Drieluik

Gisteren stond in dagblad Trouw een mooie blog van Nico de Fijter over een kunstwerk in Münster. Boven een deur van de St. Paulus Dom (foto links) stond in neonlicht ‘een rijtje sierlijke, witte letters’. Er stond: As-salamu alaikum (Vrede zij met u) – ‘een islamitische tekst boven de toegang tot een christelijke kerk’. Even verderop stond boven het LWL-Museum für Kunst und Kultur, recht tegenover de Dom waarnaast  ik verleden jaar samen met een vriendin op een terrasje een kop koffie dronk, ‘Wege zum Frieden’  boven de ingang. En nog weer verder stond de Hebreeuwse versie van deze wens (Shalom aleichem) boven de deur van de Marokkaanse Attawba Moskee.
Het bleek om een project te gaan van de Duitse kunstenaar Fridolin Mestwerdt, die er de ‘wederzijdse waardering en erkenning tussen de drie Abrahamitische godsdiensten’ mee tot uitdrukking wilde brengen.

Ik moest opeens denken aan de drie dozen of kistjes die figureren in Shakespeare’s De koopman van Venetië. Bassanio moet eruit kiezen, wil hij met Portia mogen trouwen. De drie doosjes hebben tot veel interpretaties aanleiding gegeven, maar ik kon voor dit moment in het gouden, zilveren en loden doosje niets anders zien dan het jodendom, het christendom en de islam – de boom, de stam, de takken, en de blaadjes en de bloemen, zoals rabbijn Marianne van Praag ze noemde in de tweede van een serie televisie-uitzendingen onder de titel ‘Kijken in de ziel’ van Coen Verbraak.

Dominee Han Dijk had het in de kerkdienst waar ik vanmorgen was, over drie sleutels om het geheim van Marcus 6:45-52 open te kunnen maken; we moeten Jezus (en God, en Mohammed) volgens hem juist niet in een doosje willen doen, niet willen opsluiten. Maar we moeten wél door een deur de teksten binnengaan.
Hij zag in de onderhavige Evangelietekst drie sleutelmomenten:

  1. Jezus wilde de discipelen voorbij gaan (vs. 48) – zoals God aan Mozes voor(bij) ging, die Hem op de rug zag en volgde.
  2. ‘Ik ben het’, riep Jezus (vs. 51) en daarin weerklinkt de Naam van God: Ik ben die Ik ben.
  3. ‘En zij waren innerlijk bovenmate ontsteld’ (vs. 52) is de derde en laatste sleutel.

Drie wijzen van geloven, drie kistjes, drie sleutels – dat is wat geloof (jodendom, christendom en islam), kunst (in Münster) en toneel (Shakespeare) ons brengen. Of zoals we met een kinderlied (Lied 218 uit het Liedboek) zongen:

Dank U voor vrienden en voor vreemden
die ik tegenkom.

Jaap Tanja – Antisemitisme

jaap-tanja_antisemitisme

Antisemitisme : geschiedenis en actualiteit / Anne Frank Stichting, Jaap Tanja ; tekst en beeldredactie: Anne Frank Stichting (Jaap Tanja), redactie: Uitgeverij Boom (May Meurs). -Geheel herziene en geactualiseerde editie. – [Amsterdam] : Boom, [2016]. -147 pagina’s : illustraties ; 23 cm. – Oosrpronkelijke titel: Vijftig vragen over antisemitisme. – 2005.  ISBN 978-90-895388-7-1

Antisemitisme wordt door de auteur beschreven als een bepaald beeld van joden, dat zich kan uiten als haat tegen joden. Het complexe fenomeen en de geschiedenis ervan, meer nog dan de actualiteit, worden in deze relevante studie haast op uitputtende wijze beschreven. Jaap Tanja, werkzaam bij de Anne Frank Stichting, herschreef hiervoor zijn boek Vijftig vragen over antisemitisme (2005). Ook deze versie heeft een educatief doel. Tanja pleit voor een zorgvuldig taalgebruik en roept de lezer op om zelf na te denken. Jammer is wel dat hij bij het herzien enkele visies niet heeft geüpdatet, zoals over de figuur van Shylock uit Shakespeare’s De koopman van Venetië en over het Nieuwe Testament, dat niet langer zozeer in intentie als anti-judaïstisch wordt beschouwd, maar eerder als een primair intern-joodse polemiek. In vergelijking tot Antisemitisme (2015) van Klaas A.D. Smelik legt Tanja andere accenten en leest zijn boek wat meer verbrokkeld. De literatuuropgaven in beide boeken overlappen elkaar deels.

Cop. NBD Biblion. Mag zonder schriftelijke toestemming niet worden overgenomen.

