Kwetsbaar én krachtig

Echt recht van spreken heb ik nog niet, net een paar maanden pensionado-zijnde, maar ik zie al wel een beetje voor me hoe het gaat (worden). ‘Dat is een klap hè’, zei een vriendin die dat moment al eerder had beleefd.

Met drie stukken in dagblad Trouw van vandaag haal ik die ervaringen weer boven. Particuliere ervaringen, die blijkbaar herkenbaar zijn. En – belangrijker nog – ik verbind er conclusies aan. Het gebeurde allemaal op één avond. Ik rekende in een winkel een kekke blouse af; de tijd dat je je als oudere in stemmige kleuren kleedde is gelukkig allang voorbij. De verkoper vroeg zich af of ik er een tasje bij moest. ‘Nee’, antwoordde ik, ‘ik heb er een bij me’. Terwijl ik mijn pinpas veilig opborg, was hij er weer met een vraag: ‘Gaat het, mevrouw?’ Ik keek hem bevreemd aan en trok een tasje uit mijn jaszak. ‘O’, zei hij, ‘ik dacht al: waar heeft u dat tasje dan’.
Oké, Op naar een theatervoorstelling. ‘Ingang A’ zei de kaartcontroleur bij de trap. Dat had ik al gezien op mijn e-ticket, maar toch attent. Boven gekomen, liep ik naar mijn idee best doelgericht naar de bewuste ingang A. Halverwege werd ik aangesproken door een jongeman, die ook allervriendelijkst vroeg, of hij me ergens mee kon helpen. Huh?
Na een mooie voorstelling toog ik weer naar huis. In de tram stond iemand meteen op om mij te laten zitten. Dat aanvaardde ik dan weer dankbaar, zonder bevreemding.

Wat zegt dit nu? In de eerste plaats dat mensen een beeld van ouderen hebben. Ik zeg expres niet: dat jonge mensen een beeld van ouderen hebben, want ook ouderen onderling hebben er een handje van. In de kerk werd ik er na de dienst een keer door iemand voor me op aangesproken, dat ik de rollator van mijn buurvrouw wel eens even in elkaar kon zetten. En toen ik daar geen aanstalten toe maakte, omdat ik weet dat zij dit persé niet wil, begon iemand achter me al met veel omhaal, luid pratend en zeer nadrukkelijk de rollator uit te klappen.

Behalve dat dit op hetzelfde neerkomt, leert het nog iets: praat met de mensen zelf die je wilt helpen. Voor je het weet heb een blinde die aan de kant van de weg staat naar de overkant geholpen terwijl die dat helemáál niet wil. Hebben ouderen  – zoals een kabinetsplan uitspreekt, volgens één van de stukken in Trouw – écht behoefte aan levensbegeleiders (kosten: 35 miljoen euro in deze kabinetsperiode) of meer aan een artsenpraktijk die, zoals in mijn geval, je zonder probeert om te praten noteert dat jij je bij eventuele gevallen niet wil laten reanimeren? Of aan, zoals Hedy d’Ancona (81) in een terzijde bij dit artikel stelt, niet alleen aan zelfbeschikking, maar ook aan thuiszorg die genoeg tijd voor je heeft?

Als het uitgangspunt is: ouderen serieus nemen, ouderen herwaarderen, dan heb je mij aan mijn zijde: in die laatste levensfase ben je zowel kwetsbaar als krachtig. ‘Je kunt je nog steeds blijven ontplooien en actief blijven’, zegt D’Ancona terecht. Ik voeg de daad bij het woord.
Rob Schouten geeft in zijn column als 65-jarige een duidelijk statement: ‘Ik voel me sindsdien eigenlijk van alles, volwassen, middelbaar, puberaal, kinderachtig’. Ik herken dit, ook uit mijn omgeving. Juist nu heb ik opeens behoefte aan eens héél andere concertabonnementen dan tot nu toe. Een kleine opera-keuzeserie met moderne opera’s en – ook nog nooit gehad – een vocale serie. Rebels, dat kan aan het rijtje van Schouten worden toegevoegd.

