Weissenbruch en Gescinska

alicja-gescinska_allmenschjan-weissenbruch_gezicht-op-de-grote-markt-haarlem

Twee recenseer klussen die met elkaar interfereren: de tentoonstelling met werk van Jan Weissenbruch (in het Teylers Museum, Haarlem) voor de website 8weekly.nl, en het boekje Allmensch van Alicja Gescinska dat ik lees voor NBD Biblion (afb. links).

En daar kwam dan op dezelfde dag dat ik de tentoonstelling in ‘het Teylers’ bezocht, ook nog een artikeltje in Nieuwe Bavo in de steigers bij, dat een vriendin van mij toespeelde nadat we de ramen van Jan Dibbets in de kerk hadden bekeken.

Eigenlijk schildert Weissenbruch allemaal Allmenschen op zijn stadsgezichten: gewone mensen, zoals op de afbeelding rechts bij deze blog (Gezicht op de Grote Markt, Haarlem) die in potentie in staat zijn zichzelf te overstijgen, te ontplooien en de wereld te verbeteren. De wereld van deze Jan Weissenbruch is er bij wijze van spreken heel wat zonniger op geworden in vergelijking tot welke zijn neef Jan Hendrik schilderde. Hierbij moet ik bijvoorbeeld denken aan Regenweer (1890) dat ik onlangs in Museum de Fundatie in Zwolle zag.

Jan Weissenbruch behoort als ik de recensies mag geloven ook tot de mensen die tot – zoals Gescinska het omschrijft – meer in staat is dan je voor mogelijk houdt. Hij schijnt aan pleinvrees te hebben geleden, maar schilderde bij uitstek grote, open pleinen met kinderkopjes waarop het licht speelt of lange schaduwen vallen.
De mensen die erop figureren hebben vaak een wit accent: een kapje op het hoofd of wat dan ook – het licht spat van deze Allmenschen af.

Maar er bestaat ook een verschil tussen het realisme van Weissenbruch en de Allmensch uit het echte leven: bij de schilder zijn ze allemaal wel héél erg statisch en perfect. Soms zelfs, gaandeweg zijn carrière, op het té perfecte af. Bij Gescinska gaat het er toch meer om dat je dynamisch moet groeien. Of, zoals ze met de titel van een boek van Peter Sloterdijk dat ze citeert zegt: Du musst dein Leben änderen.

Het is een mooie tentoonstelling, daar in het Teylers Museum in Haarlem, en het is een mooi boekje van nog geen veertig pagina’s, het eerste in de serie Karakters. Een actieradius die bij wijze van spreken al even klein is als die van Weissenbruch na ca. 1870 moet zijn geweest. Maar pas op: beiden hebben veel te zeggen! Kijk en lees.

Bijvoorbeeld ook het artikel over de nieuwe Bavo in Haarlem dat Bernadette van Hellenberg Hubar schreef in de 5de editie (september 2016) van Nieuwe Bavo in de steigers. Nieuws over de restauratie van de kathedrale basiliek St. Bavo in Haarlem. Daarin heeft zij het onder meer over De Unvollendete: ‘onvoltooide elementen, misbaksels en halffabricaten’ die in een nieuw boek over de Bavo (De nieuwe Bavo in Haarlem) worden behandeld. ‘In dit geval gaat het om een denkbeeld van Thomas van Aquino die hierbij weer steunde op Aristoteles. Kort door de bocht kun je stellen dat alles wat bestaat één grote bulk potentie is (…). De potentie om na het wordingsproces tot een bepaald stadium doorlopen te hebben, iets anders te worden. En dat iets anders maakt deel uit van een eindeloos scala aan mogelijkheden. Al die mogelijkheden zitten in ons, net zoals in de steen direct uit de groeve een eindeloze hoeveelheid beelden zit besloten.’

