Ravel, Spanje en het jodendom

Onlangs kwam de tweede cd van Nathalia (piano) en Maria Milstein (viool) uit: Ravel Voyageur. De zussen zetten, naast diens twee Vioolsonates, de landen en muziek op de kaart die Ravel inspireerden: Griekenland en het Kaddish (Aramees voor heiliging, later specifiek een gebed voor de doden).
Reden om het allereerste artikel dat ik ooit voor het tijdschrift
Mens & Melodie schreef, hier in iets gewijzigde en ingekorte vorm te hernemen (nr. 3 1975, p. 79 e.v.).

Dit is wellicht een goed moment om kort aandacht te schenken aan een weinig bekend aspect van Ravels leven en werk, namelijk aan zijn door Roland-Manuel (A la gloire de Ravel) als diepgaand gekenschetste belangstelling voor traditioneel-joodse muziek, waarvan men duidelijk de neerslag vindt in onder meer het Kaddish, op de cd in een arrangement van Lucien Garban.

Toen tegen de tiende eeuw in Spanje de joodse cultuur haar grootste bloeiperiode der diaspora tegemoet ging, stond in het toenmalige islamitische land ook de Arabische cultuur op een hoog peil. Door de eeuwen heen blijft de invloed van beide culturen te bespeuren. Zo wordt bij de huidige studie van de Talmoed nog gebruik gemaakt van de commentaren van Rasji (1040-1105) en van de codificaties van Maimonides (1135-1204), zowel in het Arabisch als in het Hebreeuws.

Ook in de muziek van de landen rond de Middellandse Zee – in Mali, Tunis en Algerije – komt met naast de Moorse melodiek (vermengd met de frygische kenmerken van de muziek der Andalusische zigeuners: canto hondo, flamenco) sporen tegen van het melismatische synagogale gezang. Een voorbeeld hiervan is het quilisma, een snel staccato op één toon.

Ook in de muziek van Ravel, de Bask (menging van Iberische elementen, Ieren en tijdens de inquisitie gevluchte joden?) treffen wij naast een idealiserende verwerking van het Spaanse idioom een originele verwerking aan van traditioneel-joodse muziek.
De pathetisch, gestileerde cantilene boven een bourdon-toon, zoals die voorkomt in het Kaddish, vertoont zelfs verwantschap met één der Habanera’s uit l’Heure Espagnole (1907). De cante hondo-achtige melismen uit Kaddish doen ook denken aan de hobosolo in de Scène uit El Amor Brujo van Manuel de Falla, hetgeen in de lijn ligt van bovengenoemde cultuurvermenging.
In Kaddish (de eerste der Deux mélodies hebraïques) wordt de joodse cultuurerfenis vanuit hetzelfde romantische escapisme benaderd als de Spaanse sfeer. De pianobegeleiding is gebouwd op het procedé van een briljante, snel gebroken akkoordbehandeling, geïnspireerd door harpklanken.

De vraag in hoeverre Ravel van joodse afkomst was, geeft aanleiding tot allerlei veronderstellingen. Ravels leerling en intimus Roland-Manuel wees op de verwantschap van de naam Ravel met ‘Rabelle’ (kleine rabbijn). De componist zelf, die er een afkeer van had om over zichzelf te praten, schonk hier geen aandacht aan. Gdal Salenski, cellist van het Boston Symphony Orchestra, vertelde in een interview in 1927: ‘Ravel told me that his mother was of Jewish origin’. Volgens de Ravel-biograaf Seroff (Maurice Ravel, New York 1953, p. 245) heeft de componist dit in een brief aan Laberge (3 juni 1928) tegengesproken.

Ravels solidariteit met Dreyfus (het melancholische Menuet uit Le Tombeau de Couperin is ter nagedachtenis aan hem geschreven) en zijn kennis van het Hebreeuws zijn waarschijnlijk de reden geweest van racistische speculaties. In deze controverse en toenemend nationalisme zou helaas ook wel eens de oorzaak gezocht kunnen worden van de onderwaardering van Ravels uiterst waardevolle composities op niet-Franse teksten. Het is goed dat Nathalia en Maria Milstein er nu enkele, in arrangementen voor viool en piano, op cd hebben gezet.

