Filigraan werk van Finse componist

De Finse componist Kaija Saariaho is dit jaar festivalcomponist van November Music in Den Bosch (6-15 november a.s.). Elk jaar bezoek ik het festival en dit jaar hoop ik ook van de partij te kunnen zijn. Om het even als recensent of, ‘gewoon’, als liefhebber van hedendaagse muziek. Volgens Rozalie Hirs (componist en dichter) zou ik op Saariaho moeten lijken: op dezelfde dag in hetzelfde jaar geboren. Dat laat ik verder op één opmerking na maar laat voor wat het is.

De website Place de l’Opera biedt de gelegenheid om, via een artikel van Jordi Kooiman en een YouTube-portret, kennis te maken met de muziek van Saariaho. Sterker nog: iedereen die ook van plan is November Music te bezoeken (hetgeen zeer aan te raden valt!), kan zich zo inhoudelijk voorbereiden, hoewel er ook vast wel weer zo’n mooi klein boekje met achtergrondinformatie verkrijgbaar zal zijn.
Het portret gunt ons een blik op twee stukken die in Nederland te horen en te zien zouden zijn geweest, maar door de coronacrisis niet konden worden uit- c.q. opgevoerd: Passion de Simone (NTR ZaterdagMatinee) en Innocence (De Nationale Opera). Als toegift klinkt een stuk dat in Den Bosch te horen zal zijn, al wordt dit er niet bij gezegd.

Een fragment uit het eerste werk, een kruising tussen oratorium en passiespel voor solosopraan, koor en orkest, is ijl, teer en meditatief. Het beeld erbij doet denken aan een golvend Noorderlicht. Zelf omschrijft de componist haar orkestraties als ‘shaping of dense masses of sound in slow transformations’.
Het tweede werk omschrijft Saariaho als een thriller. De dertien personages zijn neergezet als op een fresco. Pas tegen het eind vallen alle puzzelstukjes in elkaar, net als inderdaad in een thriller.
De tekst is Frans, want Saariaho woont na haar studie in Helsinki (bij Paavo Heininen) en onder meer Freiburg (bij Brian Ferneyhough en Klaus Huber) in Parijs.

Een andere opera die Jordi Kooiman beschrijft, is L’amour de loin, die op Place d’Opera werd geroemd vanwege de ‘unieke klankwereld. Mysterieus, magisch en bij vlagen oriëntaals. Het heeft een bedwelmende kwaliteit. Je wordt helemaal opgezogen en ondergedompeld in haar kleurrijke en hoogst originele idioom’.
Dee volgende opera die wordt genoemd, Adriana Mater, vraagt vanwege het onderwerp (oorlog) om een heftiger orkestidioom. Getoond worden Kaija Saariaho en librettist Amin Maalouf die over het libretto spreken. ‘Twee zielen in één borst’ was het begin voor Maalouf – een zinnetje van Saariaho waarin ik mezelf ook helemaal herken.

Zo gaat het artikel van Kooiman verder over de opera’s Émilie, Only the Sound Remains, een ‘heel fijn, filigraan werk’ over verlies en dood. Tot slot is een uitvoering van Saariaho’s Nymphéa Reflection voor strijkorkest te horen, uitgevoerd door de strijkers van het Fins Radio Symfonie Orkest onder leiding van Jukka-Pekka Sarasate. Dit werk zal ook in Den Bosch klinken, tijdens het eerste portretconcert (13 november in het Jheronimus Bosch Art Center) in een uitvoering door Philharmonie zuidnederland onder leiding van Gábor Káli. Tijdens dit concert vallen voorts te horen: Neiges voor 8 celli en het fluitconcert Aile du songe met Camilla Hoitenga. En dan hebben we het nog niet eens over de andere concerten … Om je nu al op te verheugen!

En: mocht het allemaal niet doorgaan, dan is er een troostprijs: op de Horizon 5-cd van het Koninklijk Concertgebouworkest staat Saariaho’s Circle map (RCO 13001), dat zij speciaal componeerde voor de cirkelvormige Gashouder van de Westergasfabriek in Amsterdam, in een uitvoering onder leiding van Susanna Mälkki.

https://www.operamagazine.nl/achtergrond/52429/youtube-portret-kaija-saariaho/

https://www.novembermusic.net/nieuws/kaija-saariaho-festivalcomponist-2020

De tijd stond even stil

Iedereen brengt de veertigdagentijd op zijn/haar eigen manier door. Ik heb onder meer een boek ter hand genomen dat ik verleden jaar tijdens een cursus bij Fredeshiem in Steenwijk kocht:  De kruisweg volgens de joodse mystiek van Sjef Laenen. De auteur volgt het boekje Friederich Weinreb erzählt den Kreuzweg nach sieben Bildern von Roland Peter Litzenburger (1982). Laenen vermeldt dat Litzenburger zichzelf heeft geschetst in zijn tekeningen van het lijdensverhaal. En dat Weinreb het verhaal vertelt ‘van ieder van ons zoals we in deze wereld leven. In die zin is het lijdensverhaal van Christus voor Weinreb niet een specifiek christelijk verhaal, maar een universeel aspect van ons menszijn, het tijdloze verhaal van de mens die de weg van de verlossing of de eenwording gaat. Anders gezegd: het verhaal dat hier verteld wordt geldt voor ieder van ons, waar ook ter wereld.’

