Vooruitkijken en terugblikken

Vooruitkijken met mooie herinneringen in het achterhoofd. Dat geeft mij een recente bijdrage op de onvolprezen website allofbach.nl: het Italiaans concert BWV 971 van Joh. Seb. Bach door Christine Schornsheim (foto rechts) op klavecimbel. Opgenomen in het Bartolotti huis in Amsterdam, waar tot zijn dood Gustav Leonhardt en zijn vrouw Marie Leonhardt in het achterhuis woonden.

Bach imiteert hier, op twee klavieren, een imaginair orkeststuk. Fantasievol in een tijd als de onze, waarin orkesten niet spelen, maar je in je eentje wel zo’n werk als dit kunt spelen (in 1735 gepubliceerd in het tweede deel van de Klavierübung). Bach heeft goed geluisterd naar de muziek van Vivaldi, hoewel het eerste thema is ontleend aan een Sinfonia van Georg Muffat (uit Florilegium primum, 1695).

Christine Schornsheim (1959) is voor mij een ware ontdekking, want ik had nog nooit van haar gehoord, terwijl ze toch een hele staat van dienst heeft en diverse prijzen in de wacht sleepte. Zij volgde masterclasses bij onder anderen – jawel – Leonhardt en Ton Koopman. Op de een of andere manier neemt ze elementen uit Leonhardts historisch geïnformeerde uitvoeringspraktijk in haar opvatting mee, maar toch ook weer anders, zoals een goede leerling betaamt. Wat vrijer en minder streng misschien. In ieder geval vlugger; Leonhardt deed in de opname die op YouTube valt terug te vinden 13’41” over het concert, zij 13’08”.

Dat vrije zit in haar wat meer retorische opvatting. En dat voert mij naar het thema van het Festival Oude Muziek 2020 – waar ik hoopvol naar uit kijk (28 augustus t/m 6 september). Johann Joachim Quantz zei volgens de website van het festival in 1752 het volgende over de Ars rhetorica: ‘De spreker en de musicus hebben, in principe, hetzelfde doel […] namelijk om zichzelf meester te maken van het hart van hun toehoorders, om hun passies aan te wakkeren of juist te kalmeren, en om hen nu eens naar dit gevoel, en dan weer naar het andere te leiden’.

Christine Schornsheim maakte, net als Gustav Leonhardt eertijds, zichzelf meester van mijn hart. Een hart dat soms gekalmeerd moet worden. Iets wat de meeste mensen in deze tijd zullen herkennen. Daarom is deze uitvoering van dat prachtige werk van Bach heel welkom. Al luisterend denk ik aan Italië en wandel in gedachten door Venetië, waar ik verleden jaar met een vriendin de Biënnale bezocht. En denk aan Venetië zoals het nu ten tijde van de coronacrisis is, in een zwaar daardoor getroffen deel van Europa.
Dank aan de Nederlandse Bachvereniging. Wellicht nemen ze meer op met Christine Schornsheim. Dat zou fijn zijn.

 

Opname Christine Schornsheim: https://www.bachvereniging.nl/en/bwv/bwv-971/

Opname Gustav Leonhardt: https://www.youtube.com/watch?v=8QOcsTDmnzI

Website Christine Schornsheim: https://www.christine-schornsheim.de/

Website Festival Oude Muziek 2020: https://oudemuziek.nl/festival/

 

Een adembenemend moment

Patricia Werner Leanse en Yve du Bois hebben er een handje van: de kunst om ergens, wie weet op of nabij de gulden snede van een film, de kwintessens ervan tot uitdrukking te brengen. Ook in hun filmportret van de Nederlandse componiste Marjo Tal (1915-2006) gebeurt dat. Een clown in de Parijse straten loopt opeens, haast elegant, door het beeld, achtervolgd door een politieagent. Het heeft alles en niets met Tal te maken.

Zo’n adembenemend moment doet denken aan dat ene plekje op de schilderijen behorend tot de serie Minje van Sam Drukker (de tien mannen die aanwezig moeten zijn in de synagoge om een dienst doorgang te laten vinden). Daar is de verf dun aangebracht; Een dunne huid heet dan ook een boek over zijn werk. Als je de afbeelding ervan (zie hierboven) zorgvuldig bekijkt, zal je zien dat dat stukje wit vaak in de buurt van de hartstreek zit. Drukker zelf vergelijkt het in genoemd boek met een prachtige passage uit een cantate van Joh. Seb. Bach: ‘Het summum zijn (…) die momentjes waar je bij het luisteren op wacht.’
Ik moest, toen ik dit las, denken aan het openingskoor uit de cantate BWV 8, Liebster Gott, wenn werd ich sterben in een uitvoering onder leiding van Gustav Leonhardt. Op een gegeven moment houdt traverso-speler Frans Brüggen – een doodsklokje imiterend – even in, een Luftpause alvorens hij verder speelt; een adembenemend moment, telkens weer wanneer ik ernaar luister. Het is zoiets als iemand die soepel de noten van een toonladder achter elkaar doorspeelt, en even, voor hij de laatste noot inzet stokt, niet omdat hij zelf emotioneel wordt, maar omdat hij dat gevoel op de luisteraars wil overbrengen.

Zorgvuldig kijken – zoals je ook joodse teksten moet lezen. Je moet ze met geduld lezen, er een beetje aan pulken, zoals universitair docent Martin Baasten afgelopen zondagmiddag zei tijdens een cursus joodse mystiek van Leeftocht onderweg op landgoed Fredeshiem (Steenwijk-De Bult). Baasten is docent aan het Instituut voor Religietudies van de Universiteit Leiden. En met liefde, zoals dat plekje bij het hart op Drukkers Minje ook zou kunnen symboliseren.

Het is zoals op een blaadje van een oude Loesje-scheurkalender eens stond te lezen: ‘Leven draait niet om ademhalen maar om de adembenemende momenten.’ Het blaadje staat in een lijstje op een plank in een van mijn boekenkasten; wel een toepasselijk citaat lijkt me voor iemand die astma heeft en leeft bij adembenemende momenten in films, schilderijen, muziek enz.. Een moment waarop je je adem even inhoudt en je hart een sprongetje maakt. Zoals tijdens dat uurtje in Fredeshiem, waar we een klein gedeelte uit de Midrash Genesis Rabba kregen uitgelegd.

 

Blog deels gebaseerd op een column die eerder verscheen op de website literairnederland.nl.
Deze column is herzien n.a.v. de tentoonstelling met de serie Minje van Sam Drukker in de Sjoel van Elburg (20 september 2019 t/m 4 januari 2020): https://sjoelelburg.nl/tentoonstelling/minje-minyan-van-sam-drukker/
De afbeelding bij deze blog is ontleend aan de website van Sam Drukker: samdrukker.com