Monteverdi’s Mariavespers in Holland Festival

Tijdens het komende Holland Festival zullen in de Amsterdamse Gashouder van de Westergasfabriek de Mariavespers van Claudio Monteverdi (1567-1643) worden uitgevoerd in de vorm van een ‘mise-en-espace.’ Pierre Audi zal een nieuwe visuele en ruimtelijke interpretatie laten zien. Hij werkt hiervoor samen met de Belgische beeldend kunstenares Berlinde De Bruyckere. De muzikale leiding is in handen van dirigent Raphaël Pichon en de zangers en instrumentalisten (op historische instrumenten) van zijn barokensemble Pygmalion.

Ik schreef eerder over de Mariavespers in mijn boekje Dialoog in muziek (1997). Een gedeelte van het hoofdstuk over hem, en over Benedetto Marcello, herneem ik in het kader van de uitvoering in het aanstaande Holland Festival hieronder.

Het is nog altijd een onderwerp van discussie of de Mariaverspers moeten worden gezongen met of zonder de Gregoriaanse antifonen – in dit verband een vers voor de psalmen. Musici die ze weglaten doen dit omdat zij vinden dat de sobere antifonen contrasteren, om niet te zeggen strijdig zijn met de weelderige meerstemmigheid van de psalmen. Toch hoeft dat niet zo te zijn. Beide elementen kunnen elkaar goed aanvullen als er voor een andere uitvoeringspraktijk van het Gregoriaans wordt gekozen, bijvoorbeeld zoals die hoorbaar wordt in de interpretatie van Boston Camerata. Of in de interpretatie van het Parijse ensemble Gilles Binchois. Zij gaan ervan uit dat het Gregoriaans oorspronkelijk werd versierd, een praktijk die pas verviel met de Medicaea-uitgave.
Dit uitgangspunt ligt in het verlengde van de visie van de Oostenrijkse musicoloog en componist Egon Wellesz (1885-1974). Hij zei tijdens een lezing eens het volgende: ‘Zolang men aannam dat het Gregoriaanse gezang in Rome is ontstaan, kon de these worden geaccepteerd, dat de eenvoudigste vormen hiervan ook de oudste en oorspronkelijkste waren. Wij weten nu echter, dat van verschillende kanten en in verschillende versies oosters gezang uit Palestina, Syrië, Alexandrië en later ook uit Byzantium in Italië is doorgedrongen. Daarmee vervalt de hypothese, dat het Gregoriaanse gezang oorspronkelijk eenvoudig was en dat de rijkere vormen tot een latere tijd behoren.’

Ook in de psalmen uit de Mariavespers zou de oosterse invloed hoorbaar kunnen worden gemaakt. Het is bekend dat de tenor Nigel Rogers zich niet alleen baseert op de bekende informatie over het zingen in de 16de en 18de eeuw, maar evenzeer op oosterse zangtechnieken. De oosterse versieringen op de wijze van Nigel Rogers, gecombineerd met het origineel versierde Gregoriaans, zouden een uitvoering van de Mariaverspers (met antifonen, die trouwens van elke psalm de cantus firmus zijn) een treffend voorbeeld maken van de joodse invloed op de westerse muziek.

Dat geldt trouwens niet alleen voor de versieringen. Marcel Pérès, leider van het ensemble Organum, wordt bijvoorbeeld niet moe erop te wijzen dat het oosterse element ook in de klank zit waarmee het Gregoriaans van de Mariavespers door zijn ensemble wordt gezongen. Daarbij gaat Pérès net als Nigel Rogers te rade bij entnologische bronnen en levende tradities die de oosterse oorsprong hebben bewaard.

Ik ben benieuwd wat er straks, tijdens het Holland Festival, onder de handen van Raphaël Pichon tot klinken komt! En natuurlijk hoe Audi’s ‘mise-en-espace’ en de installatie van De Bruyckere eruit komen te zien. Ik verheug me er nu al op.

Was Petr Eben een joodse componist?