Met die woorden in mijn achterhoofd bezocht ik afgelopen zondag de filmregistratie die Cherry Duyns maakte van de uitvoering van Bachs Matthäus Passion in de Nieuwe Kerk in Amsterdam onder leiding van Reinbert de Leeuw. Gevoegd bij deze woorden waren de beelden van De Matthäus Missie van Reinbert de Leeuw die ik verleden jaar zag en waarover ik hier eerder schreef (https://elsvanswol.nl/?p=2684). Ik schreef onder meer: ‘Weer zo’n geweldige film van Cherry Duyns, die iedere muziekliefhebber zou moeten zien. Omdat de boodschap van de Matthäus (volgens De Leeuw een oproep tot humaniteit) samenvalt met de broosheid van de dirigent en een beroep doet op de empathie van uitvoerenden én luisteraars.’

En toch was het niet het laatste dat bij de filmregistratie van Bachs Matthäus onder De Leeuw beklijfde. Dat waren eerst en vooral de twee strofes van het koraal O Haupt voll Blut und Wunden uit het tweede deel. Deze leverden de ‘meditatieve beleving’ op waar recensent Frederike Berntsen de volgende dag in Trouw over sprak naar aanleiding van een uitvoering van werken van Liszt en Goebaidoelina door hetzelfde Nederlands Kamerkoor onder leiding van dezelfde dirigent, Reinbert de Leeuw.
In de film De Matthäus Missie had De Leeuw het vol overtuiging over hét tempo dat gekozen moest worden. En misschien was dat hier wel de clou, al was dat soms wat voor het gevoel aan de wat erg trage kant. Hier benadrukte De Leeuw er datgene mee wat Laenen in zijn boek had omschreven als het universele aspect van ons menszijn, het tijdloze verhaal van de mens. De tijd stond stil.

Zoals hij dat wonderbaarlijk genoeg dezelfde dag deed voor Bouwe Reine Dijkstra, de oprichter van het Roder Jongenskoor dat de jongensstemmen zong in de uitvoering in de Nieuwe Kerk, begeleid door een uitkomend tongregister op het orgel. Hij overleed op 19 maart op 71-jarige leeftijd.

De integrale uitvoering van Bachs Matthäus Passion met Dijkstra’s koor, het Nederlands Kamerkoor, Holland Baroque (concertmeester Judith Steenbrink) en solisten is nog deze en volgende maand in  heel Nederland te zien.

http://www.cinemadelicatessen.nl/film/de-matthaus-passion-van-reinbert-de-leeuw/

 

Een vleugje mystiek

Johann_Sebastian_BachHet is elke keer weer afwachten welk accent een dirigent aan een bekend werk als Bachs Weihnachtsoratorium mee zal geven. René Jacobs leek tijdens het NTR ZaterdagMatinee vandaag gekozen te hebben voor een meditatieve, haast mystieke insteek, waarin af en toe priemende hobo’s als een licht doorheen prikten (auf, Zion!, recitatief nr. 3).

Wat om te beginnen opviel, waren de enorm hoge tempi. Met uitzondering van sommige koralen, die juist weer buitengewoon langzaam werden genomen.

 

Ondanks die snelheid straalde Jacobs’ opvatting een opmerkelijke rust uit, en opeens viel mij op dat Bach zelf op sommige momenten óók een tamelijk rustig tempo voor een solist combineert met snelle begeleidingsfiguren, zoals in de aria Er leucht auch meine finstre Sinnen, prachtig gezongen door bas Dominik Königer.

Jacobs had helemaal goede solisten tot zijn beschikking: Sunhae Im, Bernarda Fink, Königer dus en een invallende tenor: Martin Lattke. En een prachtig transparant spelend B’Rock. Neem de hobo’s in het koor Ehre sei Gott, die zulke mooie lange lijnen speelden, dat het leek alsof ze een koraal door de koorpartij heen bliezen of op z’n minst preludeerden op de lange noten die het magnifieke koor, het RIAS Kammerchor, aan het slot zong: ‘und den Menschen Wohlgefallen.’

De solisten uit het orkest mochten er ook zijn. Neem de (heel) zacht gespeelde vioolsolo op het eind van het terzet Ach, wann wird die Zeit erscheinen, wann? En dat bedoel ik nu: een vleugje mystiek werd ingebracht.
Wat heet: bijzonder waren ook de orkestecho’s in de aria Schlafe, mein Liebster, zodat het leek alsof er ter plaatse volle, stille aandacht was voor een in slaap vallend kind.

En dan heb ik het nog niet eens gehad over wat er in sommige teksten gebeurde. Waren het leesfoutjes, of juist diepzinnige, al dan niet (on)bewuste tekstwijzigingen die naar voren kwamen in om te beginnen de aria Bereite dich, Zion waarin Bernarda Fink de eerste keer zong ‘Schön’sten, Lieb’sten’ (met ook nog eens mooie Luftpausen voor ‘sten) en de tweede keer: ‘Lieb’sten, Schön’sten’, nu overigens zonder Luftpausen?

En wat te denken van bas Dominik Königer, die in het duet Immanuel, o süsses Wort! duidelijk zong over ‘Jesus heisst mein Herz’ in plaats van Hirt. Wat op zich ook te verdedigen valt, omdat Jezus’ naam volgens datzelfde terzet ‘in mir geschrieben’ is. En verderop in een koor en recitatief uit de vijfde cantate in ‘meiner Brust’ woont.

Hoe dan ook: het zou zomaar kunnen, zoals er op andere plaatsen ook diep over de uitvoering in relatie tot de tekst was nagedacht. Zoals in de afwisseling tussen solisten en koor in het openingskoren van zowel de derde als de vijfde cantate.

Zulke zaken verlenen aan een uitvoering als deze een extra diepte die er zijn mocht. En nu maar afwachten welke accenten Risto Joost met het Nederlands Kamerkoor en Concerto Copenhagen volgende week gaat leggen.