/watch?v=VxgBZy9naLg

De week van dag tot dag

Constant CompanionDinsdag: LATE
Een avond over de filosoof Eugen Rosenstock-Huessy van het Leerhuis Amsterdam Tenach en Evangelie (LAT&E) wordt besloten met een discussie over dialectiek. Ik noteer in trefwoorden een opmerking van één van de deelnemers: ‘We zijn met de val van het communisme het dialectisch denken verloren en in de “realisatie” gedwongen [met een verwijzing naar de hand out van de spreker van die avond: “Realisatie is ook verstarring: opgaan in het eigen universum en de missie vergeten”]. Weerspreken is heel actueel in de tijd van Wilders. Corrigeren in de relatie’.

Woensdag: Middagpauzedienst

                Geroepen om te komen,
                Geroepen om te zijn.
                Een vast besluit genomen,
                begin van een refrein.
                Dat is voor ons de grond:
                belangeloos te geven
                in een meervoudig leven
                liefde
met hart en mond.

                                               (Edwin van Kol)

Donderdag: Gastcollege Willem Jan Otten
Willem Jan Otten heeft het ook over zijn. Dat is volgens hem basaal: eten, drinken, slapen, lesgeven in Brussel. Daarin gebeurt het niet, komt het niet op hem af waarover hij wil schrijven. Dat zoekt hij letterlijk in lezen (Endo, Dostojevsky) en vooral films, zoals die van Lars von Trier. Iemand uit de zaal is verbaasd en vult aan: toch ook in het zijn kan iets je toevallen, in de ontmoeting met mensen, met studenten? Zoals vandaag? Otten ontkent het. Ik herken het, en ook weer niet.

Zaterdag: Vereniging Het Spinozahuis
Spinoza beschrijft in het derde deel van zijn Ethica passies. En in het vierde de rede. Er ontstaat in een discussie na de heldere lezing van Paul Juffermans verwarring over het woord ‘passies’. Spinoza bedoelt er affecten mee, die ontstaan uit inadequate gedachten.  Opgaan in het eigen universum, zoals Otto Kroezen het vanuit het denken van Rosenstock-Huessy verwoordde. Je moet de passies, de affecten, weerspreken vanuit de rede. Hoe actueel is het denken van Spinoza!

Zondag: Oude Kerk Amsterdam
De afgelopen week balt zich samen aan het begin van een nieuwe week: zondag Judica (Verschaf mij recht, o God). Over dialectiek, preekte Marcel Barnard, die je als een meervoudig leven moet laten staan, die niet oplost in een synthese maar eerder wordt doorsneden door liefde, als een titrium, zoals een theoloog het na afloop noemde. Over kunst als weerspreken, als aanspreken, waarbij je je, als in de interactieve performance van Pedro Matias, ongemakkelijk zou kunnen voelen. Over de ambivalentie – vooral die -, van het zijn, belichaamt in Petrus, die bleef in zijn eigen universum, in zijn eigen bubble, zoals in de performance. Over met verstand leven ook, zoals Spinoza.

Voelde ik me ongemakkelijk na de dienst, toen studenten van de Rietveld Academie als een schaduw om me heen bewogen, zoals de instrumenten in de opera A King, Riding van Klaas de Vries een schaduw bij de zangstemmen vormen? Nee, dat voel ik me eerder bij het tafeltje in de kerk van de War Trauma Foundation naar aanleiding van het project Multi Family Westbank – een andere vorm van dialectiek, een meervoudig leven, zeg maar. En bij de reactie van enkele kerkgangers die het allemaal maar autistisch vonden. Wat heet …
Er gebeurde iets anders. Lucht die achter me bewoog, toen een student uit een kapel het op een rennen zette naar de volgende. En toen ik thuis kwam, vloog juist een duif met een takje in de bek naar een suskast op een verdieping in mijn flat.