Dick BoerVandaag wordt de theoloog Dick Boer (afb.) 75 jaar. Ik heb hem gedurende korte tijd opgevolgd als bestuurder van het Leerhuis Amsterdam Tenach & Evangelie (LATE), en heb hem meegemaakt in de redactie van Quadraatschrift, waar ik fijne herinneringen aan bewaar. Vanmiddag vond t.g.v. Boers verjaardag een mini-symposium plaats over het Bijbelboek Job. Dick Boer heeft zich hier de laatste jaren intensief mee beziggehouden. Onder andere in Ophef van april jl. De kop van het betreffende artikel luidt: ‘Was Bonhoeffer een joodse denker?’ Ik gebruik dat artikel hier als spiegel voor deze blog. Inclusief (stijl)citaten. En zoals Boer zijn bijdrage opdroeg aan de 60-jarige Andreas Pangritz, zo doe ik dat met deze blog: op de 75-jarige!

De vraag
Al lang houd ik mij bezig met de vraag naar de invloed van joodse muziek op niet-joodse componisten. Of beter gezegd: de vraag is bezig met mij. Eén van de voorbeelden die ik tegenkwam, is de Tsjechische componist en organist Petr Eben (1929-2007), weliswaar niet zoals Bonhoeffer in de Tweede Wereldoorlog vermoord, maar wel een overlevende van Buchenwald. Daarbij schiet je onwillekeurig een uitspraak van Bonhoeffer binnen: ‘Wie het niet voor de joden opneemt, heeft niet het recht gregoriaanse gezangen te zingen.’ Dát is de toestand waarin Eben zich bevond: hij wilde in de wereld de NAAM trouw blijven en deze uitdrukken in zijn muziek. Zou hij daarmee, als uitgesproken rooms-katholiek componist, dus ook ‘joods’ hebben gedacht?

Credo
Een oeroude midrasj bij Jesaja 43:10 zegt: ‘Als jullie mijn getuigen zijn, dan ben ik God. Maar als jullie mijn getuigen niet zijn, dan ben ik niet God.’ Eben heeft van dit ‘credo’ getuigd in zijn muziek, als ‘een voorbeeldige man Gods’ (Pinchas Lapide), een jood zou je kunnen zeggen – niet ‘naar het vlees’ maar wel degelijk in de geest. Eén van de stukken waarin hij zijn getuigenis aflegde is – niet toevallig in deze context – zijn Hiob voor orgel en spreekstem (1987). Of moet je zeggen: hij tendeert náár de joodse muziek, met – gelijk Bonhoeffer verwoordt – inbegrip van het gregoriaans? Alleen al door in zijn muziek dit inzicht te beamen.

Project
Eben beschouwde zichzelf, prijsdrager van de Kunst- und Kulturpreis der deutschen Katholiken als rooms-katholiek componist. Hij heeft het onderscheid tussen joodse en christelijke muziek niet opgeheven maar verondersteld. Joden en christenen gaan beide gelijk Job ‘in hun nood tot God’ (Bonhoeffer). Bonhoeffer kon het Nieuwe Testament ‘joods’ lezen, omdat het Nieuwe Testament joods is. Eben kon gregoriaanse muziek ‘joods’ horen en verklanken, omdat het – als het goed wordt uitgevoerd – ten diepste joods is.
Bonhoeffer en Eben waren als christenen onopgeefbaar verbonden met de joden. We mogen aannemen dat Paulus zich de gemeente uit de joden en de gojiem zo heeft voorgesteld: als de meest intensieve vorm van alliantie.

Met dank aan Jan Kok, die mij wees op het artikel van Dick Boer in Ophef en onderstaande informatie verschafte:
In Ophef 2014/4 (Godverlatenheid en Utopie) zijn de inleidingen verschenen die op 10 oktober in de Amsterdamse Thomaskerk t.g.v. de verjaardag van Dick Boer zijn gehouden. En bij uitgeverij Narratio, ook uitgever van Ophef, zal een boekje van Dick Boer verschijnen. 

Links
http://www.youtube.com/watch?v=Wrcj_fbnKV0
http://www.vtm-web.nl/ophef
http://www.boekwinkeltjes.nl/uitgebreid_zoeken.php?schrijver=van+swol&titel=dialoog&overig=&tweedehands=1&nieuw=1