De spiegel als bespiegeling

Memling_St. JorisOla Mafalaani

Hij is terug van nooit weggeweest: Shylock, het personage uit De koopman van Venetië van Shakespeare. In twee boeken die ik onlangs las, figureert hij: Shylock is mijn naam van Howard Jacobson, in de Nederlandse vertaling van Lidwien Biekman, en in Antisemitisme. Geschiedenis en actualiteit, een boek van Jaap Tanja.

Staat Shylock nu echt synoniem voor antisemitisme? Naar aanleiding van het verschijnen van bovenstaande twee boeken denk ik terug aan een opvoering van het stuk van Shakespeare in een regie van Ola Mafaalani (zie afb. rechts), in 2002. Ik zag het in Utrecht en schreef erover in Quadraatschrift (september 2002). Die column neem ik hier enigszins gewijzigd over.

In de Alte Pinakothek in München hangt een schilderij van Hans Memling, dat op het moment vanwege een verbouwing niet valt te zien (zie afb. links). Op de rechterkant, in het schild van St. Joris, wordt de linkerkant weerspiegeld als de echo in een Fantasie van componist Jan Pietersz. Sweelinck. Even kwam ik in de verleiding iets soortgelijks op te maken uit de regie van de Syrische regisseur Ola Mafaalani van Shakespeare’s De koopman van Venetië: het gedrag van de jood Shylock wordt weerspiegeld in dat van de Venetianen. Elk antisemitisme – wat deze rol al dan niet terecht aankleeft –, wordt zo de grond ingeboord. De zaal wordt, als altijd in een regie van Mafaalani, op die manier ‘meervoudig gericht betrokken’, zoals Douwe van der Sluis goede partijdigheid bij in dit geval joden en Palestijnen eens noemde.

Maar de regie gaat dieper. Net zoals Anton Wessels een artikel in Overcome weliswaar ook begon met spiegelingen tussen geweld van de kant van het ‘christelijke westen’ en het ‘islamitische oosten’, hij deze te boven komt door ervoor te pleiten wederzijdse vertekeningen af te bouwen. Net zoals Mafaalani deed; de spiegel is een bespiegeling geworden. Over verveling en onverschilligheid (het spelletje poker dat al voor de voorstelling is begonnen), geldzucht en consumptiedwang, machtswellust en vreemdelingenhaat, innerlijke rijkdom en uiterlijke schijn gesproken. Kortom over wat Wessels de grote djihâd (eigen verkeerde begeerten, de verzoeking) noemt.

Ola Mafalaani ging nóg een stap verder. Zij staat er niet alleen bekend om dat zij toeschouwers letterlijk bij een toneelstuk betrekt, maar ook de manier waarop zij de emoties van Shylock door middel van diens lichaamstaal voor en na de monoloog over genade door Portia in het vierde bedrijf over het voetlicht brengt, is kenmerkend. Eerst is Shylock zelfverzekerd. Want, zoals Lancelot tegen Bassanio, de vriend van de koopman zegt: ‘U hebt Gods genade, meneer en hij [Shylock] heeft genoeg’ (tweede bedrijf).

Aan het eind van de opvoering zat Shylock als een uitgestotene aan tafel, maar na (of door) de monoloog over genade wordt hij weer bij en op de anderen betrokken. Want genade

… daalt als zachte regen uit de hemel neer op de korst der aarde. Dubbel is haar zegen: wie haar schenkt en wie haar krijgt. Die zegent zij.

De monoloog over de dubbele zegen verbeeldt voor mij de meervoudig gerichte betrokkenheid waar Douwe van der Sluis het over had. Het is een bespiegeling op hetzelfde niveau als de vader in Michel Quints indrukwekkende roman, of liever novelle De tuinen van de herinnering, die na de oorlog als clown geen spiegel was van zijn bewaker (en clown) Bernhard Wicki, maar een bespiegeling van de mens (Mensch) wilde uithangen. Een bespiegeling die elke discussie over het feit of De koopman van Venetië nu antisemitisch geladen is (volgens Martin van Amerongen, zijn nagedachtenis zij tot zegen, in: Heeft een jood geen ogen …) of juist niet (volgens Henk E.S. Woldring) te boven gaat, omdat geen enkele scheiding los gezien kan worden van de selectie in de kampen door de nazi’s. ‘Want zolang dat nog bestaat, gaat het niet goed met de mensen’, zoals een overlevende van Auschwitz en Dachau, Herman Zilverberg, in een televisie-uitzending van Omrop Fryslân zei. Shakespeare heeft zich er mijns inziens in ieder geval niet schuldig aan gemaakt.