En dan doemen Socrates en Michelangelo in mij op: je moet ze geboren laten worden, uithakken wat eigenlijk al in de steen verstopt zit.

http://www.teylersmuseum.nl/nl/bezoek-het-museum/wat-is-er-te-zien-en-te-doen/jan-weissenbruch

http://theateraanzee.be/nl/

Matthäus Passion met een schaduw

KG 3632, 10-10-2005, 11:50, 8C, 6661x7776 (839+2040), 100%, Rembrandt, 1/100 s, R30.9, G4.2, B11.6Je worden teruggeworpen op een dragende grond van het bestaan. Op een God die met ons is in nood en dood. Op de Mensenzoon die we aantreffen op Golgotha. En met hartstocht en diep verlangen zien we uit naar het Paasfeest.    

Ds. Arjan Plaisier, scriba van de generale synode

 

Al deze elementen troffen de toehoorders van Bachs Matthäus Passion in het Amsterdamse Concertgebouw gisteren aan. Een uitvoering door The Monteverdi Choir en de English Baroque Soloists, met als (gast?) cellist Richte van der Meer o.l.v. John Eliot Gardiner. Een uitvoering die werd opgedragen aan de slachtoffers in Brussel en hun nabestaanden.

Het begon – dat was even schrikken – met een ongelijke inzet, wat scherp klinkende violen, maar de klank werd steeds warmer. Iets waar op een gegeven moment niet een jongenskoor maar het Nationaal Jeugdkoor, ingestudeerd door Wilma ten Wolde, aan bijdroeg. Steeds luider klonk de roep: ‘Kommt ihr Töchter, helft mir Klagen, helft mir Klagen.’ Om de Mensenzoon op Golgotha, om het leed in de wereld.

Uit de koralen in met name het eerste deel klonk de visie van het geloof zoals Plaisier het noemt: een dragende grond van het bestaan. Een geloofszekerheid die je terug wierp in de tijd waarin Bach zijn Passion schreef en die je misschien nu niet meer zo mee kan maken. En waar de God die met ons mee lijdt een beetje voor in de plaats is gekomen. Beide kon je gisteravond beleven.

Heen en weer pendelde het met een diep verlangen, zoals in de sopraanaria ‘Ich will dir mein Herze schenken’, waarin de prachtige oboe d’amores uit het eerste orkest hun dan weer omhoog gaande beweging en dan weer dalende beweging extra leken aan te zetten. Een detail om nooit te vergeten.
Wat een sopraan trouwens, Hannah Morrison, die regelmatig met John Eliot Gardiner werkt en onlangs ook met Masaaki Suzuki. Ook haar duet ‘So ist mein Jesus nun gefangen’ met een alt uit het koor, Clare Wilkinson, klonk als een klok.

En dan heb ik er slechts twee namen uitgelicht, maar eigenlijk waren alle stemmen van topniveau. Van de evangelist (Mark Padmore) en de Christuspartij (Stephan Loges) tot de kleine partijen, die uit het koor naar voren kwamen.

Opvallend was de schaarse continuo-bezetting met als basis slechts twee uit de kluiten gewassen kistorgels en – opvallend, haast ouderwets – een klavecimbel in het tweede orkest. Zoals ook sommige koralen mij weer een stapje terug wierpen in de tijd: zacht–zachter–zachtst (één keer zelfs een eerste zin onbegeleid, zoals ik met van Colin Davis kan herinneren) of – het andere uiterste – hard-harder-hardst.Het kan allemaal weer. Maar niet alles wat kan …

Een ander hoogtepunt was ongetwijfeld de altaria ‘Erbarme dich.’ Op goede gronden kun je menen, dat ‘Aus Liebe’ het centrale punt is van de Matthäus Passion, ook qua opbouw. Maar gisteren was dat gevoelsmatig ‘Erbarme dich.’ Met een vioolsoliste uit het eerste orkest die zich met het gezicht naar de zaal wendde, en haar partij – zoals ook de andere obligate orkestpartijen, de zangsolisten en het koor – uit het hoofd speelde. Zo het hart van het publiek in. Het leek alsof de zaal in een vacuüm verkeerde en iedereen met zijn/haar gedachten bij de nood en dood in onze wereld was.

Juist nu. Nu het koor en orkest vanavond geen uitvoering kunnen geven in Brussel. Juist nu een Matthäus Passion waar een schaduw overheen viel. Als op een ets van de Kruisiging door Rembrandt in het Teylers’ Museum in Haarlem (zie afb.).