Let wel: ik recenseer nog steeds. Tentoonstellingen en boeken. Ik probeer het allemaal op de voet te volgen, ook door cursussen e.d.. En daarnaast schrijf regelmatig artikelen en interviews. Als dat eerste en laatste niet meer zou gaan, dan rest het middelste: de boeken. ‘Want zoals Vestdijk al over het schrijven zei: je kunt er toch bij blijven zitten’? Aldus Schouten. Waarvan akte.

Boodschappenbriefje voor de oude dag

boodschappenbriefjeWMO – thuiszorg/hulpmiddelen
alarm
mobile – magnetron
boodschappen – netje
dokter – CIZ – reserveren plaats
vaker bellen
gehoorapparaat
vrijwilligerswerk tegemoet. De Tol
bridge+? zondagen

Zomaar, een briefje dat uit het bibliotheekboek valt dat ik zit te lezen. Van – stel ik me zo voor – een oudere heer die aan het eind van een ziekenhuisopname van een transferverpleegkundige, of thuis na een val samen met een praktisch ingestelde huisarts een ‘boodschappenbriefje’ heeft zitten maken. Je kunt de trefwoorden zo aaneenrijgen tot wat nodig is om het eind van een levensweg te verlichten. En het gesprek reconstrueren.

“Om te beginnen kunt u via de Wet Maatschappelijke Ondersteuning thuiszorg en hulpmiddelen aanvragen. Want het is wél de bedoeling dat u zo lang mogelijk thuis blijft wonen natuurlijk.

Verder is er een alarm nodig dat u om uw nek hangt, zodat u daar altijd op kunt drukken. Niet in de was doen, hoor! Een valalarm, een seniorenalarm of wat dan ook. Er zijn verschillende mogelijkheden.

Een ‘mobile’, ik bedoel: mobiele telefoon is de volgende stap. Die kunt u ook overal mee naar toe nemen, naar het toilet, de badkamer en als u naar buiten gaat. Want dat moet u wel blijven doen hoor, elke dag even naar buiten! Koopt u maar een boodschappen netje, voor kleine boodschappen altijd handig om bij u te hebben.

Als u een magnetron hebt, kunt u daar diepvriesmaaltijden in opwarmen. Die u zelf heeft gekocht, of, als dat niet meer lukt, die u kunt afnemen bij Tafeltje Dekje, Apetito of zo. Niet zo smakelijk? U mag blij zijn dat het bestaat!

Dan komt het serieuzere werk. U kunt wellicht op korte termijn al zorg krijgen vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz). Het Centrum indicatiestelling zorg (CIZ) onderzoekt de mogelijkheden daartoe. Het kan nooit kwaad overigens nu al een plaats te reserveren in een zorginstelling (dit briefje dateert dus uit de tijd dat dit nog niet zo moeilijk was. Het boek ook: uit 1992).

U moet niet zo op uzelf blijven en vaker bellen als er wat is. O, u bent wat eigenwijs en achterdochtig! Dat komt vast omdat u slechthorend bent. Maar daar zijn tegenwoordig goede gehoorapparaten voor. Let u maar op de reclame ’s avonds op de televisie.

Om u nog meer te helpen kunt u de hulp van vrijwilligers inroepen via De Tol. Zij staan altijd voor u klaar om klusjes in en om het huis te doen die wat te zwaar worden. Of om met u naar de audicien te gaan.

En om tenslotte wat aan de vereenzaming te doen: heeft u er wel eens aan gedacht te gaan bridgen? Bijvoorbeeld op zondagmiddag? Een heerlijke tijdpassering, en u ziet ook nog eens andere mensen. (De rest (+?) verstond de mijnheer helaas niet).

Is er iemand met wie u het lijstje samen kunt gaan afwerken? Als er wat is hoor ik het wel.”